Schellaert van Obbendorf

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Zie ook: Schellaert van Obbendorf / Genealogie

Schellaert van Obbendorf, naamsvarianten: Schellaert, Schellart, Schellaart, Schellard, Obbendorf, Obendorf e.a.
De familie stamde af van Willem van Gulik Schellaert, een broer van Gerhard IV, graaf van Gulik van 1128 tot 1143. Willem liet in 1142 het kasteel Obbendorf bouwen. Dit kasteel staat in Hambach, deel van de gemeente Niederzier in het district Düren, Noordrijnland-Westfalen.

Inhoud

Stamhouder

-- Willem de Juliers (van Gulik) Schellaert (vermeld 1142)

Huwelijk met Ermengarde d´Arenberg; kinderen: Gertrude, Willem, Odile, Gérard.

-->PERSOONSKAART: [1]

  • Over de Burg Obbendorf:

... der wohl älteste erhaltene Rittersitz im Jülicher Land. Er wird erstmalig im Prümmer Urbar 893 erwähnt... Über die ursprünglichen Besitzer gibt es keine Angaben, 1301 wird Reinhard von Oppendorp als Erster genannt. Aus dieser Zeit stammen die ältesten erhaltenen Teile der Burg: der Torturm und die Fundamente der übrigen Anlage. Von 1350 bis 1481 waren die Schellarts, Verwandte des Reinhard von Oppendorp, Eigentümer. 1404 wurde der herzogliche Hofmeister Johann Schellart de Oppendorf zusätzlich mit Gürzenich belehnt. [2]

Noot. Volgens deze bron zijn de Schellarts pas in 1350 bezitters van het kasteel Oppendorp geworden en is er over hun voorgangers Van Oppendorp weinig tot niets bekend. Als deze bron betrouwbaar is, komt ook de hierboven vermelde afstamming in een ander licht te staan. -- (AJW 4 okt 2008 12:06 (CEST))

Enkele nakomelingen

Johan IV Schellaert van Obbendorf (ca. 1375-1450)

Johan IV Schellaert van Obbendorf ook bekend als Jan Schellaert van Obbendorf (ca. 1375-) uit het Huis Schellaert. Hij was een zoon van Johan III Schellaert van Obbendorf heer van Gürzenich en Geysteren (-ca. 1368) en Bella (Beatrix/Sybille) van Vercken (-na 1403), en kleinzoon van Reiner Schellart van Obbendorf.

Johan IV was ridder, hofmeester van hertog Filips de Goede en heer van Gürzenich en heer van Schinnen van 1403 tot 1450. In 1403 trouwde hij (1) met Agnes van Vlodrop en bracht Gürzenich als huwelijksgift mee. Agnes was de dochter van Godard II van Vlodrop, ridder en erfvoogd van Roermond en Sophia van der Nuerstadt (Nieuwstad). Hij kocht in 1403 van Hertog Reiner van Gulik en Gelder een deel van Leeuwen en de halve heerlijkheid Schinnen. In hetzelfde jaar huwde hij Agnes, dochter van Godard van Vlodrop, ridder en erfvoogd te Roermond

Uit dit eerste huwelijk zijn 4 kinderen geboren:

  • Johanna Schellaert van Obbendorf, kanunnikes te Munsterbilzen.
  • Anna Schellaert van Obbendorf
  • Bella Schellaert van Obbendorf
  • Johan V Schellaert van Obbendorf heer van Gürzenich en Schinnen. Hij trouwde met Reinera van Meehr. Zij was een dochter van Huibert van Culenborch heer tot Mehr.

Gerard I van Vlodrop en Willem I van Vlodrop waren de broers van zijn echtgenote. Willem trouwde met Elisabeth van de Wijer en vestigde de familietak Leut, in België. Deze tak kwam in het bezit van het kasteel Daelenbroeck. Gerard I vervolgde de tak erfvoogden van Roermond. Hij trouwde in 1391 met Elisabeth Rode, de dochter van Godart van Schönau.

