Kasteel Aldenghoor

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Naar Wikipedia

Kasteel Aldenghoor is gelegen aan de Kasteellaan in het Midden-Limburgse dorp Haelen, dat sinds 2007 deel uitmaakt van de fusiegemeente Leudal.

Beschrijving van het kasteel

Het kasteel is gelegen op een omgracht terrein en omvat een hoofdgebouw bestaande uit twee haaks op elkaar staande vleugels met wolfdaken. Op de binnenhoek heeft het een zware ronde toren van baksteen en mergel met een hoge spits van rond 1700. Het middeleeuwse kasteel bezat vier torens waarvan alleen de huidige toren is overgebleven. De drie andere torens werden bij een belegering door een roversbende aan het begin van de 17e eeuw verwoest tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Wel heeft het momenteel nog vierkante torentjes op drie hoeken van de hoofdvleugel.

Het kasteel heeft tevens een haakvormige voorburcht of nederhof uit de 18e eeuw bestaande uit een ingangsvleugel met mansardedak en een poortpaviljoen met zadeldak tussen gezwenkte topgevels. De doorgang aan de veldzijde bevat een sluitsteen met het jaartal 1750 en onder een fronton en aan de hofzijde bevindt zich een sluitsteen met het jaartal 1886. De toegang tot het kasteel gaat over een brug met drie gemetselde bogen. Inwendig heeft het o.a. een zandstenen schouw en een zaaltje met betimmering in Lodewijk XV-stijl.

Geschiedenis en bewoners

De eerste vermelding dateert van 1212, wanneer er sprake is van een versterkt huis Ghoor van de heren van Ghoor de Horne. Toen deze heren in het nabijgelegen Neer een nieuw kasteel lieten bouwen noemden ze dit Neyenghoor en daarom werd hierop inspelend het kasteel in Haelen omgedoopt in Aldenghoor (respectievelijk nieuwe Ghoor en oude Ghoor).

In 1380 verkochten de heren van Ghoor het kasteel aan Eustache van den Bongaert om vervolgens in 1428 weer op Aldenghoor terug te keren. Nu verbleven ze er tot 1501. De gebroeders van Ghoor waren berucht in Midden-Limburg en ze maakten het zo bont dat ze werden achtervolgd door de plaatselijke drossaard en gedwongen waren om uit te wijken naar de andere zijde van de Maas waar de drossaard geen bevoegdheden had.

De van Ghoors werden opgevolgd door Werner van Pallandt, die als landvoogd van Gulick echter weinig op het kasteel verbleef maar des te meer op zijn kasteel Wassenberg. Na van Pallandt, die kinderloos bleef, kwam het kasteel in 1535 in bezit van Dirk van den Boetzelaar en zijn opvolgers Dirk II en Zweder van den Boetselaar. Deze Zweder had een dochter, freule Ermgard geheten, die de eerder genoemde belegering aan het begin van de 17e eeuw door een rondtrekkende roversbende samen met een aantal Haelense strijders weerstond en deze uiteindelijk kon verjagen. Na een kortstondig verblijf van de Franse edelman François de Mauleon op het kasteel, kwam dit in 1629 voor bijna drie eeuwen lang in bezit van de familie De Keverberg. De laatste De Keverberg die er woonde was baron Karel De Keverberg.

Het heden

Na het overlijden van de baron kwam het kasteel in 1903 in bezit van de Zusters Ursulinen, werd het omgedoopt tot klooster en werd het complex drastisch uitgebreid. Later, in 1927, veranderde het klooster in een kleinseminarie voor missiepaters. Toen de paters in 1976 vertrokken werd het kasteel weer privébezit. De eigenaars hadden hier tot 2009 een succesvolle stoeterij van IJslandse paarden.