Stad en Land

Jump to: navigation, search

Hilversum

Naam

De naam Hilversum moet volgens taalkundigen worden verklaard als Hilvertshem, wat "heem (huizen) tussen de heuvels" betekent (met metathesis of verschuiving van de medeklinkers vl). De legende houdt het op de huizen van Hilvert (en zijn vrouw Hille).

Wapen

Het gemeentewapen van Hilversum toont vier goudgekleurde boekweitkorrels op een blauw veld. De oudste versie heeft aan de bovenkant een kroontje, maar de eenvoudige, kroonloze versie werd in 1817 officieel geregistreerd als gemeentewapen. Hoewel de oorsprong van het wapen onbekend is, was het eind 17e eeuw al in gebruik. Sommigen vonden het wapen wat al te eenvoudig, maar in 1970 werd een voorstel van de Stichting voor Banistiek en Heraldiek tot wijziging van het wapen verworpen.

Boekweit was in de 16e eeuw een belangrijke voedingsbron in de streek. Boekweit doet het goed op schapenmest, er was rondom de plaats veel heide aanwezig waarop kuddes schapen konden grazen. De boekweitteelt werd in de 20e eeuw geleidelijk aan verdrongen door het toenemende gebruik van kunstmest.

Geschiedenis

Het hooggelegen Gooi is een van de oudst bewoonde streken van Nederland, waarvan de prehistorische grafheuvels en vondsten uit de Hilversumcultuur getuigenis afleggen. Water verzamelde zich op de lager gelegen plaatsen, en dat werden drinkplaatsen voor het vee. De dorpen Hilversum, Laren , Blaricum en Bussum zijn rond die drinkplaatsen ontstaan. Door de arme zandgronden was er voornamelijk schapenhouderij mogelijk.

In 1424 kreeg Hilversum zelfstandige status van Jan (III) van Beieren (Jan zonder Genade), ruwaard van Holland, Zeeland en Henegouwen (1418-1425) en was daarmee onafhankelijker van Naarden bij de uitbreiding van de eigen nijverheid. De verkoop en verwerking van schapenwol is in de Middeleeuwen de bijdrage van Hilversum geweest aan de regionale economie. In de 17e eeuw groeiden de weverijen sterk, en deze industrie bleef zich uitbreiden tot in de 20e eeuw. Het boerendorp groeide gestaag, maar werd in 1725 en 1766 geteisterd door branden die het dorp vrijwel vernietigden.

Terwijl in 's-Graveland zich al rijke Amsterdammers vestigden in de 17e eeuw, gebeurde dat in Hilversum pas na de aansluiting op het spoorwegnet in 1874. In 1882 werd de aanleg van een stoomtram naar Laren, Naarden, Muiden en Amsterdam voltooid, die de naam de Gooise Moordenaar kreeg, vanwege een aantal dodelijke ongevallen. Deze tram liep tot 1947.

De spoorweg trok onder meer de rijke families Brenninkmeijer (eigenaren van C&A), en de aan hen verwante Gockels. Een andere bekende familie in Hilversum waren de Wortelboeren. Mede door deze families kreeg Hilversum langzamerhand een overwegend katholiek signatuur. Dat leidde tot de bouw van de grote neogotische Sint-Vituskerk voor 1800 mensen, ontworpen door P.J.H. Cuypers, in 1892. Eind jaren '60 zou Hilversum acht parochiekerken tellen, waarvan er alweer twee gesloopt zijn, één in onbruik is en één verbouwd is tot appartementen.

Na de komst van de spoorweg groeide Hilversum heel snel, aanvankelijk door de groei van de textielsector (weverijen en aanverwante bedrijven) en de vestiging van tapijtfabrieken (waarvan uiteindelijk de Veneta overbleef). In 1918 startte de Nederlandse Seintoestellen Fabriek en daarna begonnen ook de experimentele radio-uitzendingen. Daarop volgde de vestiging van omroepen van alle gezindten, na de Tweede Wereldoorlog gevolgd door de televisie. Sinds het verdwijnen van de grotere industrie is de mediasector de grootste werkgever van Hilversum.

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog gaf de zittende burgemeester K.L.C.M.I. de Wijkerslooth de Weerdesteijn een merkwaardige proclamatie uit, waarin hij zich bereid verklaarde de leiding over het Nederlandse volk op zich te nemen. Hij werd snel vervangen door jonkheer mr. E.J.B.M. von Bönninghausen tot Herinkhave, een NSB'er die collaboreerde met de bezetter. Het hoofdkwartier van het Duitse leger in Nederland, de Wehrmacht, werd gevestigd in Hilversum, in het nieuwe raadhuis, dat vanwege dat doel sterk gecamoufleerd werd. De functie gemeentehuis werd toen verlegd naar (Hotel) Gooiland.

