Testament

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

In een testament bepaalt iemand wat er na zijn overlijden moet gebeuren met de nalatenschap.

Testamenten werden vroeger veelal opgemaakt in bijzijn van de pastoor of enkele schepenen. Voor de genealoog betekent dit vóór de Franse Tijd dat schepenbankarchieven en parochiearchieven de meest voorkomende vindplaatsen zijn van testamenten. Waar onenigheid bestond over de inhoud of uitvoering van een testament, werden deze veelvuldig opgenomen als bewijsstuk bij rechtszaken. Daarom treffen we ook veel testamenten aan in de gerechtelijke archieven.

Hoewel er vóór de Franse Tijd ook al notarissen waren, werd het pas na circa 1800 gebruikelijk om een testament te laten opstellen door een notaris.

Naast het door een notaris opgemaakte testament kent de wet ook nog het door de erflater zelf met de hand geschreven en ondertekend testament, vaak ook holografisch of olografisch testament genoemd. Om rechtskracht te krijgen moest zo'n testament wel nog bij een notaris in bewaring worden gegeven.

Over kleinere inboedelgoederen en bijvoorbeeld sieraden kan iemand ook beschikken door middel van een codicil.

Tenslotte zijn er dan nog de familiegeheimen die soms pas op papier werden gezet als de dood al naast het bed stond...



Voorbeeld van een uitgebreid testament

12 augustus 1648

ROERMOND - Testament van Gerard Graus.

Gerart Graus, superintendent, raad en eerste meester van Z.K.M. Rekenkamer in Gelderland, weduwnaar van Adriane d'Anthin, maakt zijn testament op als volgt:

Hij draagt zijn ziel op aan God almachtig, zijn gebenedijde moeder en alle heiligen, en wenst te worden begraven in de kerk van de Arme Clarissen te Roermond bij zijn dochter, wijlen Maria Clara.

Binnen 1 jaar na zijn overlijden zal aan de Paters Societatis te Roermond 100 rijksdaalder worden uitgereikt, aan de Paters Recollecten 100 rijksdaalder, aan de Arme Clarissen 100 rijkdaalder, aan de armen elk 1 schelling en een bedeling van 3 of 4 malder brood.

Om alle misverstanden tussen zijn zoon Albert Thomas Graus enerzijds en Lucretia Adriene Boncamp, dochter van zijn eigen dochter Maria Clara anderzijds, te voorkomen, bepaalt de testateur dat voornoemde zoon krachtens oktrooi van 22 januari 1648 de volgende leen‑ en erfgoederen zal ontvangen, te weten:

  • de leenzaal ofwel mankamer te Dieteren, de Leenen tot Coppolen genaamd;
  • de hof te Bonningen ofwel de Bonninghse goederen, voor zover het zijn 2/3 deel betreft, met de landerijen en bemden onder Roosteren en Dieteren gelegen, na de verwerving van de Bonningerhof sinds 12 oktober 1635, de dag van het overlijden van zijn vrouw Adriane d'Anthin, voor en na aangekocht, waaronder:
    • de hof te Roosteren aan het Hovarders Eynde,
    • drie stukken land gelegen op de Oversten Bellick aan de Dam en bij de oude Meulenbeeck,
    • ½ bunder boven op Coecxweerdt,
    • de landerijen, bemden en "dieteren" die tot Bonnigen behoren,
    • de landerijen en goederen te Ophoeven en Op Ham gelegen tussen 't Ham of Salenbroeck en de weg van het Ophoever Land naar het Broeck, om daarbij op Pollenraedt een hof aan te leggen, voor welk doel testateur 1 bunder heeft aangekocht en de rest nog hoopt te kopen en ruilen tegen andere gronden;
  • De hof te [Maas]Bracht, genaamd de hof te Muspuede, in 1640 door testateur gekocht van de baron van Horion en de erfgenamen van de Heer van Erp, zijnde een Stevensweerts leengoed omtrent 50 bunder groot en eertijds beleend aan zijn zoon Albert Thomas Graus, bestaande uit landerijen, bemden waaronder de baend aan de Somp en circa 2 bunder land in diverse percelen gelegen in de Brachter Ohe en in het Brachter‑ en Craenvelt onder Maasbracht gelegen, na 1640 nog gekocht van De Horion;
  • De hof te Wijler onder Swalmen voor zover het de aankoop door testateur betreft, zoals deze met zijn bijbehorende bemden en landerijen in verscheidene velden en vele percelen rondom de boerderij is gelegen, alsmede een bemdje bij de Swalm tegen Wijler gelegen, ½ bunder land bij het einde van de weerd bij de Maas gelegen, 1 morgen land genaamd de Teutenbergh of Teutenbongaert eveneens bij Wijler gelegen, respektievelijk aangekocht van de heer van Hillenraet en van Gerardt Spee;
  • De hof te Melick, genaamd Hoenerhoff, zijnde een vrij adellijk leengoed, groot circa 200 morgen, bestaande uit landerijen en bemden, inclusief de tijnsrechten van 3 kleine tienden, jacht, visserij, "steijl ende roer ende veerstadt" aldaar volgens de oude brieven, dokumenten en koopkontrakten die daarvan zijn.
  • Omdat voornoemde leengoederen veel kosten dragen en diverse delen nog moeten worden aangekocht, ontvangt Albert Thomas Graus hiertoe nog circa 12 bunder land in de Oeveler of Echtersten Weerd, nu het Cleene Eijlant genoemd;
  • Het huis van testateur, gelegen te Roermond, inclusief het kleine huisje dat daarbij is gekocht, met de beide tuinen die daar bijhoren;
  • [Klein]dochter Lucretie zal na het overlijden van testateur de volgende goederen ontvangen, te weten:
  • De hof te Echt met alle daarbij horende goederen die de pachters Trincken Coenen, Jan Daemen en Rencken Salden tegenwoordig onder hun ploeg hebben, waaronder bemden en landerijen in de Weerd of Camerssum, rond Halbeeck en op verschillende velden onder Echt gelegen;
  • De goederen op het Dijckerveld en te Ruijtzecoven gelegen;
  • De goederen op het Ham tot aan de weg van de Ophoever Linde;
  • Beide boerderijen in de Linnerweerdt met bijbehorende bemden en landerijen in de Brachter Oe, de Linnerweerdt en op het Brachter‑ en Craenvelt, zoals deze tegenwoordig worden gepacht door Jacobus Bruexkens en Engel Florops, met inbegrip van de Bercxse goederen die testateur enige jaren geleden van diverse partijen heeft gekocht en bij de boerderijen heeft gevoegd, gelegen in de Brachter Ohe en de Ossen Ohe en in het Craenvelt;
  • Het huis van testateur en bijbehorende tuin, te Roermond in de Stiege gelegen, aangekocht van de erfgenamen van Hans Jurien Meijsseners.

