1728

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

februari

16 februari 1728
SWALMEN - Protestbrief tegen verdere aanslagen.
Borgemeesters, schepenen, regeerders en geërfden van de heerlijkheid Swalmen en Asselt in het Overkwartier van Gelderland oorkonden dat zij hebben vernomen dat de luitenant kolonel Jean Maestro des Negrettes de door Hare Doorluchtige Hoogheid de gouvernante van de Oostenrijkse Nederlanden gegeven orders zou hebben uitgewerkt, waarbij de stad Ruremonde samen met de vier dorpen onder Oostenrijks Gelderland gehorend aan hem een jaarlijkse uitkering van 1.500 gulden brabants zou moeten betalen, boven de gage van 1.700 gulden brabants die hij reeds jaarlijks ontvangt van de raad en landrentmeester ten laste van Zijne Keizerlijke en Katholieke Majesteit, en boven de 100 pistolen die hij pretendeert ten laste van de stad Ruremonde, welke stad nu opnieuw het 1/3 deel moet bijdragen aan de eerder genoemde 1.500 gulden.
De oorkonders verklaren dat een dergelijke schatting voor hen nooit gebruikelijk is geweest en dat de dorpen nooit aan de commandant van Ruremonde hebben bijgedragen en ook niet kunnen bijdragen.
Het land, dat in vele stukken is verdeeld, wordt dagelijks overvallen door nieuwe lasten en is totaal verarmd door de zware bijdragen en het onderhoud van het Hof van Hare Doorluchtige Hoogheid, zodanig zelfs dat het 'pauvre dorp van Swalmen ende Asselt' in deze 'miserabele conjunctuyre van tijdens' jaarlijks wegens beden en subsidies 1.623 pattacons 1 stuiver brabants moet opbrengen en betalen; 338 pattacons 1 schilling 5½ stuiver wegens onraadspenningen; 207 pattacons 3 schilling 1¼ stuiver wegens het onderhoud van Hare Doorluchtige Hoogheid; 1.485 pattacons wegens aflossing van renten wegens leningen waarmee het dorp is belast, en 365 pattacons wegens andere gemeentelijke lasten, dus alles samen een last van meer dan 4.000 pattacons per jaar.
Het is volgens de oorkonders algemeen bekend dat 'dese verarmde gemeente' nu enkele jaren op rij uitzonderlijk grote schade heeft geleden door hagelslag, misoogst en overstromingen van de Maas, waardoor begin van dit jaar meer dan 2.000 morgen bezaaid land zijn 'verdroncken' en bedorven, tot groot nadeel en bittere schade van de 'ingelanden'.
Deze landeigenaren hebben verder grote onkosten moeten maken wegens de bouw van zes nieuwe stenen bruggen, 'dienende tot gerieff van de passagiers', die op last van de Zijne Keizerlijke en Katholieke Majesteits raad en momboir zijn aangelegd zonder dat daarvan enige tol ('weghgeldt') of anderszins wordt genoten terwijl de bruggen bovendien tegen hoge kosten moeten worden onderhouden.
Tenslotte is het dorp door de 'continueele bekende sterfte' zodanig verarmd, dat de oorkonders zelf slechts met moeite kunnen overleven, laat staan dat men ook nog de commandant en zijn familie zou kunnen helpen onderhouden, iets waarvan de oorkonders menen dat het niet ten laste van het land mag worden gelegd, zeker niet omdat deze commandant het gemeubileerde paleis bewoont dat eertijds door de prinsen gouverneurs van de gehele provincie werd bewoond, voordat het land is verdeeld. Volgens de oorkonders kan een zaak dan ook niet drie maal worden geëist en betaald op het voorwendsel van huur, meubilering en kosten van huisbrand voor de commandant.
Om deze redenen verzoeken de oorkonders de heren Staten van het Oostenrijks Nederland dit bezwaar krachtig kenbaar te maken aan het Hof te Brussel en aan de Geheime Raad, tot behoud van het land en 'welvaeren der bedruckte onderdaenen'.
RHCL Maastricht, SA Swalmen en Asselt, magazijnlijst nr. 21 fol. 15-17.