Wallonië

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Eerste versie samengesteld op basis van een drietal artikelen in Wikipedia

Wallonië, of het Waals Gewest, is het zuidelijke, in hoofdzaak Franstalige deel van België en omvat het grondgebied van het Waals Gewest, inclusief de gemeenten van de Duitstalige Gemeenschap. Het gewest grenst kloksgewijs aan het Vlaams Gewest, Nederland, Duitsland, Luxemburg en Frankrijk. Zijn hoofdstad is Namen, dat een kleine 110.000 inwoners telt. Met ongeveer drie en een half miljoen Walen op 16.844 km² — een derde van de bevolking op meer dan de helft van het grondgebied — is Wallonië aanzienlijk minder dichtbevolkt dan het noorden van het land. Het Waalse grondgebied omvat de volgende vijf provincies [1][2]

  • 1 Waals-Brabant
  • 2 Henegouwen
  • 3 Namen
  • 4 Luik
  • 5 Luxemburg

Vergeleken bij de oude naam Vlaanderen is de naam Wallonie een relatieve nieuwvorming. De naam Wallonië (in Waals dialect Walonreye of Waloneye) werd (volgens gangbare geschiedschrijving) pas gebruikelijk rond het jaar 1840; binnen het Koninkrijk België kreeg het haar huidige betekenis als Romaans landsdeel.

Gedurende de staatshervormingen van 1970-1980 ontwikkelde zich een embryonaal Waals gewest met eigen bevoegdheden. In 1993 werd Wallonië een grondwettelijk gedefinieerd Gewest in het Federale België met verregaande autonomie. Recentelijk heeft de regering van het Waals gewest eenduidig gekozen voor de naam 'Wallonie' boven Région wallonne.[3]

Inhoud

Naam

Het woord 'Wallonie' verscheen voor de eerste keer in een uit 1842 daterend etymologisch en filosofisch essay van de Namense filoloog en antropoloog Honoré Chavée. Deze gebruikte het in de betekenis van de Romaanse wereld die hij tegenover de Germaanse plaatste. Pas twee jaar later, in 1844, zou het woord in zijn huidige betekenis — la Wallonie als het Romaanse gedeelte van de nieuwe staat België — door Joseph Grandgagnage in zijn boek Wallonnades [4] gebruikt worden. Met de Waalse schrijver en militant voor de Franstalige zaak Albert Mockel kreeg het woord ook een politiek en cultureel gekleurde lading, waarbij Wallonië en de Waalse zaak tegenover Vlaanderen en de Vlaamse beweging worden gesteld.

Etymologie

De benaming Wallonië (Frans: Wallonie) stamt uit de Germaanse talen, om iemand die niet Germaans sprak aan te duiden. Het woord “Waals”stamt af van het Oergermaanse Walh. Met dit woord, dat letterlijk 'vreemdeling' betekent, duidden de Germanen Keltische en Romaanse bevolkingsgroepen aan. Vergelijkbaar zijn Wales, waar de bevolking een Keltische taal sprak en spreekt die de Germaanse Angelsaksen niet konden verstaan en dus vreemd voor hen was; die Welsche Schweiz, de Duitse benaming voor het Romaanse deel van Zwitserland; Walachije, het Roemeenstalige deel tegenover Zevenburgen, het vroeger grotendeels Duitstalige deel van wat nu Roemenië is. Ook de namen van Walachije (naar de stam der Vlachen). De Germaanse term is op zich afkomstig van de Romeinse term om een Keltische stam aan te duiden: Volcae. 'Waals' was dus ook een aanduiding voor taal, en betekende min of meer “Romaans”.[5]

Het Waals en het Picardisch zijn de Romaanse dialecten die in de Waalse gebieden werden gesproken; in de gebieden ten zuiden van de taalgrens die het Germaanse taalgebied scheidt van het Romaanse taalgebied. Deze gebieden waren taalkundig dikwijls erg gemengd (Germaanse en Romaanse talen dooreen). De Romaanse dialecten van de langue d’oïl kwamen voort uit een gevulgariseerd Latijn dat reeds tegen de achtste eeuw gedifferentieerd was.

