1786

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

mei

maandag 15 mei 1786
VENLO - Resolutie betreffende de openbare verkoop van onbenutte gronden, om de opbrengst te benutten voor o.a. versteviging van Maasoevers en verbetering van de cultuurgronden.
Extract uit de resolutiën van de Raaden van Staate der Vereenigde Nederlanden. Op het voorstel van de thesaurier-generaal van het bisdom is na beraad goedgevonden om de magistraten en gerechten van de steden en plaatsen in het Overkwartier van Gelderlandt te authoriseren om gedurende het lopend jaar zo veel van hun 'incult leggende heiden en sompagtige landen en plaatsen' die niet volstrekt noodzakelijk worden geoordeeld tot het weiden van beesten of schapen of tot verbetering van de reeds gecultiveerde landerijen, te mogen verkopen met vrijdom van de schatting, tienden en andere lasten gedurende een tijd van 25 jaren, in te gaan op 1 januari 1787 en zelfs met een dusdanige vrijdom gedurende 30 jaren voor zover van deze onbebouwde landerijen wordt bewezen dat ze binnen de tijd van 3 jaren en dus voor 1 januari 1790 dadelijk en behoorlijk zijn 'opgebroken', bezaaid, beplant of bepoot, met dien verstande echter dat alle landerijen die na 10 jaar en dus uiterlijk 1 januari 1797 nog niet behoorlijk zijn 'ingestoken', bezaaid of bepoot, zonder enige vergoeding weer aan de verkopers zullen vervallen.
Verder is besloten dat alle verkoopvoorwaarden die door de magistraten en gerechten worden opgesteld, ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan het Hof van het Overkwartier van Gelderlandt. Verschillen hierover die zouden ontstaan tussen de magistraten of regenten onderling of met geërfden en anderen, moeten eveneens voor het Hof worden gebracht om daar zonder kosten voor de gemeenten te worden behandeld. Alle leges of salariskosten wegens de transporten etcetera moeten worden betaald uit een heffing ten laste van de aankopers van 1 stuiver boven op iedere gulden van de koopsom. Al deze inkomsten moeten worden verantwoord in de eerstvolgende rekening.
In de gemeenten waar geen genoegzaam hout in voorraad is tot het leggen van de nodige kribben tegen 'den aandrang der rivieren', zal de opbrengst moeten worden besteed 'tot het breeken, inplanten of insaajen van het nodige houdtgewas'. Andere gemeenten gebruiken de opbrengst voor de aflossing van leningen of aan andere bestedingen ter goedkeuring van de Raad.
Van de opbrengsten moet verder, na aftrek van kosten, eenvierde gedeelte worden afgegeven aan die naburige gemeenten die aan de verkochte heide of andere 'inculte' gronden samen met de gemeente waarin deze gronden gelegen zijn, het Jus Compascui [gemeenschappelijk weiderecht] bezitten, het Recht van Haggen en Vlaggen of enig ander Jus Superficiei.
Tenslotte is goedgevonden om het voornoemd Hof in het Overkwartier van Gelderlant aan te schrijven en te gelasten om de grootst mogelijke zorg te betrachten bij de aankondiging en verkoop van de onvruchtbare gronden zodat alles in het voordeel van de gemeenten wordt gedaan en om misverstanden bij de gemeenten over het gebruik van gemeentegronden, na afweging van de magistraten, regenten, geërfden en particulieren, op te lossen en daarmee 'in allen opsigte de culture en verbeteringe der gemeentens in het voorschreven Overquartier op de meest geschikte wijze te bevorderen'.
Een extract van dit besluit zal worden verzonden naar het Hof van Gelderlant in het Overkwartier, met last om de nodige exemplaren van deze resolutie te doen toekomen aan de steden en dorpen ressorterend onder haar bevoegdheid.
RHCL Maastricht, SA Beesel en Belfeld, inv.nr. 40 fol. 94-95.