Amersloo

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Amersloo1680.jpg

De verdwenen hoeve Amersloo (ook: Amersloe, Amersloh) lag binnen het Gulikse kerspel Bracht (D), net over de grens bij Beesel. Op kaarten van deze omgeving werd de hoeve eeuwenlang met naam aangegeven, vaak zelfs als een groepje huizen. In een niet gedateerde (vermoedelijk 14e eeuwse) lijst van leengoederen van kasteel Holtmühle in Tegelen lezen we: Item Reiner van Krieckenbeck van tween haeven, der een is gelegen in den kerspell van Besell geheiten die Neder hoff toegehorende Goert Roffert, inde der ander in den kerspell van Bracht genoempt t'Amersloe.

In 1472 tijdens de Gelderse oorlogen werd het oude landgoed Amerslo, niet ver ten zuidoosten van de Witte Steen, door ruiters van Karel van Egmond (later hertog van Gelre) geplunderd. Tijdens een van de vele ruzies over het gebruik van het Meerlebroek getuigde Wynant Raijmecher, die lange tijd in Bracht opten hoff Amersloey had gewoond, in 1541 dat de Steenwych (Prinsendijk) altijd de grensscheiding was geweest tussen de Brachtenaren en de Beeselnaren. In een akte uit 1554 is sprake van den Hogen Stall, wenich boeven Amerssloe.
In 1579, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd de eenzaam gelegen hoeve door Spaanse soldaten verwoest. Vanwege de afgelegen ligging werd de boerderij niet meer herbouwd. In 1603 kwam een gezelschap, op de terugweg van een rechtzitting in Beesel, over de weg naar Mulbracht onder Amersloe.

Willem Philibert van Isendorn, van Bluys, Borgharen, Ingenhaeff en Amersloh was enige tijd patronaatsheer van de evangelische kerk van Bracht). Zijn grafsteen is nu nog in deze kerk te zien. De legende verhaalt dat de bewoners zeer begaan waren met het lot van de armen van Bracht. In de Nieuwjaarsnacht moest de koster van Bracht de klokken zo lang luiden tot een afgevaardigde van Amerslohe arriveerde met een 'armenbrood'.
De benaming Amersloh gaat mogelijk terug op een oude Keltisch-Frankische vorm, bestaande uit de woorden 'amer' (landtong; aanlegplaats) en 'loo' (bos). Daarnaast is 'amer' een soort tarwe. Op een door landmeter Smabers in 1763 getekende kaart staat eene boscagie genoemt Amersloo aangegeven tussen de hoogten van 'den Kleijnen Eijcksbergh' en 'den Grooten Eijcksbergh'. Tussen Amersloo en de Prinsendijk staat op deze kaart ook de vlakte genaamd Blanckersdries ingetekend. Op een kaart uit 1821 staat Amersloo nog aangegeven als plaats, hetgeen nog eens aangeeft hoe ver vele vroegere kaarten van de werkelijkheid afstaan.