Ambt Krieckenbeek

Uit Genealogie Limburg Wiki
Versie door Ad Welschen (aka AJW) (overleg | bijdragen) op 17 sep 2012 om 18:42 (Spaanse Nederlanden)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Ambt Krieckenbeek is een voormalig en historisch Ambt in het Overkwartier van Gelre, thans in de Duitse Nederrijn.

Zie ook kasteel Krieckenbeek

De oude burcht, ook wel Alde Borch of Alt-Krickenbeck geheten, was vanaf de middeleeuwen het bestuursslot van de drost van Krieckenbeek en Erkelens. Het werd gebouwd aan de Nette, een zijrivier van de Niers. De eerstvermelde bewoner was in 1104 Hendrick graaf van Krieckenbeck. In 1243 wordt de burcht verkocht aan Otto II van Gelre, maar dan is de burcht al grotendeels verwoest.

Circa twee kilometer noordwaarts werd medio 13e eeuw de nieuwe burcht gebouwd. De voorburchten zijn aanzienlijk later gebouwd.

Geschiedenis van het ambt Krieckenbeek

Het ambt Krieckenbeek lag in het Overkwartier, onderdeel van het graafschap Gelre, dat in 1339 tot hertogdom werd verheven. De politieke indeling van dit ambt was als volgt. Behalve het Land van Krieckenbeek omvatte het ambt ook de heerlijkheden Wankum, Herongen, Grefrath, Leuth en Lobbroick (Lobberich). Ook Venlo, tijdens de verheffing van Gelre tot hertogdom nog een dorp, en de exclave Viersen hoorden tot het rechtsgebied van Krieckenbeek. De hoofdzetel van het Landsgerechtshof was Hinsbeck. Zowel Land als Ambt waren afgeleid van het hierboven genoemde kasteel Krieckenbeek.[1]
Rond 1250 kregen Gelder en Goch en waarschijnlijk ook Montfort, Krieckenbeek, Nieuwstad en Venlo stadsrechten. Na de stadsverheffing van Venlo kreeg deze plaats haar eigen stedelijke jurisdictie.

Habsburg

Het hertogdom Gelre was meerdere eeuwen het strijdtoneel van rivaliserende huizen. Zo werden in 1424 Grefrath en Viersen, en in 1428 Leuth door troepen van Adolf van Gulik-Berg platgebrand. Nadat Willem V van Kleef zich in 1543 aan keizer Karel V na het beleg van Venlo had overgegeven, werd het Traktaat van Venlo opgesteld. Daarbij deed Willem van Kleef afstand van zijn hertogdom en viel het Overkwartier samen met de exclaves Viersen en Erkelenz aan Habsburg.

Spaanse Nederlanden

Bij de volgende opdeling van het Rijk in 1555-1556 vielen deze gebieden, samen met de Habsburgse Nederlanden, aan de Spaanse Nederlanden, maar bleven desondanks ook onderdeel van het Heilige Roomse Rijk. De daarbij nieuw gevormde provincie Gelderland, ontstaan uit de noordelijke kwartieren van Arnhem, Nijmegen en Zutphen werden daarbij onderdeel van Nederland.

Ook na de Vrede van Münster in 1648 kwam de regio niet tot rust. Talrijke oorlogen en de hoge schulden van de verschillende plaatsen hielden het dagelijks leven in hun greep. In Hinsbeck stonden steevast zes ruiters en 30 soldaten te voet in een landweer paraat om buursteden en –dorpen bij te staan in geval van nood. Desondanks ging Leuth in 1658 in vlammen op.

Land Krieckenbeeck

Om hun schulden af te betalen, verkochten de Spanjaarden, aan wie het ambt Krieckenbeek sinds 1543 toebehoorde, in 1673 de rechtsgebieden van veel ambten, het ambt Krieckenbeek aan baron Wolfgang Willem van Palts-Neuburg, heer van kasteel Krickenbeck. Tot deze rechtsgebieden hoorden op dat moment de heerlijkheden Hinsbeck, Wankum, Leuth en Herongen. Hierdoor verwierf hij de hoge, midden en lage jurisdictie over deze plaatsen en het recht om schouten, schepenen en ingezworenen te installeren. Daarmee was hij landsheer en hield zich dus het recht voor om tolgelden en cijnzen te heffen vanuit kasteel Krieckenbeek. Galg en rad bleven echter wel in Hinsbeck in gebruik.

Pruisen

Anders dan in Nederland bestond er in de nieuwe heerlijkheid Krieckenbeck al een Franse bezetting in 1648. Deze bezetting was relatief van korte duur en de Franse troepen verwoestten Hinsbeck en plunderden kasteel Krieckenbeck. De rest van het tot het Roomse Rijk behorende Overkwartier bleven nog tot de dood van het uitsterven van de Habsburgse monarchie onderdeel van het Spaanse koninkrijk, tot het moment dat de Spaanse Successieoorlog uitbrak.

In 1703 werd het hertogdom Gelre tijdens de Spaanse Successieoorlog door Pruisische troepen bezet om hun aanspraak in het gebied Nederrijn kracht bij te zetten. Het westelijke deel rondom Venlo werd onderdeel van Nederland, Oostenrijk kreeg de stad Roermond en de gebieden rondom Niederkrüchten, Elmpt en Wegberg. Het oostelijke deel met de Ambten Krieckenbeck, Geldern, Straelen en Wachtendonk werden bij het koninkrijk Pruisen gevoegd. Het nieuwe gebied stelde de koning van Pruisen voor een grote opgave: de protestantse staat kreeg een overwegend katholiek territorium, waarin bovendien tot die tijd Nederlands gesproken werd.

