Beestenschat

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Bij de beestenschat, ook wel bestiale schat genoemd, worden gewoonlijk koeien, runderen, schapen, ganzen en bijen aangeslagen. Met bijen wordt dan een heel bijenvolk bedoeld, vandaar dat in lijsten in plaats van het woord bijen ook wel kaar (korf) of caerbijen wordt gebruikt.

Paarden (die vaak ook buiten de pachtcontracten vielen als er gedeeld werd) en varkens waren vrijwel altijd onbelast. Een belastinglijst van Swalmen uit 1654 vermeldt wel de aantallen varkens.

Hoewel het voorlopig Gelders belastingreglement uit 1682 belastingtarieven noemt, werden deze in de praktijk ieder jaar opnieuw plaatselijk vastgesteld. Voor Swalmen was dit in 1653 bijvoorbeeld per koe 24 stuiver, kalf/rund 12, schaap 3, bijenkorf 2 stuiver brabants. Om te bewijzen dat een dier inderdaad gestorven was, moesten pachters in de 17e eeuw veelal de vellen of oren bewaren om deze aan de verpachter te kunnen laten zien. Deze liet zich dus geen oor aannaaien. In een geïntegreerde lijst van hoofd- en beestenschat uit 1654 worden ook knotwilgen (topwijen) en eiken belast. In een lijst van 1660 worden alleen koeien, runderen en schapen aangeslagen.

Naast de gewone schat moesten landeigenaren ook nog vaak de tiende afdragen, een van oorsprong kerkelijke belasting.

Persoonlijke instellingen