Spaanse Successieoorlog

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Bewerkt naar Wikipedia en aangevuld

De Spaanse Successieoorlog (1702-1713) is een van de grootste oorlogen van de 17e en 18e eeuw geweest. De Republiek fungeerde lang als spil van een coalitie van mogendheden (met Engeland, Oostenrijk en Duitse vorsten) tegen Frankrijk (Lodewijk XIV) en Spanje. Het doel, een nieuw machtsevenwicht, werd bereikt, maar de Republiek sloot toch ontgoocheld vrede. Bij aanvang was zij een grote mogendheid, aan het einde bankroet.[1]
De oorlog barstte uit na de dood van de Habsburgse Karel (Carlos) II van Spanje, waarmee het Spaanse koningshuis uitstierf. Het ging erom wie in zijn rechten over het Spaanse Rijk zou opvolgen (successie betekent '(erf)opvolging'). De Franse (zonne)koning Lodewijk XIV was in die tijd zeer machtig geworden. De belangrijkste reden waardoor het daadwerkelijk oorlog werd, was dat Frankrijk in de ogen van haar vele kleine en grote rivalen de machtsverhoudingen geheel dreigde te verstoren. Daarnaast waren die rivalen erop uit hun eigen territoriale kwesties in hun voordeel te beslechten. Godsdienstige kwesties speelden nauwelijks een rol meer, in de lijn van de ontwikkeling die al in de 17e eeuw was ingezet. Protestantse en katholieke mogendheden streden samen tegen het katholieke Frankrijk, Beieren en Spanje.
Een andere voortgezette trend was de afname van de rol van Spanje als Europese mogendheid. Het was veeleer een speelbal van andere mogendheden geworden. Het Britse Verenigd Koninkrijk van Engeland en Schotland, dat tijdens die oorlog in 1707 ontstond, was duidelijk een opkomende mogendheid, die voor het eerst zijn legers ten oosten van de Rijn kon laten opmarcheren en overwinningen boeken. In de huidige provincie Nederlands Limburg had dat gevolgen, doordat de Engelse hertog van Marlborough, John Churchill, in Staatse dienst langs de Maas is opgetrokken en meerdere steden veroverde.

Bij het uiteindelijke vredesverdrag (Vrede van Utrecht in 1713) werd het voormalige Spaanse gebied van Opper-Gelre (het huidige Noord-Limburg) verdeeld onder de Republiek der Verenigde Nederlanden (Venlo), Pruisen (het platteland en Geldern) en Oostenrijk (Roermond).

Inhoud

Inzet

De oorlog duurde dertien jaar en werd aan beide zijden gekenmerkt door militaire bevelhebbers met opvallende kwaliteiten, in het bijzonder de Engelse hertog van Marlborough, John Churchill (voorvader van Winston Churchill). Merkwaardig genoeg streed zijn illegitieme neef James FitzJames, de hertog van Berwick, aan Franse zijde. De hertogen Villars, Vendôme en Boufflers zijn vermeldenswaardige 'maréchaux de France'.

Tijdens deze oorlog bereikte het Staatse leger van de Nederlandse Republiek met 120.000 man zijn grootste omvang ooit. Na een moeizaam begin behaalden de geallieerde legers een aantal klinkende, maar bloedige overwinningen bij Blenheim (1704), Ramillies (1706), Oudenaarde (1708), Wijnendale (1708) en bij de belegering van Rijsel (1708). Door de dood in 1702 van Willem III, die toen zowel koning van Engeland als stadhouder van de Republiek was en dus een vooraanstaand tegenspeler van Lodewijk XIV, eindigde de personele unie tussen Engeland en de Republiek. Omdat het Britse Verenigde Koninkrijk de oorlog wilde beëindigen toen het hoofddoel bereikt was, namelijk het gescheiden houden van Spanje en Frankrijk, leverde deze uitputtende oorlog de Republiek naast dat hoofddoel uiteindelijk weinig op. Om de eigen veiligheid te garanderen mocht de Republiek volgens het Barrièreverdrag wel troepen legeren in de Zuidelijke Nederlanden, die inmiddels van Spaanse in Oostenrijkse handen waren gekomen. De Republiek zou nooit meer zo'n grote rol spelen in de Europese machtsverhoudingen.
De oorlog vond niet alleen in Europa plaats, maar ook in Noord-Amerika, waar het conflict bekend werd als Queen Anne's War en later ook als de eerste Franse en Indiaanse oorlog. Frankrijk verloor in het latere Canada nogal wat terrein aan de Britten.

