Kasteel Broekhuizen

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Het kasteel op een kadastrale kaart in 1915

Kasteel Broekhuizen is gelegen aan de westzijde van het dorp Broekhuizen in Limburg, 15 kilometer boven Venlo, circa 200 meter noordelijk van de Stokterweg.

Het kasteel is tegenwoordig een ruïne, sinds het in november 1944 werd verwoest. Het werd verdedigd door een Duitse eenheid en is aangevallen door een geallieerde Schotse eenheid, waarbij veel militairen gesneuveld zijn. Het is kort daarna door de plaatselijke bevolking, ten behoeve van het herstel van hun huizen, verder leeggehaald en er resteren alleen fundamenten. Ook het stukvriezen en bewust vandalisme hebben de ondergang verder versneld.


Bouwkundige geschiedenis

Het kasteel wordt voor het eerst genoemd in 1434 in de Leenregisters van de Hertog van Gelre, maar is van oudere datum. Immers de eerst zelfstandige heren van Broekhuizen hebben toen pas hun kasteel en gebied aan de Hertog opgedragen en vervolgens in leen terug ontvangen. Een eerste vermelding van een ridder Seger van Broeckhuysen is in 1228 en de eerst vermelde Heer van Broekhuizen is Willem in 1270. Het is niet bekend hoe het kasteel er in de Middeleeuwen uit heeft gezien, er was wel in de zuidwesthoek een vierkante woontoren uit eind 1400 met in het verlengde kelders. Op de fundamenten is in de 18e eeuw een nieuw huis opgetrokken met behoud van deze toren. Het huis is dus in 1944 grotendeels verwoest, maar een groot deel van de 15e eeuwse toren stond nog overeind.

In maart 1990 trok de aangrenzende boer aan de Stokterweg met een tractor en kabel de nog overeind staande hoekdelen om. Daarvoor had hij medio 1980 een rij oude populieren langs de toegangsweg weggehaald. In 1992 werd het kasteelterrein (0,84 hectare) verkocht aan de aangrenzende boomkweker, de heer Teley, die het verder laat vervallen.

Verdere eigenaren

Kasteel Broekhuizen

Na het overlijden van Reynier van Broeckhuysen ging het via zijn dochter Walraven in 1497 over naar Steven van Zuylen van Nijevelt. Hun dochter Udela was getrouwd met de broer van de bekende Maarten van Rossum, genaamd Johan, en eveneens via hun dochter Sybilla (getrouwd met Guido van Malsen) kwam het in 1603 aan Wolfert Evert van Wittenhorst als echtgenoot van Josina van Malsen. In 1618 werd hun dochter Margaretha Wilhelimina van Wittenhorst kasteelvrouwe. Ze had een tweede huwelijk met Karel Dirk van Palandt gesloten waarbij uiteindelijk Godefrida M.J.F. van Palandt in 1710 kasteelvrouwe werd. Haar kleindochter Frederica Augusta barones von Wendt, gehuwd met Philip Leopold von Arnstedt, kreeg het in 1738. Zij verkochten dit (met de heerlijkheid) in 1744 aan Frederik II, de Koning van Pruisen. Deze was tevens de landsheer van een groot deel van het huidige Noord-Limburg geworden in 1715. De Fransen namen alles in beslag in 1794. Nadat het vervolgens als Domeingoed door Nederland was overgenomen werd het verkocht in 1820 aan Pierre Theodore Bovens, burgemeester van Maashees. Door het overlijden van zijn zoon Carl Jacob Bovens op 1 januari 1888 is het kasteel in handen gekomen van de kinderen van het echtpaar Van Basten Batenburg - Bovens. Een van deze kinderen was overigens ook eigenaar van Kasteel Holtmühle te Tegelen. In 1889 is het verkocht aan C.L.J. Berger. Toen zijn afstammeling Mr. B.M. Berger, oud-burgemeester van Venlo overleden was, werd de ruïne door diens erfgenamen in 1974 verkocht aan Verzekeringsmaatschappij AMEV, die er bomen op plantte. Ondanks inspanningen van de toenmalige gemeente Broekhuizen is het niet gelukt dit monument te behouden.

Literatuur

  • Marinus Flokstra, Kastelen in het land van Kessel, blz. 275-291 (kasteel Broekhuizen) uit 2005.
  • Marinus Flokstra, 'Leenboek van het huis Broekhuizen' in: Limburgs tijdschrift voor genealogie, (1984), p. 75 e.v. (1985), p. 45 e.v.
  • F.W. van Gulick, Nederlandse Kastelen en Landhuizen blz. 439-442, uit 1960.