Maastricht

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Wapen van Maastricht

Maastricht heeft een lange geschiedenis, er is namelijk met zekerheid te zeggen dat er al twintig eeuwen een continue bewoning is langs de oevers van de Maas. Op de plek waar je de rivier zo goed kon oversteken en dankt daar dan ook haar naam aan (Mosa Trajectum). Grofweg is de geschiedenis in te delen in vier periodes en kende ze vier gezichten: het Romeinse castra, een religieus centrum, een vestingstad en een industriestad.

Inhoud

Prehistorie

Voordat de stad Maastricht bestond werd het grondgebied van de huidige stad ook door mensen gebruikt. In een lössgroeve ten westen van Maastricht, Belvédère genaamd, zijn zelfs de oudste gedateerde archeologische sites van Nederland opgegraven. Bij opgravingen tussen 1980 en 1990 zijn namelijk resten in situ gevonden uit de Oude Steentijd. De resten komen uit twee verschillende fasen van het Midden-Paleolithicum. Uit de vroegste fase, rond 250.000 jaar geleden, zijn resten van verschillende kampementen opgegraven. De vondsten bestaan uit stenen werktuigen die er vervaardigd waren en resten van dierenbotten. Een van de meer spectaculaire vondsten is die van een vuurstenen mes, dat door wetenschappers van de Universiteit van Leiden is onderzocht op microscopische gebruikssporen. Hieruit bleek dat het mes gebruikt was voor het slachten van een dikhuid. Het mes was vlak naast resten van een neushoorn gevonden. Uit een latere fase, rond 80.000 jaar geleden, zijn de resten van een kampement opgegraven.

Onder andere in dezelfde Belvédèregroeve maar ook op andere plaatsen rond Maastricht zijn dorpen gevonden van de eerste boerencultuur die in Nederland voorkwam, de bandkeramiek. Deze cultuur is genoemd naar het kenmerkende versierde aardewerk dat zij maakten.

Keltische en Romeinse tijd

Vaak wordt gedacht dat de stad Maastricht gesticht werd door de Romeinen, maar minstens 500 jaar voor de komst van de Romeinen was de plaats al bewoond door de Kelten. Deze hadden zich gevestigd op een doorwaadbare plaats bij de Maas.

Maastricht, met Nijmegen een van de twee steden die zich de oudste stad van Nederland noemen, werd rond het begin van de jaartelling bewoond door de Romeinen, bij een doorwaadbare plaats over de Maas. Een Romeinse heirbaan, die vanaf Boulogne naar Keulen voerde, doorkruiste de stad. In eerste instantie bestond het uit Maastricht op de westoever en Wyck op de oostoever. De Maas, een regenrivier, kon in de zomer overgestoken worden. Om ook in de winter de overtocht te maken bouwden de Romeinen een houten brug met stenen pijlers gelegen tegenover de huidige Eksterstraat. Het waren niet alleen Romeinen en Kelten die de Maas overstaken, ook de Bataven zouden tijdens de Bataafse Opstand rond 70 n.Chr. de Maas zijn overgestoken. Vlak bij Maastricht hadden de Bataven, ofwel de troepen van Julius Civilis, Claudius Labeo (rivaal van Civilius) verslagen. Bij de jacht op de op de vlucht geslagen Labeo ging het Romeinse Tongeren in vlammen op. Maastricht was in tegenstelling tot Tongeren en Keulen geen grote stad maar een zogenaamd castra, een legerkamp. Op grond hiervan was Maastricht naar Romeinse begrippen officieel geen stad in tegenstelling tot Nijmegen en Voorburg. Dit grote legerkamp heeft gelegen om de heirbaan heen, tussen de thermen en de latere Onze-Lieve-Vrouwebasiliek. De niet-ommuurde nederzetting werd in het derde kwart van de derde eeuw grondig verwoest bij de invallen van de barbaren en kleiner weer opgebouwd. Vanaf het jaar 333 werd hier op beide rivieroevers begonnen met de bouw van een echte vesting, waarbij de hoofdvesting aan de westelijke zijde lag en 1,5 hectare groot was. Dat was ook de reden dat Sint-Servaas zijn bischopszetel van Tongeren naar het veiligere Maastricht verplaatste. Langs de heirbaan werd in 384 Sint-Servaas begraven. Op zijn graf zou een kerkje gebouwd worden dat uiteindelijk zou uitgroeien tot de huidige Sint-Servaaskerk.

Middeleeuwen

Vroege middeleeuwen

Van de periode tussen de val van het Romeinse Rijk en de Karolingische periode is zeer weinig opgetekend. Zeer waarschijnlijk is Maastricht permanent bewoond gebleven.

Dankzij de bisschopszetel van Servaas diende Maastricht in de Merovingische tijd als een bisschopsstad. De Onze-Lieve-Vrouwekerk diende waarschijnlijk als bisschopskerk. Over de heilig verklaarde bisschoppen die in Maastricht zetelden, is weinig met zekerheid te zeggen. De bisschopszetel van Sint-Servaas werd in de 8e eeuw door de laatste Maastrichtse bisschop Hubertus naar Luik verplaatst, nadat bisschop Lambertus er in 705 was vermoord.

