Vruchtgebruik

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Het recht van vruchtgebruik is gewoonlijk gevestigd op onroerende goederen, ook wel onroerende zaak genoemd. Het kan echter ook, als zogenaamd quasi-vruchtgebruik, worden gevestigd op roerende zaken, ambten etc. Bij huizen gaat het tevens om het recht van gebruik en bewoning.

Degene die het vruchtgebruik geniet, wordt vruchtgebruiker genoemd. In oude stukken gebruikt men meestal de woorden tocht of tucht in plaats van vruchtgebruik, de vruchtgebruiker wordt daarbij tochter/tochtersche, tuchter/tuchtersche of tochtenaar/tuchtenaar genoemd.

De feitelijke eigenaar van de zaak noemen we de blote eigenaar.

Het recht van vruchtgebruik werd in vele gevallen door man of vrouw bij schriftelijke akte gegeven aan de langstlevende, om zo de inkomsten te genieten van de zaak die in vruchtgebruik werd gegeven. Bij veel verkopen zien we dat de vruchtgebruiker eerst afstand doet van dit recht, zodat de blote eigenaren (vaak de kinderen) de goederen vrij van vruchtgebruiksrecht kunnen overdragen. Het afstand doen van vruchtgebruiksrechten noemt men in Zuid-Limburg ook wel de tocht doden.

Bronnen

Land- en Stadrecht, Gelre, zoek naar: /93/ "Van tochte ende gerichtlich vervolch derselver"