Alden Biesen

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Samengesteld uit twee artikelen in Wikipedia

Zie ook: Balije Alden Biesen

Alden Biesen is de naam van de vroegere landcommanderij van de Duitse Orde in Rijkhoven (gemeente Bilzen, [B]) en tot 1795 de hoofdzetel van de balije Alden Biesen. Alden Biesen is nu uitgebouwd tot een cultuurcentrum van de Vlaamse Overheid.

De landcommanderij Alden Biesen met aan het hoofd een landcommandeur, was de hoofdzetel van de balije Alden Biesen van de Duitse Orde in het land van Maas en Rijn vanaf 1220 tot het einde van het Ancien Régime. Deze balije bevatte het priesterconvent en administratief centrum Nieuwen Biesen te Maastricht (in 1468 overgegaan van Kleine Biesen te Geleen naar Maastricht) en de Commanderij Saint-André, een stadsresidentie te Luik, waar het hoofd van de balijepriesters, de grootpastor resideerde. De 10 onderhorige commanderijen (bevattende stadsresidenties, kastelen en pachthoeven met uitgestrekte landerijen), werden elk van hen beheerd door een commandeur, onder het gezag van de landcommandeur. De 12 verschillende commanderijen lagen verspreid over het huidige Belgisch Limburg, Nederlands Limburg, Vlaams-Brabant, Noord-Brabant en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. De landcommandeur zelf stond onder het gezag van de grootmeester van de Duitse Orde.

De 12 onderhorige commanderijen van Alden Biesen,in volgorde van verwerving en aanhechting aan de landcommanderij waren:

  • Commanderij Bekkevoort bij Diest (in 1229-1230)
  • Commanderij van Bernissem of Bernshem, bij Sint-Truiden (rond 1235)
  • Commanderij van Sint-Pieters-Voeren (1242)
  • Commanderij Saint-André in Luik (1254)
  • Commanderij Siersdorf in het Rijnland (1255)
  • de Rijksheerlijkheid Gemert in Noord-Brabant (1270)
  • kasteel van Ordingen onder Sint-Truiden
  • Commanderij Sint-Aegidius bij Aken (1328)
  • Nieuwen Biesen in Maastricht (1362)
  • Commanderij Ramersdorf bij Bonn (1371)
  • Commanderij van Gruitrode in de Limburgse Kempen (1417)
  • Jungen Biesen bij Keulen

De commanderijen situeerden zich bijna alle op de Oost-West verbinding tussen Keulen, Aken, Maastricht en Leuven met als uitzondering de Rijksheerlijkheid Gemert in het hertogdom Brabant. De jongste commanderij, onderhorig aan Alden Biesen, was de Commanderij Aschaffenburg die door toedoen van landcommandeur Damian Hugo Philipp von Schönborn in 1749 toegevoegd werd aan Alden Biesen.

Op een ets uit omstreeks 1700 van de hand van Romeyn de Hooghe opgevat als een wandkalender staan de gebouwen van de landcommanderij afgebeeld. De waterburcht is nog voorzien van gesloten en met een slotgracht omringde voorburchten met buitenhof en kerk. Rondom de centraal geplaatste afbeelding van de landcommanderij staan de 12 onderhorige commanderijen afgebeeld met titel en wapen.
Het gebouwenbestand van Alden Biesen, gegroepeerd rond drie hoven (buitenhof, voorhof en tuin orangerie) vormt een organisch geheel dat via bedachte verkeersassen goed aansluit op het bestaande wegennet naar Hoeselt en Bilzen en weidser naar Maastricht.
De architecturale uitwerking van het geheel geeft blijk van een verrassende dualiteit tussen enerzijds een middeleeuwse besloten waterburcht met krijgskundige betekenis en anderzijds geeft het geheel vorm aan een weids openliggend classicistisch opgevat kasteel.

