Hertogdom Limburg

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit artikel gaat over het oude hertogdom Limburg van vóór de Franse tijd. Zie Hertogdom Limburg (1839-1866) (in de Nederlandse Wikipedia) voor het 19e-eeuwse hertogdom.

Het hertogdom Limburg was een van de oude Nederlanden en behoorde tot de Zeventien Provinciën. Het was grotendeels gelegen in de Zuidelijke Nederlanden en in het oosten van de Bourgondische Kreits. Dit oorspronkelijke Limburg ligt nu bijna geheel in de provincie Luik, en niet, in tegenstelling tot wat men zou kunnen denken, in de hedendaagse provincies Belgisch- en Nederlands-Limburg. De politieke geschiedenis van het gebied was roerig en interessant zijn met name de politieke verbanden waarin Limburg vanaf de Brabantse periode terecht kwam.

Inhoud

Ligging

Limburgensis Ducatus Tabula Nova, Abraham Ortelius en Jan Baptist Vrients, ca. 1604.
Het hertogdom Limburg werd grofweg doorsneden door de riviertjes de Vesdre (Duits: Weser) en de Geul. Het hertogdom grensde ten westen en ten zuiden grotendeels aan het land van het Graafschap Dalhem en het prinsbisdom Luik. De noordgrens werd gevormd door de vrije rijksheerlijkheden Aken en Wittem, en de schepenbank Vaals in het Land van 's-Hertogenrade. Ten oosten en ten zuiden vormden Cornelimunster, Gulik en Luxemburg de buren.

Het is van belang om de merendeels Limburgse aard van het hertogdom te onderstrepen. Territoriaal vormde het gebied voor het grootste deel een eenheid -- alleen de Waalse schepenbank Sprimont lag los van de rest--, maar taalkundig niet. Het noordelijke twee-derde gedeelte van het oude hertogdom werd gekenmerkt door zijn Limburgs-Ripuarische dialect, als overgangsgebied tussen het Dietstalige Land van Overmaas, het Waalse Ardens-Luikse gebied (waartoe ook het zuidelijke een-derde deel van het hertogdom zelf behoorde) en het Duitstalige Rijnland. Onder het niet oorspronkelijk Waalse gebied valt hedentendage de Platdietse streek rond Baelen, Bleiberg en Welkenraedt, maar ook het thans Duitstalige kanton Eupen maakte van oudsher deel uit van het hertogdom Limburg.

Bestuurlijke indeling

Het hertogdom was ingedeeld in vijf hoofdbanken of kwartieren:

Limburgse of Dietstalige banken:

  • Baelen, met Baelen, Bilstein, Eupen, Gulke, Hendrikkapelle, Limburg, Welkenraedt (?), Herbesthal en Membach.
  • Montzen, met Montzen, Beusdael, Sippenaken, Gemmenich, Homburg, Moresnet, Kelmis en Teuven. Ook Lontzen werd tot deze bank gerekend.
  • Walhorn, met Walhorn, Astenet, Eynatten, Hauschet, Hergenraedt, Kettenis, Merold, Neudorf, Robatraedt en Raeren.

Waalse of Franstalige banken:

  • Herve, met Herve, Charneux, Thimister, Cheneux, Clermont, Julemont, Asse, Moriroux, Groot en Klein Rechain, Dison, Hodimont, Soiron en Wodemont, en daarnaast de vrije heerlijkheid Boland.
  • Sprimont, met Sprimont, Bauguen, Esneux, Hony, la Riviere, la Chapelle, Tavier en Villers-aux-Tours.

Topografie

Het hertogdom Limburg omvatte rond het jaar 1600 de volgende plaatsen, die alle in Habsburgse handen bleven en nu in België liggen, vrijwel alle in de huidige provincie Luik:

  • nu Nederlandstalig, en in de huidige Belgische provincie Limburg:
    • slechts één plaats: Teuven, waarbij ook Remersdaal (inclusief Opsinnich) hoorde; beide kernen zijn nu een deel van de gemeente Voeren.

De rest ligt nu in de provincie Luik:

  • in het nu Franse taalgebied:
    • de gemeente Aubel
    • de gemeente Baelen, met Membach
    • in de gemeente Dalhem: Mortroux
    • de gemeente Herve: de stad Herve en omliggende plaatsen Chaineux en Charneux, Grand-Rechain en Julémont
    • in de gemeente Limburg : Limburg zelf, Bilstein (Bilstain) en Gulke (Goé)
    • in de gemeente Pepinster: Soiron
    • de gemeente Blieberg, met Gemmenich, Homburg, Montzen, Moresnet en Sippenaeken (dat bij Teuven hoorde)
    • de gemeente Thimister-Clermont
    • in de gemeente Verviers: Petit-Rechain
    • in de gemeente Welkenraedt: Hendrikkapelle
    • verder ten zuiden van de stad Luik nog een exclave met delen van Anthisnes (Baugnée, Tavier en Villers-aux-Tours), Neupré, Esneux en Sprimont
  • in het nu Duitse taalgebied:
    • het grootste deel van de gemeente Eupen
    • de gemeente Kelmis, met Neu-Moresnet en Hergenrath
    • in de gemeente Lontzen: Walhorn
    • in de gemeente Raeren: Eynatten en Hauset.

