Limpens

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De familienaam LIMPENS gaat in Schinnen terug tot circa 1400 met Herman en Johan Lympen. Het is een patroniem afgeleid van de oud-Germaanse naam Lambrecht ('beroemd in zijn land'), in het Latijn Lambertus [Crott-Hoen pag. 26]. Oude varianten zijn Lumpens en Lijmpens, incidenteel ook Liempens of Lempens; een aliasnaam te Schinnen en Nuth was in de 16de eeuw Strangen. Een welvarende familietak ging zich in de 18de eeuw DE LIMPENS noemen; deze stamden uit een Limpens-tak die in de 16de eeuw vanuit Schinnen naar Maastricht was verhuisd.

In Schinnen werd de naam tot in de 17de eeuw meestal "Lumpens" geschreven, in Nuth meestal "Lijmpens". De tak Nuth, voor 1600 ook "Strangen" genoemd, moet zich in de 16de eeuw hebben afgesplitst, onduidelijk is nog van wie: "Vaes Strangen oft Limpens" was 1531 leenman van de Hilsen hof te Puth; "Peter Lumpens oft Strangen" ontving 1546 leengoederen. Hij overleed circa 1575. Een Herman Lijmpens der moldner was in 1532 laat van de hof van de Berghe te Nuth.

Ook de tak Doenrade is nog niet aangesloten. Deze stamt waarschijnlijk af van een Dionisius Limpens, geboren circa 1610 (in Schinnen?), gehuwd met Mechtild Knoren.

In Sittard woonden voor 1600 al enkele naamdragers Limpens, en in Amstenrade, Heerlen en Schinnen zelf woonden in de 17de eeuw een aantal naamdragers die nog niet geplaatst konden worden.

Opvallend zijn de Limpens in Oost-Vlaanderen: een Servatius Limpens, waarschijnlijk uit Nuth, komt rond 1690 terecht in Woubrechtegem, en een Liedekerken uit Woubrechtegem trouwt met een Limpens uit Nuth. In het nabij Woubrechtegem gelegen Hillegem komt in de 17de eeuw een Denis Limpens gehuwd Francoise Triest voor met zonen Denis en Renier, die volgens afstammeling Jean Limpens ook uit Limburg zou stammen. Denis was leenman(?) van de heer van Doenrade.

Zie voor de twee takken te Nuth:

Rond Weert treft men vanaf tenminste de 16de eeuw de variant LEMPENS aan.

In 1947 telde Limburg 432 naamdragers Limpens, waarvan 52 te Maastricht, 48 te Sittard, 46 te Hulsberg, 30 te Nuth, 30 te Heerlen, 29 te Schinnen, 27 te Meerssen, 23 te Spaubeek. Verder kwamen nog voor "Lümpens" 6 keer te Maastricht, en "Lempens" 103 keer (vooral Weert en Stramproy).

De magistratentak "De Limpens" is rond 1900 in Limburg uitgestorven. Afstammelingen hiervan in mannelijke lijn leven nog in Oostenrijk onder de naam "De Limpens-Doenrath". Via de vrouwelijke lijn telde Limburg in 1947 nog 3 naamdragers "Janssen de Limpens" (naamsverandering via K.B. 1901 nr. 133), waaronder de in 1980 overleden genealoog en oud-voorzitter van het LGOG [zie Publications 1982].

De familie Limpens is niet aaneensluitend in haar herkomstplaats Schinnen gebleven. In de 19de eeuw treft men te Schinnen de gezinnen aan van: Gabriel Limpens uit Nuth, Jan Mathijs Limpens uit Hulsberg en Godfried (of Frederic) Hubert Limpens uit Sittard, die ook van de tak Nuth afstamde. De 29 naamdragers Limpens die men in 1947 te Schinnen aantreft zullen grotendeels van Godfrieds enige zoon Godfried Hubert jr. afstammen.

Persoonlijke instellingen