Testateur bepaalt uitdrukkelijk dat niets van voornoemde hoeven en erfgoederen mag worden belast of verkocht onder welk voorwendsel dan ook, maar dat onvoorziene kosten en schulden zullen worden betaald uit de rentebrieven die hij zal nalaten en die gelijkelijk en naar redelijkheid zullen worden gedeeld.

  • Zilverwerk, zoals lampetten, vergulde koppen, schalen, zalfdozen, kandelaars, zoutvaten, lepels en vorken, en het tin‑ en koperwerk en dergelijke, evenals de juwelen, zoals ketting, gouden ringen en andere kleinoden zoals medallions en penningen, zal gelijkelijk worden gedeeld en bewaard zoals Graus en zijn echtgenote dit altijd hebben gedaan;
  • Linnen ('lijnwaet'), bedden en andere gemeenschappelijke en gewone meubelen zullen eveneens gelijkelijk worden gedeeld;
  • Zoon Albert zal alle kleding, boeken en wapens ('geweer') krijgen, en [klein]dochter Lucretie dient van haar vader Boncamp alle kleding en juwelen te krijgen die eigendom zijn geweest van haar moeder en grootmoeder.

Tenslotte bepaalt testateur nog het volgende aangaande zijn twee buitenechtelijke kinderen:

  • Zijn natuurlijke zoon Gerart, verwekt bij zijn gewezen dienstmaagd Heilken van Houtem, zal een eenmalige uitkering van 5.000 gulden ontvangen en door de erfgenamen c.q. executeurs in de gelegenheid worden gesteld om een (liefst geestelijke) studie te volgen. Bij overlijden zonder kinderen na te laten, zullen de 5.000 gulden terugvallen aan de direkte erfgenamen van de testateur, behoudens het vruchtgebruik van de moeder. Mochten zoon Albert en [klein]dochter Lucretie overlijden zonder kinderen na te laten, dan zal Gerart al hun goederen erven;
  • Moeder Heilken van Houtem zal een eenmalige uitkering van 100 dalers ontvangen plus enkele na te laten rentebrieven;
  • Een natuurlijke dochter waarvan de moeder slechts bekend is bij pater Theodorus van der Smitzen, zal uit de nagelaten rentebrieven een eenmalige uitkering van 3.000 gulden ontvangen om met de rente daarvan te worden opgevoed en op een later tijdstip de hoofdsom te behouden. Dit bedrag zal eveneens terugvallen aan de direkte erfgenamen, indien deze buitenechtelijke dochter overlijdt zonder kinderen na te laten. In dat geval zal de moeder uit handen van pater Van der Smitzen een eenmalig bedrag van 100 rijksdaalder ontvangen;

De testateur benoemt zijn vrienden en verwanten de borgemeesters Petrus Bossman, rechtsgeleerde en sindicus van de Ridderschap en de steden van het Overkwartier, en Francois Pollarts, beide schepenen te Roermond, tot executeurs testamentair. Voorts verzoekt hij hen om de voogdij van zijn [klein]dochter Lucretie op zich te willen nemen, met name inzake de naleving van de huwelijkse voorwaarden van haar vader Henrick Boncamp wat betreft de daarin vermelde 12.000 pattacons.

GA Roermond, Hoofdgerecht Roermond, inv.nr. 353, fol. 127-131. Overgedragen aan het hoofdgerecht op 7-3-1650. Met protest door Henrick Boncamp tot Katler van 29-3-1650 en 2-4-1650. Een tegeltje met de naam van Heilken van Houten (zonder datum) bevindt (bevond?) zich in de Nederlands Hervormde Kerk (voormalige Minderbroederskerk) te Roermond.

Persoonlijke instellingen