In de Merovingische tijd werden er in Maastricht al munten geslagen door Madelinus en Rimoaldus. Maastricht ontwikkelde zich in die tijd namelijk als handelspost. Het dichtbijgelegen Aken dat het centrum van het Karolingische Rijk was bloeide op. Dit verhoogde de economische positie van Maastricht. De stad was namelijk de dichtstbijzijnde rivierhaven. De stad werd daarom een belangrijk overslagpunt voor goederen met bestemming Aken. In de loop van de middeleeuwen kwam Maastricht onder heerschappij van twee heersers: de Hertog van Brabant en de Prins-Bisschop van Luik. Deze Tweeherigheid van Maastricht zou blijven bestaan tot de Franse verovering in 1794. Bij eerdere veroveringen was de nieuwe machthebber steeds de rechtsopvolger van de Brabantse hertog. De handelsplaats wordt ook steeds meer een bedevaartsoord. De eerste vermelding van het patroonfeest van Sint-Servaas is uit 772 op 13 mei. Dit omdat er om het graf van Servaas wonderen plaatsvinden. Ook wordt er al melding gemaakt van een kerk in Wyck. Maastricht telt nu drie belangrijke kerken; de Sint-Servaas, Onze-Lieve-Vrouwekerk en de (latere) Sint-Martinuskerk.

Het Frankische Rijk, het rijk van Karel de Grote, werd bij het Verdrag van Verdun in 843 verdeeld en Maastricht kwam in het Karolingische Middenrijk te liggen. Maar bij het Verdrag van Meerssen in 870 werd het in drieën gedeelde rijk van Karel de Grote terug gedeeld naar twee delen. Dat legde de basis voor de Duitse en Franse rijken; Maastricht werd ingedeeld in het Duitse rijk. Daarbij lag Maastricht nu in het centrum van het vorstendom van Neder-Lotharingen. Er stond waarschijnlijk ook een palts van de Lotharingse vorst aan het Vrijthof (op de plek van het huidige theater). In 881 werd Maastricht door de Noormannen geplunderd. Aan het einde van de vroege middeleeuwen krijgt de kern van het huidige centrum zijn vorm. Onder andere de Sint-Servaasbasiliek en de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek worden dan gebouwd rond het jaar 1000 met romeinse bouwmaterialen. In Maastricht en omstreken (te vergelijken met de huidige Euregio) heerste een variant van de romaanse kunst die men de Maaslandse of Mosaanse kunst noemt (voorbeelden hiervan zijn te vinden in de eerder genoemde kerken). De kunst bloeit niet alleen in gebouwen maar ook in schrift. In opdracht van het Servaaskapittel (koster Hessel) en de gravin van Loon (Agnes van Metz) schrijft Hendrik van Veldeke het 'Leven van Sint Servaas'. Hendrik van Veldeke is de eerste bij naam bekende schrijver in de Lage Landen, maar ook zeer invloedrijk in de Duitse literatuurgeschiedenis.

Late middeleeuwen

De middeleeuwse omwalling met de Helpoort

In 1204 werd de stad Maastricht, die zich onder de heerschappij van de prins-bisschop van Luik bevond, door de keizer in leen gegeven aan de hertog van Brabant. Vanaf dat moment had Maastricht twee heren, de prins-bisschop van Luik en de hertog van Brabant. Dit was het begin van de Tweeherigheid van Maastricht die tot de franse bezetting in 1794 zou duren.

Maastricht heeft nooit echte stadsrechten gekregen, in de zin van een stadsbrief, wel kreeg de stad in 1229 van de hertog van Brabant Hendrik l het recht om de aarden wal, uit 1204, rond de stad om te bouwen tot een stenen muur. Maastricht mocht dus een stadsmuur bouwen ter verdediging van zijn inwoners. De muur had een lengte van meer dan 2 km en kreeg wel dertien grotere en kleinere stadspoorten en waterpoorten (de Helpoort is de enige stadspoort die de eeuwen heeft doorstaan). Pas in 1318 werd er een muur gebouwd om Wyck heen die meer dan 1 km lang zou worden.

Niet alleen de aarden wal moest vervangen worden, maar ook de Romeinse brug. Het Sint Servaaskapittel draaide op voor het herstel van de brug. Keizer Rudolf was van mening dat het kapittel dit niet meer hoefde te betalen. Het gevolg hiervan was een slecht onderhouden brug. Toen een processie over de brug trok in 1267 stortte de brug in en velen verdronken. De Maastrichtenaren waren zeer onder de indruk, en gaven het voorval te wijten als een straf van God. Aan de bouw van een nieuwe brug, iets ten noorden van de oude brug, begon men in 1281; tegenwoordig is dit de Sint-Servaasbrug.

