Leenheer

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Binnen het leenstelsel of feodale stelsel is de leenheer degene die een leengoed in leen geeft aan een of meerdere leenmannen.

Het leenstelsel was sterk hiërarchisch van aard met vaak een grote gelaagdheid. Bovenaan in deze feodale piramide stond de opperleenheer, gewoonlijk de keizer of koning van een gebied. Zijn directe leenmannen werden ook wel kroonvazallen genoemd. Dit waren vaak graven, hertogen of bisschoppen.

De kroonvazallen traden op hun beurt op als leenheer en stelden leenmannen aan voor het beheer van hun goederen, ambten en rechten. Deze leenmannen waren aanvankelijk vooral ridders en andere adellijke lieden, maar werden al in de loop van de 14e en 15e eeuw steeds vaker verdrongen door rijke kooplui en patriciërfamilies.

In sommige gevallen waren ook deze leenmannen op hun beurt weer leenheer van weer kleinere onderlenen. Geregeld ook betreft dan een laathof. Strikt juridisch gezien zijn er nogal wat verschillen tussen een leenhof en een laathof, maar onder in de feodale hiërarchie wilde men wellicht niet onderdoen voor de superieuren. In de praktijk werden beide hoven ook vroeger (vooral door de bezitters) wel eens gezien als vergelijkbaar.

Uit een ander mag duidelijk zijn dat leenheer en leenman relatieve begrippen zijn en dat iemand zowel leenheer als leenman kon zijn.

Persoonlijke instellingen