Scholtis

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De scholtis (ook wel schout, richter of praetor genoemd) was de voorzitter van de schepenbank. Hij zat de gewone vergaderingen voor, die meestal tweewekelijks werden gehouden. Sommige schepenbanken, vooral van kerspels op het platteland, waren te klein en hadden onvoldoende draagkracht om zich een eigen scholtis te kunnen veroorloven; deze deelden samen een landscholtis die de schepenbanken volgens een vast schema bezocht. Bij afwezigheid van de scholtis werd de vergadering vaak voorgezeten door de oudste zittende schepen (president schepen) of de gerechtsbode. Deze plaatsvervanger noemde zich ook vaak stadhouder, feitelijk een vrij algemene benaming voor iemand die optrad namens de eigenlijke functionaris.

De scholtis werd aangesteld of benoemd door de landsheer of plaatselijke heer. Namens deze heer nam hij de (vaak schriftelijk afgelegde) schepeneed in ontvangst. Omdat hij gewoonlijk een rechtenstudie had gevolgd, kon hij naast zijn werk als scholtis ook nog actief zijn als bijvoorbeeeld advocaat. Veel scholtissen hadden een eigen lakzegel met daarop een familiewapen. Zoals blijkt uit de gemeenterekening van Beesel en Belfeld van 1639 ontvingen de drossaard en (land)scholtis daar op 1 januari een Nieuwjaarskoek. De landscholtis van het ambt Montfort resideerde in 1666 op het kasteel te Montfort. Albert Meuter, scholtis van de heerlijkheden Swalmen en Asselt woonde in 1674 gewoon thuis toen enkele schepenbankakten die hij bewaarde samen met zijn huis in vlammen op gingen.

Enkele taken van de scholtis:

  • het voorzitten van de schepenbank en daarmee het bewaken van procedures;
  • het voorzitten van voogdgedingen en een visitatie of beleid;
  • de scholtis kon soms optreden namens de landsheer of plaatselijke heer, bijvoorbeeld bij het ventileren van klachten tijdens een voogdgeding;
  • het goedkeuren van beslagleggingen;
  • het overdragen van verkochte gemeentegrond (deze taak zien we ook bij de gezworenen;
  • het bezegelen van officiële stukken;
  • het in hechtenis nemen en (laten) bewaken van gevangenen;
  • hij was doorgaans degene die de gerechtsbode zijn opdrachten gaf.

Ook een laathof werd voorgezeten door een scholtis; hier heette hij echter laatscholtis. In gevallen waarbij onduidelijk kon ontstaan, werd de scholtis van de schepenbank ook wel aangeduid als allodiaal scholtis. Het kwam ook voor dat personen werden benoemd voor zowel het gewone scholtisambt als het ambt van laatscholtis, zoals te Swalmen op 22 april 1770. Ook een combinatie met het ambt van drossaard en rentmeester was mogelijk, zoals bij de benoeming van H.J. Michiels op 26 juni 1789 als waarnemend drossaard van het ambt Montfort, scholtis van Echt en rentmeester van de Domeinen.

De functie van scholtis en schepenen verdween in 1796 met de komst van de Fransen.

Lijsten van scholtissen