Van Oedenrade

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Van Oedenrade, van Oederade, (ook: van Oerraede of van Oeraidt), adellijk geslacht afkomstig van het voormalige kasteel Oedenrade (huis en hof Oeraedt, Oderode, Oederaede, Oeraide, Oeraidt, Oerath, Oerode, Oerrade, Oerraede, Oirade, Oirraede) nabij (thans te traceren in) Vlodrop.

In 1262 wordt ridder Henricus de Oderode vermeld. De oudste gegevens van het kasteel dateren van 1369.

Inhoud

Jan van Urrade

  • 16 februari 1394, ECHT:
    Jan van Urrade [Oerade] wordt beleend met een tiend te Echt.
[Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901, p. 2] [1]
  • 16 februari 1394, HEINSBERG / VLODROP:
    Brene van Orade [Oerade] wordt beleend met het goed te Hulhaven bij Hijnsberg gelegen, de hof te Urrade te Flodorp, en het vorsterambt op het Elmterwalt.
[Sloet: Register op de Leenacten van Gelre en Zutphen 1376-1402. Arnhem, 1901, p. 5] [2]

Steven van Oederade

Steven van Oederade, zoon van Johan van Oederade (ook: Oeraede, Oiraede, Urrade) en Mechtildis van Elmpt, leenheer van het Gelderse leengoed Oedenrade onder Vlodrop gelegen, wordt op 25 juni 1379 vermeld te Roermond, samen met zijn vrouw Hadewig; na haar overlijden hertrouwde Steven met een Catharina, van wie de achternaam onbekend is.
In 1402 verheft Steven de hof Oedenrade als Gelders leen en houdt bovendien de Gelderse lenen de hof Hoenritte te Tegelen, de laten te Brempt, het vorsterambt in het Elmpterbos en de hof te Heulehaven. [3]

Gitstappermolen

Op 26 december 1377 stond hertog Willem van Gulik toe dat in de latere buurtschap Etsberg bij Vlodrop een watermolen werd gebouwd, aan de Geitstapperbeeck onderaan de Geitstapperberg.[4] De latere Gitstappermolen wordt voor het eerst aangeduid in de akte waarin Willem, hertog van Gulik, en Maria van Gelre, hertogin, bepaalden, dat Steven van Oerade voor hem en zijn erven het gemaal (molenban) in het kerspel Vlodrop verkreeg en dientengevolge werd verplicht een waterradmolen te bouwen op de Roer op de Molenkamp en griend beneden de Roerbrug. Bij verlies van de watermolen mocht Steven een windmolen bouwen op de Geitstapperberg of een watermolen op de Geitstapperbeek.[5] Hij bouwde de eerste watermolen in de 14de eeuw. In de eeuwen die volgden, was de molen het eigendom van het geslacht van Vlodrop.

Swalmen

Steven van Oederade was op het eind van de 14e eeuw ook eigenaar van de zogenaamde Roderborchs tiende onder Swalmen, welke hij had aangekocht van Heyn Wolff en diens gadelingen. In het voorjaar van 1395 werd een uitgebreide lijst opgesteld van alle landerijen die aan Steven van Oerade tiendplichtig waren.[6] De Swalmer veldnaam Geisting verschijnt voor het eerst op deze lijst uit 1395.[7]
In 1410 was Steven van Oeraede vermoedelijk nog schepen aldaar en eigenaar van een huis in de Neerstraat. [8]

Catharina van Oerade

Erfdochter Catharina van Oerade huwde Jan III Rode van Opsinnich (vermeldingen als echtpaar in 1519 en 1531). Hun zoon Dirck Rode zou later het kasteel Oedenrade verwerven. In 1554 bracht Dirk Rode (van Opsinnich) het huis met voorhof, beemden, land en visrecht op de Roer, in bij zijn huwelijk met Catharina Keer van Froenhoven (huwelijkse voorwaarden 8 juni 1554).