Hij trouwde (2) ca. 1414 met Aleidis van Gronsfeldt (Aleid van Gronsveld) (ca. 1380-). Aleida was een dochter van Hendrik II van Gronsveld burggraaf van Limburg, heer van Gronsveld 1386-1404 en heer van Heyden (ca. 1335-1404) die getrouwd was met Margaretha van Printhagen (ca. 1333 - ca. 1380). Uit zijn tweede huwelijk zijn geen kinderen geboren. In dit tweede huwelijk met Aleidis van Gronsfeldt stichtte de beide echtelieden een jaargetijde in de kerk van het Begijnhof te Roermond op 31 Januari 1414.

Bijzonderheden
Reinold van Gulik maakte eene overeenkomst met de Graven van Cleve en van Mark aangaande eene som van 25500 schilden aan den laatste te betalen wegens losgeld voor hem zelf en enkele ridders, waarbij Johan van Scheliart, welke voor Cleve de nederlaag leden en aldaar gevangen zaten 13 Januari 1398 (Lacomblet, III deel, no. 1039).

In het jaar 1404 werd Johan Schellart van Obbendorf, hofmeester van de hertog Reinold van Gulik-Gelder, beleend met de halve heerlijkheid Gürzenich (Leenregister Staats-Archief Düsseldorf).

Deze Johan Schellaert is dezelfde, die in 1408 en 1419 voorkomt als drossaard te Montfort en ambtman te Born en te Sittard, en die in 1431 tegenwoordig was bij de overdracht van het ambt van het Land van Kessel en ter Horst door Arnold, Hertog van Gelder en Gulik, aan Johan van Broeckhuysen, heer te Geysteren. (Maasgouw 1898 en Bijdragen Geschiedenis Janssen, bl. 80).
Bron: H. Pijls 1928, Bijdrage tot de geschiedenis van de Voormalige heerlijkheid Schinnen.

De heerlijke rechten afkomstig van de oude edelen van Schinnen zijn in 1403 als een groot Valkenburgs leen in bezit gekomen van Jan Schellardt van Obbendorp, wiens familie heer bleef van Schinnen tot 1795. De rechten van de heren van Valkenburg te Schinnen zijn in 1557 door de hertog van Brabant als heer van Valkenburg, verpand aan Jan Schellardt van Obbendorf als groot Valkenburgs leen. Bron: [3]

-->PERSOONSKAART: [4]

Frederick Schellaert van Obbendorf

Ridder, heer van Gürzenich, Schinnen (1476-1500) en Geysteren. (In signaat Kesteren: Fredrick van Oppendorp.) Huwde in 1476 met Adriana van Broeckhuysen; kinderen: Johan, Wynant.

Adriana van Broichhuysen, dochter van Adriaan en Margareta van Arnem, bracht in dit huwelijk in: het halve huis met de halve heerlijkheid Geysteren, Oerloe met Spralant, en de helft van alle bouwhoeven, renten, pachten enz. Frederic bracht in: het huis en de heerlijkheid Schinnen, met de renten en alle rechten, de tiend te Oeffelt en te Vierlingsbeek en jaarlijks 28 Rijnse gulden.

Frederic en Adriana hadden twee zoons, Johan en Winand, welke laatste kinderloos overleed vóór 1518. De moeder, weduwe geworden, deelde op 28 oktober 1501 met haar twee zonen voornoemd. De zonen kregen de heerlijkheid van Gebroken Schinnen met de hof Ter Borg, molen en huis Schinnen met gronden en alle rechten, cijnzen, leenmannen, kerkegift, gelegen binnen en buiten de heerlijkheid Schinnen, benevens de halve heerlijkheid Geysteren, Oerloe, Oostrum met de ingulden in te Raide (Venray) in het land van Kessel en de tienden, cijnzen, renten met pachten te Boxmeer, Sambeek, Vierlingsbeek en Oeffelt.
Door de familie Broeckhuysen kwam de hof Diergaerde onder Echt in het bezit der Schellarts.

(Adriana van Broeckhuysen, Wwe Frederic van Schellart, huwde ca. 1506 met Andrien van Vischenich genaamd Bell.)

Bron: H. Pijls 1928: Bijdrage tot de geschiedenis van de Voormalige heerlijkheid Schinnen.

-->PERSOONSKAART: [5]

Walraaf Theodoor van Schellardt van Obbendorf

Walraven Theodoor Schellaert van Obbendorf, heer van Schinnen (1682-1709), Broich, en een deel van Muthagen en Leeuwen.

