Vroemen

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

GENEALOGIE VROEMEN

Inhoud

Generatie I


I.1 Henricus VROEMEN, collecteur schepenbank Nuth, herbergier "in de Boone", overleden op 15 april 1688 te Nuth.
RAL-LvO 1755, 267v: Op 29 mei 1669 verkocht Vaes Hamers, gehuwd met Jenne Crousen, 60 kleine roeden en 13 voet akkerland aan de Wijenweg, grenzend aan Henrick Vroemen, Dirck Slangen en Jan Debets, aan Henrick Vroemen, gehuwd met Truijtgen Lijmpens. Elke kleine roede kostte 22 stuivers. Daarnaast was nog een ham en een halve kan "cleen bier" inbegrepen.
RAL-LvO 1746, processtukken Vroemen versus Hamers: Op 19 oktober 1682 ruilde Henrick Kreckels, gehuwd met Gertrout Crousen, een morgen land "omtrent die watercoul", grenzend aan Vaes Hamers, Jacob Hautvast, Henrick Vroemen en de Wijenweg, met de weduwnaar Hendrick Vroemen tegen een rode koe en 32 gulden.
RAL-LvO 1756, 40v: Op 31 december 1694 werd de nalatenschap van Hendrick Vroemen, in leven collecteur van Nuth, verdeeld door zijn kinderen Servaes, Hendrick, Joannes, Ida (vertegenwoordigd door haar man Leonaert Limpens), Metgen (vertegenwoordigd door haar man Jan Pijls), Maria en Sophia Vroemen. Servaes, de oudste zoon, behield huis, hof, weide en beemden, waarvoor hij evenredig de schulden zou overnemen. Verder zouden door de andere zes kinderen 15 morgen gelijkelijk verdeeld worden, waarvoor elk 100 gulden schuld zou overnemen. Verder zou Servaes aan Hendrick, Joannes, Maria en Sophia elk twee tinnen schalen en een tweejarig rund geven, en aan Hendrick, Joannes, Maria, Sophia en Ida een paar nieuwe "kempen slaeplaecken".
Ondertrouwd op 2 juni 1660 te Heerlen. Hendrick Vromen uit Oirsbeek, Gertruit Limpens uit Nuth, gehuwd voor de kerk op 27 juni 1660 te Heerlen met Gertrudis LIJMPENS, 22 jaar oud, gedoopt op 25 juni 1638 te Valkenburg (getuige(n): Joannes Erkens, Anna Brants), achternaam moeder niet genoemd, overleden op 24 september 1676 te Nuth op 38-jarige leeftijd, zij is in ieder geval voor 19 oktober 1682 overleden, dochter van Servatius LIJMPENS en Maria BOONEN.
Uit dit huwelijk:

  • 1. Ida, gedoopt op 6 juni 1661 te Nuth (getuige(n): Guilhelmus Bruls, Petronella e.v. Joannes Bemelmans), overleden op 23 mei 1725 te Terstraten-Nuth op 63-jarige leeftijd.

Gehuwd met Leonardus LIJMPENS, schepen, gedoopt op 13 februari 1663 te Nuth (getuige(n): Henr. Schepers namens Godefridus Hermans), overleden op 6 augustus 1740 te Terstraten-Nuth op 77-jarige leeftijd, zoon van Gabriel LIJMPENS en Joanna CARIS.
RAL-LvO 1756, 81v: Op 1 maart 1697 verkocht Lenaert Limpens, inwoner van Nuth, met volmacht van zijn broer Jan Limpens en zijn zwagers Jan Schroeders en Peter Eggen, gedateerd 28 februari 1697, aan Johan Leuffkens, burger en koopman te Maastricht, 145 kleine roeden akkerland onder Nuth, grenzend aan heer Leuffkens zelf, Claes Hermens, de wijenweg nabij Molshage en de verkopers zelf. Iedere kleine roede kostte een gulden. Het bedrag werd in mindering gebracht op een schuld die heer Leuffkens nog van hen te vorderen had.
RAL-LvO 1757, 96v: Op 31 augustus 1716 verkocht Dirick Dassen, gehuwd met Gertruijdt Hennes, aan schepen Leonaert Limpens, gehuwd met Ida Vroomen, een morgen akkerland achter de Berg, grenzend aan Claes Hermens en Peter Eggen; voorts 46 kleine roeden land aldaar op het Bergerveld, grenzend aan Hermen Meijs, Geurt Snackers en de Groeneweg; en tenslotte nog 68 kleine roeden weiland op de Berg, grenzend aan Geurt Snackers, Leonaert Limpens zelf en de Bergerweg, belast met drie koppen rogge aan de kerk van Nuth. De totale koopsom bedroeg 273 gulden.
RAL-LvO 1758, 140v: Op 4 juli 1740 maakte schepen Leonaert Limpens zijn testament, met als erfgenamen zijn kinderen Gabriel, Henricus, Leonard, Maria, Gertruid en Mechtild Limpens. Gabriel, Leonardus en Maria Limpens werden speciaal genoemd vanwege hun goede zorgen. Gabriel en Leonardus kregen alle paardengetuig. Henricus kreeg de rouwmantel. Maria kreeg een bed ter waarde van 10 pattacons en een bedrag van 50 gulden. Gertruid, zuster in het Wittevrouwenklooster te Maastricht, kreeg een rente van 100 gulden. Henricus had reeds zes pattacons ontvangen, naderhand te verrekenen met zijn erfdeel.

  • 2. Servatius (zie II.3).
  • 3. Mechtildis, gedoopt op 2 februari 1666 te Nuth (getuige(n): Joannes Lijmpens, Joanna Caris).