Auteur

Ad Welschen

Noten

  1. Regesten 1300-1399 Loe Giesen [1]
  2. Regesten 1300-1399 Loe Giesen [2]
  3. Bron: Regesten Roermond [3]
  4. De watermolen ligt op de grens van Nederland en Duitsland, het waterrad draait nog net op Nederlands grondgebied. De molen stamt uit de veertiende eeuw, toen de grenzen nog anders liepen.
  5. Bron: Regesten Roermond [4]
  6. Schloss Haag, inv.nr. 295, fol. 3 t/m 24.
  7. -- Item in den velde dat die Geistinck heyt vij boenre heren Dierick van Oist tobehorende van Oytmans paele nederwart op den Daren thent halff Steven aver vanden selven pael ende vanden selven Daren opwart ter Ruremunscher straten dat derdedeil Stevenvoirss.
    en:
    -- Item aen den selven Geystinck vijff morgen lants der vrouwen van Nyele tuebehoerende eyn halff boenre dair ynne gesloetelt teyndt temael Steven ende dat ander gemeyn. Item den selven Geystinck twe morgen lants die Slabbarts van Assel waren teyndt Steven temael.
    Deze beschrijvingen lijken te wijzen op een gebied ten zuiden van Swalmen, waarschijnlijk aan de oostzijde van de huidige Rijksweg.(Bron: Loe Giesen: Toponiemen Swalmen [5])
  8. Zie ook Peter Geuskens: Het huis Oedenrade te Vlodrop.In: Roerstreek nr. 30 (1998), blz. 53-74. Bron: Kroniek voor Belfeld, Beesel en Swalmen - 1300-1399, [6]

Literatuur

  • Crassier, Louis baron de, Dictionnaire historique du Limbourg néerlandais de la période féodale à nos jours, Maastricht, Van Aelst, opnieuw gepagineerde overdruk uit Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg 1930-1937, p. 568.
  • Escaille, H, de l', 'Les fiefs du Haut Quartier de la Gueldre, 1236-1598 (2 Het ampt Montfort: Oerrade)' in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Duché de Limbourg, 31(1894), p. 186-188.
  • Geuskens, P., 'Het huis Oedenrade te Vlodrop' in: Jaarboek der Heemkundige Vereniging Roerstreek, 30(1998), p. 53-74.
  • Geuskens, P., Het huis Oedenrade te Vlodrop (deel 2) in Jaarboek der Heemkundige Vereniging Roerstreek, (1999), p. 80-100.
  • Gootzen, P., 'Edele woonhuizen in de Roerstreek (3)' in: Jaarboek der Heemkundige Vereniging Roerstreek, 7(1975), p. 105-115.
  • Hupperetz, W., B. Olde Meierink en R. Rommes (red.), Kastelen in Limburg. Burchten en landhuizen (1000-1800), Utrecht, Matrijs, 2006, p. 239.
  • Leclercq, W.L., Limburg, Reisboek, Amsterdam, z.j. (±1940), p. 150.
  • Schijndel, B.W. van, 'Processen over Oedenrader leengoederen te Vlodrop (1608-1615) met aanteekeningen' in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg, 76 (1940), 9-24.
  • Win, J.Th.H. de, Kastelen in Limburg, p.108.
  • Wolters, M.J., Recherches sur l'ancienne avouerie de la ville de Ruremonde et sur les familles de Vlodrop et de Cortenbach qui jadis furent investies de cette charge hereditaire, Gand, 1855, 96 p.

Over rodingsnamen:

  • Winand Roukens, 'Limburgische Toponymie. I: De -rode, -rade-namen', De Maasgouw 61 (1941), 85-87.
  • P.L.M. Tummers, 'De rode-namen in Nederlands Limburg'. Mededelingen van de Vereniging voor Naamkunde te Leuven en de Commissie voor Naamkunde te Amsterdam 43 (1967), 46-74.
  • Walter Hoffmann, 'Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade', Vortrag bei der 21. Jahrestagung der Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde am 18. November 1995 in Kerkrade, zie [7], vermeldt Udenraide 1309; Oerode 1460; Oeraidt 1546.

Externe link

  • Jaarboek van de Heemkundevereniging Roerstreek; index over 30 jaar: [8]
Persoonlijke instellingen