GESCHIEDENIS

tot en met de 19de eeuw


Inleiding

Wallonië is een landstreek in een uithoek van de Romaanse wereld op de grens met Germaanse gebieden. Het gebied grenst dus aan het Nederlandstalige noorden, en het Duitstalige oosten. Tijdens de middeleeuwen hoorde Wallonië bij het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie, en ontwikkelden zich verschillende feodale vorstendommen op het huidige grondgebied van Wallonië (zie voor een lijst de paragraaf 'Feodale versnippering' hieronder).

Deze gebieden werden verzameld in het Bourgondische rijk in de loop van de 15e eeuw (Hertogdom Bourgondië, Bourgondische tijd), in de Nederlanden, met uitzondering van het Prinsbisdom Luik. Na de Tachtigjarige Oorlog behoorden zij tot de Zuidelijke Nederlanden, en achtereenvolgens worden zij overheerst door de Spaanse Habsburgers, de Oostenrijkse Habsburgers, worden gebieden veroverd door de Franse Zonnekoning. Zij worden het op het einde van de 18e eeuw samen met het Prinsbisdom Luik ingelijfd bij Frankrijk, waarbij het wordt ingedeeld in departementen en arrondissementen.

De geschiedenis van het 'Belgische Wallonië' wordt gekenmerkt door zijn Romaanse cultuurgeschiedenis, en door een vroege en spectaculaire industriële revolutie. Op het einde van de 18e eeuw en in de 19e eeuw maakt Wallonië al zeer vroeg een ontzagwekkende technologische en industriële revolutie mee die de Samber- en Maasvallei zal transformeren.

Het prehistorische Wallonië

Een kolenmijn in Bernissart is de tot nu toe belangrijkste vindplaats van overblijfselen van de iguanodon[6].

In de Grot van Spy zijn overblijfselen van neanderthalers gevonden. In Spiennes bevinden zich vuursteenmijnen uit het neolithicum, die de grootste en vroegste concentratie van prehistorische mijnen in Europa vormen.

De Romeinse tijd

In 51 v.C. wordt, volgens Julius Caesar, Belgica, na enkele serieuze opstanden, ingelijfd bij het Romeinse Rijk, hoewel echte Romeinse aanwezigheid pas veel later archeologisch merkbaar wordt. De bevolking, zeker in het zuiden langs de belangrijke wegen romaniseert en leert Latijn: het worden Gallo-Romeinen.

Wallonië in de middeleeuwen

In de vijfde eeuw wordt Wallonië door de Franken veroverd, en wordt in Doornik de Merovingische dynastie gesticht door Childerik I. In 486 verplaatste Clovis de hoofdstad naar Parijs, na de inlijving van het rijk van Syagrius. Doornik werd bij het vertrek van Clovis omgevormd tot bisschopszetel.

De kerstening

De gebieden ten zuiden van de Rijn werden al sinds de 3de en 4de eeuw gekerstend. De belangrijkste kerkelijke centra in het noorden van het Romeinse Rijk waren toen Tongeren en Doornik. Belangrijke missionarissen uit die tijd waren Sint Piat, reeds in de 3de eeuw werkzaam in Doornik en Sint Servaas van Tongeren, die de heidenen in de Kempen en de Ardennen bekeerde in 4de eeuw. Na de Volksverhuizingen kwam er een tweede Kersteningsgolf. Sint Vaast, Sint Eleutherius en vooral Sint Eligius waren werkzaam vanuit Doornik (7de eeuw). Sint Eligius kerstende de heidenen in Henegouwen, en Vlaanderen. Martelaar en Heilige Lambertus was missionaris in het Luikse en werd er vermoord. Hierdoor droeg hij bij aan het ontstaan van de stad Luik, want de Heilige Hubertus, bewonderaar van Lambertus, verplaatste de bisschopszetel van Maastricht naar Luik. De machtige abdijen van Lobbes (gesticht door de Heilige Landilinus), Stavelot, Saint Hubert en het dubbele klooster van Nijvel (Saint Paul & Notre Dame) speelden een belangrijke rol bij de economische en culturele ontwikkeling van deze gebieden (7de eeuw). Later werden nog vele nieuwe abdijen gesticht zoals te Gembloux (10de eeuw) en in Orval (12de eeuw).

