Pachtcontract

Uit Genealogie Limburg Wiki
Versie door Loe Giesen (overleg | bijdragen) op 19 sep 2008 om 16:39
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Een pachtcontract of pachtovereenkomst, ook wel pachtcedule genoemd, is een document waarin de eigenaar van onroerend goed en de gebruiker of uitbater van dit goed onderlinge afspraken maken. Veel grote boerderijen waren vroeger in handen van edellieden, kloosters en kooplui die het feitelijke boerenwerk lieten doen door een pachter, ook wel halfman, halfer, halfenaar, halfwin of wynman genoemd. Een pachthoeve werd ook wel aangeduid als wynhof of winhof. Afhankelijk van de manier waarop de landerijen bewerkt en gebruikt werden, is de looptijd van de contracten gewoonlijk een veelvoud van 3 of vier jaar.

De afspraken in een pachtcontract kunnen per plaats en periode sterk verschillen, maar gewoonlijk zorgden eigenaar en pachter bij aanvang van de pachttermijn ieder voor de helft van het vee, uitgezonderd de paarden, die voor rekening van de pachter waren. De helft die van de verpachter was en dus op de boerderij bleef, wordt wel het ijzeren bestand genoemd. Als de pachtovereenkomst op het eind van de overeengekomen periode niet werd verlengd, werd het vee weer gedeeld. Aan dit gebruik ontleende de pachter ook zijn naam halfman. De eigenaren hadden een systeem bedacht dat ook nu nog goed helpt bij kinderen die altijd ruzie maken om de verdeling van hun snoepgoed. Hij liet de pachter vee en oogst verdelen, waarna hij zelf de eerste keus had. Ons gezegde "kiezen of delen" herinnert nog aan deze manier van delen. Kortom, de pachter trok altijd aan het kortste eind.

Bij het vinden van pachtcontracten moeten we een beetje geluk hebben. Bij bezittingen van kloosters is de kans meestal het grootst, omdat de kloosterarchieven gewoonlijk vrij compleet zijn. Voor pachters die een overeenkomst sloten met een particulier moeten we eerst op zoek naar het huis- of familiearchief van het betreffende kasteel of de betreffende familie. Door huwelijk en vererving kunnen de archiefstukken op de vreemdste plaatsen zijn beland en helaas maar al te vaak zijn ze nooit bewaard of intussen verloren gegaan.

Voor het leggen van genealogische verbanden zijn pachtcontracten van weinig nut. Ze vertellen echter veel over de manier waarop onze voorouders leefden.

Onderstaand pachtcontract uit 1571 geeft een beeld van het soort gegevens en afspraken die we kunnen vinden.



Voorbeeld van een pachtcontract, Beesel 1571

dinsdag 27 november 1571

RIJKEL ‑ Pachtcontract Klerkenhof.

Pater Nicolaus van Weshem en procuratrice Agnes Spaerreboicks namens het klooster Maria Weide te Venlo verpachten de Hof te Rijkel voor een periode van 8 jaar aan Paulus van Maesbracht en Mary, echtelieden.

