Parade (Venlo)

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Kadastrale kaart van de Parade 1842; bovenin de splitsing met Kerkstraat/Gasthuisstraat en onderin net niet zichtbaar de Keulsepoort

De Parade is de naam van de voormalige Groote Beekstraat te Venlo. De straat liep van de Laarpoort (later genaamd Keulsepoort) naar de hoek van Kerkstraat/Gasthuisstraat. Tegenwoordig begint ze bij de straat met de naam Keulsepoort en eindigt ze in de vijfsprong Grote Kerkstraat/Gasthuisstraat/Begijnengang/Sint-Jorisstraat. De straat langs liep de grote beek, die een slingerend patroon had en die al in de 14e eeuw gedeeltelijk overkluisd werd en waardoor de straat slingerend is gebleven en tevens breed is geworden. De straat wordt al vermeld sinds 1375.

Ze heeft de naam Parade gekregen, doordat Napoleon met zijn troepen via deze route de stad binnenparadeerden in 1794, op weg naar het stadhuis aan de Markt.

De straat heeft de Tweede Wereldoorlog goed overleefd, ook de naoorlogse sloopdrift en kent daardoor veel oudere huizen, waaronder enige laat-middeleeuwse panden. In tegensstelling tot een aantal andere straten met laatmiddeleeuwse huizen heeft de gemeente hier nog geen bouwhistorische onderzoek laten verrichten. Gezien de andere bouwhistorische onderzoeken moeten hier ook nog veel juweeltjes verborgen liggen.

Hoekpand Parade 2/Begijnengang

In 1783 wordt de brouwerij beschreven door Willem Theunissen waarbij hij een bedrag van 2.000 gulden heeft opgenomen tegen een rente van 70 gulden voor een huis, erf en brouwerij gelegen tegenover de Grote Kerkstraat, genaamd 't Reipken. 't Reipke is in het Venlose dialect het verkleinwoord van de reip, de hoepel. Die laatste naam kiest Jan Christian Verzijl, afkomstig uit Katwijk aan de Maas, als hij de brouwerij overneemt. Jan Christian bracht De Hoepel tot grote bloei. Met maar liefst 2313 vaten in 1819 was het veruit de voornaamste brouwerij in Venlo. Na zijn dood in 1820 volgt zijn zoon Jan Augustin hem op en ging hem ook zeer voor de wind. Als hij in 1866 op 85-jarige leeftijd overlijdt, wordt als beroep rentenier opgegeven. De brouwerij is dan al weer enkele jaren in handen van zijn neef Antoon Verzijl. Op dat moment zijn er vijf knechten in loondienst en wordt de brouwerij tot de belangrijkste van Noord-Limburg gerekend. Als in 1892 Louis Strauch in de Bolwaterstraat café-restaurant International opent, laat hij niet na te vermelden dat hij zijn klanten kan gerieven met het puike bier uit de brouwerij van de heer A. Verzijl à zes cent per glas. Verzijl had al vroeg in de gaten dat dat het verlenen van kredieten aan horecaondernemers hem een vast aantal afnemers gerandeerde. Evenals zijn directe voorganger, oom Jan Augustin, sterft Anton Verzijl ongehuwd. Brouwerij de Hoepel gaat over naar zijn petekind Antoon de Rijk. Deze schakelt over op de ondergistende brouwmethode, het bier in opkomst, en plaatst daarvoor de noodzakelijke koelinstallatie. In 1911 was het dan zover, het eerste ondergistend Lagerbier. Later komen daar de andere ondergistende bieren Pilsner en Münchner. Door de eerste wereldoorlog waren er onvoldoende grondstoffen, waardoor de brouwerij werd stilgelegd. In 1920 wordt het pand verkocht aan een rijwielhandelaar en sluit de brouwerij.

Persoonlijke instellingen