1769

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

juni

8 juni 1769
MONTFORT ‑ Verkoop ambt en heerlijkheid Montfort.
Op bevel d.d. 5 juni 1769 van Godlieb Lodewijck Plesman, krijgs‑ en domeinraad van Z.K.M. van Pruisen etc en van Jan Carel Rijcksz, drossaard van de heerlijkheid en het ambt van Montfort gelegen in het Overkwartier van Gelderland, behorend tot het territorium van de Staten Generaal van de Verenigde Nederlanden, zijn op het kasteel te Montfort genodigd en verschenen
- voornoemde drossaard Jan Carel Rijcksz;
- Arnoldus Gerardus Anthonius Josephus van Holthuijsen, scholtis;
- Jacobus Clermont, substituut scholtis;
- en Ignatius Driessens op Heijden, secretaris van de stad en het hoofdgerecht van Echt;
- (vertegenwoordigers van) de dorpen Roosteren en Maesbracht;
- borgemeesters en schepenen van voornoemde stad en hoofdgerecht en voornoemde dorpen;
- H.C. Brandts, scholtis;
- J.N. Hochstenback, secretaris van de stad Nieuwstadt alsmede de borgemeesters en schepenen van deze stad;
- Paul de Partz, landscholtis;
- Joes van der Leeuw, landschrijver;
- Pollart, substituut landschrijver;
- borgemeesters en schepenen van Besel, Belfelt, Vlodorp, Posterholdt, Sint Odiliënbergh, Linne en Montfort.
Rond 11.00 uur zijn deze officieren, gerechtslieden en verdere ambtenaren door Godlieb Lodewijck Plesman in de grote zaal van het kasteel Montfort genodigd. Hier zijn de genodigden door voornoemde Plessman, Carel de Verdun, raadsheer en rekenmeester van de Prins van Orange en Nassau, erfstadhouder etc., en door Arnold Brandt, auditeur van de rekenkamer van Z.M. verzocht om plaats te nemen aan een tafel en zorgvuldig protocol op te maken van het volgende:
Godlieb Lodewijck Plessman laat de magistraten en verdere ambtenaren weten dat op 12 mei 1769 een koopovereenkomst is gesloten tussen de koning van Pruisen enerzijds en de prins van Oranje en Nassau etc. anderzijds, welke op 18 en 27 mei d.a.v. is geratificeerd, waarbij de koning van Pruisen aan de prins en diens erfgenamen heeft verkocht:
- het kasteel en de heerlijkheid van Montfort met de rechtspraak en alle verdere toebehoren;
- en de tiende te Venraij;
zoals deze eigendom zijn geweest van wijlen koning Willem III.
Op 16 april 1769 is Plessman in Berlijn door de koning van Pruisen gemachtigd tot de verkoop en om de magistraten, dienaren en ambtenaren van hun eed (van trouw) te ontslaan, hetgeen bij deze gebeurt.
Hierop heeft Carel de Verdun de volmacht van de prins van Orange en Nassau voorgelezen welke op 4 mei 1769 in 's-Gravenhage door deze is gegeven aan voornoemde De Verdun en Arnold Brandt. Naar aanleiding van deze volmacht wordt de overdracht nu aanvaard en leggen de drossaar, scholtissen, secretarissen, gerechtspersonen en gerechtsboden de eed af, waarna het formulier met de schriftelijke eed wordt overhandigd aan De Verdun.
Van deze handelingen zijn vervolgens drie eensluidende verbalen opgemaakt, door de drossaard en de respektievelijke scholtissen, schepenen, secretarissen ondertekend, en bezegeld en bekrachtigd door Echt, Nieuwstadt, Besel, Vlodorp, St. Odilienbergh, Linne en Montfort. Van de verbalen wordt een afschrift overhandigd aan de koning van Pruissen, een aan de prins van Orange en Nassau, en een exemplaar zal berusten op het hoofdgerecht te Echt.
RHCL Maastricht, SA Beesel en Belfeld, inv.nr. 38 fol. 190-195.