Buiten de poorten bleef Maastricht echter groeien. De eerste stadsmuur was nog niet voltooid of er waren al nieuwe wijken ontstaan bij het Jekerkwartier en het Boschstraatkwartier. De mensen die buiten de muur woonden werden slechts beschermd door een aarden wal. Rond 1375 werd daarom dit gedeelte ook ommuurd met een stenen muur. Daarmee was het huidige centrum zo goed als ommuurd. Dit op het gebied rond de pater Vinktoren na, dat pas nadat de Jeker zuidelijker ging stromen zodat Maastricht meer grond had (immers de Romeinse wet die bepaalde dat alles boven de Jeker de stad Maastricht toebehoorde gold nog). Zo ontstond in 1456 het zogenoemde 'Nieuwstad'. Binnen de muren bloeide de handel en de nijverheid. Naast de vele leerlooiers in het Jekerkwartier (de naam van de kleine/grote Looiersgracht doet hier nog aan denken) was het vooral de textielhandel (ook wel lakenhandel genoemd) die van economische betekenis was. Maastrichts laken was zeer gewild en werd verhandeld in bijvoorbeeld Duitsland maar ook in Zuid-Zweden. De lakengilde laat zijn macht ook blijken in de stad; zo bouwen ze een lakenhal op de Markt (die later moest wijken voor het stadhuis) en bouwen ze met het geld van de lakengilde de Sint-Matthiaskerk ten noorden van de Markt.

Rond 1320 kreeg Maastricht last van een roofridder, Reinaud genaamd, van Valkenburg. In 1318 vroegen ze dan ook om hulp aan hun twee heren. Jan III van Brabant belegerde in 1327 Valkenburg om de roofridder te bedwingen. De roofridder was niet het enige waarmee de Maastrichtenaren te doen hadden, rond 1350 was er namelijk een pestepidemie.

Luikenaren

Maastricht in 1581

In middeleeuws Maastricht, gelegen in een vrij druk bevolkt gedeelte van Europa waar de grotere steden (zoals Luik en Aken) wel meer dan 20.000 inwoners hadden, leefden ongeveer tussen de 10.000 en de 15.000 inwoners. Als inwoner van Maastricht was je door de tweeherigheid ofwel onderdaan van Luik of Brabant. En men woonde dan ook op Luikse grond, Brabantse grond of tweeherige grond. Om de stad in het gareel te houden waren er dan ook van beide heren van Maastricht 2 burgemeesters, 2 rechtbanken enz. Ondertussen vond in Luik een strijd plaats tussen de Luikenaren en de prins-bisschop. De prins-bisschop handelde vaak voor eigenbelang boven het belang van de stedelingen. De Luikenaren en hun gilde hadden daar genoeg van en in 1307 vluchtte de prins-bisschop Adolf van der Mark naar Maastricht voor zijn onderdanen. De prins-bisschop kwam er nog mee weg, maar 200 edelen die in een kerk vluchtten in Luik werden met kerk en al in brand gestoken; dit noemt men Sint-Maartensramp (1312). Het volk kreeg nu meer te zeggen in Luik en de prins-bisschop moest zich voortaan verantwoorden in een tribunaal van 22 Luikenaren. Ook prins-bisschop Jan van Arkel vluchtte in 1374 voor zijn onderdanen naar Maastricht en dit keer werd Maastricht belegerd door woedende Luikenaren. De prins-bisschop riep de hulp in van paus Gregorius XI, en aan het beleg kwam een einde.

Prins-bisschop Jan van Beieren

Maar hiermee was het gedoe in Luik nog niet ten einde. In 1390 kozen ze Jan van Beieren als prins-bisschop. De man hield zich niet zo bezig met kerkelijke zaken en hing meer de ridder uit. Hij weigerde bijvoorbeeld de kerkelijke inwijding voor prins-bisschop en hij liet een hulpbisschop zijn kerkelijke zaken regelen. Ook had Jan ruzie met zijn nicht Jacoba van Beieren, wat de start betekende van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Maar ook hem werd het te heet onder de voeten en hij vluchtte in 1402 naar Maastricht waar hij verbleef bij de Duitse Orde. In de winter van 1407 op 1408 stormden de Luikenaren weer naar Maastricht. Het leger van Luikenaren bestond wel uit tienduizend man afkomstig uit het hele Luikerland. Ze bestookten de stad met brandbommen, stenen en zelfs lijken. Maar het was een zeer strenge winter, zo streng dat de paarden van de beleggers zelfs doodvroren; ze trokken zich terug. De prins-bisschop nam wraak door een aantal dorpen aan te vallen, vervolgens vertrok hij naar het Rijnland om daar ruiters te werven (zo'n 1500). De rebelse Luikenaren keerden in het voorjaar terug, en damden het kleine riviertje dat door de stad stroomde, de Jeker, af om de watermolens te hinderen. De Maastrichtenaren gebruikten als vervanging schipmolens aan de Maas. In juli keerde Jan van Beieren terug naar Maastricht en doorbrak de vijandelijke linies. Met behulp van de hertog van Bourgondië Jan zonder Vrees jaagden ze de opstandelingen weg en versloegen ze bij Tongeren. De Luikenaren werden flink bestraft, zelfs de burgemeester van Luik werd op het Vrijthof gevierendeeld en onthoofd. Toch draaide Jan van Beieren de privileges van zijn onderdanen terug maar hij regeerde met harde hand.