Inhoud

De opbouw van de landcommanderij

De zes eeuwen durende uitbouw van deze landcommanderij is sterk verweven met het wel en wee van de Duitse Orde. Na het debacle in Palestina verplaatsten de ridderorde haar activiteiten naar West- en Oost-Europa. De orde groeide in de eerste helft van de 13e eeuw via door keizer en paus toegelaten schenkingen onder grootmeester Herman van Salza uit tot een politieke factor van groot belang. De orde verwierf alzo een enorm arsenaal aan bezittingen zoals stadsresidenties, kastelen, pachthoeven van Spanje tot het Balticum.
In een groots gebaar van voorbedachte gulheid schonken graaf Arnold III van Loon en zijn zus Mechtildis van Are, de abdis van Munsterbilzen in deze traditie met instemming van haar kapittel in 1220 aan de Duitse Orde een kapel te Biesen met al haar rechten en aanhorigheden, gelegen in Rijkhoven, nu een deelgemeente van Bilzen. De geschonken kapel was het voorwerp van Mariadevotie met bedevaarten naar een miraculeus Mariabeeld. Rondom verrezen de gebruikelijke bijgebouwen, zoals een gasthuis ter verzorging van de passanten op weg naar Santiago de Compostella met ondersteuning door ridders en priesters van de Duitse Orde. Biesen was immers gelegen op een belangrijke handelsroute, de grote Oost-West verbinding van het Maas-Rijnland via Brabant naar Vlaanderen, die zorgde voor een toenemende populariteit. Dit alles was gelegen in een zompig gebied begroeid met biezen en verkreeg alzo de naam Biesen.
Na de schenking van het goed aan de Fratres Domus Hospitalis Sanctae Mariae Teutonicorum in Jerusalem of de Broeders van het Hospitaal van Onze-Lieve-Vrouw der Duitsers in Jeruzalem, bouwden de ridders van de orde een vestiging uit op de geschonken landerijen. Dit kon dank zij de inkomsten in geld en natura van de schenking. Biesen groeide alzo in het begin van de 14e eeuw uit tot hoofdzetel van de balije Biesen, die in de loop der eeuwen twaalf onderhorige commanderijen in het Maas-Rijngebied zou tellen.

Omstreeks 1362 verliet de Duitse Orde het onveilige en vochtig gelegen Biesen om in de commanderij Nieuwen Biesen in Maastricht haar nieuwe hoofdzetel van de balije Biesen te vestigen. De oude nederzetting, allengs Alden Biesen genoemd, bleef troosteloos achter en raakte in verval. In 1543 keerde de Orde terug naar Alden Biesen en liet de toenmalige landcommandeur Winand van Breill op het vervallen domein een goed verdedigbare met water omgeven kloosterburcht bouwen met een robuust en gesloten karakter. Met de bouw van de klokkentoren was dit kasteel, opgetrokken in de traditie van de laat-middeleeuwse beveiligde waterburchten, in 1566 voltooid. In 1571 werd met de voorburchten begonnen die het toenmalige voorhof afsloten. Alden Biesen herrees. Het zou tot het einde van de 18e eeuw een permanente bouwwerf blijven waarbij elke nieuwe landcommandeur in de stijl van de tijd zijn eigen stempel drukte op de uitbouw van de landcommanderij.
In 1616 werd het zogenaamde gasthuis van Alden Biesen gebouwd. Daarin hield een priester van de Duitse Orde school voor de omwonende jeugd. Het werd in 1716 een herberg voor ambachtslui, winkeliers, bezoekers en vreemd personeel.

Onder landcommandeur Godfried Huyn van Geleen verrees er een nieuwe barokke kerk (gebouwd in 1634-1638) ter vervanging van de oude middeleeuwse O.-L.-Vrouwekapel. Aan de rijke stoffering ervan werkten Luikse ambachtslui. In het gaanpad naar het altaar is het middeleeuwse graf van de bisschop van Koerland, Edmund von Werth aangebracht en afgedekt met kalkstenen grafplaat met de beeltenis van bisschop in pontificaal ornaat. Staande en zegenend in een gotisch kerkportaal verwelkomt de erboven aangebrachte wenkende hand Gods de aflijvige bisschop naar hogere sferen met aan weerszijden zwevende engeltjes. Een aantal stijlkenmerken van de grafplaat verwijzen naar een belangrijk Maaslands atelier zoals de verzorgde afwerking van de inkervingen, de soepele houding van de figuur en de kunstig uitgewerkte hogels. De beide bouwheren-landcommandeurs Amstenrade en Geleen liggen in het koor onder een eenvoudige grafsteen begraven.
Bij de kerk sluit een galerij met Toscaanse zuilen aan, die in 1635 voltooid werd. De westelijk gelegen muur sluit de Franse tuin af. Op de verdiepingen boven deze galerij werd in de traditie van de Duitse Orde een nieuw en ondertussen afgebroken hospitaal gebouwd dat direct aansloot op de achterwand van de kerk. In deze achterwand zijn de dichtgemetselde doorgang en twee raamopeningen nog zichtbaar. De landcommanderij bezat vanaf toen de typische kenmerken van een kloosterhospitaal van de Duitse Orde: een Godshuis in directe verbinding met een versterkte commanderij.
Door deze zichtbare op een as gelijnde ordening van de gebouwen nl kerk, hospitaal en burcht geeft dit gebouw de fundamenten weer waarop de Duitse Orde gebouwd werd: religieuze inspiratie, charitatieve zending en strijdbaar voor het Christelijk geloof m.a.w. Crux et Arma.
Het indrukwekkende poortgebouw, 30 m hoger gelegen dan de waterburcht, was de hoofdingang van het domein. De poorttoren van 1652 kijkt uit op Maastricht via de Maastrichterallee. In de aansluitende trompetterswoning van 1663 logeerde de poortwachter. Het apostelhuis aan de andere kant was in 1720 geconcipieerd als verblijfplaats voor twaalf behoeftigen uit de omgeving. Die functie heeft het evenwel nooit vervuld. De oost-west gerichte Maastrichterallee is aan één zijde afgeboord met een hoge bakstenen muur waarachter de zogenoemde hertenberg met fruitwei met hoogstambomen ligt. Op deze muur, bekleed met folie, gedijen vetplanten zoals muurpeper (sedum acre en wit vetkruid (sedum album).

