Reubsaet

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Algemene informatie

De Limburgse familie Reubsaet stamt af van een Wilhelmus Reubsaet die in de 17de eeuw in Sittard leefde. In de 18de eeuw vestigt zich Willem Reubsaet in Klein Doenrade gemeente Oirsbeek. Van Oirsbeek gaat Lambert Reubsaet in 1767 naar Elsloo en is de stamvader van de familie Reubsaet in Elsloo, Geulle en later ook Heerlen. In de tweede helft van de 19e eeuw vertrekt na 143 jaar de familie van Oirsbeek naar Jabeek en Schinveld.

Genealogie

Zie voor een genealogie van de familie Reubsaet bij de externe links.

Biografie Jan (Victor) Nicolas Reubsaet (1843-1887)

Jan Nicolas Reubsaet is bij verre de bekendste naamdrager van deze Sittardse familie. De volgende biografie is overgenomen van de Stamboom van de familie Reubsaet.

Hij werd geboren 26 april 1843 als zoon van Joannes Baptist Victor Reubsaet en Maria Josepha Dassen. Zijn vader was een eenvoudige schoenmaker en had een huisje aan het "Neilesgetske" in Sittard. Nicolas begon zijn opmerkelijke levenswandel als huisschilder. Hij had gebrekkig lager onderwijs gehad in de stadsschool te Sittard. Al vlug bleek hij een bijzondere muzikale aanleg te hebben. Zijn eerste muzieklessen kreeg hij van een onbekende muzikant genaamd Grosschell. Deze gaf hem solfège- en vioollessen. Zijn broer, Julien, leerde hem verder de viool, piano en de Cornet à piston bespelen. Met name de Cornet bleek een goede keuze te zijn waarvoor de jonge Nicolas veel aanleg had.

In 1859, op 16 jarige leeftijd, ging Nicolas naar Utrecht waar hij als Muzikant en Solist speelde bij het Utrechts Stedelijk Orkest. In Utrecht leerde hij Catharina Anna van Antwerpen kennen waarmee hij op 23 juni 1864 te Utrecht in het huwelijk trad. Met haar had hij een dochter, Mechtildes Josepha Maria. Zij werd geboren te Sittard op 29-11-1865. In datzelfde jaar werd Nicolas benoemd tot leraar aan de stedelijke muziekschool te Groningen, waar hij tevens speelde in het Groningse Harmonieorkest. Hoewel hij als muzikant hoog in aanzien stond in Groningen hield hij het niet lang uit in het noorden. In november 1865, is hij alweer terug in Sittard. Hij dirigeerde in zijn geboortestadje een harmonieorkest dat speciaal tijdens de opening van het eerste spoorwegstation speelde. A passant richtte hij er een strijkorkestje op waarmee hij dansmuziek speelde in Sittard en omstreken. Twee jaar later, in 1867, verliet Catharina haar Nicolas en pas in 1874 zette ze, te Maastricht, een echtscheidingsprocedure in. Tijdens deze echtscheidingsprocedure verbleef Nicolas in Brussel om zich verder te ontplooien op muzikaal gebied. Hij was ingeschreven als leerling op het conservatorium van Brussel en kreeg daar zanglessen. Na één jaar verliet hij het conservatorium weer met een eerste ereprijs op zak. Hij zwierf ook nog even rond in de Vlaamsche schouwburg maar begon steeds meer als salonzanger naam te maken bij gefortuneerde families.

Als Salonzanger trad hij op in verschillende grote Europese steden waaronder Parijs, Wenen en London. Volgens de pers van die dagen was er een nieuwe ster ontdekt en schreef lovende artikelen over Nicolas. Hij ontving zelfs een uitnodiging van het Engelse koningshuis. Hij zong regelmatig voor de adel en voor rijke industriëlen. Zo ontmoette hij Isabelle Eugenie Boyer, de rijke weduwe van Isaac Merritt Singer. Deze Singer was de stichter van de Amerikaanse naaimachinefabriek Singer. Sinds vier jaar was zij weduwe en ze had net een gerechtelijke procedure achter de rug over de erfenis van Singer. Deze procedure was in haar voordeel uitgevallen en ze erfde $ 14 miljoen, in die tijd een gigantisch vermogen. Op 8 januari 1879 huwde hij in London met vorstelijke praal zijn Isabelle .

Nicolas die, ondanks zijn gebrekkige schoolopleiding, inmiddels vlot Frans, Duits en Engels sprak wist zich in de hoge kringen goed te handhaven. Als een echte aristokraat bewoog hij zich onder de mensen. In Parijs had hij een kapitale woning aan de "Avenue du Roi de Rome". Dit pand had hij aangekocht voor 950 duizend Franse franken. Bij het pand had hij een paardestal met wel tien raspaarden en een koetshuis met diverse mooie rijtuigen. Voor het oog had hij het pand gedecoreerd met kostbare schilderijen en een verzameling antieke instrumenten die hij met veel trots aan zijn gasten toonde. Regelmatig gaf hij in zijn pand grote soirées waar de destijds beroemde Parijzenaren als eregasten verschenen. Het vermogen waarover hij beschikte door zijn huwelijk met Isabelle maar zeker ook door zijn eigen inkomsten als gevierd salonzanger maakte het hem mogelijk om jonge kunstenaars van royale geldsommen te voorzien en tevens financierde hij kunstzinnige evenementen. Ooit schonk hij aan een jonge violist een kostbare "Stradivarius" alleen al omdat hij een landgenoot was.

Nicolas stond graag in hoog aanzien en ambieerde een adellijke titel. Voor veel geld kocht hij van de Oostenrijkse keizer een addellijke titel "Vicomte d'Estemburgh de Bloemendaal" en later voegde hij daar nog de titel "Duke of Camposelice"aan toe. Nicolas, die zich inmiddels liever "Victor" liet noemen, deed verwoedde pogingen om deze adellijke titels ook bevestigd te krijgen bij de burgelijke stand van de gemeente Sittard waar hij geboren was, hetgeen hem niet is gelukt.

Nicolas was zijn geboortestad niet vergeten. Zijn Sittardse vrienden konden altijd op hem rekenen. Sittardse muziekverenigingen steunde hij regelmatig met royale giften, de gymnastiekvereniging Swentibold kreeg van hem een nieuw vaandel. Ook in de strenge winter van 1879 steunde hij de armen van Sittard met een bedrag van 1800 franken waarvan 500 franken voor zijn oude vrienden waren bestemd.

Graag wilde Nicolas aan de bevolking van Sittard laten zien hoe welgesteld hij wel was. Hij nodigde al zijn jeugdvrienden uit op een vorstelijk maal in het deftige hotel Haenen op de Markt. Na eerst een rijtoer te hebben gemaakt door Sittard kwam Nicolas aan op de Markt in een deftig rijtuig bespannen met zes schimmels. Helaas was al deze weelde maar van korte duur. Nicolas werd ernstig ziek. Geboren in een nederig huisje aan het Neilesgetske te Sittard overleed hij op 43 jarige leeftijd in zijn vorstelijke woning aan de Avenue du Roi de Rome te Parijs.

De straat "Reubsaetlaan" te Sittard is naar hem vernoemd als herinnering aan deze bijzondere Sittardenaar.

(Bron: Sittard Historie en Gestalte, 1971.)

Medewerkers

  • Dit artikel aangemaakt op 18 februari 2008 - Wil Brassé

Externe links

Persoonlijke instellingen