Heergewaad

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Met heergewaad bedoelde men oorspronkelijk de ridderuitrusting om deel te nemen aan de gewapende strijd (heer = leger). In het feodale stelsel was een leenman verplicht om zijn leenheer met raad en daad bij te staan. Bij zijn leenverheffing moest de leenman dan ook zorgen voor een goede uitrusting.

Naarmate steeds minder ridders met krijgservaring werden beleend, veranderde ook het heergewaad. In de 15e tot 19e eeuw werd de daadwerkelijke dienst niet meer uitgevoerd maar feitelijk afgekocht. Leengoederen waren daarmee te verhe(e)rgewaden met een vast bedrag, veelal 15 goudguldens. In oude akten spreekt men bijvoorbeeld van leengoederen te verhe(e)rgewaden ten Cuykse, ten Gelderse of ten Zutphense rechten. Deze benamingen kunnen een aanwijzing zijn hoe het leengoed ooit in handen kwam van de leenheer.

In sommige gevallen werd het heergewaad betaald in natura in de vorm van een jaaropbrengst. Zo moest het kluppelleen genaamd Bijnsleen in Swalmen in 1485 worden verheergewaad met de eerste jaerschaer oftewel so veel dat leen een jaer doen mag ende weert is.

Ook bij beleningen met kleinere onderlenen of bij het aangaan van een overeenkomst van erfpacht wordt soms wel gesproken over een heergewaad. Zo moesten de molenaar van de Molen van Offenbeek en zijn erfgenamen in 1486 tien stuivers heergewaad betalen om te worden beleend door zijn leenheer, de eigenaren van de hof T'gen Raede te Beesel.

Het heergewaad moest worden betaald bij iedere nieuwe leenhouder, vandaar dat het leengoed om financiële redenen soms op naam van een van de kinderen werd gezet. Als het kind dan jong overleed, had men natuurlijk extra pijn. Een leengoed waarvan het heergewaad niet was betaald en waarvan meestal ook niet de eeed van hulde en trouw was afgelegd, werd veelal aangeduid als een versuymt leen. Gewoonlijk had de leenheer dan het recht om dit leen weer tot zich te nemen en iemand anders ermee te belenen. Vaak ook werd het achterstallige heergewaad na enkele maningen alsnog betaald.

Persoonlijke instellingen