Geloo

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Geloo rond 1890

Algemene informatie

Geloo, tegenwoordig een buurtschap in de gemeente Venlo, was eeuwenlang een onderdeel van Belfeld met een sterk agrarisch karakter. Belfeld bestond uit de rotten Dorp, Broek of Bolenberg en Geloo. De landbouwgronden in Geloo waren echter schaars en van matige kwaliteit. De buurtschap lag tussen de zandverstuivingen van de Maasduinen en de moerassen van het Meerlebroek. Het landbouwareaal werd gedurende de 16e tot 20e eeuw voortdurend uitgebreid, vooral binnen het gebied dat later werd aangeduid als het Nieuw Erf. De grens met de voormalige gemeente Tegelen wordt al sinds mensenheugenis gevormd door de Aalsbeek en Veestraat. Tot 1 januari 2001 behoorde Geloo tot de voormalige gemeente Belfeld. Vooral sinds de gemeentelijke herindeling waarbij Belfeld ophield te bestaan als zelfstandige gemeente, is het karakter van Geloo sterk veranderd. In vrij korte tijd veranderde Geloo van een overwegend agrarische gemeenschap in een landschap van kantoren en fabriekspanden.

Geschiedenis

Geloo wordt al in 1384 genoemd als den Loe, vermoedelijk een aanduiding voor het moerassige gebied van het aangrenzende Meerlebroek. Op basis van archeologische vondsten mag worden verondersteld dat dit noordelijk deel van de voormalige gemeente Belfeld al vanaf tenminste de 12e eeuw wordt bewoond. Op het einde van de 14e eeuw had Belfeld een bescheiden handselsbetekenis in de vorm van een overslagplaats of hamar, gelegen aan de Mergelstraat. Schepen losten van hieruit de over de Maas aangevoerde mergel, die vervolgens naar het Gulikse achterland werd vervoerd om daar te worden gebruikt als bouwmateriaal of als bemestingsstof. Mogelijk dankt Geloo, en dan vooral de verdwenen Buxhof aldaar, zijn ontstaan (gedeeltelijk) aan deze handel. In 1438 is sprake van een 'gemeynte van Tegelen, Overtegelen ende Loe'. Dat betekent dat Geloo toen nog tot het kerspel Tegelen werd gerekend. Belfeld was nog geen zelfstandige parochie en de parochies Tegelen in het noorden en Beesel in het zuiden zorgden voor de zielezorg. Al vanaf de oudste geschreven bronnen vormen Belfeld en Beesel samen één schepenbank, met een gezamenlijke rechtspraak en administratie. Deze schepenbank wordt aanvankelijk beschreven als 'Beesel', maar vanaf het begin van de 16e eeuw wordt daar 'en Belfeld' aan toegevoegd. De stichting van een kapel in Belfeld in 1518 mag mogelijk worden gezien als een poging van de hertog van Gelre om hier, op slechts een steenworp afstand van het Gulikse Tegelen, de bewoners los te weken van de Gulikse invloedssfeer. Aanvankelijk wordt het nieuwe kerspel 'Belfeld en Geloo' genoemd, maar al vrij snel overheerst de plaatsnaam Belfeld. Met de oprichting van een eigen parochie in 1571 wordt de band met Tegelen opnieuw verzwakt. In de loop van de 17e en 18e eeuw zien we dat enkele grote boerderijen gedeeld worden, maar we zien ook nieuwe ontginningsboerderijen ontstaan. In de tweede helft van de 19e eeuw zien we dat de industrialisatie ook aan Geloo niet voorbij gaat: op de topografisch kaart van 1890 staat de dakpannenfabriek van de gebroeders Van Kleef aangegeven.

Bronnen

Literatuur

  • Twan Ernst, Geloo en het (Timmermans)-Peeters Huis. In: Maas- en Swalmdal 20 (2000), blz. 20-42.

Externe links