Limburg van 1815 tot 1839

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

--> Zie ook: Geschiedenis van Limburg: Negentiende eeuw

LIMBURG ONDER HET VERENIGD KONINKRIJK

Limburg was een van de provincies van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en bestond uit de huidige Nederlandse en Belgische provincies Limburg.
Bevolking: 338.000 (1830)[1]
Talen: Nederlands (ingevoerd in 1819), Frans (afgeschaft in 1823)

Inhoud

Grondgebied

Het grondgebied bestond uit een samenvoeging van onder andere het vroegere Graafschap Loon, Nederlands Opper-Gelre, de Nederlandse delen van het Hertogdom Gulik en de Brabants-Luikse stad Maastricht. Dit gebied is hetzelfde als de optelsom van het huidige Belgisch Limburg en Nederlands Limburg, met uitzondering van de Voerstreek, die indertijd bij de provincie Luik hoorde, en met inbegrip van de gemeente Ternaaien, die thans tot Luik behoort.

Arrondissementen

Juridisch was de provincie opgedeeld in de arrondissementen Roermond, Maastricht en Hasselt (België). De arrondissementen waren groter dan de huidige drie Belgisch-Limburgse arrondissementen: zo bestond het arrondissement Maastricht ook uit Tongeren en omgeving.

Geschiedenis

Limburg als provincie van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden ontstond in 1815 uit het voormalige Franse departement van de Nedermaas en delen van het departement van de Roer. Hierdoor werden in één land samengevoegd de vele grote en kleine gebieden die voorheen behoorden bij de voormalige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, de Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik. Gedeeltelijk waren deze al samengevoegd onder het bewind van Napoleon Bonaparte, zie ook Departement van de Nedermaas en Departement van de Roer. Hieruit werd een nieuwe, omvangrijke 'Maasprovincie' gecreëerd.

Bij het Congres van Wenen ging het departement van de Roer naar Pruisen, maar tevens werd besloten dat de beneden-Maas geheel binnen het nieuwe Verenigd Koninkrijk der Nederlanden zou komen. Hiervoor stond Pruisen het kanton Horst, Sittard en in het noorden een strook aan de rechteroever van de Maas af aan de Nederlanden. In ruil verkreeg Pruisen Niederkrüchten|Nederkruchten]]. In 1817 vonden bij het Traktaat van Aken nog enige veranderingen plaats. Naast enige kleine grenscorrecties gingen Tegelen en Melick naar de Nederlanden, in ruil daarvoor ging 's-Hertogenrade naar Pruisen.

Het was de bedoeling dat deze provincie naar haar hoofdstad 'Maastricht' zou gaan heten. Koning Willem I van Nederland wilde echter niet dat de naam Limburg verloren ging, en zo werd de nieuwe provincie vernoemd naar het vroegere Hertogdom Limburg, waarvan het relatief kleine, meer zuidelijk gelegen kerngebied na 1648 tot de Spaanse, later Oostenrijkse Nederlanden had behoord. Het oude hertogdom Limburg, zelf ook in meerderheid Limburgstalig, kwam vrijwel geheel in de Waalse provincie Luik te liggen en verloor zo het verband met de nieuwe provincies die zijn naam hadden overgenomen. Alleen in het noorden was er enige overlap met de nieuwe provincie Limburg.

Bij de inwerkingtreding van het Verdrag van Londen in 1839 werd de provincie opgesplitst in een Belgische provincie Limburg en een nieuw Hertogdom Limburg, later de Nederlandse provincie Limburg. Het oude hertogdom Limburg, zelf ook in meerderheid Limburgstalig, kwam vrijwel geheel in de Belgische, Waalse provincie Luik te liggen en verloor zo het verband met de nieuwe provincies die zijn naam hadden overgenomen.

Belgisch bestuur

Na de Belgische Opstand van 25 augustus 1830 kwam geheel Limburg met uitzondering van de vesting Maastricht en de gemeente Mook, waar beide een Hollands garnizoen gelegerd was, tot 1839 onder Belgisch bestuur met zetel te Hasselt te staan. Het Maasleger van de opstandige generaal Daine (vóór de Opstand de provinciale commandant in Limburg) werd op 9 november 1830 in Roermond binnengelaten en op 11 november werd hij in Venlo met open armen ontvangen. De stad Maastricht bleef in regeringshanden: het regiment stond onder bevel van de regeringsgetrouwe militair commandant luitenant-generaal Bernard Dibbets.

Opsplitsing

Na tien jaar status quo erkende koning Willem I de Belgische onafhankelijkheid en ondertekende hij het Verdrag van Londen, waarmee het in werking trad - België had het verdrag al in 1832 ondertekend. Hierdoor moest België het oostelijk deel van Limburg aan Nederland afstaan en ontstonden de twee huidige gelijknamige provincies. De afstand door België van Oost-Limburg aan de koning van Nederland was bedoeld als compensatie aan de Duitse Bond voor de afstand van West-Luxemburg aan België. Luxemburg was namelijk geen provincie van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden geweest, maar een groothertogdom van de Duitse Bond, waarvan de koning van Nederland in personele unie groothertog was. De Duitse Bond verloor dus het Franstalige West-Luxemburg en kreeg daarvoor Oost-Limburg terug, als nieuw hertogdom met koning Willem I als hertog. Pas in 1866, bij de opheffing van de Duitse Bond, zou Oost-Limburg officieel een provincie van Nederland worden. In ruil voor de afstand van de oostelijke helft van Limburg verkreeg België het recht op een spoorverbinding door Nederlands Limburg naar Duitsland: de IJzeren Rijn.

Noot

  1. Noordhoff Atlasproducties (2008) De Bosatlas van de Geschiedeniscanon. Groningen: Noordhoff Uitgevers.

Zie ook

Externe link

Overzichtskaartje op Wikipedia: 'Limburg (Verenigd Koninkrijk der Nederlanden)' op: [1]

Persoonlijke instellingen