Van Breyll (adel)

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De familie van Breyll, ook wel von Breil, is een adellijk geslacht uit Heinsberg en stamt uit de omgeving van Geilenkirchen.


Inhoud

Geschiedenis

Het adellijke aanzien van de familie van Breyll werd gelegd door Wynand von Breyll, die landcommandeur van de Duitse Orde was van 1536 tot 1554, het jaar waarin hij overleed. Door huwelijken verkrijgt de familie bezittingen in het Maasland. Nicolaus von Breil zu Eys (en Oud-Valkenburg) wordt in 1586 onder andere met goederen in Sibbe beleend. Door zijn huwelijk met de erfvrouwe van Limbricht, Maria van Streithagen (?-1636) in ca. 1573, komen in 1619 haar bezittingen aan zijn nageslacht.
Het geslacht is in 1707 uitgestorven.

Leden van de familie

Wynand von Breyll (? - 1554), landcommandeur van de Duitse Orde (1536-1554) en commandeur van de ordeheerlijkheid Gemert en gouverneur van Friesland, Groningen en Overijssel. Ook nam hij deel aan een veldtocht tegen de Turken(wellicht deed hij dit samen met onder andere Edmond Huyn van Amstenrade).
Nicolaus von Breil zu Eys (en Oud-Valkenburg)
Nicolaas van Breyll (? – 1655), kasteelheer van Kasteel Limbricht en heer van de vrije Rijksheerlijkheid Limbricht
Herman Winand van Breyll (? – 1688), kasteelheer van kasteel Limbricht en tot 1665 heer van de vrije Rijksheerlijkheid Limbricht
Elisabeth Cecilia van Breyll

Titels

Leden van het geslacht van Breyll werden onder meer:
• 1612: heer van de heerlijkheid Eys (vanaf de 17e eeuw - de heerlijkheid werd in 1685
verkocht aan graaf Georg Friedrich von Waldeck und Pyrmont (1620-1692)
• baron van Eys
• lid van de Ridderschap van het Land van Valkenburg
• 1619: heer van de heerlijkheid Limbricht

BEZITTINGEN

De familie bezat onder andere de volgende kastelen en adellijke huizen:
• Limbricht: Kasteel Limbricht (1619-1706)
• Oud-Valkenburg: Kasteel Genhoes (1586-1592/1608-1632)
• Eys: Kasteel Eys (1609-1755)
• Maastricht: Kasteel van Limmel (1509-1565)

Kasteel Genhoes

Kasteel Genhoes ligt ten noorden van de weg Valkenburg-Gulpen, in het Geuldal nabij het Limburgse dorpje Oud-Valkenburg. In de directe nabijheid bevindt zich ook het kasteel Schaloen. Van oudsher was het kasteel het stamkasteel van de heren van Valkenburg. Genhoes betekent: "Hèt Huis of huis bij uitnemendheid". Deze benaming treffen we ook vaak aan bij andere Limburgse huizen. In de 11de eeuw betrof het hier "hèt huis" van Oud-Valkenburg. Ooit moet op de plaats waar het huidige kasteel staat het domein hebben gestaan van de ridders van Valkenburg, voordat ze hun latere vesting op de Heunsberg in Valkenburg bouwden.

Het kasteel is in 1539 door Jan van Streithagen, voogd van Valkenburg, gebouwd en werd toen nog Oud-Valkenburg genoemd. Door de Tachtigjarige Oorlog was het kasteel echter geen lang leven beschoren. In 1576 of 1579 werd het door de Spanjaarden verwoest. In 1600 werd het echter door de van Streithagens herbouwd, namelijk door Nicolaas van Breyll, die een zoon was van Maria van Streithagen. In 1609 ging het kasteel over aan Ulrich Hoen van Hoensbroeck als schoonzoon van de familie. Hierbij werd de zeggenschap over het kasteel en de goederen van de heerlijkheid Oud-Valkenburg overgedragen.

Kasteel Limbricht

  • Vóór 1100: bouw van een motte-kasteel

De geschiedenis van de motteburcht (kasteel op een kunstmatige heuvel) gaat waarschijnlijk terug tot de 10e eeuw. In de vroege middeleeuwen verrees hierop vermoedelijk een houten woontoren met neerhof, en een eerste zaalkerkje.

  • Later (rond 1200) werden deze houten constructies vervangen

door stenen bouwwerken. Zeker is dat onder de huidige bebouwing de restanten zijn gevonden van een vermoedelijk 12e-eeuwse ronde donjon opgetrokken uit natuurstenen metselwerk en die later, omstreeks 1250, herbouwd is.