Huwde 28 Augustus 1682 met Anna Maria van Eynatten van Obsinnich met dispensatie in den 3en graad van bloedverwantschap. Als huwelijksgift kreeg Walraaf Theodoor van zijne ouders de heerlijkheid Schinnen met hare jurisdictie, leenhoven, burcht met tuinen, vijvers, banmolen, oliemolen, akkers, weilanden, tienden, laatkaarten, cijnzen en den hof Stammen met jacht, visscherij, de collatie der beneficiën met diverse kapitalen. Actum te Aken 28 Augustus 1682 (Archief Geijsteren).

-->PERSOONSKAART: [6]

Walram Wijnand Adam Schellaert van Obbendorf

Heer van Schinnen (1713-1742). Hij verkreeg het patronaatsrecht der kerk te Schinnen, vroeger uitgeoefend door de familie Rode van Obsinnich en op 7 Januari 1541 overgegaan aan Arnold Huyn van Amstenrade copia litterarum, quibus Cornelius Episcopus Leodiensis translationem juris patronatus sive juris praesentandi de jure patronatus laicalis^ ad ecclesias parochiales de Spaubeck et gebroicken Schinnen confirmat factam per generosum Dominum Joannem Rode de Obsinnich cognominatum Spaubeck in favorem Arnoldi Huyn de Amstenradt et ejus Haeredum. Datum Leodii 7 Jan. 1541 ubi et actus praesentationis ad vacantem ecclesiam parochialem in Schinnen factus per nobilem Bernardum de Bongart in Winandsrade etc. cum collatione Episcopali de 1653.
Originale actus praetationis factae Episcopo Ruremondensi per nobilem Walramum Winandum Adamum Baronem de Schellart Dominum temporalem in Schinnen etc. Actum Schinnen 23 Maart 1715. (Archief Geysteren).

-->PERSOONSKAART: [7]

Een parentage met Van Hoensbroeck

Voor een huwelijk van een gravin Schellaert met een markies Van Hoensbroeck, zie bij Van Hoensbroeck.

Bron

Bovenstaande meer inleidende informatie is ontleend aan de website van Dirk Schellaert, met uitgebreide genealogieen van het adellijke geslacht SCHELLAERT VAN OBBENDORF / SCHELLART : [8]

Wapen

Beschrijving [1]:

  • Schild: Een zwarte (sabel), gekroonde, klimmende en dubbelstaartige leeuw getongd en genageld in rood (keel) op een veld van zilver
  • Helmteken: gekroonde helm met een vlucht van zwart met de herhaalde wassende leeuw
  • Schildhouders: gehouden ter rechterzijde door een voorwaartskijkende gouden griffoen, ter linkerzijde door rugwaartskijkende gouden leeuw
  • Dekkleden: zwart, gevoerd van zilver

Bezittingen

Kasteel Obbendorf

In 1142 liet Willem van Gulik Schellaert het kasteel Obbendorf bouwen. Dit kasteel staat in Hambach, dat een deel vormt van de gemeente Niederzier in het district Düren, Noordrijn-Westfalen.[2]

Kasteel Geijsteren

De oudste vermelding van Kasteel Geijsteren is van 1251. Tot de vijftiende eeuw was het in het bezit van het geslacht van Broeckhuysen, evenals het nabij gelegen kasteel Broekhuizen. In 1585 brandt het huis af. In de tweede helft van de zeventiende eeuw wordt het kasteel herbouwd. Geijstern was tweeherig, pas in 1592 kwam het hele goed in handen van de familie Schellaert van Obbendorf, die het tot 1804 in bezit hadden. In 1918 breekt er opnieuw brand uit, waarna het tussen 1919 en 1920 werd herbouwd. De familie De Weichs van Wenne was de volgende eigenaar en bezit het landgoed nog steeds. Gedurende de tweede wereldoorlog (1944) werd het kasteel geheel verwoest. Op het uitgestrekte kasteelterrein liggen nog restanten van het huis.

Gürzenich

In Gürzenich bij Düren bezit de familie reeds sedert 1353 grote grondstukken in de stad als ook uitgestrekte bosgebieden in de directe omgeving. In 1404 werd Johan Schellaert de eigenaar van de Burcht Gürzenich, ook Schloßberg genaamd, die in 1530 nieuw gebouwd werd. Thans resten van de burcht slechts een Ruïne. Het Kreuders Hof, uit het midden van de negentiende eeuw, is opgetrokken met stenen van de oude Burcht.