Gehuwd voor de kerk op 26-jarige leeftijd op 5 oktober 1692 te Schinnen met Joannes PIJLS.
RAL-LvO 1757, 70r: Op 1 augustus 1699 beleenden Jan Pijls, gehuwd met Mechtel Vroemen, en Hendrick Vroemen, ongehuwd, kinderen van Hendrick Vroemen en Gertruijdt Limpens, Daniel Sleijpen, gehuwd met Ida Limpens, voor 267 gulden en vijftien stuivers met 204 kleine roeden akkerland achter de moestuinen te Grijzegrubben obder Nuth, grenzend aan Jacob Hautvast, This Theunissen, Vaes Hamers en de moestuin van Paulus Goessens, voor een termijn van twaalf jaar.

  • 4. Maria, geboren ca. 1668.
  • 5. Sophia, gedoopt op 16 november 1670 te Nuth (getuige(n): Margaretha Cortten, e.v. Leonardus Lijmpens).
  • 6. Henricus, gedoopt op 27 april 1673 te Nuth (getuige(n): Henricus Vroemen, Ida Lijmpens), overleden op 8 oktober 1757 te Grijzegrubben-Nuth op 84-jarige leeftijd.

RAL-LvO 1757, 70r: Op 1 augustus 1699 beleenden Jan Pijls, gehuwd met Mechtel Vroemen, en Hendrick Vroemen, ongehuwd, kinderen van Hendrick Vroemen en Gertruijdt Limpens, Daniel Sleijpen, gehuwd met Ida Limpens, voor 267 gulden en vijftien stuivers met 204 kleine roeden akkerland achter de moestuinen te Grijzegrubben obder Nuth, grenzend aan Jacob Hautvast, This Theunissen, Vaes Hamers en de moestuin van Paulus Goessens, voor een termijn van twaalf jaar.
Gehuwd voor de kerk op 64-jarige leeftijd op 8 oktober 1737 te Nuth met Sophia GORESSEN, 52 jaar oud, gedoopt op 1 februari 1685 te Nuth (getuige(n): Joannes Gruels namens Severinus Goris, Catharina Robroeck namens Sibilla Maes), overleden op 11 november 1747 te Nuth op 62-jarige leeftijd, dochter van Henricus GORISSEN en Godefrida MAES.

  • 7. Joannes, gedoopt op 28 maart 1676 te Nuth (getuige(n): Godefridus Hermans, Catharina Nuchelmans).


Generatie II



II.3 Servatius VROEMEN, geboren ca. 1664, overleden op 31 oktober 1743 te Grijzegrubben-Nuth.
RAL-LvO 1756, 30v: Op 9 april 1695 leende Servaes Vroemen, wonend te Grijzegrubben onder Nuth, 400 gulden tegen 6% van Johan Lufkens, koopman te Maastricht. Hij borgde met:
a) zijn huis met weide en moestuin te Grijzegrubben, grenzend aan Jan Cremers, Corst Crousen en Peter Cremers;
b) een morgen en 75 kleine roeden weiland "den Camp" tegenover zijn huis, grenzend aan Matthijs Reijnkens en Jan Limpens;
c) 40 kleine roeden akkerland te Nierhoven onder Nuth, grenzend aan Jan Odekercken en Matthijs Hautvast.
RAL-LvO 1756, 199v: Op 16 augustus 1706 verkocht Hendrick Strengartz, voogd van de kinderen van wijlen Peter Slangen en Elisabeth van der Hoeve, aan Servaes Vroemen de volgende, onder Nuth gelegen, onroerende goederen:
a) een halve bunder akkerland "op den geijsberg", grenzend aan Jan Wustenraede, Jan Schillarts, de koninklijke domeinen en het voetpad, belast met een half vat haver in de cijnskaart Bergh, alsmede vijf penningen en een kwart in een keur van tien pattacons;
b) een morgen en 70 kleine roeden akkerland "aen den heuvel", grenzend aan Thijs Hautvast, de Sittarderweg en de Wijenweg;
c) anderhalve morgen akkerland "in de eertgrubbe", grenzend aan Jan Cremers, juffrouw Schaesberch en "het driesken", belast met vijf malder rogge in de cijnskaart Bergh;
d) drie morgen en 28 kleine roeden akkerland "in de witte hegge", grenzend aan Jacob Meijs, heer a Blisia, Jan Cremers en Willem Hautvast;
e) twee morgen en 97 kleine roeden akkerland "op de thiende vrij", grenzend aan de Beckerweg, Willem Janssen, Geurt Goessens en de overste Wijenweg, komend uit de hof Printhagen.
Iedere grote roede werd verkocht voor vijftien gulden.
RAL-LvO 1756, 198r: Op 6 september 1706 leende Servaes Vroemen, gehuwd met Maria Spiertz, 400 gulden tegen 5% van Gertruijdt Gielen, burgeres van Maastricht, en stelde daartoe tot onderpand de volgende, onder Nuth gelegen, onroerende goederen:
a) alle goederen die hij op 16 augustus 1706 gekocht had, zoals hiervoor beschreven;
b) zijn huis met hof te Grijzegrubben, groot een bunder.
RAL-LvO 1757, 89v: Op 11 november 1715 verkocht Lenert Hermens, weduwnaar Meijken Roebroeck, aan Servaes Vroemen, gehuwd met Maria Spierts, 67 kleine roeden beemd "in de latte" te Grijzegrubben onder Nuth, grenzend aan Matthias Hautvast, de beek, de verkoper zelf en Lenaert Limpens, voor twee gulden per kleine roede. Met het geld zou een lening van 150 gulden, eertijds verstrekt door Matthijs Nijpels, betaald worden. De beemd had hij zo'n veertig jaar eerder gekocht van zijn broer Jan Hermens.
RAL-LvO 1757, 91r: Op 9 december 1715 verkocht Jan Bouts, gehuwd met Meijtjen Reuckens, 70 kleine roeden akkerland omtrent de vaart aan de Trichterweg, grenzend aan Jan Cremers en Jan Goessens, Henderick van Drummen, Thijs Rentiens en de Trichterweg, aan Vaes Vroemen, gehuwd met Maria Spierts. Hij betaalde voor elke kleine roede 18 stuivers. Daarnaast zou hij nog een half vat bier leveren.
RAL-LvO 1758, 138v: Op 18 juni 1740 leende Servaes Vroemen, inwoner van Grijzegrubben-Nuth en weduwnaar van Maria Speerts, bijgestaan door zoon Leonaerd Vroemen en schoonzoon Willem Erenst, 300 gulden tegen 4 1/2% van het Wittevrouwenklooster te Maastricht. Met het geld zou een lening, in 1695 afgesloten met heer Leuffkens maar nu toebehorend aan Mathijs Boomhouer, worden afgelost. Tot speciaal onderpand diende zijn huis met moestuin, weide, gelegen te Grijzegrubben, oostwaarts de weduwe Jan Kremers en de erfgenamen Corst Crousen, westwaarts de erfgenamen Peter Cremers.
De (schoon)kinderen van Hendrick Vroemen hadden op 29 mei 1740 een akte van toestemming opgesteld, ondertekend door Caspar Brants, Leonaerdus Vroemen, Wilhelmus Erens, Joannes Henderijck Vroemen en Joannes Habets.
Zoon van Henricus VROEMEN (zie I.1) en Gertrudis LIJMPENS.
Gehuwd met Maria SPIERTS, gedoopt op 28 maart 1666 te Heerlen, overleden op 4 juli 1725 te Grijzegrubben-Nuth op 59-jarige leeftijd, dochter van Leonardus SPIERTS en Ida PIJLS.
Uit dit huwelijk:

