Landmeter

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De landmeter had al bij Grieken en Romeinen de belangrijke taak om duidelijkheid te geven over de omvang en ligging van onroerende goederen. Ook werd hij vaak ingeschakeld voor militaire doeleinden. Zijn metingen vormden vaak de basis voor betrouwbare landkaarten. In de 17e eeuw steeg het beroep snel in aanzien en kreeg het meer inhoud. De Jacobsstaf (twee meetlatten loodrecht op elkaar, waarvan een op en neer kan worden geschoven) en metalen kettingen waren zijn belangrijkste gereedschap.

Omdat van de landmeter een be­trouw­­baar re­sul­taat werd ver­wacht, werden land­me­ters ook vroe­ger al beëdigd. Bij som­mi­ge metingen wa­ren daar­naast gerechts­lie­den aanwezig om zo ken­ne­lijk con­trole uit te oefenen, zoals blijkt uit een akte uit 1571. De metingen werden aangetekend in registers die veelal bun­der­boek of boenderboek werden ge­noemd, maar ook worden aan­geduid met de ter­men schat­boek of meet­boek. In geval van ver­koop, deling, vererving etc. moesten de wij­zi­gingen natuurlijk steeds wor­den bij­ge­hou­den om het sys­teem ook be­trouw­baar te houden. Door deze wij­zi­gin­gen werden de re­gis­ters echter gaan­de­weg steeds on­over­zich­te­lijker, zo­dat het zo nu en dan nood­za­ke­lijk was om met een scho­ne lei en daarmee een nieuw re­gis­ter te be­gin­nen.

De maat van de grondstukken was om meerdere redenen belangrijk. Zo werd grond­belasting geheven afhankelijk van grootte en kwaliteit van de grond. De omvang werd uitgedrukt in morgens, vierkante roeden en vierkante voeten. Elders in Limburg werd gerekend in bunders en grote en kleine roeden. De belasting werd daarnaast meestal uitgedrukt in de klassen zwaar, middel, licht en nieuw licht. Dit had vooral te maken met de kwaliteit van de grond, hoewel we moeten vaststellen dat er ook een verband is met de periode waarover een perceel reeds in gebruik was. Zo vallen de oudste ontginningen veelal onder de klasse 'zwaar', de latere vaak onder 'nieuw licht'.
Daarnaast hechtten ook de tiendheffers, d.w.z. degenen die gerechtigd waren om een gedeelte van de opbrengst van sommige landerijen te vorderen, groot belang aan een juiste registratie.

Met name bij landerijen waarvan de afmetingen nog wel eens wilden veranderen door invloed van natuur en ingrijpen van de mens, zoals langs rivieren en wegen, werden ook soms tussentijdse metingen verricht. Dit gebeurde o.a. bij een aan­was bij de buurtschap Rijkel onder de gemeente Beesel in 1612. Volgens deze akte werd daarbij gemeten met de 'maete off roede van Bezel'. Natuurlijk werden er ook wel eens fouten gemaakt bij deze metingen. Uit een klacht die rond 1647 werd ingediend blijkt dat de metingen ook werden gebruikt om het weiderecht vast te stellen.
Kennelijk gebeurde de registratie in het midden van de 18de eeuw niet altijd even zorgvuldig, zoals blijkt uit correspon­den­tie van het Hof van Gelder uit de jaren 1739-1747. De extra aandacht was voldoende om weer preciezer te werk te gaan. Bij een verkoop van grond in 1753 werd zelfs nadrukkelijk bedongen dat de aankopers het land op eigen kosten moesten laten meten en in het boenderboek van de parochie moesten laten opnemen.