De Sint Johanneskerk in Gürzenich kreeg in 1729 van Willem van Schellaert een nieuw hoofdaltaar.

De Weiherhof in Düren die rond 1750 door Adam Wilhelm Schellaert aangekocht werd moest door de familie in 1767 weer verkocht worden. Het klooster Wenau kocht het hof met het daarbij behoren bos voor 24.900 Reichsthaler.

Heerlijkheid Schinnen

De heerlijke rechten, afkomstig van de oude edelen van Schinnen, zijn in 1403 als een groot Valkenburgs leen in het bezit gekomen van Johan (Jan) Schellart van Obbendorf (heer van Schinnen van 1403-1450). Koning Filips II van Spanje verpande op 23 januari 1558 de heerlijke rechten van de helft van de heerlijkheid aan Johan VIII Schellaert van Obbendorf (heer van Schinnen van 1559-1563), die de heerlijkheid vervolgens op 12 november 1559 liet verheffen.

De pandsom voor deze rechten werd in 1609 afgelost en deze laatste zijn toen verkocht aan Arnold III Huyn van Geleen. Deze rechten zijn bij Arnold’s opvolgers gebleven tot aan de komst van Fransen. Het collatierecht ging in 1673, door het overlijden van Maria Margaretha Huyn van Amstenrade, over naar de familie Schellaert van Obbendorf. Zie ook: Gebroken Schinnen.

De familie Schellart van Obbendorf bleef heer van Schinnen tot 1795.

Kasteel Doorwerth

Door het huwelijk van Adam Schellaert van Obbendorf (1541-1603) met Walrave van Voorst vrouwe van Doorwerth kwam het kasteel in handen van de familie Schellaert. Zijn huidige uiterlijk is de danken aan de verbouwingen uit 1560 die in zijn opdracht verricht zijn . Alleen de verbouwing aan de noordhoek is van latere datum evenals het poortgebouw, dat ontstond in 1640 in opdracht van Adam's achterkleinzoon Johan Vincent van Schellaert van Obbendorf.

Kasteel Terborgh

Het huis Ter Borch, ook wel genoemd Huis Schinnen, ten westen van Schinnen, bestaat uit vier vleugels rond een binnenplein met een tot topgevel opgetrokken poortgedeelte. Aan de zuidwestzijde ligt de omgrachte voormalige motte waarop oorspronkelijk de in 1285 vermelde, middeleeuwse burcht heeft gestaan, waarvan thans slechts de fundamenten nog aanwezig zijn. Midden 18de eeuw kreeg het herenhuis grotere vensters en in- en uitzwenkende gevels [3].

Vanaf 1403 tot 1795 is de familie Schellart van Obbendorf bezitter van het Kasteel en de heerlijkheid Schinnen. Begin zeventiende eeuw werd onder Walraaf Schellaert van Obbendorf de voorburcht van Terborgh verbouwd tot herenhuis. In 1623 werd de nieuwe kapel door de bisschop van Roermond ingewijd. In 1758 richtte Maria Ernestina Schellaert van Obbendorf het monumentale hardstenen kruisbeeld op aan de ingang van het Terborgh met de inscripties: ‘SALVO FACLAS DOMINE SCHINENSES’ (Heer, bescherm de inwoners van Schinnen). De laatste familietelg te Schinnen was graaf Adam Alexander Schellaert van Obbendorf, heer van Schinnen, Geijsteren en Oostrum.

Grafkelder

In de Sint Dionysiuskerk te Schinnen bevindt zich een grafkelder van de familie Schellaert van Obbendorf.

Auteur

Ad Welschen

Referenties

[1] ↑ Wapen Schellaert
[2] ↑ In het gehucht Groot Haasdal bij Schimmert in de gemeente Nuth staat ook een 'Huis Obbendorf', ook 'Huis Haasdal' en 'de Bockhof' genoemd. De naam Obbendorf verschijnt hier pas in de 17de eeuw.
[3] ↑ Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed

Zie ook

Persoonlijke instellingen