  • 1. Gertrudis, gedoopt op 18 augustus 1696 te Nuth (getuige(n): W. Canisius namens Joannes Limpens, Ida Pijls).

RAL-LvO 1763, 167v: vermelding van haar dochter Maria Ida Erens (Maastricht 1737), gehuwd met Gerard Pirard.
Gehuwd met Wilhelmus ERENS, woonde te Maastricht.

  • 2. Leonardus (zie III.4).
  • 3. Joannes Henricus, gedoopt op 9 februari 1700 te Nuth (getuige(n): Joannes Hermens, Mechtildis Spijrts).

RAL-LvO 1735, genachting van 22 september 1718: Hendrick, zoon van Servaes Vroomen was op 13 september 1718 zodanig geslagen dat voor zijn leven gevreesd werd. Leonard Limpens de jonge, zoon van schepen Leonard Limpens was de schuldige en werd in hechtenis genomen.
RAL-LvO 1757, 196r: Op 11 januari 1727 verkocht Lemmen Beckers, bijgestaan door zoon Matthias, aan Joannes Henricus Vroemen, 113 kleine roeden akkerland "aen den heuvel" onder Nuth, grenzend aan Jan Catsbergh, erfgenamen Rameckers en de weg, voor een gulden per kleine roede.
RAL-LvO 1759, 60v: Op 22 februari 1751 leende Joannes Henderijck Vroemen, wonend te Grijzegrubben onder Nuth, 150 gulden tegen 5% van Lambertus schepen van Hees, schepen te Maastricht, handelend namens pastoor Frambach. Tot onderpand dienden de volgende, onder Nuth gelegen, onroerende goederen ham toegevallen bij de deling op 15 april 1744:
a) de helft in de onderste weide te Grijzegrubben, 123 kleine roeden, grenzend aan Pieter Meijs en Joannes Habets met het wederdeel, belast met een half malder rogge aan de kerk van Nuth;
b) 25 kleine roeden beemd "in de schattbempden", grenzend aan Jan Hermens en de weduwe Houb Houben;
c) 23 kleine roeden en vijf voet akkerland "aen de waetercoul", grenzend aan Arnold Bemelmans en de landstraat;
d) 54 kleine roeden en veertien voet akkerland uit een groter perceel "aen het wijtje", oostwaarts Caspar Brants met het wederdeel, westwaarts Leonaerd Slangen;
e) 116 kleine roeden en 11 voet akkerland "in de withegge", grenzend aan Joannes Limpens en Niclaes Kampo met het wederdeel;
f) 115 kleine roeden akkerland op de Beckerweg "in het midden", grenzend aan de bovenste Wijenweg en Niclaes Kampo.
Verder borgde hij nog met:
g) vijf grote en een kleine roede akkerland "aen die waetercoul", grenzend aan Arnold Bemelmans;
h) vijf grote en tien kleine roeden "op die aght bounders", oostwaarts Dirck Leunissen, westwaarts Jacob Meijers.
Zijn erfgenamen losten de lening op 4 december 1785 af.

  • 4. Ida, gedoopt op 13 oktober 1701 te Nuth (getuige(n): W. Canisius namens Lambertus Dieteren, Odilia Spierts, e.v. Matthias Peskens), overleden op 9 februari 1786 te Nuth op 84-jarige leeftijd. Grachtweg, woonde haar laatste levensjaren in bij zus Anna, weduwe Leonardus Eggen.

Gehuwd voor de kerk op 35-jarige leeftijd op 27 september 1737 te Wijnandsrade met Joannes HABETS, 35 jaar oud, gedoopt op 6 december 1701 te Heerlen, ouders blijken uit RAL-AHW 170, 208, zoon van Antonius HABETS en Elizabeth MERTENS (a Campo).
RAL-LvO 1758, 218r: Op 25 januari 1745 verkocht Leonaerd Eggen, gehuwd met Anna Vroemen, aan zijn zwagers Leonaert Vroemen, gehuwd met Gertruijd Bemelmans, en Joannes Habets, gehuwd met Ida Vroemen, zijn deel uit de nalatenschap van Servaes Vroemen en Maria Spierts. Het ging daarbij om het huis "de Boone" met moestuin, oostwaarts Sijmon Herts, westwaarts Leonaerd Vroemen, 134 kleine roeden weiland "de campweijde", zoals beschreven in het te overhandigen document van verdeling, alsmede vier percelen akkerland, alles gelegen onder Nuth. Hiervoor had de verkoper 1240 gulden ontvangen en vervolgens Joannes Habets datgene betaald waarop hij volgens de erdeling recht had.
Er werd nu afgesproken dat Leonaert Vroemen het huis met de moestuin voor 440 gulden zou verwerven. Joannes Habets betaalde vijf schillingen per kleine roede voor het weiland. De vier percelen akkerland zouden ze verdelen, te weten 110 kleine roeden op de Achtbunder en 50 kleine roeden op de Geijsberg voor Leonaerd Vroemen en 67 kleine roeden "het witgen" boven de Eertgrubbe en 78 kleine roeden in het Nagelbekerveld voor Joannes Habets.