Niet alleen schatheffer en tiendheffers hadden belang bij een zorgvuldige registratie. Ook pachters en verpachters hadden graag richtlijnen waarmee zij, afhankelijk van de kwaliteit van de landerijen, hun pachtprijzen konden vaststellen. Dit blijkt uit een uitvoerige verklaring uit 1758, die zich bevindt in het archief van het voormalige klooster Maria Weide te Venlo, als eigenaar van grote boerderijen in o.a. Swalmen-Middelhoven en Beesel-Rijkel één van de geërfden daar.
Uit ditzelfde archief weten we ook dat reeds in 1765 plannen bestonden voor een algemene meting in de gemeente Beesel. Het klooster vond dit voornemen maar een verkwisting van algemene middelen, die uiteindelijk wel móést leiden tot het failliet van de gemeente.
Helaas zijn kaarten niet honderd procent betrouwbaar, zoals ook landmeter Smabers in 1791 moest erkennen. In oktober van dat jaar werd zijn hulp opnieuw ingeroepen voor het delen van landerijen te Beesel, en hij stelde daarbij vast dat de 'linie off perpendiculaire', uitgaande op de hoek tussen twee wegen door de 'kettingtreckers' die door de gemeente waren aangesteld, 'wesende wilde jongens', meer dan twee roeden te lang was aangegeven. Smabers had bij het opstellen van de kaarten van de generale meting uit 1781 al meer fouten van deze jongens vastgesteld, zodat hij meerdere stukken had moeten onderzoeken en hermeten.

Vanuit genealogisch oogpunt is het werk van veel landmeters vooral van belang omdat het ons een beeld geeft van het landschap waarin onze voorouders leefden. Sommige kaarten, zoals tiendkaarten, zijn zo gedetailleerd dat van alle percelen de eigenaren worden vermeld.

Lijst van bekende landmeters, werkzaam in Limburg

  • Blum, Adam; geadmitteerd door het Hof van Gelder; tekende o.a. te Roosteren (1733), Montfort (1743), Maasbree 1749), Baarlo (1754).
  • Banens, Mathijs, Hobbelrade-Spaubeek, Land van Valkenburg (vermeld 1777-1787 in "Diederen van Puth")
  • Bollen, Jan (de oude) (geb. Limmel, ovl. Geleen 1711); als landmeter beëdigd op 14-2-1668, gezworen landmeter van graafschap Geleen en heerlijkheden Limbricht en Schinnen; hij en/of zijn zoon maten de heerlijkheid Jabeek, huis Doenrade, heerlijkheden Obbicht en Papenhoven, Terblijt, Sittard, en diverse landerijen te Schinnen, Geleen, Spaubeek, Elsloo, Sittard, Schinveld en Opspringen.
  • Bollen, Jan (de jonge), (geb. Geleen 1678, ovl. Geleen 1751); in de bewaarde registers lopen de door Jan Bollen senior ingeschreven akten van april 1674 t/m 26 maart 1710. De zoon was vermoedelijk vanaf ongeveer 1704 als leerling bij hem werkzaam, en voerde de registers van april 1711.
  • Crabben, Antonius van der (overl. Herten 1738); tekende vooral in Roermond en omgeving.
  • Crugten, Hubertus van; vermeld 1885 als landmeter wonend te Roer onder Roermond.
  • Diederen, Peter (geb. Amstenrade 1758, ovl. Puth-Schinnen 1844); Land van Valkenburg.
  • Diederen, Theodoor (geb. Puth-Schinnen 1765, ovl. Schinnen 1846); broer van Peter Diederen, Land van Valkenburg.
  • Dupont, Carolus Hubertus (geb. Roermond 1832); tekende vooral in Roermond en omgeving.
  • Ewaldts, J.M.; verrichtte in 1792 metingen te Belfeld.
  • Huntgens, Lambert; "gesworen landtmeter deser heerlicheijt Nuth". Verricht in 1699 een landmeting inzake de Rechtszaak Vaes Haemers vs. Vaes Vromen (LvO 1725).
  • Keullen, Abraham; vermeld als landmeter van het Ambt Brüggen (D) 1654; stelde o.a. meetboek van Beesel op.
  • Lecluyse, Jacobus Eloy; koopman en landmeter; verrichtte o.a. 1832 metingen te Beesel.
  • Leeuw, Joannes van der (geb. Stevensweert 1726, overl. Echt 1802); naast beëdigd landmeter ook landschrijver van het ambt Montfort; als laagstbiedende verrichtte hij in 1784 een meting bij Offenbeek onder Beesel voor 20 stuiver Kleefs per bunder.
  • Leurs, Antonius; verrichtte in 1792 metingen te Belfeld en Tegelen.
  • Mulier, J; landmeter van het vorstendom Gelre en graafschap Vlaanderen; tekende o.a. te Beesel 1662.
  • Remoortet, Anthonis van; tekende in 1684 een domeinenatlas van de goederen van het klooster Maria Weide te Venlo.
  • Ruyters, Frans; leerling van de landmeter Jan Bollen, 18de eeuw.
  • Smabers, Joannes Josephus (geb. Roermond 1714, overl. ald. 1799); Architect en landmeter; tekende vooral in Roermond en omgeving.
  • Vroemen, Jacob; Werd door het schepengerecht Nuth als landmeter toegelaten en beedigd op 6 juli 1751 (LvO 2059); Jacobus Vroemen heeft de Heerlerheide ingemeten.