Onder landcommandeur Hendrik van Wassenaer werd omstreeks 1700 de Franse tuin, samen met het oranjeriegebouw, aangelegd. De waterburcht werd gemoderniseerd. Omstreeks 1706 verbouwde deze landcommandeur het noordoostelijk gedeelte van de waterburcht tot een appartement.

Het renaissanceslot werd onder landcommandeur Damian Hugo von Schönborn in 1715-1716 getransformeerd tot een adellijke residentie. De westvleugel van de waterburcht werd omgebouwd tot corps de logis, met in het midden de eretrap. Grote Franse ramen maakten het kasteel transparant. Sporen van de oorspronkelijk gemetselde rollagen boven de raampartijen zijn in de oostelijke buitenwand van de waterburcht nog zichtbaar. De oostvleugel van de waterburcht huisvestte de kanselarij met archief en griffie. Ook het voorhof werd grondig gerenoveerd. In de noordoostelijke hoek van de waterburcht bevonden zich de persoonlijke vertrekken van de landcommandeur, zoals de bibliotheek op het gelijkvloers van de hoektoren, het salon en het kabinet. Dit appartement met een uitgekiende ligging keek naar het noorden uit op de Franse tuin en de oranjerie, naar het oosten naar de toegangspoort met de voorburchten (later uitgebreid met een tiendeschuur en een rijschool). De toren was direct binnen bereik. Ferdinand von Sickingen liet in 1745 zijn huisbibliotheek inrichten in Luikse rococo, met zijn staatsieportret in de schouwboezem, een portrettengalerij van zijn familie, een prachtige parketvloer en een plafonddecoratie met werk van de 17de-eeuwse Luikse kunstschilder Walthère Damery voorstellende de vier elementen: water, vuur, de wind en de aarde. Het kabinet van landcommandeur Hendrik van Wassenaar, afgebeeld op de schouwboezem, oorspronkelijk bekleed met Spaans leder, plafonds voorzien van polychrome schilderijen voorstellende de vier kardinale deugden te weten, de voorzichtigheid, de gerechtigheid, de sterkte en de matigheid die van pas kwamen om evenwichtige verdragen af te sluiten. In het salon van Bocholtz van ca. 1745 schitteren de stofwandbekleding en het plafondstucwerk, identiek aan wat de Italiaanse stukadoors Giuseppe Moretti en Carlo Spinedi 260 jaar geleden aangebracht hadden.

