Reynier van Broeckhuysen

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Vebeterde versie van een artikel uit Wikipedia


Reynier (Reyner) van Broeckhuysen, ook geschreven als van Brouckhuysen, (ca. 1438 - 1493), was een Gelders krijgsheer, die tevens vocht aan de kant van de Hoeken in Holland en Utrecht ten tijde van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Hij was de laatste Heer van Broekhuizen uit deze familie; de heerlijkheid vererfde via zijn dochter.

Personalia

Reynier van Broeckhuysen werd geboren als derde zoon van Gerard van Broeckhuysen († 1444), heer van Broekhuizen, Waardenburg en Ammerzoden, tevens erfelijk hofmeester van de hertog van Gelre en Walraven van Brederode (geb. 1418). De eerste vermelding van zijn naam dateert van 1450. Hij trouwde op 30 september 1460 met Ermgard van Groesbeek. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen bekend, allen dochters.
Zijn oudere broer Johan gaf hem het huis en de heerlijkheid Broekhuizen, waarmee hij in 1465 werd beleend. Reynier overleed tussen 5 september en 14 december 1493.[1] In 1496 werd zijn dochter Walrave, echtgenote van Steven van Zuylen van Nijevelt, met de heerlijkheid werd beleend. Er is geen portret van hem bewaard gebleven.

Krijgsverrichtingen

Hij werd door Adolf van Egmond, hertog van Gelre tot ridder geslagen voor de slag bij Straelen op 23 juni 1468 tegen de hertog van Gulik. Hij verdedigde namens Gelre Nijmegen tegen Karel de Stoute in juli 1473. Hij verzoende zich met Karel de Stoute toen die hertog van Gelre werd en ging als raadsheer-kamerling met hem op veldtocht naar het Duitse Neuss, dat Karel in 1475 tevergeefs belegerde. Karel sneuvelde bij Nancy in januari 1477.
Hierna nam Van Broeckhuysen op 18 april 1477 het Vianen van de van Brederode's in en krijgt vergiffenis en een hoge afkoopsom op 5 juni 1478. Van Broeckhuysen ondernam voorts als Hoeks veldheer, samen met Hendrik van Zuylen van Nijevelt, enige veldtochten in Holland (waaronder de inname van Den Haag met Wolfert van Borsselen in juli 1479 en Leiden op 20 januari 1481). Hij vluchtte voor keizer Maximiliaan I van Oostenrijk en zijn leger naar Montfoort, maar werd niet uitgeleverd, waarna de keizer terugkeerde naar Brussel. Vervolgens werden alle goederen van hem en Hendrik door de keizer verbeurd verklaard, maar dat werd niet uitgevoerd.
In 1481 werd hij kapitein (commandant) van de stad Utrecht en hield in mei 1483 bisschop David van Bourgondië gevangen. Was aanvoerder van een Kleefs vendel dat op 31 augustus 1482 uit Utrecht de heer Van Montfoort ondersteunde bij zijn belegering van IJsselstein, waarvan het beleg kort daarop werd afgebroken wegens verliezen. In 1489 kwam hij in dienst van de magistraat van het Hoeksgezinde Rotterdam op verzoek van zijn neef Jonker Frans van Brederode; van hieruit voerde hij met hem aanvallen uit en vernietigde omliggende steden en dorpen. Dankzij deze heftige aanvallen en uitschakeling van concurrenten werd Rotterdam een grote stad. Door de nieuwe hertog Karel van Gelre werd hij op 26 januari 1492 tot burggraaf van Nijmegen benoemd.

Varia

  • De Van Broeckhuysenstraat te Nijmegen is naar deze Reynier vernoemd. Hij was verdediger van Nijmegen en burggraaf.[2]
  • Als Heer van Broekhuizen verzocht Reynier aan de bisschop om in Broekhuizen een eigen kerk te mogen stichten (er was al een kapel), hetgeen op 28 juli 1484 werd toegestaan.

Noten

  1. [1]
  2. Zie Nijmeegse biografieën 2004, pp. 27-28.