Reijnders

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Algemene informatie

De familienaam Reijnders (ook: Reinders, Reynders) is een patroniem ontstaan uit de roepnaam Reijnder, kort voor Reijnhard of Reijnerus. Ook een familienaam als Renkens ontstond uit deze voornaam. Er is ook een vrouwelijke vorm van deze roepnaam. Zo kennen we uit 1478 een Reinalda van Boxmer, weduwe van Schelart van Obbendorp, als eigenaresse van een boerderij in Sint Odiliënberg.

De naam komt in Limburg naar verhouding veel voor. In de bevolkingslijst van 1947 kwamen de familienamen Reijnders en Reynders 2.358 maal voor, waarvan 976 maal in Limburg. De variant Reinders kwam 3.356 keer voor, waarvan 533 maal in Limburg. Volgens de telefoongids van 1993 waren er toen landelijk respektievelijk 1.282 en 208 abonnees met de namen Reijnders en Reynders, met een concentratie in zuidoost Nederland, en 2.042 met de naam Reinders, die we vooral aantreffen in noordoost Nederland.

Namen als Reijnhard en Reijnoud komen we in Limburg al vroeg tegen. Vooral in het Gelderse gebied kan hij extra populair zijn geweest door naamdragers als de dertiende eeuwse graaf Reinoud of Reinald I van Gelre, gehuwd met Ermgard, dochter van hertog Walram IV van Limburg. Zo zien we namen als Reintken (Baarlo 1390) en Reiner (Kessel 1439).

Beesel, Belfeld, Swalmen

In Beesel treffen we een achternaam afgeleid van Reijnder voor het eerst aan in 1444 in de persoon van Heijn Reijnen. In 1554 wordt een akte van huwelijksvoorwaarden opgemaakt tussen Peter Emontz en een dochter van Alaert Reinartz. Wilhelm Reinhartz, in 1617 scholtis van Swalmen en Asselt, tekent voor de eerste vermelding daar; in 1627 zien we daar een Heijn Reijnckens, in 1634 een Anna Reinckens, terwijl in 1646 een Behtien Reijnders doopgetuige is in Belfeld. In een Beeselse cijnslijst uit 1653 komt Merten Reijners voor, die dan twee tijnshoenders afdraagt wegens een paar boerderijen in Beesel. De DTB-registers van Swalmen noemen vanaf 1661 een Wilhelma Reiners gehuwd met Matthias Noden, die overigens grossiert in aliasnamen: hij wordt ook Van Elsenbroek, Van Giesekerken, Van Rodenkercken en Schonen genoemd. We zien in deze regio dat de achternaam pas in het midden van de 17e enigszins gangbaar wordt.

De meeste dragers van de achternaam Reijnders stammen af van onderstaande echtparen. Nader onderzoek in de archieven van Kessel moet nog uitwijzen op welke manier zij verwant zijn.

Rutgerus Reijners (Reijnaerts), tr. Kessel 13-7-1678 (get. Petrus Janssen en Petrus Cuypers) met Sophia Opheijs (Abheijs, van Hees, op Heijsch, op 't Heijdtrick, Opheysch, Opheij, Peters, Van der Heijden).
Uit dit huwelijk:

  1. Reijnerus Reijnaerts, ged. Kessel 9-5-1679 (get. Rutgerus Aerts en Catharina Gerits), begr. ald. 15-9-1719. Tr. Kessel 9-4-1709 met Margaretha Jansen.
  2. Heilwigis Reineri, ged. Kessel 17-1-1681 (get. Anna Maria van Hoef voor Clementina à Merwick en Joannes Linssen voor Andreas Knippenberg).
  3. Petrus Reineri, ged. Kessel 16-12-1682 (get. Henricus van Lier en Adelheijdis Opheijsch).
  4. Maria Reiners, ged. Kessel 8-2-1685 (get. Joannes Martens en Gertruijdis Opheijs).
  5. Catharina Reines, ged. Kessel 8-3-1687 (get. Joachim Beurskens [geh. met Helena Opheijs te Baarlo] en Ida Knippenberg).
  6. Petrus Reiners, ged. Kessel 14-6-1689 (get. Jacobus Kessels en Godefrida aen Heij 'ex Baerloe').

