Thorn

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Thorn, ook wel "het witte stadje".

Algemene informatie

Thorn, het "witte stadje", is een plaats in midden-Limburg, gelegen tegen de Belgische grens. Het is de eerste Nederlandse plaats op de westelijke Maasoever noordwaarts vanaf Maastricht. Het ligt bij het Belgische Kessenich. Ook heeft het als buurdorpen: Ittervoort, Panheel en Wessem.
Thorn kreeg in de 13de eeuw stadsrechten. Sinds 1 januari 2007 maakt het deel uit van de gemeente Maasgouw.

Geschiedenis

Tot de ontginning in de tiende eeuw was het gebied rond Thorn heel moerassig. Aan de rand van dit moeras liep de Romeinse heirbaan van Maastricht naar Nijmegen. Omstreeks 990 werd op een hoogte, dichtbij de Maas, door graaf Ansfried, die getrouwd was met Hereswint (Hildewaris), een stift, klooster voor benedictinessen gesticht, de Abdij van Thorn. Dat klooster groeide uit tot een wereldlijk stift (een klooster voor adellijke dames) en een vorstendom, het Abdijvorstendom Thorn. Tot het vorstendom zelf behoorden slechts de dorpen Thorn, Ittervoort, Grathem, Baexem, Stramproy, Ell, Haler en Beersel (Molenbeersel, nu in België). Het beheerde ook het verder gelegen Zuid-Limburgse Waubach, en had de voogdij over Neeroeteren in een tweeherigheid met de prins-bisschop van Luik. Daarnaast bezat Thorn nogal wat pachthoeven in de omgeving van Breda, met name in Sprundel, Baarle, Meerle, Meer, Bavel, Ginneken, Etten, Leur, Breda, Oosterhout, Alphen, Gilze, De Haghe (Princenhage), Wouw, Geertruidenberg en Drimmelen.

Het vorstendom verzette zich met succes tegen verschillende overnamepogingen, onder andere door het hertogdom Gelder. Keizer Karel V verklaarde dat het vorstendom Thorn geen deel uitmaakte van de Nederlanden. Het hoorde later dan ook niet bij de Verenigde Provinciën en evenmin bij de Oostenrijkse Nederlanden. In 1795 werd het vorstendom Thorn door de Franse Republiek geannexeerd en ging het deel uitmaken van het departement van de Nedermaas. Onder de Fransen kreeg Thorn zwaar te lijden. Toen kreeg Thorn ook zijn kenmerkende witte kleur. Nadat de adellijke dames gevlucht waren, voerden de Fransen een belasting in op basis van de omvang van de ramen. De arme bevolking, vaak wonend in grote panden, die voorheen hadden toebehoord aan rijke lieden, kon deze niet opbrengen. Om de hoogte van de belastingaanslag te beperken, metselde men de ramen dicht. Met het doel deze bouwsporen (“littekens van de armoede”) te verbergen, werden de huizen wit gekalkt. Door die witte huisjes en de rust van het dorpje werd Thorn al gauw geliefd bij kunstenaars en toeristen. In 1973 kreeg de oude kern van Thorn nationale erkenning en werd het aangewezen tot beschermd stadsgezicht.

In 1815 werd het voormalige vorstendom opgenomen in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Na 1839 werd Thorn een zelfstandige gemeente in de Nederlandse provincie Limburg.

Abdij van Thorn
De Abdij van Thorn, een Rijksabdij of Stift in het Heilige Roomse Rijk, werd rond 975 gesticht als benedictinessenklooster door graaf Ansfried van Utrecht en zijn echtgenote Hereswind, ook wel Hilsondis genoemd. Hun dochter Benedicta werd de eerste abdis. Na het overlijden van zijn echtgenote werd Ansfried bisschop van Utrecht. Het klooster in Thorn groeide uit tot een wereldlijk sticht, dat aanvankelijk tot het prinsbisdom Luik behoorde. In de loop van de twaalfde eeuw werd die band verbroken en werd het een zelfstandig vorstendom. Het werd met een oppervlakte van 1,1 km² de kleinste zelfstandige staat in het Heilige Roomse Rijk.