  • 5. Maria Odilia, gedoopt op 27 augustus 1703 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Schepers namens Joannes Jansen, Odilia Speertz), overleden op 25 december 1789 te Nierhoven-Nuth op 86-jarige leeftijd.

RAL-LvO 1739, genachting van 18 januari 1775: De weduwe van Caspar Brants werd aangesproken op achterstallige betaling van rente op de lening van 300 pattacons die wijlen haar man op 3 april 1759 was aangegaan. Het ging om de jaren 1770-1174.
RAL-LvO 1739, genachting van 1 februari 1775: Na onderzoek bleek dat de administratie niet helemaal kloppend was en niet van vier maar slechts van drie jaar de rente nog betaald moest worden.
RAL-LvO 1739, genachting van 15 februari 1775: Peter Claessens beloofde namens zijn schoonmoeder de achterstallige rente te betalen.
RAL-LvO 1763, 167r: Op 11 juli 1786 droeg Maria Oda Vroemen, weduwe Caspar Brants, het stuk akkerland dat haar man in 1759 gekocht had van zwager Joannes Habets, over aan Petrus Claessens, gehuwd met Maria Catharina Brants, Joannes Bemelmans, gehuwd met Maria Gertruid Brants, en de weeskinderen van Servaes Matthijs Brants uit diens huwelijk met Joanna Barbara Frissen.
RAL-LvO 1763, 167v: Vervolgens werden de lasten, staande op het stuk land afgelost. Zij betaalden 112 gulden en tien stuivers aan de erfgenamen van Gertruid Vroemen, de kinderen van Leonard en de kinderen van Anna Vroemen.
De overige 37 gulden en tien stuivers waren voor de kinderen van Maria Oda Vroemen zelf.
Gehuwd voor de kerk op 31-jarige leeftijd op 25 november 1734 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Brandts, Anna Vroemen) met Casparus BRANTS, 43 jaar oud, gedoopt op 21 december 1690 te Nuth (getuige(n): Matthias Hautvast, Elisabetha Brants), overleden op 16 oktober 1760 te Kathagen-Nuth op 69-jarige leeftijd, zoon van Mathias BRANTS en Catharina HAUTVAST.
RAL-LvO 1760, 81r: Op 27 november 1758 kocht Caspar Brants, gehuwd met Maria Vroemen, van de weeskinderen van Leonaerd Vroemen en Gertrudis Bemelmans, de helft van de "Neijweijde" te Nuth, met de helft van het gebouw in de weide en de helft van het houtgewas achter de graaf, grenzend aan Paulus Hautvast, Joannes Meijs en de weg, groot 246 kleine roeden. Hij betaalde 492 gulden voor de weide en 100 gulden voor de bebouwing en het hout. 400 gulden werd in mindering gebracht door het overnemen van een schuld.
RAL-LvO 1759, 206v: Op 3 april 1759 leende Caspar Brants, gehuwd met Maria Odilia Vroemen, inwoner van de molen van Kathagen te Nuth, 1200 gulden tegen 4 1/2 % van Hermanus Brorer, inwoner van Born en gehuwd met Gertrudis Boonen. Het geld was bestemd om de aankoop van het erfdeel van Joannes Matthijs Gijsen, gehuwd met Maria Catharina Brants, te betalen. Hij borgde daartoe met de volgende goederen:
a) het ingekochte erfdeel, bestaande in huis, hof en weide te Nierhoven onder Nuth, grenzend aan Matthijs Meex en de erfgenamen Frans Frijns, groot een halve bunder;
b) 120 kleine roeden beemd te Nierhoven onder Nuth, grenzend aan Leonaerd Smeets, de heer van Nuth en de erfgenamen Meex;
c) 70 kleine roeden beemd te Nierhoven onder Nuth, grenzend aan de erfgenamen Claes Frijns, Maria Franck, de beek en Willem Ackermans;
d) 75 kleine roeden land "op het stepken" onder Nuth, grenzend aan de Landscommandeur, Joannes Bruls, en het Sittardervoetpad;
e) 100 kleine roeden land "in den clapersdael", grenzend aan Joannes Bruls, Willem Ackermans en het Sittardervoetpad;
f) 88 kleine roeden land "in den clapersdael", grenzend aan de erfgenamen Frans Frijns, de Landscommandeur en de domeingoederen.
Alle voornoemde goederen vielen onder de leenhof Merkelbeek.
g) 150 kleine roeden land te Nuth, grenzend aan het Sittardervoetpad, Lambert Ackermans, Joannes Jongen en heer Joppen van de Dael, welk land Servaesleen was;
h) 100 kleine roeden land, laatgoed, gelegen "aen Schavernach" onder Nuth, grenzend aan de erfgenamen Matthijs Meex, Joannes Horsmans, de erfgenamen Frans Frijns en de Landscommandeur;
i) 100 kleine roeden huis met hof en weide te Nierhoven onder Nuth, laatgoed, grenzend aan Matthijs Meex, Joannes Maes, erfgenamen Frans Frijns en de gats.
De lening werd op 3 april 1786 door Joannes Bemelmans en Peter Claessens afgelost.
RAL-LvO 1763, 166r: Op 29 november 1758 kocht Caspar Brants, gehuwd met Maria Vroemen, van zijn zwager Joannes Habets, gehuwd met Ida Vroemen, 111 kleine roeden akkerland op de Achtbunder onder Nuth, grenzend aan secretaris Meijs, Dirck Leunissen en de erfgenamen Frans Crijns, voor 150 gulden. Verder werd gemeld dat Caspar Brants bij de boedelscheiding van 21 november 1758 al zestien gulden en tien stuivers aan Joannes Habets had gegeven. De 150 gulden zouden als lening tegen 5% blijven openstaan en na dood van Joannes Habets en zijn echtgenote aan de erfgenamen afgelost.
RAL-LvO 1759, 201r: Op 27 maart 1759 leende Caspar Brants, inwoner van Hoensbroek en gehuwd met Maria Vroemen, 1000 gulden tegen 5% van de eerwaarde heer Penris uit Geleen en borgde daartoe met:
a) 170 kleine roeden huis met weide en moestuin te Nierhoven onder Nuth, grenzend aan erfgenamen Matthijs Meex, weduwe Joannes Maessen en de gats;
b) een morgen akkerland "aen 't putjen" in het Nierhoverveld, grenzend aan het voetpad en Lambert Ackermans;
c) een morgen akkerland "in den clapersdael" in het Nierhoverveld, grenzend aan Joannes Bruls, hof Leeuw en het voetpad;
d) een morgen akkerland "aen den bergh" in het Nierhoverveld, grenzend aan Lambert Ackermans en Joannes Horsmans.
Alle goederen vielen onder de leenhof Merkelbeek.
Echter, volgens een kanttekening in de marge, gedateerd 25 januari 1761, verklaarde priester Theodorus Penris uit Spaubeek, dat hij aan Caspar Brants van de Kathagermolen nooit geld geleend had.