In 1713 had de gemeente Hinsbeck een totaalschuld van 52.710 gulden; daar kwam 2015 gulden achterstallige rente bij. Deze schuld droeg de gemeente nog decennialang met zich mee.

Franse Tijd

In het najaar van 1792 bereikten Franse troepen de Nederrijn. Ook de regio Krieckenbeck werd daarbij betrokken. Kasteel Krieckenbeck was al verlaten, dus trokken de troepen van Napoleon al snel verder. Twee jaar later kwamen zij echter terug en namen in oktober 1794 de gebieden ten westen van de Rijn in hun bezit. 20 jaar lang stond de regio, net als de rest van de Lage Landen, onder Frans bewind. Het gebied werd in 1798 in vier departementen ingedeeld: Roer, Rijn en Moezel, Saar en Donnersberg. Het grootste gedeelte van het voormalige Ambt Krieckenbeck, en daarmee ook Hinsbeck, lag vanaf dat moment in het kanton Wankum, in het arrondissement Kleef. Dit arrondissement was weer het noordelijkste deel van het departement Roer.

Napoleon wilde een verbinding tussen de Rijn, de Maas en de Schelde laten graven, om zo de patstelling met de Noordelijke Nederlanden te doorbreken en vanaf de Rijn een directe zeeverbinding te creëren op eigen territorium, het zogeheten Grand Canal du Nord. Ter hoogte van kasteel Krieckenbeck liep dit kanaal door de Krieckenbecker Seen, om van daaruit via Hinsbeck en Herongen in noordelijke richting verder te stromen naar Louisenburg, waar de stroming weer in westelijke richting liep, richting Venlo naar de Maas. Van daaruit zou het kanaal vervolgens richting Antwerpen stromen. In 1810 was circa tweederde van het kanaal gereed, maar toen waren Amsterdam en Rotterdam al bij Frankrijk ingelijfd. Het kanaal was dus overbodig geworden en werd daarom niet voltooid.

Wederom Pruisisch

Nadat napoleon in 1814 verslagen was, werd het gebied in 1815 bij het Congres van Wenen wederom opgedeeld. Het oostelijke deel van het Overkwartier kwam weer toe aan het koninkrijk Pruisen, terwijl de westelijke helft aan het Koninkrijk der Nederlanden werd toebedeeld. De nieuwe staatsgrens werd bepaald door een kanonsschot vanaf de Maas in oostelijke richting. Hierdoor werden Venlo, Arcen en Roermond Nederlands, en Wankum, Herongen, Leuth, Lobberich en Hinsbeck (en dus ook Krieckenbeck) werden Pruisisch. Later ging dit Pruisen over in het Duitse Rijk, en na de Tweede Wereldoorlog kreeg het de naam Bondsrepubliek Duitsland.

Drosten van Krieckenbeek

Drosten waren vanaf de middeleeuwen de bestuursambtenaren die een bepaald gebied, oftewel ambt bestuurden. Zij werden aangesteld door de regerende landheer om in diens naam de wetten in het betreffende gebied te handhaven.

De onderstaande lijst is verre van volledig, maar geeft wel een overzicht van de tot nu toe bekende drosten van Ambt Krieckenbeek.

Ambtsperiode -- Naam drost

1492 -- Johan Bastaard van Gelre
1555-1567 -- Jan van Stalbergen senior
1569-1581 -- Jan van Stalbergen junior
1584 -- Johan van Holthuysen
1638-1664 -- Arnold V Wolfgang Huyn van Geleen [2]

Noot

  1. Bronverwijzingen met betrekking tot 1430
    • 14 mei 1430
    "Anno XXX° XIIII dage in meije" Ten overstaan van de getuigende leenmannen Derick van Arnhem en Gijsbert van Tuijll wordt Johan van Holthusen, mede ten behoeve van zijn neef Renart van Breempt, beleend met het slot te Crijkenbeke met alle toebehoren; met de Gruijt met alle toebehoren in het land van Krijekenbeke, die nu te Heijnsbeke gelegen is; met de hof te Greveraide met alle toebehoren en met de mangoederen en lijfgewinsgoederen die hij heeft, gelegen in het land van Crijckenbeke, ten dienstmansrechten ten Zutphense rechten te verheergewaden.
    RA Gelderland, Gelderse leenkamer, inv.nr. 2, fol. CXXIX; met dank aan M. Flokstra.
    • 14 mei 1430
    KRIEKENBECK Johan van Holthusen en Reiner van Brempt, zijn neef, worden beleend met het slot te Crieckenbeeck.
    Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 56.
    • 24 mei 1430
    HINSBECK Johan van Holthusen en Reiner van Brempt worden beleend met de gruit met toebehoren te Hinsbeke in het land van Crieckenbeeck gelegen; en met een hof met toebehoren te Greverade gelegen, inclusief de mangoederen en lijfgewinsgoederen in het land van Crieckenbeke gelegen, als een dienstmanleen.
    Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 43. Zie 1424 z.d. en 3-4-1431.
    • 24 mei 1430
    HINSBECK - Johan van Holthusen en Reiner van Brempt worden beleend met de gruit te Hinsbeke onder Greverade gelegen.
    Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 45. Zie 1424 z.d. en 3-4-1431.
    Bron: KRONIEK VOOR BELFELD, BEESEL EN SWALMEN - 1430-1439 -- Loe Giesen
  2. Arnold Huyn van Geleen op dbnl