Tussen 1769 en 1775 werd de dwarsvleugel van het voorhof, die de twee voorburchten verbond, gesloopt. Daarbij werd een gedeelte van de slotgracht gedempt. In het verlengde van de voorburchten en iets naar buiten wijkend, werden twee aan elkaar spiegelende gebouwen opgetrokken in classicistische stijl: de rijschool en de tiendeschuur met in het midden een symmetrie-as. Door het wat wijkend opstellen van de twee laatste voorburchten verkreeg men in het voorhof en vanuit de waterburcht in de geest van de barokke tuinaaleg, een weidse schier oneindige blik naar het landschap. Zo ontstond een langgerekte horizontale diepte-as die aanvangt in de verbouwde W-gevel van de erekoer (met het wapen van Hugo von Schönborn) verder gaat via het poortgebouw en de slotgracht langs de bestaande voorburchten, doorheen de afgebroken dwarsvleugel en langs de ietwat wijkende tiendeschuur en rijschool voortschrijdt, doorheen het smeedijzeren hekwerk van de oostelijke toegangspoort loopt en, verlengd door een dreef, uitmondt in het opengelegde achterliggende landschap. Alzo ontwikkelt zich in plaats van de ruimten voor het verblijven ontstaan door de centrale aanleg rondom de vierkante erekoer, nu een barokke ruimte voor het onderweg-zijn waarbij de zinvolle verbinding en de ritmische opeenvolging van begin, richting en doel bepalend zijn.

De bouwwerken gingen door op initiatief van landcommandeur Caspar Anton von der Heyden, bijgenaamd Belderbusch vermoedelijk op basis van een eerder uitgewerkt masterplan van de hand van architect Johann Lukas von Hildebrandt. Men legde ook een bijkomende dreef met fruithout aan vanaf de Maastrichterallee zodat bezoek met koetsen direct frontaal de voorgevel van de waterburcht in zicht kreeg en alzo een mooie entree bezorgd werd.
Het Engelse park aan de zuidzijde in de stijl van Capability Brown was de eindfase van het kastelencomplex. Aangelegd in 1786-1787 bevat het park, aangelegd op de helling van het winterbergbos, monumentale bomen en exotische struiken, een grasveld, kronkelende paadjes, waterpartijen en folies verwijzend naar het exotische en de Griekse mythologie zoals de Romeinse Minervatempel, Tataarse huisjes, een Chinees tempeltje, een grot met Daniël in de leeuwenkuil, een Griekse tempelruïne en een hermitage. Er liepen ook extravagante diertjes rond zoals een schaap met twee koppen of een kleine pony die de lachlust van de bezoekers opwekten. De aanleg van een Engelse landschapstuin was de laatste wijziging aan het kastelencomplex zoals wij het nu na een 40 jaar durende restauratie terug kunnen beleven.

In 1794 doken ook in het Maas-Rijngebied de Franse revolutionairen op en het jaar daarop werden de Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik ingelijfd bij Frankrijk. Ze dreven de ridders en priesters van de Duitse Orde op de vlucht. De kerkelijke goederen werden verbeurd verklaard waaronder ook Alden Biesen. In 1797 volgde de publieke veiling van het domein in Maastricht. Rijke stadsburgers kochten het relatief goedkoop aangeboden onroerend goed op. De toenmalige Hasseltse burgemeester Guillaume Claes kocht naast Alden Biesen ook de Abdij van Herkenrode en het Augustijnenklooster van Hasselt.

Lijst van de Biesense landcommandeurs

Alden Biesen / Landcommandeurs

Historisch Studiecentrum Alden Biesen

Het Historisch Studiecentrum Alden Biesen of HISAB, is een organisatie die het onderzoek naar de geschiedenis van de Duitse Orde in het Maas-Rijn gebied bevordert.

De organisatie is een vereniging zonder winstoogmerk of VZW en is gevestigd in de landcommanderij Alden Biesen te Bilzen. Het centrum organiseert op geregelde tijdstippen studiedagen in de landcommanderij van Alden Biesen. Het Centrum werkt nauw samen met de Internationale Historische Kommission zur Erforschung des Deutschen Ordens en met professor emeritus Udo Arnold. In Wenen bevindt er zich in het Centraal Archief van de Duitse Orde - het zogenoemde DOZA - een omvangrijk Biesens archieffonds.

Publicaties

Het Centrum gaf ook een inventaris uit van het archief dat van de balije Biesen bewaard wordt in het Rijksarchief te Hasselt, Limburg en in het Nordrheinwestfälisches Hauptstaatsarchiv in Düsseldorf.

Het Centrum geeft een eigen historisch-wetenschappelijke reeks uit met als titel: Bijdragen tot de geschiedenis van de Duitse Orde in de balije Biesen.