  • 6. Mechtildis, gedoopt op 19 juli 1705 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Schepers namens Franciscus Sperts, Catharina Meijs), overleden 1745/1746.

Gehuwd voor de kerk op 38-jarige leeftijd op 1 februari 1744 te Heerlen met Petrus VAESSEN, 45 jaar oud, gedoopt op 18 mei 1698 te Heerlen, overleden op 2 januari 1769 te Grijzegrubben-Nuth op 70-jarige leeftijd, achternaam echtgenote Heuts! Begraven op 4 januari 1769 te Nuth, zoon van Stephanus VAESSEN en Maria REUMKENS.
RAL-LvO 1759, 19v: Op 21 november 1745 werd vastgelegd dat Peter Vaessen, gehuwd met Mechtild Vroemen, van zijn zwager Joannes Habets, gehuwd met Ida Vroemen, 34 kleine roeden weiland te Grijzegrubben, oostwaarts Caspar Brants, westwaarts Peter Meijs en verder grenzend aan het huis "de Boon" en de straat, gekocht had. De koop, gesloten op 9 juni 1745, werd aangegaan voor 46 stuivers per kleine roede. Verder was nog sprake van 75 gulden die aan Habets betaald moesten worden voor de bouw van het huis "de Boon".
RAL-LvO 1759, 14r: Op 16 januari 1747 werd vastgelegd dat Peter Vaessen, weduwnaar Mechtild Vroemen, wonende "op gen Huijske" onder Heerlen, op 13 april 1745, toen zijn vrouw nog leefde, 500 gulden geleend had van Joannes Bosch, inwoner van Heerlen en gehuwd met Anna Catharina van den Hoeff. Het geld zou gebruikt worden voor de opbouw van een huis, genaamd "in den Boon" te Grijzegrubben, grenzend aan Leonaerd Vroemen, Simon Crousen en Mathijs Heuts. Het huis en de bijbehorende grond was nu eigendom van de naaste bloedverwanten van zijn overleden vrouw en zou door hem met het geleende geld belast worden.
RAL-LvO 1760, 5r: Op 2 maart 1762 verkocht de ongehuwde Maria Catharina Herts aan Peter Vaessen, gehuwd met Jenne Marie Ritzen, een halve morgen akkerland in de Eertgrubbe in het Grijzegrubberveld, grenzend aan Joannes Curfs, Joannes Frissen en Peter Herts. Het land, door haar in 1759 genaast van Geurt Nicolai, werd verkocht voor twee schillingen per kleine roede.
Op 10 juni 1763 werd het land genaast door Bartel Drummen.
RAL-LvO 1760, 136r: Op 19 december 1768 werd ten woonhuize van Peter Vaessen te Grijzegrubben zijn testament opgemaakt. In het testament was sprake van 500 gulden die hij op 13 januari 1747 van Joannes Bosch geleend had. Hij was toen weduwnaar en had het geld gebruikt om zijn huis te bouwen. Vervolgens was hij gehuwd met Magdalena Quaetvliegh. Hun zonen Steven en Andries liet hij nu het smeedgereedschap, bestaande uit aambeeld, blaasbalg, hamers, tangen, vijlen en ander toebehoor, na. Uit zijn derde huwelijk had hij een dochter, Maria Gertruid, aan wie hij het bed met kussens en toebehoor naliet. Alle overige goederen mocht zijn derde echtgenote Jenne Maria Ritzen haar leven lang gebruiken. Na haar dood zou alles in drie erfdelen naar zijn genoemde kinderen gaan.

  • 7. Anna, gedoopt op 11 augustus 1707 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Schepers namens Joannes Speerts (oom), Judith Limpens namens Ida Vroemen (uit Maastricht)), overleden op 6 november 1793 te Hulsberg op 86-jarige leeftijd.