Het Karolingische Rijk

De Merovingische dynastie van het Rijk der Franken had het bestuur overgelaten aan de hofmeiers. Maar de hofmeiers Karel Martel (te Herstal geboren, overwinnaar op de Arabieren) en Pepijn de Korte (overwinnaar van de Longobarden in Italië) waren zeer ambitieus en in 751 beëindigde Pepijn de Merovingische dynastie en werd hijzelf tot koning gekroond. Onder zijn zoon Karel de Grote werd het rijk sterk vergroot en kwam er een Karolingische renaissance. In 843 werd in het verdrag van Verdun het Karolingische Rijk verdeeld in drie delen: West-Francië, het Rijk van Lotharius ofte Lotharingen ofte Midden-Francië, en Oost-Francië. West-Francië (later Frankrijk) en Oost-Francië (later Duitsland) zouden later het middenrijk verdelen, en in 870 werd beslist dat de Waalse gebieden als deel van Lotharingen tot het West-Frankische koninkrijk zouden behoren, maar al in 880 bij het verdrag van Ribemont, werden ze in het Duitse rijk ondergebracht.

Feodale versnippering

De Frankische gebieden werden onderverdeeld in gouwen, met aan het hoofd een gouwgraaf. De gouwen die in het hedendaagse Wallonië lagen waren (waarschijnlijk) de Brabantgouw, de Haspengouw, de Luikgouw, de Ardennengouw, de Doornikgouw, de Henegouw, de Methingouw en de Lommegouw. Graven werden benoemd door de Frankische koning/keizer, om hem in de gouw te vertegenwoordigen; als er een overleed of uit zijn ambt ontheven werd voor misdraging, kwam het gebied terug in handen van de heer, die een nieuwe graaf aanstelde.

Dit stelsel kwam in verval na de deling van het Frankische Rijk, waarop het ambt erfelijk werd en halverwege de 9e eeuw grafelijke dynastieën ontstonden. De gouwen verdwenen en door deling en samenvoeging d.m.v. aankoop, huwelijk en oorlog ontstond een groep sterke, half-zelfstandige gewesten in Wallonië, namelijk:

  • het Prinsbisdom Luik;
  • het Hertogdom Luxemburg (waaronder het Graafschap Chiny);
  • het Graafschap Namen;
  • het Graafschap Henegouwen (waaronder de Mark Valencijn, het Graafschap Bergen en het Graafschap Chièvres);
  • het Prinsdom Stavelot-Malmedy;
  • het Hertogdom Bouillon;
  • het zuidelijkste deel van het Hertogdom Brabant;
  • het Hertogdom Limburg.

De ontwikkeling van een ijzerindustrie

Wallonië, door de aanwezigheid van metalen aan de voet van de Ardennen, was reeds in de Romeinse tijd een centrum van ijzerindustrie, maar in de middeleeuwen werd de Waalse methode van ijzersmeden ontwikkeld. Nadat het ijzer uit de smelting uit de hoogovens was gewonnen, was het meestal nog niet zuiver, in de Waalse smederijen werd het meest zuivere ijzer geproduceerd. Deze technologie verspreidde zich naar Frankrijk en Engeland, dikwijls onder leiding van Waalse smeden. Wallonië in de Vroegmoderne Tijd Bourgondische Rijk

Uit de veelheid van kleine vorstendommen, door een uitgekiende huwelijkspolitiek en door verovering, verzamelden de Hertogen van Bourgondië de Nederlanden. Filips de Stoute erfde, door met Margaretha van Male te trouwen, Nevers, Vlaanderen, Artesië en Bourgondië. Het Bourgondische territorium werd uitgebreid met Namen (1421), hertogdom Brabant en Limburg (1430), het graafschap Henegouwen, Holland en Zeeland (1432), Hertogdom Luxemburg (1441) en Gelderen (1473). In 1441 werd de eerste Staten-Generaal samengeroepen, met vertegenwoordigers uit Brabant, Vlaanderen, Rijsel, Douai (Dowaai), Orchies, Artesië, Henegouwen, Holland, Zeeland, Namen, Mechelen en Boulogne. Renaissance en Humanisme Protestantisme