  • vóór 1300: de eerste “heren van Lemborch”

Uitbreiding toren; bouw absis aan het kerkje met fresco’s (uniek in Nederland. Deze herbouw is waarschijnlijk uitgevoerd door de eerste heren van Lemborch, waarvan Hermannus de Lemborch de oudst bekende heer van Limbricht is. Hij leent de heerlijkheid Limbricht aan de hertogen van Brabant, dat wil zeggen dat deze hier volgens eigen goeddunken mochten verschijnen en er desnoods tot een bezetting mochten overgaan.

  • 15de en 16de eeuw: familie Scheiffart van Merode

Kerkje wordt uitgebreid. Rond 1450 komt het kasteel in bezit van de familie Scheiffart de Merode die de burcht bijna twee eeuwen zou bewonen. Echter in 1579, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, logeert de hertog van Parma op het kasteel waarbij plundering en verwoesting zou plaatsvinden. In 1619 had Johan V Scheiffart van Merode, heer van Limbricht, de bedoeling 'de heerlyckheyt te submitteren aan den Guliksen Raede van Düsseldorf'. Maar na problemen over de erfopvolging in de Scheiffart de Merode familie, komt het kasteel tenslotte toe aan Nicolaas van Breyll, de bouwer van het huidige kasteel.

  • 1619 Nicolaas van Breyll erft de vrije rijksheerlijk-heid Limbricht en bouwt het huidige renaissancekasteel met voorburcht (tot 1630)

De vier vleugels van het huidige kasteel, die zijn voorzien van een lessenaardak, zijn in het begin van de 17e eeuw in Maaslandse renaissancestijl met raamomlijstingen in Naamse steen door Nicolaas van Breyll gebouwd. Hij liet hierbij tevens de burchtheuvel vergroten tot een oppervlak van 36 bij 36 meter. Een chronogram op de ingangspoort vermeldt het jaartal 1622 als het bouwjaar van de burcht. In de achtervleugel is een vierkante traptoren opgenomen met een dubbele knobbelspits. Tevens bevindt zich hierin een vijfzijdige slotkapel uit 1643, voorzien van een stucplafond. Inwendig heeft het kasteel een grote zaal met een schouw met fries waarop de alliantiewapens van de familie van Breyll zijn aangebracht.



PERSONEN

Winand van Moelenbach genaamd van Breyll

Winand van Moelenbach genaamd van Breyll (°circa 1500, Groot-Commandeur van Duitse Orde in de Balije Biesen 1536-1554, +1554). Hij werd in 1546 naar de Noordelijke Nederlanden gestuurd als goeverneur van Friesland, Overijssel en Groningen, in de plaats van Floris van Egmond, heer van Buren en legeraanvoerder in dienst van Karel V op weg naar Muehlberg.

Nicolaas van Breyll

Nicolaas van Breyll (? – Limbricht, Limburg, 1655), eigenlijk Nicolaas van Moelenbach genaamd van Breyll, was kasteelheer van kasteel Limbricht en heer van de vrije Rijksheerlijkheid Limbricht. Hiermee was hij heer van Limbricht en Einighausen.

Nicolaas van Breyll huwde met Maria van Eynatten. Zij hadden de volgende kinderen:

  • Herman Winand van Breyll
  • Elisabeth Cecilia van Breyll

Toen in 1619 de laatste nazaat van de familie Scheifart van Merode overleed, ging het kasteel over op de familie Van Breyll. Omdat Nicolaas van Breyll via zijn moeder, Maria van Strijthagen, familie was van de Scheifarts van Merode, werd kasteel Limbricht op 10 september 1619 zijn bezit. In 1633 kreeg hij ook de heerlijkheid Limbricht toegewezen. In welke staat het kasteel bij de overdracht verkeerde is onbekend. Waarschijnlijk was het kasteel door oorlogshandelingen van de Gelderse successie-oorlog (1538-1543) beschadigd geraakt. In ieder geval was het vanuit militair oogpunt verouderd. Wellicht heeft Nicolaas van Breyll vanwege de strategische ligging besloten om een geheel nieuwe burcht te bouwen. Dit paste in ieder geval bij zijn politiek van strikte onafhankelijkheid die hij zowel aan het Land van Gulik als aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden kon demonstreren. Het is zeker dat het kasteel diende als een symbool van lokale macht. In de wapensteen van het mottekasteel staan de familiewapens van Nicolaas van Breyll en Maria van Eynatten opgenomen. Uit de wapensteen kan tevens worden afgeleid dat de bouw van het mottekasteel in 1622 is begonnen. Het mottekasteel was per 1630 gereed.