RAL-LvO 1760, 87r; Op 16 januari 1767 verkocht Servaes Habets, inwoner van Helle onder de schepenbank Klimmen en gehuwd met Elisabeth Vleugels, aan Anna Vroemen, weduwe Leonaerd Eggen, 54 kleine roeden akkerland op de Grachtweg onder Nuth, grenzend aan de koopster, de verkoper, de Grachtweg en Willem Rietrae, voor 81 gulden.
RAL-LvO 1760, 143v: Op 14 december 1768 verkocht Servaes Habets, gehuwd met Elisabeth Vleugels, aan Anna Vroemen, weduwe Leonaert Eggen, 54 kleine roden en vier voet akkerland op de Grachtweg onder Nuth, grenzend aan de weduwe Matthijs Moenen, de koopster, Willem Rietrae en de Grachtweg voor 35 stuivers per kleine roede.
RAL-LvO 1760, 214v: Op 22 juli 1771 verkocht Servaes Habets, inwoner van Aalbeek en gehuwd met Elisabeth Vleugels, aan Anna Vroemen, weduwe Lendert Eggen, 109 kleine roeden akkerland "op het grefken" onder Nuth, grenzend aan de weduwe Mathijs Monen, Joannes Petrus Frissen, Lambert Raeven en Mathijs Habets, voor 22 stuivers per kleine roede.
RAL-LvO 1761, 8r: Op 1 juli 1775 verkocht Mathijs Habets, inwoner van Bekergenhout, in tweede huwelijk met Helena Nijsten, samen met zijn zonen, verwekt in eerste huwelijk bij wijlen Anna Maria Habets, te weten Joannes Habets, dragonder in Staatse dienst en gehuwd met Judith Maes, en Mathijs Habets, gehuwd met Christina Stassen, aan Anna Vroemen, weduwe Lendert Eggen, 95 kleine roeden akkerland aan de Grachtweg te Nuth, grenzend aan de koopster, Mathijs Sijben en Jacobus Packbiers, voor 45 stuivers per kleine roede. Het geheel was belast net twee malder rogge aan de kerk van Nuth.
RAL-LvO 1761, 70r: Op 14 augustus 1777 deed Catharina Henssen, weduwe Mathijs Moonen, inwoonster van Schimmert afstand van het vruchtgebruik op 100 kleine roeden akkerland op de Grachtweg onder Nuth, grenzend aan Henderick Gorissen, erfgenamen Jan Hermens, de Grachtweg en Joannes Raeven, aan haar zoon Jacobus Moonen, gehuwd met Elisabeth Erckens. Deze verkocht vervolgens dit stuk land aan Anna Vroemen, weduwe van Lendert Eggen, voor 45 stuivers per kleine roede en een ton bier.
RAL-LvO 1761, 170v: Op 29 februari 1780 verkocht Franciscus Lemmens, inwoner van Schimmert en gehuwd met Maria Heijnen, aan Anna Vroemen, weduwe Leonaerd Eggen, 120 kleine roeden akkerland "aen de kaelders wijden" onder Nuth, gtrenzend aan de Maastrichterweg, Martinus Voncken, Joannes Slangen en "den oversten" Grachtweg, voor 45 stuivers per kleine roede.
RAL-LvO 1763, 160r: Op 31 oktober 1786 leende Anna Vroemen, weduwe Leonard Eggen en inwoonster van Helle onder Nuth, 1000 gulden tegen 5% van J.W. de Limpens. hoofdschout van Herentals. Tot onderpand stelde zij:
a) 488 kleine roeden huis met moestuin en huiswei aan de Grachtweg te Helle-Nuth, grenzend aan Joannes Raeven, de Grachtweg en diverse anderen;
b) 179 kleine roeden akkerland tegenover haar huis, grenzend aan Joannes Raeven, Petrus Mulckens en de Grachtweg;
c) 167 kleine roeden akkerland aldaar gelegen, grenzend aan Petrus Houben, Nijst Aloffs en diverse anderen;
d) 226 kleine roeden akkerland aldaar gelegen, grenzend aan Ludovicus Moenen, Anna Catharina Hermens, Joannes Rietraet en de Grachtweg.
De kinderen van Anna Vroemen gingen akkoord met de lening die bedoeld was om de aankoop van onroerende goederen van Nicolaus Nicolai (hierna beschreven) ter waarde van 2700 gulden te financieren.
RAL-LvO 1763, 117v: Op 21 februari 1787 werd vastgelegd dat Nicolaus Nicolai, burger van Maastricht en gehuwd met Maria Agnes Lenarts aan Anna Vroemen, weduwe Leonaerd Eggen, de volgende onroerende goederen verkocht had:
a) 204 kleine roeden huis met moestuin en weide te Helle onder de parochie Hulsberg, grenzend aan de weduwe Joannes Wouters, Joannes Schepers en de straat;
b) 140 kleine roeden weiland "de Berghweijde" aldaar gelegen, grenzend aan de straat en Joannes Habets, belast met vijftien stuivers aan de kerk van Oud-Valkenburg;
c) 103 kleine roeden akkerland "op den Bergh", grenzend aan de erfgenamen Willem Rietrae, Petrus Houben, Nicolaes Raemeckers en het voetpad;
d) 121 1/2 kleine roeden akkerland "in den camp" onder Nuth, grenzend aan Geurt Zijen, erfgenamen Jan Hermans, Petrus Houben en de verkoper;
e) 78 kleine roeden akkerland aldaar gelegen, grenzend aan de weduwe Leonaerd Eggen, Joannes Raeven, Ludovicus Moenen en de erfgenamen Jan Hermans;