Brabants bestuur

Rond 1400 komt Maastricht in het bezit van de hertog van Bourgondië. Deze hertog, Karel de Stoute, neemt de plek in van Brabant in het stadsbestuur en zal driemaal in de stad verblijven in het Brabants(/Spaans) Gouvernement. De hertog verhoogd de belasting om zijn centralisatie politiek te betalen. Zowel de kloosters als de ambachten lijden onder de lasten en Maastricht belandt in een economische crisis. Karels dochter Maria trouwt in 1477 met Maximiliaan van Oostenrijk en zo krijgen de Habsburgers de over de stad. Maastricht begint zich ook steeds meer als een vestingstad te ontwikkelen. Al vanuit de middeleeuwen verdedigen de burgers zelf de stad als ze dan gedwongen worden om ook een garnizoen toe te laten in de stad willen ze dit niet. De stad koopt dan ook in 1491 het recht om een garnizoen te weigeren voor een prijs van 6000 gulden.

Renaissance

Aangezicht vanaf het oosten op Maastricht 1582

Kloosters

Maastricht was in de tijd van de gilden een heuse pelgrimsoord. Vooral het graf van Sint Servaas trekt veel publiek. De bedevaart was vaak ook opgelegd. Zo moesten ambachtslieden uit Mechelen als ze de regels overtraden op bedevaart naar Maastricht. Rond de Sint-Servaaskerk ontstaat een levendige handel in souvenirs zoals prenten en medaillons. Omdat de ommuurde stad veilig was vestigde vele klooster zich in de stad. Elke klooster orde had zijn eigen klooster. Zo had je de Augustijnen en de Franciscanen. Op het hoogtepunt telde de stad bij elkaar maar liefst 22 kloosters in gebruik in de 17e eeuw. Maar in totaal zijn het er meer dan 40 geweest. Er zijn nu nog slechts 4 kloosters in functie. De meeste oude kloostergebouwen zijn bewaard gebleven maar vervullen nu een andere rol als bijvoorbeeld boekenwinkel, hotel, archief, school, kinderopvang/speelplek, collegezaal et cetera. De kloosterlingen vervulde een zeer maatschappelijke rol in de stad, zo gaven ze onderwijs of verzorgde ze zieken. Een van de bekendste kloosterlingen is zuster Elisabeth Strouven (1600-1661). Een andere bekende uit het kloosterleven is de in 1451 geboren voor het Sint-Servaaskapittel werkende, Mattheus Herbenus (Latijnse vorm voor Herben). Hij is een van Nederlands eerste humanisten. Herbenus reist af naar Italië om onder andere onder de paus te dienen. Naar Italiaans voorbeeld schrijft hij 's Nederlands eerste stadsbeschrijving; libellus de Traiecto Instanrato. Ook schrijft hij 't geschiedenis boek Historia Nigropontis waarin hij pleit dat de mensen niet vanuit geloof maar vanuit de rede moesten denken.

Trichter Oploop

In 1506 erft Karel V de titel van Hertog van Brabant. Daarbij wordt deze Gentenaar ook nog eens koning van Spanje. Karel V verblijft tussen 1519 en 1550 een aantal keer in Maastricht in het nu ‘Spaanse’ Gouvernement. Karel V wil de Nederlanden tot een gecentraliseerde staat maken bestuurd vanuit Brussel. De Maastrichtenaren zien dit niet zitten en zijn bang hun autonomie als stadstaat kwijt te raken. Als er ook nog economisch slecht gaat en er grote armoede heerst komt de bevolking tussen 22 september en 2 oktober 1539 in opstand. Bij deze ‘Trichter Oploop’ komen de Luikse burgemeester en een afgezant van Brabant om het leven. Het stadsbestuur weigert vervolgens de daders te straffen hoewel landvoogdes van de Nederlanden Margaretha van Parma dat eiste. Als Karels opvolger Filips II Maastricht bezoekt verschijnt er een reus (heden ten dage herdacht als reus Giganticus). De reus draagt een buidel met daarin twee poppen. Dee poppen staan symbool voor de twee stadsheren. Hiermee wilde de Maastrichtenaren zeggen ‘heren we hebben jullie in de zak’. Aan het Brusselse hof wordt Maastricht nu gezien als een stad die maling heeft aan zijn heren.

Beeldenstorm

In het begin van de 16e eeuw beginnen de ideeën over godsdienst te veranderen. Echter de mensen die de andere gedachten over het christendom hadden werden gezien als ketters. Deze ketters belande soms op de brandstapel zo ook in Maastricht. In 1535 belande 17 wederdopers/ketters op de brandstapel op het Vrijthof. Later worden er in Heugem worden er Hagenpreken gehouden, zo ook bij de stadsmuur. Dit keer treedt het stadsbestuur niet op. Maar als de Calvinisten een kerk opeisen wordt dit hun geweigerd. Als in 1566 de beeldenstorm dan ook in Maastricht woed worden in tal van kapellen beelden en afbeeldingen vernield, en ook de Sint-Matthiaskerk wordt niet overgeslagen.