Limbricht was ten tijde van Nicolaas van Breyll een vrije Rijksheerlijkheid. Dit betekent dat Nicolaas van Breyll direct onder de heerschappij van de keizer van het Heilig Roomse Rijk viel en niet onder een lokale heer. De hertog van Gulik, wiens macht reeds tot het naburige Sittard reikte, wilde Limbricht aan zijn gebied toevoegen. In de jaren 1630-1632, vrijwel onmiddellijk na het gereedkomen van het kasteel, ondernamen de Gulikse troepen verschillende pogingen om het kasteel in te nemen. Deze pogingen bleven echter zonder resultaat. In 1650 lukte het de Gulikse troepen, tot twee keer toe, om het kasteel te belagen. De eerste keer vonden plunderingen plaats in de nacht van 18 op 19 april. Rond middernacht hadden 3.000 soldaten en inwoners van het land van Gulik voor de poorten van het kasteel verzameld. Zij waren gewapend met stokken, bijlen, hamers, zagen, “hantgranaten” en “andere sorten instrumenten”. De belagers slaagden erin over de grachten te komen en zich van het kasteel meester te maken. Zij hebben het “van onder tot boven ende van alle kanten uutgeplundert. Zelfs het kasteelkappeletje werd niet ontzien. Er werd op zulke schaal geroofd “dat er niet een paer schoene en is overgebleven geweest. ” Alle deuren, vensters, kisten, kasten en alles dat niet kon worden meegnomen, werd kort en klein geslagen. Ook de voorburcht werd geplunderd; pas aangeplante bomen werden uit de grond gerukt en de duiven van het dak geschoten. De plundering duurde van drie uur tot zeven uur ‘s morgens. Nicolaas van Breyll wist uit handen van de vijand te blijven. Hij leed een schade van “20.000 patacons” (een zilveren patakon, ook wel Brabantsche rijksdaalder genoemd, had een waarde van 48 stuivers). Nicolaas van Breyll deed zijn beklag in Brussel. Bij zijn terugkomst werd zijn kasteel in de nacht van 18 op 19 oktober wederom door Gulikse troepen aangevallen. Dit keer werden die gesteund door in Sittard gelegerde soldaten en inwoners uit Limbricht. Ook nu werden kasteel en voorburcht geplunderd. Bovendien werden “allen die pampieren (artikelen, bescheiden, registers) ende documenten verbrandt. ” Om die reden is er nu geen kasteelarchief meer aanwezig. Nicolaas van Breyll had zich verborgen “in eenen gewelffden thooren”. en wist uit handen van zijn belagers te blijven. Zijn vrouw bracht het er slechter af: Maria van Eynatten tot Neuborg, “wesende eene bejaerde matrone werd met slaegen ende stooten soo onmenschelyck getracteert, dat sy percyel heeft geloopen daeervan te sterven.” De schade van deze tweede plundering bedroeg “6.000 patacons” en het verlies van de hele administratie. Het kasteel werd niet in brand gestoken. De plunderaars vernielden verder de molen van Nicolaas van Breyll (deze stond op de tegenwoordige parkeerplaats aan de Molenstraat) en de brouwerij aan de Platz. Onmiddellijk na de tweede plundering ging Nicolaas van Breyll opnieuw naar Brussel om zijn beklag te doen. Op 12 november 1650 gaf aartshertog Leopold Willem van Oostenrijk opdracht een Spaans garnizoen in Limbricht te legeren. Dit garnizoen verbleef de gehele winter op het kasteel. Nicolaas van Breyll betaalde hiervoor “2.800 patacons”.

Nicolaas van Breyll overleed in 1655. Zijn zoon Herman Winand van Breyll volgde hem als kasteelheer van Limbricht op. Nicolaas van Breyll werd begraven in het Sint Salviuskerk te Limbricht. Hij werd bijgezet in een grafkelder, onder het priesterkoor, welke hij zelf had laten aanleggen. Zijn dochter, Elisabeth Cecilia van Breyll, liet in het Sint Salviuskerk te Limbricht bij de ingang van de grafkelder een memorieplaat plaatsen voor haar ouders en haar broer als teken van eeuwige gedachtenis. In 1823 werd de vervallen kelder opgegraven. Er waren toen drie grafkisten in de grafkelder aanwezig, de kisten van Nicolaas van Breyll, Maria van Eynatten en Herman Winand van Breyll. De ingang van de grafkelder werd dichtgemetseld en de trap met aarde aangevuld.