Geschiedenis

Limburg tot 1288

Het hertogdom Limburg ontstond bij het uiteenvallen van het hertogdom Neder-Lotharingen in de 10e en 11e eeuw. Het omvatte voornamelijk het land van Eupen. De eerste meer bekende heer was Frederik van Luxemburg, ca. 1056. Zijn schoonzoon Walram I, graaf van Aarlen (1061-1082) bouwde de burcht Limburg in het dal van de Vesdre. Diens zoon Hendrik I werd ook hertog van Neder-Lotharingen, waardoor de hertogstitel op Limburg overging. De hertogen van Limburg oefenden grote invloed uit in het Duitse Rijk, vooral bij de investituurstrijd, waarbij Hendrik I een grote rol speelde. De Limburgse hertogen bezaten verschillende leengoederen in aangrenzende landen. Limburgse lenen waren onder andere te vinden in Monschau, Bütgenbach, Sittard en Heerlen. Reeds in 1155 wordt het Land van 's-Hertogenrade met Limburg verbonden.

Limburgse successie-oorlog

In 1285 sterft Ermingard of Irmgard, erfdochter van Limburg, gehuwd met Reinald van Gelre. Met toestemming van de Duitse konig Rudolf van Habsburg neemt Reinoud bezit van het hertogdom Limburg, maar vindt daarbij een tegenstander in Adolf van Berg, zoon van de broer van de laatste hertog. Deze rivaal draagt zijn rechten over op de hertog van Brabant, terwijl Luxemburg de rechten van Reinoud van Gelder verwerft. Deze strijd wordt uitgevochten bij de Slag van Woeringen op 5 juni 1288. Hertog Jan I van Brabant overwint glorieus en bemachtigt het hertogdom Limburg.

Politieke ontwikkelingen onder Brabant

Politieke ontwikkelingen onder Brabant Sinds de Slag van Woeringen stond het gebied onder Brabantse controle. Limburg werd echter niet volledig geannexeerd, maar behield haar zelfstandigheid in een personele unie, die vervolgens in Bourgondische handen overging.

Na de dood van hertogin Johanna van Brabant komen de verenigde hertogdommen van Brabant en Limburg onder Bourgondisch gezag. In unie verbonden met Brabant komt Limburg later onder Spaans- en Oostenrijks-Habsburgs gezag. Via de Spaanse Nederlanden gaat het over op de Oostenrijkse Nederlanden en wordt uiteindelijk bij de komst van de Fransen in september 1794 ingelijfd en als politieke eenheid opgeheven.

Het Hertogdom Limburg en de Landen van Overmaas

Vanwege de steeds sterkere centralisatiepolitiek in het Brabantse bestuurscentrum Brussel worden grote delen van het Brabantse gebied in de zestiende eeuw gecentraliseerd. Het hertogdom Limburg blijft staatkundig onveranderd, maar gaat in een nieuw politiek verband functioneren met de zogenaamde Landen van Overmaas. Deze landjes vormden zelfstandige landsheerlijkheden die in de loop van de dertiende en veertiende eeuw onder Brabants bestuur waren gekomen. Het Graafschap Dalhem was als eerste reeds in 1244 door Brabant verworven. Het Land van 's-Hertogenrade -- dat als enige Overmaasse landje in personele unie met het hertogdom Limburg verbonden was -- kwam na de slag van Woeringen in 1288 gezamenlijk met Limburg aan Brabant. Pas in 1347 werd het tot dan toe zelfstandige Valkenburg door Brabant verkregen.

De drie landjes van Dalhem, 's-Hertogenrade en Valkenburg werden vanuit het Brabantse bestuurscentrum Brussel aangeduid als de Landen van Overmaas, aangezien ze vanuit Brussel aan de overzijde van de Maas gelegen waren.

Tezamen met de Landen van Overmaas zonden de vertegenwoordigers van Limburg hun afgezanten naar de Staten-Generaal in Brussel.

