Guliks Overkwartier

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Guliks Overkwartier is hier een overkoepelende naam voor die delen van het Overkwartier van Gelre die eertijds als enclaves in het Hertogdom Gulik lagen. Ze hebben nooit tezamen een eigen administratieve eenheid gevormd, maar waren stukjes van het Overkwartier, geografisch door Guliks gebied omsloten. De term Guliks Opper-Gelre is feitelijk uitsluitend van toepassing op de verovering door Gulik van de stad Erkelens in 1713, en het aansluitend Guliks bezit van deze stad, die daarvóór als een Gelderse enclave binnen Guliks gebied had gelegen. Dat stukje Overkwartier werd van dan af staatkundig Guliks.

Inhoud

Geschiedenis

Enkele plaatsen in het Nederlands-Duitse grensgebied bij Roermond hebben een nog complexere staatkundige geschiedenis dan de twee oude hertogdommen Gelre en Gulik al zelf. Ze waren verbonden met het Overkwartier van Gelre, maar lagen als enclaves in het Gulikse land. Het betreft hier:

  • de stad Erkelens en het daarbij behorende Kuckhoven
  • Elmpt, Nederkruchten en Wegberg lagen als een soort 'schiereiland' in het Gulikse gebied, maar waren territoriaal verbonden met het Gelderse Swalmen en Beesel met Belfeld.
  • de stad Viersen, iets noordelijker aan de Niers gelegen

Erkelens

In 1326 kreeg Erkelens (Duits: Erkelenz) stadsrechten van graaf Reinoud II van Gelre. Erkelens en Kuckhoven vormden een Gelderse exclave in het hertogdom Gulik. Deze was in de 15e tot 17e eeuw in het Ambt Erkelens verbonden met het nabij gelegen Gelderse Wegberg met Nederkruchten en Brempt.

Keizer Karel V veroverde 1543 Gelre en Erkelens werd deel van de Habsburgse Nederlanden. Na de Tachtigjarige Oorlog behoorde het tot de Zuidelijke Nederlanden tot de stad in 1713 bij de Vrede van Utrecht als het Guliks Overkwartier aan het hertogdom Gulik werd toegewezen. In 1794 bezetten de Fransen Erkelens en maakten het deel van het Departement van de Roer. In 1815 werd de stad Pruisisch.

Het is nu een plaats in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, gelegen in het district Heinsberg. De stad heeft ongeveer 44.600 inwoners. Naburige steden zijn onder andere Geilenkirchen (Nederlands: Geelkerken), Heinsberg en Hückelhoven.

Nederkruchten

Cruchten, later Nederkruchten of (Duits) Niederkrüchten, was achtereenvolgens Spaans en Oostenrijks. Het Gelderse, thans tot Nederkruchten behorende Elmpt grensde westelijk aan het thans bij Roermond behorende, eveneens Gelderse Swalmen en het Gulikse Maasniel (later een vrije heerlijkheid), en oostelijk aan het toen Gelderse Brempt, Nederkruchten en Wegberg.

Terwijl Elmpt samen met Swalmen onder het Gelderse ambt Montfort viel, behoorden Brempt, Nederkruchten en Wegberg tot het Ambt Erkelens. Swalmen, Elmpt, Brempt, Nederkruchten en Wegberg kwamen in de 18e eeuw tezamen met Roermond, Maasniel en Herten aan het Oostenrijks Overkwartier. In de Franse tijd hoorde dit gebied bij het departement van de Nedermaas. In 1815 kwam het aan Pruisen.

Nederkruchten is sinds 1972 met Elmpt verenigd in de nieuwe gemeente Niederkrüchten, behorende tot de Kreis Viersen in het district Düsseldorf van Noordrijn-Westfalen. Voordien behoorden ze beide tot het voormalige dictrict Erkelenz. Tot deze ruim 15.000 inwoners tellende gemeente horen de plaatsen Birth, Brempt, Boscherhausen, Dam, Elmpt, Gützenrath, Heyen, Laar, Niederkrüchten, Oberkrüchten, Overhetfeld, Rieth en Silverbeek.

Wegberg

Wegberg werd voor het eerst in 966 genoemd onder de naam Berck. De wegen die naar de brug over de Swalm leiden deden de naam Wegberg ontstaan. Dit riviertje vormde eeuwenlang tussen de Mühlenbach en de Beeckbach ook de grens tussen Gelre en Gulik.

Na de Tachtigjarige Oorlog was Wegberg achtereenvolgens Spaans en Oostenrijks. In de Franse tijd hoorde het bij het departement van de Roer. In 1815 kwam het aan Pruisen.

Het is nu een stad met bijna 30.000 inwoners in de Kreis Heinsberg in Noordrijn-Westfalen. De stad heeft een grenslijn van ongeveer 8 km met Nederlands Limburg.

Viersen

Viersen lag als Gelderse exclave van het ambt Krieckenbeek te midden van Guliks gebied.

Na de Tachtigjarige Oorlog behoorde het tot de Zuidelijke Nederlanden. Tijdens de Spaanse Successieoorlog werd het door Pruisen ingenomen, samen met een reeks andere gemeenten, die vanaf 1713 officieel Pruisisch Opper-Gelre vormden.

In de Franse tijd behoorde Viersen eveneens tot het departement van de Roer. Vanaf 1815 hoorde dit gebied als onderdeel van de Rijnprovincie tot het Koninkrijk Pruisen.

Doordat de plaatsen tot verschillende staten hebben behoord, verliep de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeenten zeer verschillend. De gemeenten Dülken, Süchteln en Boisheim lagen in het gebied van het Ambt Brüggen in het Hertogdom Gulik. Dülken en Süchteln werden bestuurd door leden van de familie van Gulik en dezen wilden de steden versterken als grenssteden tegen Gelre. In Viersen had het Stift St. Gereon uit Keulen grote invloed. Zij hadden geen interesse om Viersen tot een stad te ontwikkelen. Hierdoor ontwikkelde Viersen zich planologisch anders dan de gemeenten Dülken und Süchteln.

Het huidige Viersen is gelegen aan de linker Rijnoever in Noordrijn-Westfalen, als hoofdstad van het district Viersen. De stad heeft ruim 76.000 inwoners en een oppervlakte van 9100 hectare. De huidige gemeente Viersen ontstond in 1970 door de bestuurshervorming waardoor de gemeenten Viersen, Dülken, Süchteln en Boisheim werden opgeheven en fuseerden tot de huidige gemeente Viersen.

Taal

De streektaal in deze grensplaatsen is Limburgs dat niet of nauwelijks verschilt van dat van de dichtstbij gelegen plaatsen in Nederlands Limburg. In het Duits duidt men haar wel aan als 'Niederrheinisch'. Ook vele familienamen klinken eerder Limburgs dan Duits. De vroegere verbondenheid met Nederland blijkt voorts uit een aantal Nederlandse familienamen als Van Cruchten, (Van) Erkelens, (Van) Viersen en Van Wegberg.

Bronvermelding

  • A.J. Welschen: ‘Herkomst en geschiedenis van de familie Welschen en de geografische verspreiding van deze familienaam’, afl. I en II, in: Limburgs Tijdschrift voor Genealogie 30 (2002), 40-53 en 68-81, plus afzonderlijke bibliografie in: Limburgs Tijdschrift voor Genealogie 31 (2003), 34-35.
Persoonlijke instellingen