Kasteel Hoensbroek

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Kasteel Hoensbroek

Kasteel Hoensbroek of Gebrookhoes (Kasteel Gebrook) is een van de grootste en mooiste kastelen van Nederland. Het beslaat een opperevlakte van ongeveer 50 bij 60 meter, dus circa 3000 m2. Dit imposante waterkasteel geldt als 'de meest vorstelijke burcht tussen Rijn en Maas'. Het oudste gedeelte van het kasteel, met name de hoge ronde toren, dateert van rond 1360, toen Herman Hoen het verbouwde, maar er was in dit moeras of Gebrook al een voorloper, een zogeheten motte-burcht, in 1225. In 1250 werd op de plaats van het huidige kasteel een versterkt huis gebouwd. Vanwege zijn voor Brabant zeer strategische ligging aan de belangrijke handelsroutes naar Maastricht, Aken en Keulen, werd het kasteel in opeenvolgende fasen uitgebouwd tot de grootste burcht tussen Maas en Rijn. Het bevat niet minder dan 67 zalen, vertrekken en ruimtes.

Inhoud

Stichter en bewoners

De eerste Heer van Hoensbroek was Ridder Herman Hoen, naamgever van het kasteel (Herhoensbroeck), van de familie Hoen van den / tzo Broeck, later Hoen van Hoensbroeck en Van Hoensbroeck, en uiteindelijk ook van de latere plaats Hoensbroek. Zijn vader Claes sneuvelde in 1371 in de slag bij Baesweiler. Herman werd vanwege zijn hulp in de strijd tegen Gulik en Gelre in 1388 door hertogin Johanna van Brabant beloond met de heerlijkheid Gebrook, Gebroek, Ingenbrouck (Broek, 'moeras'), dat van het grondgebied van Heerlen werd afgescheiden.

Bijna zes eeuwen was het kasteel het stamslot van de ridders Hoen van den Broeck, de Rijksbaron Hoen van Hoensbroeck, en de Rijksgraven en markiezen Van en tot Hoensbroeck. De familie Van Hoensbroeck verliet het kasteel eind 18e eeuw, waarmee een de periode van verval intrad. Graaf Frans Lothar verkocht het in 1927 aan de huidige eigenaars, de stichting 'Ave Rex Christe', waarmee het kasteel na zes eeuwen toch nog van eigenaar wisselde. Tussen 1930 en 1940 werd het grondig gerestaureerd. In en kort na de oorlog werden het gebouw en de bijgebouwen voor diverse doeleinden gebruikt. Van 1951 tot 1973 heeft schrijver-dichter Bertus Aafjes in een deel van het slotgebouw gewoond. In de periode 1986-1989 heeft opnieuw een restauratie plaatsgevonden. Thans vormt het een populaire maar nog wel educatieve museumbestemming, gehuurd door de gemeente.

Het complex

In de loop der eeuwen is het kasteel drie keer flink verbouwd en vergroot. De verschillende bouwstijlen uit de diverse eeuwen (14e, 17e en 18e) zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden. Het complex is omgracht en heeft vier vleugels rond een rechthoekige binnenplaats. Het hoofdgebouw is over een brug bereikbaar. Het bezit twee gelijke, tamelijk gedrongen, vierkante torens met uivormige spitsen ter weerszijden van de ingang, en twee hogere en zwaardere, half-losstaande hoektorens van ongelijke vorm aan de achterzijde, met een hoge, ronde rechts en een lagere, vierkante links, beide voorzien van flinke, ranke spitsen. Het is vooral dat imposante achterfront, aan drie zijden in een breed water gelegen, dat het kasteel zijn volle allure verleent.

De voorburchten (voorhof en nederhof) zijn beide U-vormig en omsluiten twee grote binnenpleinen. Het huidige cachet van Kasteel Hoensbroek ontstond door de carrévormige bebouwing rondom het kleinere, derde binnenplein. Zij dateert hoofdzakelijk van circa 1640 tot 1660, en is uitgevoerd in Maaslandse renaissancestijl, naar ontwerpen van Matthieu Dousin uit Wezet. Deze her- en nieuwbouw geschiedde in opdracht van Adriaan baron Hoen van Hoensbroek, erfmaarschalk van het Hertogdom Gelre en meestal residerend op Schloss Haag bij Geldern. Het 17e eeuwse slotgebouw beslaat driekwart van het gehele complex. De eetzaal en enkele andere vertrekken bevatten schouwen uit circa 1650. In deze vleugel bevindt zich ook de geheime kamer, achter een boekenkast.

Van 1720 tot 1722 liet Frans Arnold Rijksgraaf van Hoensbroek een volgende ingrijpende verbouwing uitvoeren, waarbij de vernieuwde noordwestelijke vleugel tot stand kwam. De inrichting met onder meer de ridderzaal en in twee vertrekken schouwen en fraaie illusionistische plafondschilderingen uit de 18e eeuw, getuigt van Franse invloed.
Zoon Lotharius Frans was de laatste heer van Hoensbroek (1759-1794) die het kasteel daadwerkelijk bewoonde, tot 1787, nog net voor de Franse revolutie.

Bronvermelding

  • Venne, J.M. van de, J. Th. H. de Win en P.A.H. Peeters, Geschiedenis van Hoensbroek, Hoensbroek: Gemeentebestuur van Hoensbroek, 1967.
  • Welschen, A.J., ‘Herkomst en geschiedenis van de familie Welschen en de geografische verspreiding van deze familienaam’, afl. II, in: Limburgs Tijdschrift voor Genealogie 30 (2002), 68-81, plus afzonderlijke bibliografie in: Limburgs Tijdschrift voor Genealogie 31 (2003), 34-35.
  • A.J. Welschen 2003: 'Het geslacht Van Hoensbroeck ' [Genealogisch-historische dataverzameling].

Zie ook

Externe link

Persoonlijke instellingen