Tachtigjarige Oorlog

De stadt Maastricht, door den prins van Parma (Alexander Farnese) met storm verovert, den 29 july des jaars 1579 (Jan Luyken, 1679)

Landvoogdes Margaretha van Parma besluit in 1567 om in de vestingstad die Maastricht is een Waals garnizoen te vestigen, om de veiligheid te waarborgen. De Waalse huursoldaten zijn niet echt geliefd in de stad en de Maastrichtenaren laten de soldaten vervangen/verjagen door Duitse huursoldaten. Deze werden beschouwd door de Spanjaarden als aanhangers van Luther. In juli 1567 worden de Duitse troepen daarom ook vervangen door Spaanse troepen. De Spaanse gouverneur van Maastricht Francisco de Montesdoca is vanwege zijn troepen niet populair in de stad. Op 20 oktober 1576 wordt hij gevangengenomen door de Maastrichtenaren om later bevrijd te worden door zijn Spaanse troepen. Die Spaanse troepen plunderen vervolgens ook de stad om de burgerij te straffen voor hun opstandigheid maar ook om de soldaten te bekostigen met de buit. De doden die er vallen zijn het gevolg van een strafmaatregel. Al eerder in Mechelen en later ook in Antwerpen plunderen de Spaanse troepen eveneens maar zonder strafmaatregel, de burgers worden grof vermoord. In Maastricht was deze Spaanse Furie misschien minder gewelddadig. Maar de Spaanse furies werden vooral gebruikt als propaganda voor de opstandelingen in de rest van de Nederlanden. Dankzij de Spaanse Furies gingen de gewesten overstag om tot de Pacificatie van Gent te komen. In de pacificatie werd afgesproken dat de Spaanse troepen zich moesten terugtrekken uit de Nederlanden. De Spanjaarden tekenden het verdrag niet. De wanhopige opstandelingen wisten uiteindelijk met een grote som geld de landvoogd Juan van Oostenrijk te dwingen met de pacificatie in te stemmen. Op 27 april 1577 vertrekken de Spanjaarden uit de stad en op bevel van Filips II wordt de gouverneur vervangen door Arnold II Huyn van Amstenrade.

Landvoogd Juan van Oostenrijk schendt het verdrag door een campagne te beginnen om de opstandige gebieden terug te veroveren te beginnen met Namen (de Spanjaarden hadden nu immers weer genoeg geld om hun soldaten te betalen). Juan wordt na zijn overlijden (of moord; Phillips II vertrouwde hem niet) opgevolgd door zijn neef Alexander Farnese. Farnese zet de herovering op de opstandige gebieden voort. In maart 1579 is hij met zijn troepen gearriveerd bij Maastricht die zich in 1578 had aangesloten bij de Pacificatie van Gent. Willem van Oranje, die nu voor de Staten Generaal de plek van heer van Brabant op zich nam, benoemde Sebastién Tapin tot opperbevelhebber van Maastricht. Tapin liet voordat de Spanjaarden kwamen de muren versterken en de grachten rond de stadsmuren uitdiepen. Het garnizoen in de stad bestond uit huurlingen, ongeveer 1200 man. Maar ook ongeveer 6000 van de ongeveer 34000 burgers konden ingezet worden om de stad te verdedigen. De Spanjaarden omsingelden de stad na hun aankomst op 8 maart en gingen een aantal keer over tot beschieting. De stad hield lang stand. De burgers verdedigden moedig hun stad, ook vrouwen vochten mee. Uiteindelijk duurde het beleg bijna vier maanden. In de nacht van 29 juni bestormden de Spanjaarden de stadspoort en verrasten de uitgeputte wachters. De Spanjaarden hadden de stad veroverd en gingen plunderend en moordend door de straten. Schattingen over de doden lopen uiteen van 900 tot 4000. De meeste hervormers zijn dan al de stad uitgevlucht. De stad heeft veel te lijden aan de gevolgen van het beleg. Niet alleen zijn vele gebouwen beschadigd ook is de handel in de stad zeer verzwakt.

Een grote stadsbrand in 1612 in de Brusselsestraat leidt ertoe dat de stad versteend moet worden. In de praktijk ging dat echter langzaam.

