Nettetal

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Bewerkt naar de Nederlandse en Duitse Wikipedia

Nettetal is een gemeente in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, gelegen in het district Viersen. Zij is de Duitse buurgemeente van Venlo. De gemeente telt 41.736 inwoners (31-12-2010). De hoofdplaats is Lobberich.
De gemeente is opgericht in 1970 in het kader van de gemeentelijke herindeling in de deelstaat Noordrijn-Westfalen uit de gemeenten (nu stadsdelen): Lobberich, Kaldenkirchen, Breyell, Hinsbeck en Leuth. Het kerkdorp Schaag, dat eerder tot de gemeente Breyell behoorde, is thans het zesde stadsdeel van de gemeente Nettetal. Kleinere delen van de vroegere gemeenten Amern, Boisheim, Brüggen en Grefrath alsmede van de steden Dülken und Süchteln kwamen ook bij Nettetal.

Stadsdelen

Stadsdelen met aantal inwoners (per 31 december 2010):

   Lobberich (13.845)
   Kaldenkirchen (9.640)
   Breyell (7.871)
   Hinsbeck (4.964)
   Leuth (1.920)
   Schaag (3.707)

Naam

De naam van de in 1970 opgerichte gemeente is afgeleid van de Nette, een rivier die over een lengte van ongeveer twaalf kilometer door de gemeente stroomt.

Geschiedenis

Lobberich, Hinsbeck en Leuth behoorden tot het Overkwartier van Gelre en dus tot de Zuidelijke Nederlanden. Tijdens de Spaanse Successieoorlog werd het gebied door Pruisen ingenomen, samen met de andere gemeenten die vanaf 1713 officieel Pruisisch Opper-Gelre vormden.
Kaldenkirchen, Breyell en Schaag behoorden tot het hertogdom Gulik.

Bezienswaardigheden

Omgeven door de vier Krickenbecker meren ligt het Kasteel Krickenbeck. Het betreft hier de meren Hinsbecker Bruch (oppervlakte: 37,5 ha.), Glabbacher Bruch (36,0 ha, alsmede de nog wat oudere meren Poelvenn (24,5 ha) en Schrolik (15,5 ha). Ze worden gedeeltelijk door de Nette en de Renne (Nette) doorstroomd. De naamscomponenten „-Bruch“ en „-Venn“ verwijzen naar het vroegere uiterlijk als veen- en moerasgebied.

Natuur

Tot Nettetal behoren twaalf meren met een oppervlakte van ca. 179 ha. Uitgestrekte bos- en heidegebieden met een groot net van wandelwegen maken Nettetal tot een middelpunt van recreatie in het Natuurpark Maas-Schwalm-Nette. Hinsbeck und Leuth zijn van staatswege erkende vacantieoorden.

Meren

De Nette-meren horen tot het Natuurpark Schwalm-Nette in het gebied van de linker Niederrhein, dicht bij de Nederlandse grens. Het zijn kunstmatig opgestuwde en gedeeltelijke door turfwinning vergrote meren in de dalkom van de Nette. Het betreft: de Kleine Breyeller See (oppervlakte: 5,3 ha.), de Grote Breyeller See (9,2 ha.), het Nettebruch (13,2 ha), de Windmühlenbruch (6 ha), het Ferkensbruch (4,5 ha), de Kleine De-Witt-See (4,5 ha) en de Grote De-Witt-See (22,5 ha). verder sr troomafwaarts volgen na der passage van het Secretis-moeras de Krickenbecker meren.

  • Aan de Nette:
   Kleiner Breyeller See ca. 5,3 ha
   Großer Breyeller See ca. 9,2 ha
   Nettebruch ca. 13,2 ha
   Windmühlenbruch ca. 6 ha
   Ferkensbruch ca. 4,5 ha
   Kleiner de Wittsee ca. 4,5 ha
   Großer de Wittsee ca. 22,5 ha
   Schrolik ca. 15,5 ha
   Poelvennsee ca. 24,5 ha
  • Aan de Renne:
   Hinsbecker Bruch ca. 37,5 ha
   Glabbacher Bruch ca. 36,1 ha
  • Aan de Königsbach:
   Kälberweide ca. 5 ha

Literatuur

  • Herbert Hubatsch: Das Nettetal. Entwicklung und Erhaltung einer niederrheinischen Landschaft (= Rheinische Landschaften. 15). Rheinischer Verein für Denkmalpflege und Landschaftsschutz, Köln 1979, ISBN 3-88094-261-7.

Externe link