In de 16e eeuw komt het calvinisme uit Frankrijk overgewaaid naar de Nederlanden. De eerste calvinistische geloofsbelijdenissen worden in het Frans geschreven, en later in het “Vlaams” vertaald. De eerste nationale synodes (1571 & 1578) waren tweetalig: de Waalse bijdragen waren van grote waarde. Maar het ging de protestanten niet voor de wind in Wallonië: De Hertog van Alva zuiverde het land, en de katholieke adel en geestelijkheid behielden hun macht in de Waalse gebieden, de Waalse Hervormde Kerken moesten vluchten naar het noorden: te Middelburg wordt de eerste gevestigd in 1574, in 1578 te Amsterdam en in 1585, na de val van Antwerpen, zullen nog vele Waalse kerken volgen: in totaal zullen 43 kerken deelnemen aan die eerste uittocht. Na de herroeping van het Edict van Nantes (1685) zullen zich nog tienduizenden Franse hugenoten aansluiten bij de Waalse gereformeerde kerken. Zij maken deel uit van de tweede golf van vluchtelingen. Vele Walen zullen ook vluchten naar de Nieuwe Wereld, en een belangrijke bijdrage leveren aan de stichting van de kolonie Nova Belgica.

De Unie van Atrecht

De Unie van Atrecht (1579), gevolgd door het Traktaat van Atrecht, bezegelde de verzoening tussen de Waalse gebieden in de Nederlanden en Philips II van Spanje. Het was een katholiek verbond, en het protestantisme werd verboden. Vanaf het begin van het conflict in de Nederlanden, dat zou leiden tot de scheuring en de Tachtigjarige Oorlog, werden de Walen door de ‘Nederlanders’ met de vinger gewezen. Gilbert Roy, historicus van de Nederlanden, liet zich laatdunkend over hen uit: “Walons Espaignolisez, qui se sont vestus de la brutale tyrannie, pestulance et arrogance Espaignole...” Luxemburg en Namen hadden zich reeds na de Pacificatie van Gent gedistantieerd van de Opstand; Luxemburg had zich uit onvrede zelfs niet eens aangesloten. De vertegenwoordigers van Rijsels Vlaanderen (Waals Vlaanderen), Henegouwen, Valencijn en Artesië, gingen zich reeds in 1577 profileren als een aparte katholieke antiprotestantse groep in de Staten-Generaal. Het zijn deze laatsten die zich aaneen zouden sluiten tot de Unie van Atrecht.

Doornik echter stond eerder aan de kant van de pacificatie van Gent, omdat zij belangrijke handelsrelaties had met Vlaanderen. De redenen waarom de “Walen” ‘overliepen’ naar de Spanjaarden zijn divers: het protestantisme had er, na het regime van de hertog van Alva, minder invloed, en de Waalse economie was minder commercieel en industrieel. De katholieke (land)adel en de geestelijkheid hadden er meer macht en er was geen sterke burgerij. Er was ook een economisch conflict waarbij Vlaanderen en Brabant de vrije doorgang van goederen verhinderden naar het zuiden, een houding die waarschijnlijk beïnvloed werd door de gebeurtenissen in Frankrijk in 1572, de beruchte Bartholomeusnacht. De protestanten waren op hun beurt niet altijd erg tolerant tegenover de katholieken.