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden wil de Zuidelijke Nederlanden veroveren. Via Zeeland en de Maas proberen ze de Zuidelijke Nederlanden te bereiken en te bemachtigen. Prins Maurits waagt in 1604 een poging maar slaagt hier niet in. In 1632 voert Frederik Hendrik een militaire missie uit langs de Maas. Snel verovert hij de steden Venlo, Roermond, Stokkem, Sittard en Maaseik. Op 9 juni arriveert Frederik Hendrik bij Maastricht. Hendrik neemt naast zijn huursoldaten ook een cavalerie mee en omsingelt de stad. De burgers verdedigen ook nu weer de stad met de Spanjaarden. Op 22 augustus is het beleg ten einde en is de stad weer in handen van Staatse handen. De andere Maassteden vallen echter weer in handen van de Spanjaarden. Zo wordt Maastricht een enclave in Spaans gebied. Maastricht hoort nu bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Frederik Hendrik staat ook katholieken toe in Maastricht. Maar de Sint-Janskerk en de Sint-Matthiaskerk worden overgedragen aan de protestanten. De Hollanders nemen nu de plek in van de Brabantse hertog. Maar Maastricht behoudt zijn zelfstandigheid. De Hollandse regenten veranderen wel een aantal dingen in de stad. Zo laten ze de middeleeuwse vesting moderniseren met vestigwerken. Ook laten ze de lakenhal, die tegen de oude stadsmuur gebouwd was, slopen ten behoeve van het verhuizende stadsbestuur. Het oude stadhuis, een aantal panden aan de Grote Staat, waren te klein geworden. Op de plek van de lakenhal verrijst in 1664 een nieuw stadhuis en zo ontstaat er een nieuw plein, de Markt.

Maquette van Maastricht gemaakt van 1749-1752

De Fransen

In 1673 werd Maastricht belegerd, gebombardeerd en veroverd door het Frankrijk van de Zonnekoning Lodewijk XIV. Bij het bestormen van de stadsmuur kwam musketier Charles de Batz de Castelmore (beter bekend als d'Artagnan) om het leven. Een standbeeld van d'Artagnan is te bewonderen in het Aldenhofpark. Bij de vrede van Nijmegen in 1678 kreeg Maastricht haar bijzonder statuut weer terug onder Luiks-Nederlands bestuur.


Franse Tijd

Na een beleg van twee maanden veroverde generaal Kléber, in november 1794, Maastricht. Na een bezettingsperiode van zeven maanden werd Maastricht ingelijfd bij Franse Republiek. De Maastrichtenaren werden nu dus Franse staatsburgers. Daarbij werd Maastricht de hoofdstad van het nieuwe Franse departement Nedermaas (ongeveer het huidige Belgisch en Nederlands Limburg).

Er zou veel veranderen in de stad, haar 'middeleeuwse' aanzien zou langzaam verdwijnen. In 1795 werd het Luikse en Brabantse stadsbestuur afgezet en vervangen door een stadsbestuur naar Frans model. Dit betekende het einde van de eeuwenoude tweeherigheid. De stad was nu geen zelfstandige stadstaat meer. De perroen, symbool van de verbondenheid met Luik, werd vervangen door een vrijheidsboom.

Niet alleen de tweeherigheid verdween, ook vele kloosters moesten hun deuren sluiten. De meeste kerken kregen nu een wereldlijke functie zoals bijvoorbeeld een kazerne of opslagplaats. Zo moest de Sint-Servaaskerk dienen als opslag van hooi en de Onze-Lieve-Vrouwekerk als smederij.

Ook de wetenschappelijk bijzondere schedel van de maashagedis, de mosasaurus, werd meegenomen en tentoongesteld in Parijs. Maastricht had weinig geleerden in haar stad wonen. De ideeën van de verlichting sloegen dan ook niet echt aan. Toch betekende de Franse overheersing het begin van een bloeiperiode. Het inwoners aantal groeide. En de vele gesloten kloosters gaven onderdak aan nieuw begonnen bedrijfjes, wat een bodem legde voor de opkomende industrie.

In 1803 kwam Napoleon Bonaparte zelf drie dagen met zijn vrouw Joséphine de Beauharnais naar Maastricht. Hij verbleef in het oude gouvernementsgebouw aan de Bouillonstraat en gedurende de dag bezocht hij onder andere de vestingwerken, de grotten van de Sint-Pietersberg en fort Sint Pieter op de berg. Tijdens zijn bezoek besluit hij tot aanleg van de Tongerseweg ter vervanging van de oude romeinse weg die gedeeltelijk langs de Brouwersweg liep. Een jaar later wordt Napoleon tot keizer gekroond. En in 1811 bezoekt hij de stad nogmaals. Slechts drie jaar later is het uit met Napoleon als hij verslagen wordt. In 1814 neemt hij afstand van de troon en wordt hij verbannen naar het eiland Elba.

Vanaf 1 augustus 1814 ligt Maastricht weer in de Nederlanden. Als in 1815 Napoleon definitief wordt verslagen bij de slag bij Waterloo is het Franse tijdperk voorgoed voorbij. Maastricht wordt de hoofdstad van de provincie Limburg in het nieuwe Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

De Belgische opstand

Na de Belgische opstand van 1830 bleef Maastricht als enige Limburgse plaats onder Nederlandse controle. Dit kwam door de garnizoenscommandant kolonel Dibbets, die de teugels strak in handen hield en zelfs dreigde de stad liever op te blazen dan over te geven. Bij het Verdrag van Londen van 1832 werd België gedwongen oostelijk Limburg en Noordelijk Brabant af te staan aan Nederland. Omdat Nederland dit verdrag pas in 1839 ondertekende, bleef Maastricht van 1830 tot 1839 geïsoleerd. Veel andere Limburgse steden bleven tot 1870 lid van de Duitse Bond.

