Trines

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Algemene informatie

In de loop van de late 16e eeuw arriveert de familie Trines in Belfeld en omgeving. Van daaruit speelt ze een belangrijke rol bij de groei van het Beeselse kerkdorp Reuver om zich vervolgens over een groter deel van Nederland te verspreiden.

In 1597 verkoopt Jan Thrijnens met toestemming van zijn vrouw Lenardtgen land te Geloo. Een van de belendende percelen is eigendom van Peterken (Petronella) Thrijnens. In 1604 kopen de broers Johan en Wilhelm Thrijnens, beiden nog vrijgezel, enkele landerijen in Geloo van de erfgenamen Stricken. Rond 1610 blijkt Willem inmiddels gehuwd met een zekere Jacoba. Beiden kopen dan nog wat grond bij, niet ver van Strickengoed gelegen. In 1620 breiden Wilhelm Thrinens in gen Loe en zijn vrouw Jacoba hun bezittingen in Geloo opnieuw uit. Daarbij regelt hij tevens een aankoop voor zijn broer Jan, die inmiddels is getrouwd met een zekere Leonardtgen. In 1622 verkopen Wilhelm en Jacoba nog grond in Belfeld.

In de jaren daarna treffen we de familie ook in Beesel aan. In 1613 draagt Arnold Thrines daar samen met zijn vrouw Vreetz Barssen land. In een andere akte uit deze periode, ditmaal over grond in Bussereind, wordt Frijtze opnieuw genoemd, waarbij haar man echter Arret Flapschoetel wordt genoemd. Nazaten van dit echtpaar zijn niet bekend.

De rekening van de schatheffer van Beesel en Belfeld over de jaren 1638-1639 vermeldt een inkwartiering van soldaten bij Linnert Trines. Hij blijkt dezelfde te zijn als Linnardt aen gen Eijndt, in 1646 vermeld samen met zijn vrouw Geertruijdt. In Belfeld treffen we de achternaam Trines verder nog aan in 1646 wanneer zowel Jan Trinen als een Illis aen gen Eijndt daar worden genoemd als grondeigenaren. In datzelfde jaar komen Linnart en Illis aen gen Eijndt gezamenlijk voor. Dit wijst erop dat de familie Trines een aliasnaam heeft: Aen gen Eijnd. De voornaam Elias komt later vrijwel uitsluitend voor bij families die in verband kunnen worden gebracht met de familie Trines. Deze treffen we o.a. aan bij Elias Raetmeckers, in 1659 te Belfeld gedoopt als zoon van Henricus Raetmeckers en diens vrouw Naelen. In 1664 wordt een Elias an't Broeck gedoopt. Zijn ouders zijn nog geen twee maanden eerder getrouwd en worden door de pastoor ingeschreven als Gerardus Leghuser en Jacoba Trijnesen. Bij hun dochter Catharina is Agnes Cruijsberg doopgetuige, de vrouw van Hendrik Trines. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in 1710 een Elias Knippenbergh wordt gedoopt als zoon van Margaretha Leghuser, en dat Elias Lenaerts, zoon van Catharina Treines, in 1697 naar zijn grootvader wordt genoemd. Hetzelfde geldt voor Elias Nijssen, in 1705 gedoopt als zoon van Jacob Nijssen en Maria Trijnes.

Het oudste meet- en schatboek van Beesel uit 1654 vermeldt een Peter Treynyss als schatplichtige. Van hem is verder niets bekend. Een zekere Hendrik Trines vervangt zijn vader in 1662 als rotmeester te Geloo. Hendrik trouwt op 5 februari 1663 in Belfeld met Agnes Cruysberg, waarmee het echtpaar eigenaar wordt van de herberg Den Roover te Reuver. Korte tijd later wordt Hendrik schepen. Hun eerste vijf kinderen worden gedoopt in Belfeld, de kinderen die na 1670 worden geboren, worden vermoedelijk gedoopt te Beesel (registers voor 1714 zijn hier verloren gegaan). Dit wijst erop dat het gezin rond 1671 naar Reuver verhuist. Zoon Jan en zijn vrouw Margaretha Cloudt nemen daar later de herberg over. Dochter Catharina huwt met Antonius Neeten; zij bouwen een huis schuin tegenover de herberg, aan de overzijde van de rijksweg. Zoon Geurt, die vrijgezel blijft, wordt molenaar op de Molen van Ronckenstein.

Doopgetuige Elias Trines (1672) is vermoedelijk dezelfde als Elias In den Pas (1674). Hij blijkt enkele jaren later gehuwd met Leonarda, waarvan we echter de achternaam niet kennen. Het echtpaar woont in Belfeld.

Rond 1680 treffen we de familie Trines ook aan in Kessel.

Persoonlijke instellingen