Het testament van Karel II en de internationale reactie

De kinderloos gestorven Karel had in zijn testament bepaald dat zijn bezittingen naar Filips van Anjou gingen, de kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV, maar onder voorwaarde dat de Spaanse en Franse kronen nooit verenigd zouden worden. Het beoogde doel van Karel II en de Spaanse elite was dat deze wisseling van de Habsburgse naar een Bourbonse dynastie enkel een wisseling van dynastie zou zijn, en de integriteit en onafhankelijkheid van het Spaanse rijk intact zou laten. [Verdrag van Den Haag (1698) en het Verdrag van Londen (1700)].
Rond december 1700 - januari 1701 zag het er naar uit dat de Europese mogendheden deze regeling zouden accepteren. Lodewijk XIV was er echter niet tevreden mee dat Filips van Anjou als Filips V alleen over Spanje zou heersen. Hij zag deze opvolging eerder als een gelegenheid voor zichzelf om via zijn kleinzoon het Spaanse rijk te regeren.
Nu hij zijn doel bereikt meende te hebben, verloor Lodewijk XIV echter alle voorzichtigheid uit het oog. Hij liet zijn troepen in 1701 de Spaanse Nederlanden binnenmarcheren en de aldaar gelegerde Staatse garnizoenen verdrijven. Die troepen lagen daar krachtens het Barrièreverdrag. Hoewel hij reeds in meerdere verdragen Willem III erkend had als koning van Engeland, erkende Lodewijk bij het overlijden van Jacobus II in september 1701 ook "Jacobus III" (The Old Pretender) als koning van Engeland. Deze laatste actie staat bekend als een van Lodewijks grootste blunders, omdat het Engelse volk diep beledigd werd en Willem III's verlangen om het testament van Jacobus II met de wapens aan te vechten ging steunen. Daarnaast begon Filips V Franse handelaren te bevoordelen ten koste van Engelse en Nederlandse.

Van erfopvolging naar oorlog

Leopold I van het Heilige Roomse Rijk, die net als Karel II deel uitmaakte van het Habsburgse Huis, zag het gevaar en eiste Karels erfenis op voor de Habsburgse dynastie, waarop Engeland en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich aansloten bij Leopold, om de Franse expansie tegen te gaan. Frankrijk was immers al verreweg de sterkste Europese mogendheid. In Den Haag werd daarom de zogenaamde Grote Alliantie gevormd tussen de Nederlandse Republiek, Engeland, de Duitse keizer en Pruisen. Hierbij sloten zich later nog een aantal Duitse vorsten aan. Het doel van deze alliantie was de Bourbons te dwingen om alle Spaanse gebieden in Europa buiten het eigenlijke Spanje af te staan, voornamelijk ten gunste van de Oostenrijkse Habsburgers. In het geval Lodewijk en Filips V niet op deze eisen in zouden gaan zouden de verbondenen deze eisen gewapenderhand afdwingen.
De keizer was overigens reeds in 1701 begonnen met de oorlogshandelingen tegen de Fransen in Italië. Nadat de Staten-Generaal van de Nederlanden bepaald hadden dat de (latere) Hertog van Marlborough de verenigde Staatse en Engelse legers zou aanvoeren, kon de veldtocht in 1702 ook in de Lage Landen beginnen.

Ontknoping

In 1711 stierf keizer Jozef I; hij werd opgevolgd door zijn broer, Karel VI. Om ervoor te zorgen dat Karel geen aanspraak meer kon maken op de Spaanse troon, begonnen de Engelsen onderhandelingen die uiteindelijk leidden tot de Vrede van Utrecht in 1713 en de Vrede van Rastatt in 1714, die ook de Queen Anne's War beëindigde en een aantal Franse en Spaanse gebieden aan Groot-Brittannië toewees, waaronder Newfoundland, Acadië en Gibraltar. Bovendien bedong Groot-Brittannië voor zichzelf het recht van Asiento, waarbij het de Republiek uitsloot van slavenhandel en andere commerciële voordelen. Filips van Anjou behield als Filips V de kroon van Spanje; Karel VI van Oostenrijk kreeg als compensatie de Zuidelijke Nederlanden, Milaan, Napels en Sardinië (later geruild voor Sicilië). De Nederlandse Republiek kreeg de vesting Venlo toebedeeld.
In de verdragen die de oorlog beëindigden deed de theorie van het machtsevenwicht voor het eerst opgeld. Filips V bleef koning van Spanje, maar hij werd uit de lijn van Franse troonopvolging geschrapt. Het hoofddoel van de anti-Franse coalitie was daarmee bereikt, namelijk het voorkomen van een personele unie tussen Frankrijk en Spanje. Spanje was gedegradeerd tot speelbal van andere mogendheden. De Oostenrijkers kregen de Zuidelijke Nederlanden en de meeste Spaanse gebieden in Italië. Bovendien verloor Spanje Gibraltar aan de Britten, waar het zich tot de dag van vandaag nooit bij heeft neergelegd. Alle oorlogvoerenden waren uitgeput en voor de Nederlandse Republiek was het de laatste keer dat die een factor van belang was in de Europese machtsverhoudingen. Geruststellend voor de coalitie was ook dat Lodewijk XIV in 1715 overleed en werd opgevolgd door een regent, zodat van Frankrijk (voorlopig) een minder expansionistisch beleid te verwachten was.

Noot

  1. e-Prospectus Universiteit Leiden contractonderwijs 2012-2013 Nederland, Spanje en de Spaanse successieoorlog, [1]

Literatuur

  • Jonathan Israel, The Dutch Republic. Its rise, greatness and fall 1477-1806 (Oxford 1995).
Persoonlijke instellingen