Industriestad

Begin 19e eeuw ontwikkelde Maastricht zich (in het kielzog van Wallonië) tot één van Nederlands vooraanstaande industriesteden. Wantoestanden in de fabrieken van de familie Regout hebben nog eind 19e eeuw tot een parlementaire enquête geleid.

Mede om weer wat plezier in de stad te brengen, richtte een groep notabelen in 1840 de Sociëteit Momus op, Nederlands eerste carnavalsvereniging (inmiddels ter ziele gegaan). Dit inspireerde de oprichting (mede door Maastrichtenaren!) van de Venlose carnavalsvereniging Jocus.

Door de industrialisatie en de snelle bevolkingsgroei was Maastricht toe aan uitbreiding. In 1867 werd dat mogelijk doordat de status van vestingstad werd opgeheven. Op de terreinen van de gesloopte omwallingen en buitenwerken verrezen snel daarna industrie en woonwijken. Een groep Maastrichtenaren is vergevorderd met de bouw van een maquette van de stad uit deze tijd.

Ten tijde van de Belgische opstand was Maastricht samen met Brussel de meest geromaniseerde (verfranste) stad ten noorden van de taalgrens. Het Limburgs dat in Maastricht gesproken wordt, kent nog steeds een aantal Franse lexicale invloeden (bv. "peer" = vader, "meer" = moeder). Tot in 1892 bleef er een Franstalige Maastrichtse krant bestaan, genaamd Le Courrier de la Meuse.

Verkeer en vervoer

Halverwege de negentiende eeuw was er nog nauwelijks infrastructuur in Limburg. Alleen de wegen van Maastricht naar Heerlen, Aken en Venlo waren verhard met keien en grind. De Maas was niet gekanaliseerd en voor grote delen van het jaar niet bevaarbaar. De Zuid-Willemsvaart en het kanaal Maastricht - Luik liepen grotendeels door België.

De eerste spoorlijn in Maastricht (en tevens de eerste Nederlandse spoorlijn die naar het buitenland ging) is Aken - Maastricht geopend in 1853 door de Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maatschappij. Diezelfde maatschappij opent in 1856 de lijn Maastricht - Hasselt. In 1861 wordt de spoorlijn naar Luik geopend. Pas in 1865 is Maastricht verbonden via Venlo met het Nederlands spoorwegnet, jaren nadat de spoorverbindingen met de buurlanden in bedrijf waren.

Om Maastricht met het Belgische achterland te ontsluiten, hebben de Belgische buurtspoorwegen drie metersporige stoomtramlijnen aangelegd. (zie artikel NMVB Limburg) Deze zijn[1]:

  • 1894: Glons – Kanne – Maastricht
  • 1898: Maaseik – Lanaken – Maastricht
  • 1909: Tongeren – Vroenhoven – Maastricht

De lijnen waren binnen Nederland eigendom van de gemeente Maastricht. In de begintijd werd de exploitatie uitgevoerd door pachters. Tot 1911 was de pachter het Luikse bedrijf RELSE, "SA des Railways Economiques de Liège-Seraing et Extensions", van baron Edouard Empain. Na een tussenperiode met de pachter BNTT, "SA Belge-Néerlandaise de Transport et Travaux", neemt vanaf 1922 de NMVB de exploitatie in eigen beheer. Deze lijnen zijn tijdens de oorlog in 1943 opgeheven. Op 27 juni 1922 werd de lokaalspoorlijn Maastricht – Vaals geopend. Deze lijn was normaalsporig en werd uitgebaat met stoomtractie door de LTM. Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was, heeft de spoorlijn nooit de binnenstad van Maastricht bereikt en sloot alleen aan op het spoorstation van Maastricht. De stad had bezwaar tegen de vervuilende stoomtractie en had liever een elektrische tram gezien. Deze dure lijn is nooit een succes geweest en ging ten onder aan de concurrerende buslijnen die sneller en frequenter reden. De lijn werd daarom al in 1938 opgeheven.

In 1896 werd een stadstramlijn van 2 km geopend. Deze tram had tot 1902 een bijzondere tractievorm. De "gastram" had een reservoir met sterk gecomprimeerde lucht. Hiermee kon het voertuig voortgedreven worden. Regelmatig moest de gastank bijgevuld worden. Vanaf 1903 wordt de lijn bereden met paardentrams. In 1916 is de tram opgeheven.

Sociaal

Zoals iedere stad kende Maastricht een "lompenproletariaat", dat in 1950 nog steeds twaalfhonderd families telde en zelfs 7,5 procent van de Maastrichtse bevolking omvatte, het dubbele van andere Brabantse steden. Een nu charmante straat als de Stokstraat met oude patriciërspanden was geheel vervallen en door hen bevolkt in die periode. Ook in Wyck was de armoede en het verval van de huizen groot. Rond 1980 zijn deze wijken gerenoveerd. De kleine groep notabelen verliet eind 1800 de stad om buiten te gaan wonen.