Men zou kunnen stellen dat de Unie van Atrecht de eerste politieke stellingname en bewustwording van politiek aaneengesloten “Waalse” gebieden was. De meeste gebieden die zich aansloten bij de Unie van Atrecht liggen nu in Frankrijk, met uitzondering van oostelijk Henegouwen, maar de andere provincies, Namen, Luxemburg en het niet-Habsburgse Prinsbisdom Luik, bevonden zich in het katholieke kamp, terwijl Noord-Vlaanderen, Brabant, Doornik, Gelre, Zeeland, Holland, Utrecht, Groningen, Drenthe, Friesland en het Maasland duidelijk voor de Unie van Utrecht kozen, of erbij aanleunden. Waalse “knowhow” in de wereld

De Waalse ijzerverwerkende industrie en knowhow was wereldvermaard, en in de zeventiende eeuw zal de Luiks-Nederlandse industrieel Louis de Geer Waalse ambachtslieden meenemen naar Zweden om daar een grote metaalverwerkende manufactuur te stichten en hij zal kanonnen leveren aan de protestantse zaak van koning Gustaaf II Adolf van Zweden in de Dertigjarige Oorlog. De Verlichting

Wallonië, gedomineerd door het katholicisme en het oerconservatieve Prinsbisdom Luik, wordt soms gezien als archaïsch bolwerk van een traditioneel, bijna obscuur, middeleeuws gedachtegoed, maar toch kreeg het vooruitgangsdenken van de verlichting er voet aan de grond, en publiceerden de Luikenaars (zoals in de drukkerij van brassompierre) de werken van Diderot, Voltaire, Montesquieu, Beaumarchais, Raynal, dikwijls in samenwerking met het nabijgelegen Maastricht. De drukker Clement Plompteux zal zich specialiseren in projecten ter vervolmaking van kennis, waaronder de heruitgave van de Encyclopédie. “Terug naar de natuur” poëzie wordt geschreven door de Luiks/Franse dichter en schrijver Nicolas Germain Léonard. In La Société Libre d’Emulation[7] worden moderne hervormingen besproken. De prins-bisschop Velbruck, vrijmetselaar en model van de verlichte kerkvorst, regeerde Luik vanaf 1772.

Wallonië van 1789 tot 1914

De lange negentiende eeuw

Wallonië, in de 18e en 19e eeuw aan de spits van de industriële revolutie en de technologische vernieuwingen, ziet het Waalse landschap grondig veranderen, maakt verschillende revoluties en oorlogen mee en zal zich geconfronteerd zien met een het harde sociale vraagstuk door immigratie van een arbeidersproletariaat naar de steden. Van 1789 (de Brabantse en Luikse omwentelingen) tot 1794 wordt het land getroffen door verscheidene oorlogen ten gevolge van de Franse revolutie (bijvoorbeeld veld slag bij Jemappes en de slag bij Fleurus), In 1814-1813 wordt het gebied ingelijfd als deel van het Verenigde koninkrijk der Nederlanden. Frans werd ingevoerd als eenheidstaal in Wallonië ten tijde van het Franse regime en door Willem I. In 1830 zullen Waalse vrijwilligers zich aansluiten bij de opstand in Brussel, en hun bijdrage leveren aan de secessie van België van het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden. Voor een deel werd die Belgische Revolutie vanuit Waals perspectief enerzijds ingegeven door het katholicisme, anderzijds door industrieel protectionisme in het kader van een commercieel open Verenigd Koninkrijk, waarbij concurrentie met Britse producten door de open markt moeilijker werd. Vanaf 1830 zullen verschillende sociale schokken Wallonië in rep en roer zetten met de opkomst van de massale vakbonden en de enorme Belgische Werkliedenpartij (een van de grootste politieke ledenverenigingen ter wereld op het einde van de negentiende eeuw) kreeg de sociale beweging (en de internationale beweging) in Wallonië een zeer sterke basis. Op het einde van de negentiende eeuw begon de Waalse economie te stagneren en vertraagde de industriële en demografische ontwikkeling. Hier ligt ten dele de grondslag voor een Waals streven naar een Waals regionalisme en de opkomst van de Waalse Beweging: het groeiende demografische, economische en politieke overwicht van de Vlamingen in België stond de Waalse ontwikkeling in de weg.