f) 37 1/2 kleine roeden akkerland aldaar gelegen, grenzend aan de weduwe Leonaerd Eggen, Geurt Hermans en de verkoper;
g) 73 1/3 kleine roeden akkerland "op de streck", grenzend aan de erfgenamen Willem Rietrae en de weduwe Leonaerd Eggen.
Iedere kleine roede kostte drie gulden en tien stuivers. Anna Vroemen betaalde 1000 gulden en beloofde de rest uiterlijk per 1 oktober 1788 te betalen. Op die datum zou alles overgedragen worden, na korting op de koopsom van de pachtperiode.
RAL-LvO 1742, genachting 16 april 1790: confiscatie brandewijnketel
RAL-LvO 1764, 196: Op 15 februari 1791 verklaarde Anna Vroemen, weduwe Leonaert Eggen, wonend aan de Grachtweg te Nuth, dat zij al lange tijd door haar zoon Mathijs werd bijgestaan en dat zij door zijn hulp zoveel voorspoed kende dat zij als weduwe in staat was geweest om verscheidene onroerende goederen te verwerven. Zij besloot dan ook om aan haar zoon een schenking te doen. Allereerst schonk zij 102 kleine roeden akkerland "op den berg" onder Hulsberg, grenzend aan Peter Houben, Joannes Rietrae, Lambertus Eggen en het voetpad. Verder gaf zij nog 200 kleine roeden weiland met moestuin en de daaropstaande bebouwing, gelegen te Helle en Aalbeek onder Hulsberg, grenzend aan Joannes Wouters, Joannes Schepers en de beek.
Omdat haar zoon ook nog eens financieel had bijgedragen aan het onderhoud van haar huis schonk zij hem een driejarig veulen en haar bruine hengst en tevens alle bijbehorende paardentuig.
Tevens schonk zij hem een koe en een nieuw kleed, want dat hadden de andere kinderen bij hun huwelijk ook ontvangen.
RAL-LvO 1764, 207 herroeping op 3 december 1791, woonde toen bij schoonzoon en dochter Maria Ida in Helle-Aalbeek onder Hulsberg.
Gehuwd voor de kerk op 29-jarige leeftijd op 5 maart 1737 te Nuth (getuige(n): Henricus Vromen, Henricus Eggen), met dispensatie in de drie roepen met Leonardus EGGEN, 32 jaar oud, gedoopt op 9 maart 1704 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Hautfast, Catharina Limpens), overleden op 22 september 1762 te Grijzegrubben-Nuth op 58-jarige leeftijd, begraven op 24 september 1762 te Nuth, zoon van Petrus EGGEN en Helena LIJMPENS.
RAL-LvO 1758, 218r: Op 25 januari 1745 verkocht Leonaerd Eggen, gehuwd met Anna Vroemen, aan zijn zwagers Leonaert Vroemen, gehuwd met Gertruijd Bemelmans, en Joannes Habets, gehuwd met Ida Vroemen, zijn deel uit de nalatenschap van Servaes Vroemen en Maria Spierts. Het ging daarbij om het huis "de Boone" met moestuin, oostwaarts Sijmon Herts, westwaarts Leonaerd Vroemen, 134 kleine roeden weiland "de campweijde", zoals beschreven in het te overhandigen document van verdeling, alsmede vier percelen akkerland, alles gelegen onder Nuth. Hiervoor had de verkoper 1240 gulden ontvangen en vervolgens Joannes Habets datgene betaald waarop hij volgens de erdeling recht had.
Er werd nu afgesproken dat Leonaert Vroemen het huis met de moestuin voor 440 gulden zou verwerven. Joannes Habets betaalde vijf schillingen per kleine roede voor het weiland. De vier percelen akkerland zouden ze verdelen, te weten 110 kleine roeden op de Achtbunder en 50 kleine roeden op de Geijsberg voor Leonaerd Vroemen en 67 kleine roeden "het witgen" boven de Eertgrubbe en 78 kleine reoden in het Nagelbekerveld voor Joannes Habets.
RAL-LvO 1759, 160v: Op 1 maart 1750 leende Leonaert Eggen, gehuwd met Anna Vroemen, van Nicolaes Vroemen, gehuwd met Catharina Erens, 60 rijksdaalders, de rijksdaalder aan negen Akense guldens, tegen 5% en stelde tot onderpand de volgend, onder Helle-Nuth gelegen goederen:
a) 100 kleine roeden weiland, grenzend aan Joannes Raven, Leonaert Eggen zelf en de weg;
b) 100 kleine roeden weiland, grenzend aan de Grachtweg en de moestuin van Joannes Raven;
c) een beemd "lattenbeemt", grenzend aan de beek, Matthijs Hautvast en Leonaert Limpens.
RAL-LvO 1759, 217r: Op 27 april 1759 verkocht Lienaert Eggen, gehuwd met Anna Vroemen, aan Marten Wouters, inwoner van Spaubeek:
a) 134 1/2 kleine roeden akkerland "aen den watercoul" in het Grijzegrubberveld onder Nuth, grenzend aan Arnoldus Bemelmans, heer Habets, erfgenamen Frans Frijns en juffrouw Matthis;
b) 67 1/2 kleine roeden "aen 't witten" in het Grijzegrubberveld onder Nuth, grenzend aan Caspar Brants, erfgenamen Nelis Cremers, de vloedgraaf en heer Schaesbergh.
Iedere kleine roede kostte 22 stuivers. Het koren op het eerste stuk land zou gedeeld worden.
Kinderen:

