Naborch

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
De zuidkant van de Naborch, met in het midden een opening op de plaats waar ooit de wenteltrap was.

Kasteelruïne de Naborch, ook wel Aldeborg, Ouborg of Oudborg genoemd, is idyllisch gelegen langs de Swalm bij het dorp Swalmen. Volgens oude archiefstukken werd het kasteel in zijn glorietijd ook het Huys Rathem of Ratheim genoemd. Eenmaal vervallen, werd de ruïne ook wel aangeduid als het Gebroken Slot, een benaming die dus niet enkel was voorbehouden aan de kasteelruïne bij Grubbenvorst met die naam.

In de 13e en 14e eeuw was het kasteel het stamslot van de Heren van Swalmen, voortgekomen uit het adellijk geslacht Van Broeckhuysen. Deze familie ging zich,in de persoon van Seger van Broeckhuysen, ridder van Swalmen, rond 1270 naar het dorp noemen. Seger had diverse kinderen: de zonen Voskin van Swalmen, Willem van Swalmen en Hendrick van Swalmen en twee dochters. Willem of diens zoon Seger waren mogelijk de stichters van kasteel Hillenraad in Swalmen. Het was vermoedelijk onder Seger Voskin van Swalmen, zoon van Voskin, dat het huis Rathem werd gebouwd. De uitkomsten van archeologisch onderzoek door de vermaarde castelloog dr. Renaud in 1962 lijken te wijzen op een bouw in de eerste helft van de 14e eeuw. De bakermat van de Van Swalmens moet mogelijk worden gezocht in een verdwenen nederzetting bij wat later de Voskensberg werd genoemd. Restanten hiervan werden gevonden bij archeologische proefopgravingen vooruitlopend op de aanleg van de A73. Ook de Oudenhof of Genaanhof, op een steenworp afstand van de Naborch, kan worden gezien als een belangrijk bezit van de Van Swalmens.

Vermoedelijk was Swalmen, of in ieder geval belangrijke goederen aldaar, ooit eigendom van de graven van Kessel. Via huwelijk of na een verkoop werden deze bezittingen eigendom van de heren van Cranendonk bij Eindhoven. In 1314 verkocht Willem II van Cranendonck enkele van zijn allodiale rechten in Swalmen - namelijk de hogere rechtspraak, d.w.z. betreffende misdaden die konden worden bestraft met lijfstraffen, plus het gruitrecht - aan graaf Reinoud van Gelre. De rechten werden op dat moment in leen gehouden door Seger van Swalmen. Deze had zich, nadat hij de oorlog had verklaard aan de heer van Cuijk, financieel genoodzaakt gezien om deze leenrechten eveneens aan de graaf te verkopen. De vermoedelijke bouw van de Naborch nà deze overdracht van rechten in 1314 roept enkele vragen op. Seger verkocht immers niet alleen zijn rechten, maar raakte daarmee ook de inkomsten van boetes en de opbrengst van de gruit kwijt. Was hij daarmee nog voldoende vermogend om een kasteeltje te laten bouwen? En zo ja, wat wilde hij daarmee bereiken?
Hoe het ook zij, Segers zoon Werner van Swalmen wordt in 1342 genoemd als leenman van de burcht. Werner werd later een vertrouwenspersoon van de hertog van Gelre en bracht als diplomaat o.a. een bezoek aan koning Edward van Engeland. Nadat hij op pelgrimstocht in Bethlehem was geweest, liet hij in Roermond een kapel bouwen; in 1376 stichtte Werner, daarin gesteund door zijn vrouw Bertha van Geilenkirchen en zijn broer Robijn van Swalmen - kanunnik in Maastricht - het Kartuizerklooster aldaar.
In 1381, ruim een jaar na het overlijden van Werner van Swalmen, werd het kasteel met o.a. de nabijgelegen oliemolen verkocht aan Derick van Oest, die op dat moment reeds eigenaar was van kasteel Hillenraad. Het is dus niet zo dat Hillenraad werd gebouwd door de familie Van Oest nadat deze de Naborch had verworven. Ten tijde van de familie Van Oest werd de Naborch overigens ook enige tijd in leen gehouden van de Leenkamer van Dieteren.

Het is niet duidelijk wanneer, hoe en waarom er een einde kwam aan de bewoning van de Naborch. Benamingen als Aldeborgh, die een aanwijzing kunnen zijn voor het buiten gebruik raken van de gebouwen, treffen we aan vanaf ongeveer 1480. Bij zijn onderzoek in 1962 trof dr. Renaud geen sporen aan die wijzen op een bewoning na het midden van de 15e eeuw. Ook vond hij brandsporen.

Hoewel de Naborch vanaf ongeveer de tweede helft van de 15e eeuw niet langer bewoond werd, was het bezit ervan toch niet onbelangrijk voor de latere eigenaren. Als adellijk leengoed gaf de ruïne immers recht op een zetel in de Ridderschap. In de praktijk was het bezit lange tijd verdeeld. Namen die we daarbij tegenkomen zijn o.a. Van Oest, Schenck van Nydeggen, Bordels en Van Hoensbroeck.

Ook in zijn huidige verschijning als ruïne is de Naborch een voor Nederland uniek kasteeltje, met name door de achtzijdige donjon met zogenaamde koorsluiting.

Literatuur

  • De Oudborg, een kasteelruïne in het Swalmdal. W. Luys, in: Jaarboek Maas- en Swalmdal 1 (1981), blz. 118-135.

Externe links