Kasteel Schaesberg

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Naar Wikipedia

Kasteel Schaesberg ligt tussen de kern Schaesberg van de gemeente Landgraaf en Heerlen. Tegenwoordig resten van het kasteel van de heren van Schaesberg slechts de ruïnes van het hoofdgebouw.

De waterburcht ontstond in zijn laatst intacte vorm in de 16e en 17e eeuw in de stijl van de Maaslandse renaissance. Het was een van de beste en omvangrijkste voorbeelden van deze in het Maasland zo wijdverbreide architectuurstijl in het huidige Nederlands-Limburg. De heren en later rijksgraven van Schaesberg bewoonden het kasteel tot in de 18e eeuw. Na de Franse tijd raakte het kasteel geleidelijk meer en meer in verval, wat in 1965 culmineerde in het volledige afbranden van de voorburcht met zijn hoektorens en poortgebouw. Het kasteel was in 1945 al door de Nederlandse staat als Duitse bezitting geconfisqueerd (de familie von Schaesberg woonde in Duitsland). Vanaf 1975 werden de overgebleven ruïnes van het kasteel geconsolideerd.

Tegenwoordig zijn binnen de kasteelgrachten de twee eilanden van het herenhuis en de voorburcht nog aanwezig. De fundamenten van de voorburcht zijn bij de consolidatie enigszins opgemetseld, waardoor men een indruk van de omvang van de voorburcht krijgt. Van het hoofdgebouw staan nog twee hoeken van de hoektoren uit de 17e eeuw en enkele muren van de vleugels overeind. Duidelijk waarneembaar zijn de natuurstenen venster-omlijstingen, dakrand en hoekblokken, die onder meer ook bij Kasteel Passarts-Nieuwenhagen en Kasteel Hoensbroek te zien zijn. Een deel van de fundamenten vertoont nog de typische speklagen, dat wil zeggen afwisseling van lagen baksteen en natuursteen, die kenmerkend is voor de Maaslandse renaissance. Kasteel De Bongard in Simpelveld bijvoorbeeld is volledig in deze speklagen opgetrokken.

In de omgeving van de ruïne zijn verschillende door de graven van Schaesberg bekostigde bouwwerken terug te vinden, die qua stijl duidelijk bij die van het eigenlijke kasteel aansluiten. Twee kapellen in Leenhof en Kakert, hoeves en de parochiekerk van Schaesberg werden in de 17e eeuw door de adellijke machthebbers gebouwd.

De heren van Schaesberg als rijksgraaf

Op 9 september 1706 werden de heren van Schaesberg verheven tot rijksgraaf. In 1710 schonk de keurvorst van de Palts zijn minister graaf Schaesberg de voormalige Brabantse heerlijkheden Kerpen en Lommersum. Op 11 februari 1712 verhief keizer Karel VI van het Heilige Roomse Rijk de verenigde heerlijkheden Kerpen en Lommersum tot rijksgraafschap. Daardoor verwierven de graven van Schaesberg een zetel op de Westfaalse gravenbank van de Rijksdag. In 1795 werd het rijksgraafschap door Frankrijk bezet en ingelijfd. In paragraaf 24 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 worden de graven voor het verlies van Kerpen-Lommersum schadeloos gesteld door het Ambt Tannheim (met uitzondering van Winterrieden), dat dan toe behoorde tot het gebied van de abdij Ochsenhausen. Lang hebben de graven geen plezier gehad van hun nieuwe rijksgraafschap Schaesberg-Tannheim, want in 1806 werd het ingelijfd bij het koninkrijk Württemberg.

Externe links