Van Leeuwen

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De familie Van Leeuwen ontleende haar naam in de loop van de 16e eeuw aan de buurtschap Leeuwen onder Beesel. In de 15e eeuw droeg deze familie nog de naam Hoeuftman, een achternaam die we onder vele verschillende schrijfwijzen aantreffen in de archieven: Hoeijtman, Hoitmans, Houfftman, Houtmans, Hoyffmans.
De tot op heden beschikbare gegevens zijn vooralsnog onvoldoende om een betrouwbare en sluitende genealogie samen te stellen. Vandaar dat hier wordt volstaan met een korte beschrijving van hetgeen wel bekend is.

De rode draad: hoeve De Zang te Beesel

Hoewel er geen aanwijzingen zijn om een adellijke afstamming te vermoeden, achtten enkele leden van de familie Hoeuftman het kennelijk gepast om zich in de 16e eeuw naar de Beeselse buurtschap Leeuwen te gaan noemen. De familie bezat hier, aan de oostelijke rand van de stuifzanden en op een steenworp afstand van de Maas, een boerderij: hoeve De Zang. Haar complexe geschiedenis is vermoedelijk nauw verweven met die van de verdwenen hoeve de Haag en van het eveneens verdwenen Ingendaels goed. In een niet gedateerd oud cijnsregister van de Buerense Laathof wordt de hoeve voor het eerst vermeld, zij het nog zonder naam. Deze naam. ook wel omschreven als In gen Sand of Zandelhof, was ongetwijfeld ingegeven door de zandrijke omgeving.
De familie Hoeuftman alias Van Leeuwen was dan wel gegoed onder Beesel, het is allerminst duidelijk of zij hier ook woonde. In die zin betreft het hier dan ook geen zogenaamde herkomstnaam, maar veeleer een vernoeming naar belangrijke familiebezittingen.

Volgens het Buerense register was een cijns (een afdraging in natura) verschuldigd door Luydolff Hoeijtman. Een zoon van diens broer, Gort Lewen, wordt genoemd als volgende leenhouder van Ingendaels guijt, op zijn beurt gevolgd door Ryck en Merten, kinderen van Gort Hoitmans, die daarna eigenaren waren van den hayff te Lewen. Al deze vermeldingen zijn nog zonder datum. In de Beeselse Pondschatting van 1468 treffen we achter hoeve de Schei aan: Ludolph, Heinke en Goert Houtmans. Daarmee moeten de verwijzingen in het register eveneens stammen uit de tweede helft van de 15e eeuw. Ludolff Houfftman was in 1485 meester van de broederschap van O.L. Vrouwe te Venlo. Ludolph was vermoedelijk een broer van Johan Hoeftman, die in 1498 samen met zijn vrouwe Rijcke wordt vermeld als leenhouder van goederen onder Niekercken (D). Deze goederen waren in 1513 gedeeltelijk in handen van Gaert van Lewen, terwijl in 1538 een zekere Marten van Leuwen uit Venlo wordt genoemd als leenhouder.

Johan Hoyffmans wordt op nog een andere plaats in het cijnsregister vermeld, namelijk bij de eveneens onder Leeuwen gelegen hoeve de Haag. In een lijst uit 1533 is voor het eerst sprake van de huidige naam van de boerderij: gen Sangh.
De Zang was rond 1540 eigendom van de Venlose borgemeester Johan van Cruchten en zijn vrouw Rijcka van Leeuwen. In oktober 1541 had Tylman Gaeijen de boerderij van Johan van Cruchten in pacht. Johan en Rijcka kochten in maart 1546 van Henrick van den Kamp, zoon van Thijsken Duytzschen, ruim 5 morgen akkerland, dat een half jaar eerder door Henryck Dutsen en zijn vrouw Wilhem was verpand aan gravin Ursula van Eberstein.
Een lijst uit 1551 van goederen to Biessel grevenrecht van jeder huiss dair vuyr und liecht uytgait vermeldt Rijck van Leeuwen, nu Jan Cruchten van synen hof aldair. Dit bevestigt dat de boerderij eerder eigendom was van Rijcka en haar ouders, Godefridus van Leeuwen (alias Van Leuven, Van Loven of De Lovanio) en Elisabeth van Ruremunde. Volgens het cijnsregister werd de boerderij in 1567 na het overlijden van Rijcka verheven door haar zoon Gort van Kruchten, mede namens de overige kinderen.