Sophia op Heijs is in 1685 doopgetuige voor een kind van Hendrik van Lier en Mechteldis Reijnders die in 1682 zijn getrouwd in Keesel. Ruth Reijnders en Fijecken Peters verkopen in 1683 en 1691 stukken weiland in Kessel. In 1692 verkopen een huis, stal en landerijen in Kessel en het gezin verhuist naar de overkant van de Maas. In 1695 wonen ze in Beesel. In de beestenschat van dat jaar wordt Rut Reiners aangeslagen onder de buurtschap Leeuwen wegens 3 koeien, een rund en 21 schapen. Op 16-10-1715 pachter Ruth Reijnders en Sophia op Heijs de hof int Sand onder Beesel. Een jaar later verklaren Ruth Reijnders en Sophia op Heijs, als pachters van de hof In gen Sande, toebehorend aan Z.M. van Pruijssen, dat zij, in voldoening van de verpachting, op 16 mei 1715 op het kasteel van Montfort hun persoonlijke goederen als onderpand hebben gesteld, te weten 2 paarden, 1 veulen, 6 melkgevende koeien, 6 runderen, 8 kalveren, een kudde ('koppel') van 58 schapen, plus de helft van de hof 'op de Vetde' staande. Naast Ruth Reijnders staan mede voor hem borg Gerart Reijnders en Willemke Schreurs, echtelieden, met hun huis en hof plus circa 50 morgen akkerland en 3 vierdel bemd aan de Maas gelegen. Tevens staan borg Jan Reuvers en Amilia Peters, echtelieden, met hun huis en hof gelegen aan gen Reuver plus al hun landerijen, bemden en broeken te Besel gelegen, groot circa 40 morgen volgens extract uit het bunderboek.
Verhelderend ook is een verklaring van 18 december 1719, afkomstig uit het archief van Baarlo. Ruth Reijnders en Sophia op Heijs zijn op 16 oktober 1715 'op den ambthuys van Montfort' een pachtcontract aangegaan voor 'eenen bouwhoff gelegen onder Beesel in den selven ambte genoemt den hoff int Sand, toebehoorende aen sijne Kon. Majesteit van Pruissen'. Hierbij hebben Peter op Heijs en nu wijlen Joost Driessen zich borg gesteld. 'Door de slechte jaeren' zijn de pachters nu, behalve de nog volledig achterstallige pacht van St.-Andries van dit jaar, een bedrag van 112 gulden 18 stuiver brabants verschuldigd, welke schuld zij niet kunnen betalen 'uit oirsaecke dat sie het genochsaem daertoe hebbend bestiael naer behooren en billicken prijs, niet verkoopen konden'. Daar echter de betaling niet langer kan worden uitgesteld, heeft Francois Wilhelm van Ravenstein, rentmeester in het ambt Montfort, nu gedreigd met gerechtelijke executie tegen de pachters en hun borgen, 'waerdoor niet alleen veele onkosten souden ..seert maer oock de voornoemde paghters tot volkomen ruin souden gebracht werden.' Om dit te verhoeden hebben Pieter op Heijs en Hendrick van Lier, als nazaat van Joost Driessen voornoemd, de rentmeester verzocht om nog vier maanden uitstel te kunnen krijgen voor de voorgenomen executie, 'opdat voornoemde paghters tijdt ende stond hebben mogten, haere bestiaelen met meerdere prefijt als sie tegenwoordigh souden doen konnen, te mogen verkoopen'. Supplianten beloven dat zij borg zullen blijven en op zullen komen voor alle daaruit ontstane kosten en schulden.