Lijst van landmeters, waarvan stukken in het Historisch Centrum Limburg bewaard worden

Inv. 09.001 "Notariële archieven van notarissen berustende in het (voormalig) Rijksarchief in Limburg te Maastricht", sub. 2 Landmeters:

  • 2.1. Ackermans, Joan
  • 2.2. Ackermans, M.
  • 2.3. Akkermans, Matthias, Eijseren
  • 2.4. Banens, J.M.
  • 2.5. Berghems, L.C., Amby
  • 2.6. Bockers, Peter, Mechelen
  • 2.7. Bollen, Johannes, Geleen
  • 2.8. Bollen Jr., Johannes, Geleen
  • 2.9. Campo, J.W.A., Welten
  • 2.10. Cloots, L., Nuth
  • 2.11. Deumens, S., Merkelbeek
  • 2.12. Frissen, Fr.
  • 2.13. Gelens, Christiaen, Breust
  • 2.14. Gelens, Nicolaas
  • 2.15. Gielen, Mathias Jacobus, Schaesberg
  • 2.16. Goesens, Johannes
  • 2.17. Graven, J.
  • 2.18. Haagen, Jean Frans Joseph, Mechelen
  • 2.19. Haemers, Wilhelmus, Heerlen
  • 2.20. Hondts, Peter, Gulpen
  • 2.21. Huntghens, Lambert
  • 2.22. Huntgens, P.C.
  • 2.23. Jaspar, Thomas, Ulestraten
  • 2.24. Josten Jr., Johannes
  • 2.25. Keulen, J.M.
  • 2.26. Kissel, Andries, Meerssen
  • 2.27. Klinckenberg, G
  • 2.28. Klinckenberg, Johan Peter, Vaals
  • 2.29. Limpens, Nicolaas
  • 2.30. Luijten, Joannes Matthias, Geleen
  • 2.31. Mees, Peter
  • 2.32. Mertens, Hans Peter
  • 2.33. Muncken, J., Noorbeek
  • 2.34. Paulussen, J.R.
  • 2.35. Raemaekers, Joannes, Beek
  • 2.36. Rhoen, Caspar, Heerlen
  • 2.37. Rhoen, Henricus
  • 2.38. Rhoen, Jacobus
  • 2.39. Rhoen, Nicolaus
  • 2.40. Schaessberg, Johan Gerard, Heerlen
  • 2.41. Schoenmaeckers, Johannes
  • 2.42. Schijns, Jan Reinier, Wittem
  • 2.43. Speertz, Joannes
  • 2.44. Taubens, Kierst
  • 2.45. Ulleners, Adamus
  • 2.46. Vaessen, Claes
  • 2.47. Vaessen, Johan
  • 2.48. Vaessen, Johan Leonard, Ubach over Worms
  • 2.49. Vaessen, Matthias, Broekhuizen
  • 2.50. Vaessen, Nicolaes, Ubach over Worms
  • 2.51. Vaessen, Simon, Ubach over Worms
  • 2.52. Vaessen
  • 2.53. Velen, Jan, Maastricht
  • 2.54. Vroemen, Jacobus, Houthem
  • 2.55. Wilmar, Antoine

Literatuur

Persoonlijke instellingen