Landbouwer

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
De landbouwer.

Het grootste deel van de vroegere bevolking bestand uit Landbouwer. Vrijwel iedereen verbbouwde voor zichzelf hun eten. Later werd dit uitgebreid en werd ook voor anderen gewassen verbouwd. Daardoor ontstond de ruilhandel. Dit bestond voornamelijk uit gewassen als tarwe, gerst, gierst, sorghum of rijst.

Voor het verbouwen van deze gewassen werd vaak gebruik gemaakt van trekdieren zoals ezels, paarden, ossen of honden. Deze dieren werden ook op de boerderij gehouden. Ook koeien en varkens werden gehouden. Dit zorgden ook voor inkomsten als vlees en huiden. Later leverden de grotere boeren grondstoffen aan de anderen zodat de anderen konden weven (Wever) en de boerinnen konden spinnen of naaien (naaister). Vanaf de periode 1800-1850 werd de werd de landbouwnijverheid steeds minder door de industrialisatie.

De landbouwer had een aantal gebruiksvoorwerpen. Enkele voorwerpen zijn de sikkel, egge, zeis, ploeg, schop en schoffel.

Persoonlijke instellingen