Voor de Tweede Wereldoorlog woonden in Hilversum ongeveer zeshonderd joodse families; na de oorlog nog maar veertig. Er waren enige verzetsgroepen actief, waarvan een deel verraden werd en leden ervan geëxecuteerd, waaronder acht medewerkers van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek. Najaar 1944 startten de Duitsers met een nieuw type razzia, gericht op alle jongens en mannen tussen 15 en 55 jaar; in onder meer Hilversum en Bussum werd dit systeem uitgetest. Veel Hilversumse jongens en mannen werden zo op 23 oktober 1944 gearresteerd en vanaf het Gemeentelijk Sportpark als dwangarbeider door de bezetter weggevoerd. Slechts enkelen hebben dat overleefd. Aan hen herinnert een monument, onthuld in 1997 door burgemeester J.G. Kraaijeveld-Wouters.

Zeker 30 verzetsmensen zijn door de Duitsers vermoord, zoals P.M. Bonnike, H. Brautigam, C.J. ten Boom, D.J. Buis, W.F. Dasselaar, G.A. Degens, W. Dull, P. van Dijk, J.H. van Gangelen, K. Hannema, E. de Hoop, R. Hovius, J.O. Janssen, C.R.W. Koekebacker, L. Kremer, C.R. de Kuip, F. van der Laaken, D. Lopes Dias, J.W. Oudenaller, TH.W. la Rivière, A. Sauer, J. Stroes, G. van Strijland, T.E. Splint, M.P. Verdijk, H.J. Vernhout, J.A.G.B. Verschure, A.G. van der Wel, J. Wessel, René Paul Wirix. Zij worden geëerd met straatnamen in Hilversum-Noord.

Het plaatselijke dagblad de Gooi- en Eemlander was fout in de oorlog, en kreeg in 1945 een verschijningsverbod voor enige tijd, maar herstelde zich daarna. Ook de omroepen werkten vaak in hoge mate mee aan de eisen van de Duitse bezetters, zoals de journalist Dick Verkijk in zijn boek over de omroepen in de oorlog heeft geboekstaafd, maar bleven na de bevrijding ongemoeid. Beroepsmuzikanten in Hilversum werden in 1944 bedreigd met de Duitse Arbeidsinzet. De Duitse jazz-violist en orkestleider Helmut Zacharias, die met zijn orkest (formeel onderdeel van het Duitse leger) in Hilversum voor de Nederlandsche Omroep optrad (en vaak aan privé-jamsessies meedeed) waarschuwde Nederlandse collega's enkele malen voor razzia's, en werd als gevolg daarvan overgeplaatst naar het Oostfront.

Na Dolle Dinsdag (5 september 1944) desintegreerde de Nederlandsche Omroep. Door de grote razzia van oktober 1944 belandden veel radiomusici in het kamp Amersfoort. De meesten wisten er vrij snel uit te komen; orkestleider Klaas van Beeck en enkele anderen werden enige tijd in Duitsland te werk gesteld. In Hilversum beoordeelde na de bevrijding een zuiveringscommissie de radiomusici, maar pleitte de meesten van hen vrij van collaboratie. Alleen Theo Uden Masman van het zeer populaire orkest The Ramblers en Dick Willebrandts mochten een half jaar geen orkest leiden. The Ramblers kwamen niettemin meteen terug, tijdelijk onder leiding van drummer Kees Kranenburg, maar zij hadden enige tijd te kampen met protesten en demonstraties van voormalige verzetsstrijders.

Prins Bernhard vestigde zich na de oorlog in Hilversum op de Zwaluwenberg bij de grens van Hollandsche Rading als Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, tot de ontknoping van de Lockheed-affaire in 1976. De inspectie zetelt er nog.

In de jaren vijftig en zestig voerde Hilversum een groot nieuwbouwprogramma in het oosten en Noorden van de gemeente uit, terwijl de bevolking met éénderde steeg. In 1958 passeerde het aantal inwoners de grens van 100.000 (op scholen kregen de leerlingen van gemeentewege beschuit met muisjes). Ook in de jaren zeventig had Hilversum nog meer dan 100.000 inwoners. Hierna nam het aantal inwoners vrij sterk af, en bereikte in 1999 het diepste punt met iets meer dan 80.000 inwoners. De belangrijkste oorzaak daarvan was het kleinere aantal mensen per huishouden en de beperkte uitbreiding van Hilversum door ruimtegebrek. De laatste jaren laten echter weer een voorzichtige stijging zien van het inwonertal. Aan de oostkant wordt Hilversum uitgebreid met het plan-Anna's Hoeve.

Onvrede over de gebrekkige infrastructuur en politieke ruzies kwam tot uiting in de opkomst van de eerste lokale Leefbaarpartij, Leefbaar Hilversum.

Op 6 mei 2002 werd de politicus Pim Fortuyn doodgeschoten door Volkert van der Graaf op het Mediapark, tijdens de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer.

Personal tools