Leenstelsel

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Algemene informatie

Het leenstelsel of feodalisme was voor Limburg een systeem op middeleeuwse basis dat voortduurde tot de komst van de Fransen. Het systeem draaide vooral om verdeling van geld en macht. Goederen, ambten en rechten werden door een leenheer in leen gegeven aan een leenman in ruil voor diens steun. Afhankelijk van de periode waarover we spreken was de keizer (bijvoorbeeld van Oostenrijk) of koning (bijvoorbeeld van Spanje) de hoogste leenheer, waaraan bijvoorbeeld de hertogen en graven hulde en trouw verschuldigd waren. Voor de gemiddelde genealoog is de kennnis over deze zogenaamde kroonvazallen vooral nuttig als politieke achtergrondinformatie.

In de genealogische praktijk krijgen we vooral te maken met de wat kleinere lenen die in leen werden uitgegeven door deze graven, hertogen en andere heren. Ook hier waren geld en macht weer belangrijk. Het draaide immers bijna altijd om iets wat inkomsten of macht verschafte: land met rechten en inkomsten, een ambt of een functie met bijbehorende voorrechten en inkomsten.

De diversiteit aan leengoederen is groot. We zien complete heerlijkheden met kastelen en vele boerderijen, maar ook zaken als watermolens, stedelijke huizen, het gruitrecht, rechtspraak, brouwambt of gewoon geldbedragen. Bij de kleinste lenen ging het vaak om niet meer dan wat land. Deze lenen, soms aangeduid als kluppelleen, kwamen in de loop van de 17e en 18e eeuw vaak in handen van eenvoudige burgers.

Van de oorspronkelijke bijstand in raad en daad door de leenman was al in de 15e eeuw niet veel meer over. Ook zien we dan steeds vaker dat leenmannen er meerdere feodale relaties op na hielden. Dit kon in de praktijk betekenen dat een leenman voor een vervelende keuze kon komen te staan als zijn beide leenheren ruzie kregen.

Bronnen

In diverse archieven vinden we gegevens die ons verder helpen bij genealogisch onderzoek in relatie met feodalisme. Allereerst zijn er natuurlijk de leenregisters of leenaktenboeken, met afschriften van de leenakten, reversalen, octrooien en andere documenten betreffende de leengoederen. Deze originele bronnen vormen de basis voor vrijwel alle andere studies.
Daarnaast is er achtergrondinformatie over het leenstelsel in het algemeen en bepaalde leenkamers in het bijzonder.
Genealogisch gezien zijn de bronnen over afzonderlijke leengoederen het meest interessant.

Literatuur

  • Sloet, Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904.
Persoonlijke instellingen