  • 8. Maria HEUTS, gedoopt op 4 november 1694 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Canisius namens Henricus Vroemen, Agnes Meijs), buitenechtelijk, overleden 1696/1697, overleden voor 13 mei 1697, zoals blijkt uit processtukken (RAL-LvO 1725), dochter van Gertruda HEUTS.


Generatie III



III.4 Leonardus VROEMEN, gedoopt op 31 oktober 1697 te Nuth (getuige(n): Leonardus Lijmpen, Agnes Pelser namens Elisabeth Spierts), overleden op 9 oktober 1758 te Grijzegrubben-Nuth op 60-jarige leeftijd.
RAL-LvO 1758, 216v: Op 25 januari 1745 leende Leonaerd Vroemen, gehuwd met Gertruijd Bemelmans, 400 gulden tegen 5% van de weduwe Canisius [Maria Elisabeth Canisius, weduwe van der Meer] en stelde tot onderpand:
a) zijn deel in de bebouwing, gelegen te Grijzegrubben, genaamd "de Boon", bestaande uit panhuis met stallen, mestplaats en 60 kleine roeden weiland, grenzend aan Laurens Cremers, Peter Vaessen met het wederdeel en de straat;
b) 60 kleine roeden akkerland op de Geijsberg, grenzend aan Joannes Curfs en Joseph Helders;
c) 39 kleine roeden akkerland "aen het wijtgen", grenzend aan Simon Herts en Willem Boogers;
d) 52 kleine roeden akkerland in de Withegge, grenzend aan de erfgenamen Leonaerd Limpens;
e) 63 kleine roeden akkerland aan de vaart, grenzend aan Jacobus Drummen, Leonaerd Slangen en de Trichterweg;
f) 70 kleine roeden huis "de Boon" te Grijzegrubben, met de "overste" moestuin, grenzend aan Matthijs Hautvast en Peter Vaessen;
g) 67 kleine roeden akkerland in de Eertgrubbe, grenzend aan Leonaert Slangen en Caspar Brants;
h) 78 kleine roeden akkerland "de deugeniet" in het Nagelbekerveld onder Schinnen, grenzend aan Peter Vaessen, de graaf en de erfgenamen Mathijs Brants.
De lening werd op 18 juli 1782 afgelost door Maria [Vroemen], weduwe Kasper Brants namens de weeskinderen.
RAL-LvO 1758, 218r: Op 2 januari 1745 verkocht Leonaerd Eggen, gehuwd met Anna Vroemen, aan zijn zwagers Leonaert Vroemen, gehuwd met Gertruijd Bemelmans, en Joannes Habets, gehuwd met Ida Vroemen, zijn deel uit de nalatenschap van Servaes Vroemen en Maria Spierts. Het ging daarbij om het huis "de Boone" met moestuin, oostwaarts Sijmon Herts, westwaarts Leonaerd Vroemen, 134 kleine roeden weiland "de campweijde", zoals beschreven in het te overhandigen document van verdeling, alsmede vier percelen akkerland, alles gelegen onder Nuth. Hiervoor had de verkoper 1240 gulden ontvangen en vervolgens Joannes Habets datgene betaald waarop hij volgens de erdeling recht had.
Er werd nu afgesproken dat Leonaert Vroemen het huis met de moestuin voor 440 gulden zou verwerven. Joannes Habets betaalde vijf schillingen per kleine roede voor het weiland. De vier percelen akkerland zouden ze verdelen, te weten 110 kleine roeden op de Achtbunder en 50 kleine roeden op de Geijsberg voor Leonaerd Vroemen en 67 kleine roeden "het witgen" boven de Eertgrubbe en 78 kleine roeden in het Nagelbekerveld voor Joannes Habets.
RAL-LvO 1759, 26v: Op 2 oktober 1748 verkocht Leonaerd Vroemen, gehuwd met Gertruijd Bemelmans, aan zijn zwager Matthevis Bemelmans, gehuwd met Gertruijd Crans, het vierde deel in via zijn vrouw toegevallen goederen:
a) vierde deel in 95 kleine roeden huis met weiland te Hunnecum, grenzend aan Adam Eckermans en de erfgenamen Peter Frissen, belast met een halve kop rogge aan de kerk van Nuth;
b) het vierde deel in 47 1/4 kleine roeden akkerland "aen Lambrichtswijden", oostwaarts Matthevis Bemelmans, westwaarts Dirck Bemelmans;
c) het vierde deel in 88 kleine roeden "in den Eggersdael" onder Wijnandsrade, grenzend aan de weduwe Joannes Douven en de weg.
Het huis met weiland werd verkocht voor 119 gulden en vijftien stuivers, het akkerland werd verkocht voor 22 stuivers per kleine roede. Daarnaast gaf de koper nog twee vaten rogge.
Zoon van Servatius VROEMEN (zie II.3) en Maria SPIERTS.
Gehuwd met Gertrudis BEMELMANS, gedoopt op 19 maart 1712 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Schepers namens Theodorus Plumeckers, Catharina Plumeckers, weduwe Merten Palmen), overleden op 4 oktober 1758 te Grijzegrubben-Nuth op 46-jarige leeftijd, dochter van Arnoldus BEMELMANS en Catharina PLUCHMECKERS.
Uit dit huwelijk:

  • 1. Maria Catharina, gedoopt op 30 november 1745 te Nuth (getuige(n): Henricus Vromen (oom), Catharina Plumaeckers (grootmoeder)).
  • 2. Ida, geboren te Grijzegrubben-Nuth, gedoopt op 1 december 1748 te Nuth (getuige(n): Joannes Habets, Judith Limpens namens Maria Bemelmans (tante)), overleden op 6 januari 1795 te Grijzegrubben-Nuth op 46-jarige leeftijd.

Gehuwd voor de kerk op 24-jarige leeftijd op 24 augustus 1773 te Nuth (getuige(n): Servatius Vroomen, Gerardus Goossens) met Theodorus CLOOTS, 28 jaar oud, gedoopt op 1 april 1745 te Hulsberg (getuige(n): Gerardus Sijen, Maria Slangen), zoon van Michael CLOOTS en Catharina SLANGEN.

  • 3. Maria Gertrudis, geboren te Grijzegrubben-Nuth, gedoopt op 2 april 1751 te Nuth (getuige(n): Joannes Pricken namens Matthias Bemelmans (oom), Maria Vromen (tante)), achternaam bij doop Vromen.
  • 4. Wilhelmus Servatius, geboren te Grijzegrubben-Nuth, gedoopt op 17 januari 1754 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Erens, Gertrudis Krans), overleden op 23 juli 1795 te Beek op 41-jarige leeftijd.

RAL-LvO 1763, 179r: Op 20 oktober 1787 verkocht Servatius Vroemen, inwoner van Oensel onder Beek en gehuwd met Maria Ida Pierons, aan Gabriel Beckers, weduwnaar van Maria Catharina Deumens, 52 kleine roeden akkerland in de Witte Hegge onder Nuth, grenzend aan de koper (twee zijden), Joannes Diederen en Martinus a Campo, voor vier gulden per kleine roede.
Ondertrouwd op 28 april 1781 te Beek, gehuwd voor de kerk op 27-jarige leeftijd op 13 mei 1781 te Beek met Maria Ida PIRONGS, 20 jaar oud, gedoopt op 2 mei 1761 te Schimmert, overleden op 20 juni 1842 te Beek op 81-jarige leeftijd, dochter van Cornelis PIRONGS en Maria SCHILLINGS.

Medewerkers


Harry Luijten, eerste versie op 21 november 2007

Persoonlijke instellingen