Limburgs (taal) / Algemeen

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Limburgs (taal) / ALGEMEEN


Inleiding en eerste paragraaf door dr. Ad Welschen

Zie ook: Limburgs (taal) / Typologie
Zie ook: Limburgs (taal) / Geschiedenis


Limburgs ( of Zuidnederfrankisch) wordt gesproken in de twee provincies Limburg (Nederland en België), en in een aangrenzend gebied in het Duitsland tot aan de Rijn, waarbij dit aan de overzijde doorloopt in het taalverwante Bergisch. De term "Limburgs" betreft in taalkundige zin alle (Zuid)nederfrankische dialecten gesproken tussen de Benrather linie (maken/machen) en de Uerdinger linie (ik/ich). Deze worden hoofdzakelijk gekenmerkt door:

  • een beperkte en specifieke deelname aan de Tweede Germaanse klankverschuiving (zie paragraaf 4);
  • het betekenisonderscheidend gebruik van stoot-- en sleeptonen, welke fonologische eigenschap binnen de Westeuropese talen verder geheel uniek is, maar die het Limburgs deelt met het aangrenzende Rijnlandse (Ripuarisch) dialectgebied. Dit laatste omvat onder meer de Rijnlandse steden Aken en Bonn, en Keulen is ervan het centrum (nog afzonderlijk te behandelen) [1]

Inhoud

Verbreiding

Er zijn zeer veel verschillende varianten van het Limburgs. Elke plaats heeft wel zijn eigen dialect, maar deze lokale varianten zijn wel onderling goed verstaanbaar.
De dialecten in het noorden van Nederlands Limburg worden taalkundig niet bij het Limburgs gerekend, maar bij de Brabants-Limburgse overgangsdialecten, ook wel Zuid-Gelders of Kleverlands genoemd. De noordgrens van de taal wordt getrokken bij de "ik-ich isoglosse", waarbij Venlo op de grens ligt. In dit gebied vallen meerdere dialectgrenzen samen. Hetzelfde geldt voor de westgrens, in Belgisch Limburg (bij de "Gete-lijn"). In het oosten is een vloeiende overgang naar de Rijnlandse dialecten (Kerkrade-Aken, Sittard-Selfkant, Venlo-Krefeld).

In het dagelijks taalgebruik wordt met de geografische term Limburgs onder meer verwezen naar de dialecten van Belgisch- en Nederlands-Limburg als zodanig, hoewel niet elke taalvariatie in de Belgische of de Nederlandse provincie Limburg ook in taalkundig opzicht Limburgs te noemen is. Zo wordt het dialect in het noorden van Nederlands-Limburg weliswaar Noord-Limburgs genoemd , maar het betreft hier overgangsdialecten met taalkundig vooral Brabantse en daarnaast enkele Limburgse kenmerken. Ook in het westen van Belgisch-Limburg worden dialecten gesproken die taalkundig tot het Brabants behoren, terwijl de dialecten in het uiterste zuidoosten van Noord-Brabant taalkundig weer Limburgs zijn.
In het zuidoosten behoren het Kerkraads en het Vaalser dialect taalkundig gezien tot de Ripuarische dialecten, hoewel ze met name door de sprekers zelf vaak "Limburgs" genoemd worden. Binnen de Nederlandse taalkundige traditie worden ook enkele overige Zuidoost-Limburgse dialecten gezien als Nederfrankische taalvariëteiten met een toenemende Middelduitse invloed.

Status en gebruik

Deze pagraaf is een vrije bewerking van een basistekst door Mathieu van Woerkom (2002) op www.lowlands-l.net[2]

Sinds 1997 is het Limburgs door de Nederlandse overheid als streektaal erkend, volgens artikel 2, paragraaf 1 van het "Europees Handvest voor Streek- en Minderheidstalen". Hierdoor verplicht de overheid zich tot het beschermen en aanmoedigen van het gebruik van de taal, alhoewel er nog geen specifieke regels zijn opgesteld.
De positie van het Limburgs in de samenleving is beter dan bij vele andere streektalen. Het wordt door alle standen heen gebruikt.

Aantal sprekers

Onderzoek heeft aangetoond dat in Nederlands Limburg (populatie: 1.200.000) ongeveer 75% van de inwoners dagelijks Limburgs spreekt. Dit percentage is hoger in het zuiden en lager in het noorden en Heerlen. Het aantal sprekers in Belgisch Limburg (675.000 inwoners) is niet bekend, maar Limburgs wordt daar in gehele provincie dagelijks gesproken, zij het minder gebruikssituaties.

Openbare diensten

Het Limburgs wordt vaak als dagelijkse taal in het openbaar bestuur van de gemeentes en bij de provincie gebruikt. Ook is het normaal dat het Limburgs wordt gebezigd in communicatie met de burger.
Verder wordt de taal gebruikt in ziekenhuizen, de zorgsector en in het geven van commerciële dienstverlening of culturele informatie. Telefonistes en receptiemedewerkers in het bedrijfsleven zullen, net als bijvoorbeeld politieagenten of medewerkers van bibliotheken, het Limburgs gebruiken als dat door de 'klant' gewenst is.

Onderwijs

Er is geen provinciaal onderwijsprogramma om de taal te onderwijzen, maar het Limburgs wordt wel vaak in de klas gebruikt, als omgangstaal. Op lokaal niveau zijn er echter wel kleine projecten, bijvoorbeeld in Maastricht, waar onderwijsmateriaal in het Maastrichts is ontwikkeld. Er zijn al eerdere ervaringen op dit gebied, als resultaat van het zogenaamde 'Kerkrade-project', waarin de taalsituatie in Kerkrade werd onderzocht, ten behoeve van onderwijs op basisscholen.

Media

Regionale en lokale radiostations, advertenties in provinciale nieuwsbladen en tijdschriften gebruiken vaak en vanzelfsprekend het Limburgs. Op de radio en de regionale televisie (L1) worden vele programma's in het Limburgs uitgezonden.

Diversen

De Limburgse taal speelt een grote rol in het culturele leven. In de popmuziek wordt de taal al decennialang gebruikt, en met succes. Niet alleen binnen de provincie, maar ook daarbuiten: sommige artiesten hebben een nationale uitstraling. Bovendien is een uitgebreide en levendige traditie van Limburgs cabaret. Dit varieert van zeer populaire, carnavaleske optredens tot serieuzere kleinkunst cabaret.

Noten

  1. Over het gebruik van stoottonen en sleeptonen in het Limburgs: De Chinezen van Nederland
  2. Bron: [1]

Externe links

Persoonlijke instellingen