Industriële Revolutie

De Waalse industriële ontwikkeling is een van de vroegste van Europa, en het steile tempo van de ontwikkeling in het midden van de negentiende eeuw was ontzagwekkend. Er ontstond een merkwaardige chaotische mengeling van kleine ijzerverwerkende bedrijfjes, de kleine mijnschachten en kleine landbouwbedrijven die karakteristiek zullen zijn in het landschap van de Waalse “sillon industriel”, terwijl ook reuzen van de staalindustrie, zoals Cockerill en Krupp enorme hoogtechnologische hoogovens voor de staalproductie oprichtten. De ontwikkeling van het rijke steenkoolbekken in de Borinage en van de zware staal en machine-industrie had een grote invloed op de andere industrieën in België, zoals de textielindustrie die (van oudsher) honderdduizenden tewerkstelde in Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Verviers. Vandaag maakt de staalreus Cockerill-Sambre nog steeds deel uit van de staalgroep ArcelorMittal. Wallonië was een speerpunt in de eerste industriële revolutie, vooral op het vlak van de zware industrie, gebaseerd op kolen en staal, maar miste voor een deel de tweede industriële revolutie (vanaf ongeveer 1870) gebaseerd op olie, gas, elektriciteit. Wel werd in Charleroi het solvayproces ontwikkeld door Ernest Solvay in zijn chemische fabriek (1863), terwijl de schaalvergrotingen in de staalindustrie de bedrijven concentreerde in grote (financiële) holdings.

Vlaamse immigratie naar Wallonië

Vlaamse immigratie naar Wallonië was een omvangrijk fenomeen in de geschiedenis van België. Kas Deprez schreef: "In de 19de eeuw zien we een arm Vlaanderen terwijl het agrarisch relatief rijk was. De eerste industriële revolutie ging Vlaanderen voorbij. Vlamingen immigreerden naar Wallonië (en andere regio's), om aan de armoede thuis te ontsnappen." De cijfers van 1866 tot 1910 gepubliceerd door Yves Quairiaux maakt het mogelijk om de belangrijkheid van dit economisch verschijnsel te begrijpen. Veel Franstalige Walen dragen Vlaamse familienamen.

Census 1866-1910 van Vlaamse immigratie naar Wallonië

Census Arrondissementen ([Provincies]) Aat [Henegouwen] Charleroi [Henegouwen] Bergen [Henegouwen] Zinnik [Henegouwen] Thuin [Henegouwen] Doornik [Henegouwen] Hoei [Luik] Luik [Luik] Verviers [Luik] Borgworm [Luik] Waals-Brabant Luxemburg (provincie) Namen (provincie)
1866 Totaal Bevolking Vlamingen 88.811 1.877 2,11 % 212.446 9.044 4,26 % 189.168 1.575 0,83 % 100.869 7.890 7,91 % 96.283 485 0,50 % 176.653 6.342 3,59 % 80.874 433 0,54 % 284.668 20.399 7,17 % 128.041 6.300 4,92 % 49.130 2.500 5,09 % 150.162 2.960 5,09 % 199.910 ..... 645 .... 0,32 % 302.778 2.100 0,69 %
1880 Totaal Bevolking Vlamingen 90.080 1.738 1,93 % 212.466 9.044 4,26 % 189.168 1.575 0,83 % 118.227 8.905 7,51 % 108.823 6.342 3,59 % 184.177 9.380 5,09 % 89.969 431 0,48 % 351.860 23.984 6,79 % 151.238 6.021 3,98 % 55.444 2.338 4,21 % 147.889 3.127 2,11% 209.118 ... 916 ........ 0,44 322.654 2.606 0,81 %
1890 Totaal Bevolking Vlamingen 88.554 2.638 2,98 % 347.179 15.912 4,58 % 227.835 2.921 1,28 % 129.323 11.526 8,91 % 114.496 1.078 0,94 % 183.751 17.901 9,74 % 98.847 753 0,76 % 419.163 39.537 9,43 % 166.996 5.818 3,48 % 57.361 3.359 5,86 % 162.571 6.397 3,93 % 211.711 ... 842 ..... 0,40 % 333.471 4.198 1,26 %
1900 Totaal Bevolking Vlamingen 88.658 3.556 4,01% 377.590 21.267 5,63 % 245.244 3.968 1,62 % 143.702 15.114 10,52 % 125.298 1.806 1,44 % 200.900 25.626 12,76 % 100.387 876 0,87 % 475.624 40.829 8,58 % 169.780 4.976 2,93 % 50.090 3.670 6,21 % 169.219 7.243 4,28 % 219.210 ... 1.225 ... 0,56 % 346.512 4.035 1,16 %
1910 Totaal Bevolking Vlamingen 87.707 2.958 3,37% 421.024 26.986 6,41 % 260.780 4.070 1,56 % 156.484 15.044 9,61% 137.522 3.327 2,42 % 215.860 33.455 15,50 % 103.385 971 0,94 % 528.728 41.848 7,91 % 168.893 4.914 2,89 % 63.842 4.441 6,96 % 178.697 8.372 4,69 % 231.215 ... 1.546 ... 0,67 % 362.846 5.169 1,42 %