Deel 1. Mertens (red.), Leden van de Duitse Orde, Bilzen 1994, 367 p.
Deel 2. J. Mertens (red.), Miscellanea Baliviae de Juncis. Opstellen over de balije Biesen opgedragen aan H. Vandermeulen, Bilzen 1995, 416 p., met afbeeldingen in zwart-wit en kleur.
Deel 3. M. van der Eycken, Inventaris van het archief van de balije Biesen, drie banden:
       3a. De centrale administratie van de balije, Bilzen 1995, 397 p.
       3b. De commanderijen, Bilzen 1996, 307 p.
       3c. Het archief van de heerlijkheden, leen- en cijnshoven, van de recepten, van de parochies en beneficies, van de onderwijsinstellingen, van private personen en van de "Mergentheimer Abgabe" in Düsseldorf, Bilzen 1997, 323 p., met zwart-wit-afbeeldingen en uitgebreide indices op de drie delen.
Deel 4. J. Mertens (red.), Crux et Arma. Kruistochten, ridderorden en Duitse Orde, Bilzen 1997, 281 p., met zwart-wit-afbeeldingen.
Deel 5. J. Mertens, Van page tot landcommandeur. Opleiding, intrede in de Duitse Orde en militaire loopbaan van de ridders van de balije Biesen in de 18de eeuw, Bilzen 1998, 393 p., met afbeeldingen in kleur en in zwart-wit.
Deel 6. J. Mertens (ed.), Miscellanea Baliviae de Juncis II. Verzamelde opstellen over Alden Biesen, Bernissem, Leopold Willem van Oostenrijk († 1662), Clemens August van Beieren († 1761) en de landcommandeurs Schönborn († 1743) en Belderbusch († 1784), Bilzen 2000, 447 p., met zwart-wit-afbeeldingen.
Deel 7. J. en M. van der Eycken, "Wachten op de prins…". Negen eeuwen adellijk damesstift Munsterbilzen, Bilzen 2000, 420 p., met afbeeldingen in kleur en in zwart-wit.
Deel 8. J. Mertens (ed.), “Met desen Crude est Guet Stoven... “. Biesense opstellen opgedragen aan Gilbert van Houtven, Bilzen 2007, ca. 350 p., met afbeeldingen in kleur en zwart-wit.
Deel 9. M. Van der Eycken, De commanderij Bekkevoort. De Duitse Orde in Bekkevoort en Diest (1229-1796), Bilzen 2009, 401 p.
Deel 10. Jef Mertens, Adel, ridderorde en erfgoed in het Land van Maas en Rijn onder redactie van Dhr Jef Mertens, 500 p., 200 afbeeldingen (40 in kleur)

Bibliografie

  • H. Besselaer, Oudebiezen, gisteren, vandaag en morgen, Spiegel Historiael, 2 (1967).
  • J. Buntinx, Ouden Biesen, Landcommanderij van de Duitsche Orde in de Nederlanden, Verzamelde Opstellen uitgegeven door den Geschied- en Oudheidkundigen Studiekring te Hasselt, 15, (1939) met lijst van landcommandeurs van Alden Biesen.
  • J. Coenen, Alde Biezen, Verzamelde Opstellen uitgegeven door den Geschied- en Oudheidkundigen Studiekring te Hasselt, 17, (1942).
  • G.E.F. De Wal, Histoire de l'Ordre Teutonique par un chevalier de l'Ordre, 8 dln, Parijs, 1784.
  • Guido Daniëls, e.a., De Landcommanderij Alden Biezen, een historische en eigentijdse gids, Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen, 1999, ISBN 907609912 X.
  • A. Dusar, Rijkhoven, Alde Biezen, De Tijdspiegel, 25, 1e aflevering (1970).
  • Marg. Kossmaan, Een zeldzame prent van Romeyn de Hooghe, Oud Holland 56, 1951.
  • Roelants du Vivier, Alde-Biesen, voormalige Commanderij der Teutonische Orde in Woord en Beeld, Bilzen, 1964.
  • Dr. M.D. Siepmann, Das Deutschordensschloss Alten-Biesen, die ehemalige Landkommende des Deutschen Ordens in Belgisch-Limburg. Die Anlage und ihre entwicklungsgeschichtliche Bedeutung für den Schlossbau des 16. Jahrhunderts, onuitgegeven dissertatie, Innsbruck, 1971.
  • M.Stinckens en C.G. De Dijn, Geschiedkundig en bouwhistorisch overzicht van Alden Biesen, Landcommanderij van de Duitse Orde te Spouwen/Rijkhoven, Ministerie voor Nederlandse Cultuur en de Provinciale Dienst van het Kunstpatrimonium, 1973.

Luchtopnamen

Externe links

Zie voor de recente geschiedenis: Wikipedia [1]

Persoonlijke instellingen