Herman Winand van Breyll

Herman Winand van Breyll (? - 1688), zoon van Nicolaas van Breyll en Maria van Eynatten, volgde in 1655 zijn vader op als kasteelheer van kasteel Limbricht en heer van de vrije Rijksheerlijkheid Limbricht. Hiermee was hij heer van Limbricht en Einighausen.

Na de Tachtigjarige Oorlog werd Limbricht, bij het partagetractaat van 1661 toebedeeld als Valkenburgs buitenleen aan de Spaanse koning.
Na constante bedreiging van de hertog]] van Gulik werd de vrije Rijksheerlijkheid Limbricht in 1665 toegevoegd aan het Land van Gulik. Herman Winand van Breyll wilde hierbij zijn oude, vooral kerkelijke rechten behouden. Dit is hem ook gelukt. Hierdoor nam Limbricht een aparte plaats in in het hertogdom. Zo hoefde men in tegenstelling tot andere parochies de hertog geen toestemming te vragen bij een pastoorsvoordracht en viel de kerk van Limbricht niet onder de Gulikse landdeken, maar onder de aartsdiaken van het Bisdom te Luik.

In 1674 vond onder zijn bewind het laatste heksenproces van Nederland plaats. Entgen Luyten wordt beschuldigd van “hexerei en quade toeverei” en sterft onder verdachte omstandigheden in de kasteelkerker.

Elisabeth Cecilia van Breyll

Herman Winand van Breyll was de laatste stamhouder van de familie. Bij zijn overlijden in 1688 was hij ongehuwd. Met zijn overlijden stierf het adellijk geslacht Van Breyll uit.
Zijn zus, Elisabeth Cecilia van Breyll, liet in het Sint Salviuskerk te Limbricht bij de ingang van de grafkelder een memorieplaatplaatsen voor haar ouders en haar broer als teken van eeuwige gedachtenis.

  • 18de eeuw: familie Van Bentinck

In de 1705 overlijdt de laatste telg uit het geslacht Van Breyll, Elisabeth Cecilia van Breyll. Het bezit gaat over naar de familie van Bentinck in de persoon van Frans Nicolaas, baron van Bentinck. In 1794, bij het binnenvallen van de Fransen moet de familie Van Bentinck haar bezittingen opgeven.

  • 1810: H.J. Michiels van Kessenich koopt Limbricht

In 1810 wordt het kasteel aangekocht door de familie Michiels van Kessenich, die het gebouw als jachtslot ging gebruiken.

Bronvermelding

Dit artikel is in hoofdzaak samenvattend (en met correcties) bewerkt naar een vijftal afzonderlijke artikelen in de Nederlandse Wikipedia.

Literatuur

  • Habets, J., Huis en heerlijkheid Limbricht bij Sittard, PSHAL 8, 1871
  • Heynens, L., Adel in ‘Limburg’ of De Limburgse adel, Geschiedenis en repertorium 1590-1990, Valkenburg 2008
  • A.P.J. Jacobs e.a., De parochie van St.-Nicolaas te Guttecoven (Sittard 1991).
  • Janssen de Limpens, mr. K.J.Th., Geschiedenis der heerlijkheid Oud-Valkenburg, PSHAL 102, 1966
  • P.B.N. van Luyn, A.M.P.P. Janssen en J.M.E. Vleeshouwers, De oude Sint-Salviuskerk te Limbricht (Sittard: Stichting Charles Beltjens).
  • Mertens, J., Leden van de Duitse Orde in de balije Biesen, 1994
  • N.N., Het geslacht van Moelenbach gen. Van Breyll, De Nederlandse Leeuw nr. 8, 1959/1960
  • F.Th. W. Smeets, Het kasteel Lemborgh te Limbricht (Maastricht 1974).
  • F.Th. W. Smeets e.a., Lemborgh, het kasteel en zijn Sint Salviuskerk te Limbricht (Assen 1984).
  • Timmers, prof.dr. J.J.M., Het Kasteel Limbricht, 1969
  • J.M.E. Vleeshouwers, Beelden uit Limbricht, deel één (Sittard 1996)
  • J.M.E. Vleeshouwers, Beelden uit Limbricht, deel twee (Sittard 1997)
  • J. van Zuijlen, Limbricht, [Matrijs Kijkgids nr. 2] (Utrecht 1986).
Persoonlijke instellingen