Joannes Reijnders (Reineri), overl. Kessel 26-4-1717], soldaat, tr. ... vóór 8-1-1686 met Clara Cuypen.
Uit dit huwelijk:

  1. Anna Reineri, ged. Kessel 8-1-1686 (get. Servatius Cuypen en Agnes Cuypen; dr. van Joes, 'militis' x Clara Cuypen), overl. ald. 12-5-1723 in het kraambed. Tr. Kessel 28-10-1721 met Henricus Mulkes.
  2. Agnes Reineri, ged. Kessel 30-11-1692 (get. Wilhelmus Cuypen en Clara Cuypen).
  3. Berta Reiners, ged. Kessel 28-1-1695 (get. Anna Nicolai en Joes Cuijpen), overl. Beesel 27-9-1748. Tr. Kessel 19-2-1716 met Joannes Beeck.
  4. Servatius Reineri, ged. Kessel 8-8-1697 (get. Joes Cupen voor Petrus Verlinden en Ida Corsten), overl. Beesel 11-2-1736. Tr. 1) Swalmen 28-8-1718 met Gertrudis Mooren, overl. Beesel 27-6-1719; tr. 2) Swalmen 30-1-1720 met Agnetis Quyten.
  5. Joannes Reineri, ged. Kessel 24-5-1700 (get. Theodorus van Hooren voor Bartholomaeus Costen en Sybilla Coonen). Tr. Beesel 3-8-1723 met Catharina Leenaerts.


Gerardus Reijnders, overl. Beesel 1-3-1742, tr. ... vóór 24 april 1694 met Wilhelmina Lennarts (Linders) alias Schreurs, overl. Beesel 27-6-1735.
Uit dit huwelijk:

  1. mogelijk Peter Reijnders, gehuwd met Cornelia Teunissen, waarvan een dochter Willemina gedoopt te Beesel 24-8-1720 (get. Petrus Linders namens Matthias Fransen en Sophia NN).
  2. Leonardus (Lindert) Reijnders, ged. ..., mogelijk overl. Beesel 30-9-1770. Tr. Asselt 7-5-1721 met Maria Borgh.
  3. Mechtildis Reijnders, ged. ..., overl. Beesel 19-2-1774. Tr. Beesel 19-4-1733 met Gerardus Hoex.
  4. Theodorus (Dirck) Reijnders, ged. ..., overl. ... Tr. 1) Beesel 9-5-1726 met Berta Beurskens, overl. ald. 31-7-1726; 2) Beesel 28-1-1734 met Elisabeth Janssen
  5. Wilhelmus (Willem) Reijnders, ged. ..., overl. Kessel 3-3-1751. Tr. Beesel 12-4-1736 met Joanna Nijssen.

Gerards Reijnders (Reiners, Reyners), koopt in 1693 gemeentegrond te Beesel. In 1694 verkopen Rut Reijnders en Fijken van Hees, echtelieden, en Gerit Reijnders en Wilmken Lennarts, ook echtelieden, ongeveer 5 vierdel morgen bouwland te Kessel gelegen. In de beestenschat van 1695 wordt Geret Reiners onder de buurtschap Leeuwen aangeslagen met 3 koeien en 3 runderen. In september van dat jaar verkopen Geradt Reijnders en Wilmken Lennarts opnieuw land in Kessel. In 1699 lenen Reijners en Willemke Lenners 150 gulden, waarvoor ze land langs de Maas als onderpand stellen.

Echt

Het Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen vermeldt in 1449 onder Echt een Gobbel Reinalts.

Literatuur

  • Peter J.M. Reijnders, Reijnders, een verhaal uit 2 Noord-Limburgse dorpen, Goirle 1989
  • Peter J.M. Reijnders, Reijnders, een puzzle in Midden-Limburg, Goirle 1990

Bronnen

Persoonlijke instellingen