Veldslagen om Maastricht (in opbouw)

Maastricht is door de eeuwen heen enkele keren het toneel van krijgshandelingen geweest, zoals hieronder weergegeven. Soms ging dat gepaard met veel geweld, soms amper. Het jaartal wordt gevolgd door de opdrachtgever / aanvaller en het resultaat (→).

  • Vroegste tijd
    • 70 Veldslag bij de Maasbrug
    • 881 Noormannen → ingenomen
  • Middeleeuwen
    • 1374 Luikenaren → mislukt
    • 1407/1408 Luikenaren → mislukt
  • De Tachtigjarige Oorlog
    • 1567 Burgeropstand tegen Spanjaarden
    • 1568 Willem van Oranje → mislukt
    • 1577 Staatse troepen nemen na vertrek van Spanjaarden Maastricht in.
    • 1579 Filips II van Spanje / Hertog van Parma → ingenomen
    • 1580 Willem van Oranje → mislukt
    • 1592 Staatse troepen → mislukt
    • 1594 Staatse troepen → mislukt
  • (Vervolg)
    • 1632 Prins Frederik Hendrik → ingenomen
    • 1637 Filips IV van Spanje / Kardinaal-Infant Ferdinand van Spanje → mislukt
  • Franse Expansie
    • 1673 Lodewijk XIV van Frankrijk → ingenomen
    • 1678
    • 1701 Lodewijk XIV van Frankrijk → ingenomen
    • 1702 Stadhouder Willem III / Hertog van Marlborough → ingenomen
    • 1748 Franse troepen → ingenomen
  • De Bataafse Republiek
    • 1794 Napoleon Bonaparte / Generaal Kléber → ingenomen
  • De Tweede Wereldoorlog
    • 1940 Adolf Hitler / Commandant 4e Pantserdivisie → ingenomen
    • 1944 Wilhelmina der Nederlanden + President Truman / Commandant Amerikaanse 30e Infanteriedivisie (Old Hickory) → ingenomen

Archief Maastricht

De Vrijthof in Maastricht met St. Servaaskerk en daarvoor de Hoofdwacht

In 2004 was er een fusie tussen het Rijksarchief in Limburg en het Gemeentearchief Maastricht. Dit is het huidige Regionaal Historisch Centrum Limburg.

  • Sint Pieterstraat 7
  • 6211 JM Maastricht
  • Email: info@rhcl.nl
  • Telefoon: 043 328 55 00
  • Fax: 043 325 56 40
  • Website: http://www.rhcl.nl

Archieven

Kaart van Bleau van Maastricht in 1652
  • De katholieke Doop- Huwelijks- Overlijdensregisters beginnen 1580 (parochie H. Mathias, na 1612 H. Catharina).
  • De katholieke Doopregisters beginnen 1597, de Huwelijksregisters en de Overlijdensregisters in 1617 (parchie H. Johannes, na 1612 H. Jacob).
  • De katholieke Doop- en Huwelijksregisters beginnen 1581 en de Overlijdensregisters 1627 (parochie H. Nicolaas).
  • De katholieke Doop- en Huwelijksregisters beginnen 1628 en de Overlijdensregisters 1640 (parochie H. Martinus).
  • De protestantse (hervormd) Doop- en Huwelijksregisters beginnen in 1632, de Overlijdensregisters in 1686.
  • De protestantse (Waals hervormd) Doopregisters beginnen in 1632, de Huwelijksregisters in 1634 en de Overlijdensregisters in 1655.
  • De protestantse (evangelisch luthers) Doopregisters beginnen in 1656, de Huwelijksregisters in 1675 en de Overlijdensregisters zijn er over deze tijd niet.
  • De protestantse (doopsgezind) Doopregisters beginnen 1750, de Huwelijksregisters in 1749 en de Overlijdensregisters over deze periode zijn er niet.
  • De militaire Doopregisters zijn er ook over de periode 1622-1628 en 1717-1787; de Huwelijksregisters van 1622-1630 en 1725-1792 en de Overlijdensregisters 1749-1774.
  • Deze registers zijn te vinden in deze link DTB-Maastricht.

Zie deze link naar de akten van de Burgerlijke Stand.

Families die langdurig in Maastricht woonden of wonen

Literatuur

Onze Lieve Vrouwe Basiliek

Externe links

  1. Wikipedia Maastricht
  2. [1] Veel gedetailleerde informatie over geschiedenis Maastricht, stadswandeling, kloosters, historische kaarten enz.
  3. Regenten protestantse weeshuis
  4. Maquette van Maastricht circa 1750
  5. Lijst van verbannen inwoners 1568.
  6. Lijst van verbannen inwoners 1579.
  7. Akten Burgerlijke Stand Maastricht 1796-1922
  8. Maquette Maastricht 1867
  9. Namen en uitleg burgerboek van Maastricht
Persoonlijke instellingen