Deze cijfers corresponderen met de data van het recente boek (vertaald in het Frans), van de Vlaamse Journalist Pascal Verbeken [8]. Beide auteurs zijn het eens dat dit verschijnsel heel belangrijk was voor de creatie van België en belangrijk voor het opbouwen van de identiteiten van de grootste bevolkingsgroepen van Belgie: de Walen en de Vlamingen. De industriële gebieden langs de Sillon industriel, de Borinage (in het westen van Wallonië) en de regio van Verviers (in het oosten) waren minder betrokken bij deze evolutie. De belangrijkste gebieden van de Vlaamse immigratie waren de drie industriële gebieden Charleroi, Luik en het centrum rond La Louvière. In de censusperiode gepubliceerd door Quairiaux kwamen ongeveer 500.000 Vlamingen naar Wallonië om werk te vinden in de industriële gebieden.

Deze Belgische census berekende het aantal Franstalige, Vlaamstalige, Duitstalige Belgen (nu Nederlandstalig). Quairiaux schatte het aantal Vlamingen in Wallonië op de basis dat in deze periode alleen de Vlamingen Vlaams spraken of tweetalig (Vlaams-Frans) waren. Snel adopteerden ze de lokale culturen en talen (meer het Waals dan het Frans, in ieder geval in het begin).

Recente ontwikkeling

Vanaf 1960 zette het economisch verval van Wallonië in en was Vlaanderen in opkomst. De zogenoemde communautaire problematiek werd hierdoor aangescherpt. Na het ontstaan van België in de 19e eeuw hadden het aanvankelijk meer ontwikkelde Wallonië en de Franstalige burgerij de Belgische economie en politiek gedomineerd. Terwijl de Vlaamse Beweging vooral uit was op de erkenning van het Nederlands en culturele autonomie voor Vlaanderen, lagen de doelstellingen van de Waalse Beweging voor de federalisering van het land eerder bij economisch zelfbestuur om het verval van de kool- en staalindustrie, waarop de Waalse economie steunde, af te remmen. Een heropleving bleef uit, en sinds de jaren 1960 kampt Wallonië met een grotere werkloosheid, lager inkomen, lagere economische groei en minder gezonde openbare financiën dan Vlaanderen.[9]

Noten

  1. Schematisch kaartje van de vijf Waalse provincies:[1]
  2. Topografische kaart Wallonië
  3. gouvernement.wallonie.be: Le Gouvernement a décidé de promouvoir le terme « Wallonie » en lieu et place de « Région wallonne »
  4. Wallonnades, par l'auteur d'Alfred Nicolas, Liège, Oudart, 1845.
  5. Van Veen, Etymologisch Woordenboek, Van Dale, Utrecht / Antwerpen, 1990
  6. Iguanodon is een geslacht van plantenetende Iguanodon is een geslacht van plantenetende ornthischische dinosauriërs, behorend tot de groep van Euornithopoda, dat tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige Europa.
  7. La Société Libre d’Emulation
  8. La Terre promise; Flamands en Wallonie, Le Castor astral, Bruxelles, 2010 ISBN 978-2-85920-801-1 vertaald uit het Nederlands Arm Wallonië, een reis door het beloofde land, ISBN 978-90-8542-072-9
  9. Regionale economische vooruitzichten 2010-2016. Studiedienst van de Vlaamse Regering (2011). Geraadpleegd op 2011-09-16.

Externe link

Persoonlijke instellingen