Aan het hoofd van het Stift stond de abdis, die als vorstin zitting had in de Rijksdag van het Heilige Roomse Rijk. Zij bezat ook de Hoge Heerlijkheid of bloedban, wat inhield dat zij ook de doodstraf kon laten opleggen en uitvoeren. Als landsvrouwe deelde zij de soevereiniteit met het Hoogadellijk Kapittel als grondheer. Er was ook een tweeledige statenvergadering, bestaande uit de leenmannen of de eigenaars van de heerlijkheden en de burgemeesters als vertegenwoordigers van het gemene land. De abdis bezat ook diplomatieke voorrechten, zoals het versturen van brieven en pakketten die, door haar gezegeld, niet door derden mochten worden geopend.


Abdissen / vorstinnen van Thorn
Benedicta <1010
Godeilde
Odilia van Ubachs 1172-1189
Elisabeth
Jutta 1217
Hildegonde van Wassenberg 1231-1262
Guda van Rennenberg 1273-1304
Margaretha van Pietersheim 1310-1337
Isolde von Wied 1337
Margaretha van Heinsberg 1337-1378
Margaretha van Horne-Perwez 1389-1397
Mechteld van Horn 1397-1459
Elsa van Buren 1459-1473
Gertrudis de Sombreffe 1473-1486
Eva van Isenburg 1486-1531
Margaretha van Brederode 1531-1577
Josina von Manderscheid-Blankenheim und Gerolstein 1577-1579
Josina van der Marck 1579-1604
Anna van der Marck 1604-1631
Josina Walpurgis van Löwenstein-Wertheim-Rochefort 1631-1632
Anna Eleonora van Stauffen 1632-1646
Anna Catharina zu Salm-Reiffenscheid 1646-1647
Anna Salomé van Manderscheid-Blanckenheim 1647-1690
Eleonora van Löwenstein-Wertheim-Rochefort 1690-1706
Anna Juliana Helena von Manderscheid-Blankenheim-Gerolstein 1706-1717
Francisca Christina von Pfalz-Sulzbach 1717-1776
Maria Cunegunda van Saksen 1776-1797

Hoewel de vrouwen met elkaar samenleefden als religieuzen en zich als zusters kleedden, hoefde slechts de abdis als enige van de stiftsdames een gelofte af te leggen. Abdis en stiftsdames dienden van hoge adel te zijn. De Abdis woonde in een paleis, de stiftsdames woonden alleen of deelden een huis in het stadje. Ten behoeve van de eredienst waren ook een aantal kanunniken of koorheren als priesters aan het stift verbonden. Ook zij woonden in herenhuizen in het stadje.
Veel woningen van Stiftdames zijn bewaard gebleven, zoals het uit 1648 afkomstige Huis met de drie kogels. In 1797 werd de abdij door het Franse gezag opgeheven.

Sint-Michaëlkerk
De Sint-Michaëlkerk of Stiftskerk in Thorn is een parochiekerk waarvan de delen grotendeels uit de 14e eeuw stammen. Het was oorspronkelijk de stiftskerk van de Benedictijner Rijksabdij in Thorn. Het is een gotische kruisbasiliek met een oostelijke krocht onder de kruising en het koor. Er is een verhoogd "vorstinnenkoor" in het zuidelijke dwarspand dat ooit dicht bij het paleis van de abdis lag. De onderbouw van het westwerk is een restant van een oudere romaanse kerk. Na de opheffing van het klooster in 1797 werd de oude parochiekerk gesloopt en nam de gemeente deze kerk in gebruik. De beroemde neo-gotische architect P.J.H. Cuypers restaureerde in de 19e eeuw de kerk. Cuypers liet de oostelijke kapellen slopen en verhoogde de toren.

Bronnen

Kerkregisters
De kerkregisters van de Sint-Michaëlparochie bevinden zich als 'retroacta van de burgerlijke stand' in het Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL) te Maastricht.

  • Dopen vanaf 14 september 1625
  • Huwelijk vanaf 19 november 1626
  • Overlijden vanaf 18 januari 1673 (ontbreken tussen 16-06-1679 en 10-02-1713).

Zie verder deze link DTB-registers en Burgerlijke Stand.

Literatuur

Externe Links