  • De termijn zal toekomende meidag ingaan, en is door beide zijden na 4 jaar op te zeggen met een opzegtermijn van een half jaar.
  • De halfman zal de hof met eigen zaaigoed inzaaien, en wanneer gedorst wordt, zal ¼ deel "op ten denne" bewaard worden;
  • alle granen zullen half en half gedeeld worden;
  • de halfman zal 8 bunder goed land in de "lege lage" laten liggen zoals hij het bij zijn aankomst heeft gevonden;
  • de halfman mag de tiende pachten en zal deze invaren voor kaf en stro voor de dieren;
  • het klooster is vrij om 10 tot 12 morgen in het Lichte Velt te verpachten zoals het hen belieft;
  • de halfman zal ½ bunder "schaepkoren" inzaaien met eigen zaaigoed;
  • de halfman zal jaarlijks 7 vierdel (= 175) "koppelscaep" houden;
  • hij zal jaarlijks minstens 4 kalveren grootbrengen;
  • hij zal enkel dieren houden die tot de hof horen, uitgezonderd "den heyligen", en dat slechts met medeweten van het klooster;
  • alle dieren zullen half en half zijn, uitgezonderd de paarden, die alle van de halfman zullen zijn;
  • bij het scheren van de schapen zal het klooster zorgen voor (witte)brood en bier. Het klooster mag vooraf een ongeschoren (keur)lam kiezen en eenmaal per jaar wanneer het hen uitkomt, een keurhamel uit de koppel;
  • jaarlijks zullen 16 varkens te delen zijn, waarvoor de halfman 1½ malder boekweit ontvangt als voer. "Onreyne" varkens moeten geruild worden;
  • met Pasen zal de halfman 2 vette kalveren leveren;
  • de halfman zal vee en oogst in tweeën delen, het klooster kiest als eerste;
  • de halfman zal 2 sterke knapen, 2 sterke meiden en 2 goede schaapherders in dienst hebben "ind ander guet gesynne";
  • het klooster zal een of meer dorsers sturen, die de halfman eten en onderdak zal geven "ind tegen dorssen op't sess inde sesstichste vat";
  • deze dorser zal geen koren krijgen, behalve het "krynsel";
  • men zal zoveel mogelijk "schouff schudden" om het dak te onderhouden. De rest zal voor klooster en halfman zijn;
  • de halfman zal lijnzaad ("lindert") zaaien en delen en "stoppel-kruytt" voor de dieren;
  • rond 17 september (St.-Lambertus) zullen de "broyckschaep" worden uitgezet en deze laten grazen "soe lange zij beteren mogen";
  • de halfman zal het 1/3 deel van appels, peren, noten en andere vruchten hebben;
  • alles wat op de boerderij "weyscht, deylt off velt" zal de halfman naar het klooster brengen;
  • de halfman zal eventueel bouwmateriaal alleen aanvoeren;
  • naar oud gebruik zal het klooster de "meijster" belonen en de halfman zal de werklieden voeden en onderdak geven;
  • de halfman zal jaarlijks 12 wagens turf naar het klooster brengen of andere diensten daarvoor in de plaats doen;
  • wanneer zieke of verdorde bomen worden gekapt, zal de halfman daarvoor in de plaats 2 nieuwe zetten;
  • de halfman zal "kyerkens bant" gebruiken zover deze eigendom is van het klooster;
  • de halfman zal jaarlijks 11 daler geven voor zijn "molcke gelt" plus 4 perskazen ("peerskaess");
  • met Kerstmis zal hij 6 kapoenen en 2 vette ganzen leveren, met "vastelavont" 2 vette hennen, met Pasen 300 eieren en 35 pond boter;
  • het klooster zal de halfman jaarlijks 100 schansen toewijzen die hij als "backholt" mag gebruiken;
  • de "gehuchten, wenden, inde thuyn" (hekken) moeten goed worden onderhouden;
  • alles wat "bryckt onder dy rijholter" of wat hij met zijn "gesynne" binnen anderhalve dag kan repareren, moet de pachter zelf maken; het klooster zal het "gereetschap bestellen";
  • de halfman mag geen beesten verkopen of ruilen zonder medeweten en toestemming van het klooster;
  • het klooster mag de dieren op elk willekeurig moment laten tellen;
  • de halfman mag alleen in de koolhof vlas zaaien;
  • het klooster zal 1/3 ("den derden penninck") van het "spaedloon" betalen;
  • bij vertrek van de halfman zal kaf en stro op de boerderij blijven; voor ieder "vim" (= 104 schoven) zal de pachter 3 stuiver krijgen;
  • alleen land dat bij de boerderij hoort, mag worden bezaaid en bemest;
  • de halfman zal 1/3 van eventuele oorlogsschattingen betalen; andere lasten zal hij dragen op dezelfde manier als zijn naburen;
  • bij schending van deze afspraken zal het klooster de halfman zonder tegenspraak van de boerderij kunnen sturen.

Bovenstaand pachtkontrakt wordt opgemaakt ten overstaan van borgemeester Johan van Greefraedt en Andries van Roesteren namens het klooster en Willem van Beeck en Willem Quyten, mede als borgen, namens Paulus van Maesbracht en Mary.

Externe links