Kasteel Kessel

Uit Genealogie Limburg Wiki
(Doorverwezen vanaf Kasteel Keverberg)
Ga naar: navigatie, zoeken

De burcht van Kessel of Kasteel Keverberg is een geconsolideerde ruïne van een mottekasteel, stroomopwaarts ten zuiden van Venlo aan de Maas gelegen in het hart van het Noord-Limburgse dorp Kessel. De naam Keverberg is afkomstig van de familienaam De Keverberg d’Aldenghoor, die eigenaar van het kasteel was van 1779 tot het begin van de twintigste eeuw.

Dit huis was van origine een van de oudste kastelen in Limburg en stond bekend als "burcht Kessel". Het is een zogenaamde 'motte', een woontoren op een kunstmatige heuvel. Het hoogteverschil tussen het kasteel en de rivier kan worden overbrugd via trappen en terrassen. Aan de noordkant van deze heuvel liggen de bijgebouwen in de vorm van een zogenaamde 'neerhof'. Door zijn ligging op de kunstmatig opgeworpen heuvel is dit kasteel een van de weinige nog overgebleven mottekastelen in Nederland.[1]

Geschiedenis

Uit historisch onderzoek is gebleken dat in de motte restanten aanwezig zijn van een burcht die gebouwd moet zijn in de 9e eeuw. Het betrof hier muren van twee meter dik gemaakt uit oersteen en Maaskeien met daarop een vierkante houten woontoren van 15 meter. Het doel was het scheepvaartverkeer op de rivier te controleren en tol te heffen. Een eeuw later werd deze versterking vervangen door een vrijwel vierkante, stenen woontoren. De muren waren ongeveer twee meter dik en opgetrokken uit ijzeroersteen met een kern van Maaskiezel en kalkmortel. De afmetingen waren ongeveer vijftien bij vijftien meter. De eerste graaf van Kessel, Hendrik I, was wellicht de bouwer van de eerste woontoren.

In de 12de eeuw werd de eerste woontoren gedeeltelijk afgebroken. Nadat hij tot even boven de lichtspleten van de kelderverdieping was afgebroken, is de kelder opgevuld met zand en is de motte verder verbreed en opgehoogd, waardoor een plateauheuvel van 9 meter hoogte ontstond.

Het huidige kasteel is vermoedelijk deels gebouwd in de 12de eeuw toen een toren en een mergelstenen ringmuur van mergelblokken werden aangelegd, met een weergang op bogen aan de binnenzijde. In de loop der eeuwen werden er tegen de ringmuur allerlei gebouwen opgetrokken tot er vrijwel geen vrije binnenruimte meer over was. Binnen de ringmuur is een zaal uit de 13de eeuw en aan de buitenzijde werden twee zware torens gebouwd, die toegang gaven tot de burcht. Aansluitend aan de zaal kwam de poorttoren, eveneens uit de 13de eeuw. Vervolgens bouwde men in 1325 aan de noordoostzijde buiten de ringmuur een vierkante donjon. Rond 1400 werd nog een nieuwe poorttoren gebouwd aan de zuidoostzijde, de zogenaamde Maastoren. In de loop der eeuwen werden nog een aantal gebouwen opgericht binnen de muren van het kasteel.

Eigendom en bewoning

In 1279 werd Hendrik V, laatste graaf van Kessel, wegens geldgebrek gedwongen het graafschap Kessel, voor zover dat op de linkeroever van de Maas lag, met het kasteel te verkopen aan Reinoud I, graaf van Gelder. Het kasteel is in 1597 door Staatse troepen in brand gestoken en daarna weer herbouwd met een drie verdiepingen hoog bakstenen gebouw.

Het kasteel was o.a. eigendom van de adellijke geslachten Van Kessel en Van Merwijck. Nadat de familie Van Keverberg het huis in de 18e eeuw via huwelijk had verworven, werden ook de namen 'Keverberg' of 'Keverborg' gebruikt.

Later gebruik

De laatste adellijke eigenaar, Karel George van Keverberg, verpachtte het kasteel in 1880 aan de Zusters der Goddelijke Voorzienigheid. Na het overlijden van de eigenaar in 1903 werd krachtens zijn testament het Zedelijk lichaam de St.-Josephschool de nieuwe bezitter en zo kon de burcht de huisvesting bieden aan het R.K. Meisjes-pensionaat Sint Aloysius, waarvan de naam nog steeds leesbaar is op de keermuur aan de Maasoever.

Ruïne

In de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel bezet door Duitse soldaten, die het bij hun aftocht op 17 november 1944 opbliezen en in brand staken. De binnenmuren werden geheel vernield en door de ontstane brand bleef niets heel van het interieur. De zusters zagen geen kans om het kasteel te laten herbouwen en zo werd de burcht van Kessel een ruïne. Na de oorlog stond de ringmuur nog overeind, met nissen en kantelen, een gedeelte van de weergang, de muren van de grote zaal, de zijtoren en de poorttoren. Door bomengroei op de motte wordt de ruïne gedurende vele maanden van het jaar grotendeels aan het oog onttrokken door een dicht bladerdek.


KasteelKessel2007.jpg


In 1953 werden de restanten door de gemeente Kessel aangekocht. Ze werden archeologisch en bouwkundig onderzocht onder leiding van prof. Jaap Renaud (1911-2007). Het gewelf onder de grote zaal is inmiddels weer hersteld. Er was zoveel van het kasteel verloren gegaan dat men heeft besloten om de burcht niet te restaureren maar te consolideren, dat wil zeggen te handhaven in de staat waarin hij nu is en zodanig te onderhouden dat verder verval niet kan optreden.
De ruïne zal volgens de plannen in 2012 weer bruikbaar worden gemaakt. De overblijfselen werden in middeleeuwse sfeer teruggebracht met uitzondering van bouwdelen uit de zeventiende eeuw. In augustus en september wordt het gebruikt als openluchttheater en in oktober en november wordt het omgebouwd tot spookkasteel.

Noot

  1. Een ruïne van een mottekasteel is bijvoorbeeld ook kasteel Millen bij Nieuwstadt. Zie verder het artikel mottekasteel.

Literatuur

  • M. Flokstra, 2005, De burcht van Kessel. In: Kastelen in het land van Kessel, blz. 36-57. Venray.
  • A.J.G. Hendricks, 1981: Kessel, Maasdorp met een rijke historie. Venlo: Dagblad voor Noord-Limburg.