Terminologie

Vaak wordt het oude hertogdom Limburg in één adem met de Landen van Overmaas genoemd. Dit komt doordat zowel het hertogdom als de Landen van Overmaas lange tijd in een personele unie verenigd waren met het hertogdom Brabant. Daaruit kwam een gezamenlijke afvaardiging voort in de Staten-Generaal der Nederlanden. Territoriaal en staatkundig mogen de Landen van Overmaas echter niet verward worden met het oude hertogdom Limburg. De territoriale scheiding van beide gebieden werd in later eeuwen ook weer sterker. De staatkundige onafhankelijkheid van enerzijds Limburg en anderzijds de Landen van Overmaas wordt verduidelijkt bij het partagetractaat uit 1661. Daarbij kregen de Staten-Generaal van de Republiek met hun claim op een deel van het Overmaasse territorium de helft van de landjes Dalhem, 's-Hertogenrade en Valkenburg toegewezen. Het hertogdom Limburg bleef buiten schot, aangezien het territoriaal niet aan Overmaas verbonden was.

De Landen van Overmaas traden in de 17e en 18e eeuw particularistisch op, waarbij zij zelfstandig besluiten namen in hun eigen Statenvergaderingen of in hun contacten met het Brabants regeringscentrum te Brussel. Na het partagetractaat van 1661 raakte de Staatse helft niet meer op Brussel, maar op Den Haag georienteerd. Vanuit Den Haag werden deze gebieden altijd aangeduid (in samenhang met de oude Brabantse term Overmaze) met de term "Staats-Overmaaze" (en niet, in tegenstelling tot wat wel beweerd wordt, 'Staats-Limburg', een verzonnen, politiek incorrecte, term die dateert uit de negentiende eeuw).

De zestiende en zeventiende eeuwse term Staten van Limburg en Overmaas dekt dus niet de staatkundige, maar slechts de politieke samenwerking van de Maasregio, waarmee zij vertegenwoordigd was in het Brabantse Brussel. De samenwerking was kenmerkend voor de sterke staatkundige versnippering van het Maasdal en zij kwam ook voort uit de oorlogssituaties waarin dat Maasdal zich bevond gedurende de zestiende-achttiende eeuw. In het militaire landschap vormde Limburg aan de Vesdre een belangrijke vestingstad. Voor het onderhoud van dit bolwerk werden in de loop der tijd grote omliggende gebieden aangeslagen voor extra bijdragen, wat wijst op de interregionale uistraling van het stadje Limburg. Deze positie van de vesting Limburg binnen het samenwerkingsverband Limburg-Overmaas heeft mogelijk ook te maken met het feit, dat zowel Limburg als de Landen van Overmaas staatkundig niet verbonden waren met de Brabantse Rijksstad Maastricht. Het bestuur van deze internationaal belangrijke vesting heeft meerdere malen geprobeerd om Limburg en Overmaas te laten bijdragen in de onderhoudskosten van vestingwerken. Aangezien Limburg en Overmaas aangaven nooit door de vestingstad Maastricht beschermd te zijn geweest, nog enige staatkundige of politieke verbanden te hebben, weigerden zij elke bijdrage.

Franse departementen

In de Franse tijd wordt het hertogdom opgeheven en opgenomen in de departementen van de Ourthe en de Neder-Maas.

Nederlandse provincie en naamstransformatie

In 1815 wordt het voormalige hertogdom Limburg onderdeel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het is wel ironisch, dat de Nederlandse koning inzake het oude hertogdom precies de geheel onhistorische Franse departementsindeling heeft gevolgd. Bijgevolg werd het oude Limburg (als onderdeel van het departement van de Ourthe) nu Luiks territorium. Koning Willem I hechtte er daarentegen aan -grotendeels uit eigenbelang om de titel Hertog van Limburg te kunnen voeren- , dat de oude naam Limburg niet verloren ging. Daarom werd deze naam nu toegekend aan het departement van de Neder-Maas, dat de nieuwe provincie Limburg vormde. Van deze nieuwe provincie heeft echter nauwelijks aanwijsbaar nog gebied in het oude hertogdom Limburg gelegen. Zodoende is de geografische term Limburg dus op oneigenlijke wijze verschoven naar het noorden. Nu ging ze ineens gebruikt worden voor gebieden die voorheen tot Loon, Overmaas, Gulik, Kleef of Gelre behoorden.

Verschuiving van de benaming Limburg

Met de nieuwe provincie Limburg ging de Maasregio een staatkundige eenheid tegemoet, die het voorheen nooit was geweest. Zo leefde de voormalige Overmaasse Dalhemse bevolking van Mheer ineens in dezelfde provincie als de Brabanders van Lommel, dat altijd deel was geweest van de Meierij van 's-Hertogenbosch; de van oorsprong Kleefse bevolking van Mook werd staatkundig verbonden met het van oudsher Gulikse Sittard en Loonse Sint-Truiden. Dus ondanks de in sommige opzichten vergelijkbare parallelen tussen de verschillende regios was er zeker geen sprake van een eenheid. De grotendeels taalkundige eenheid werd beproefd door de veelheid aan dialecten die enerzijds sterk georienteerd of beinvloed waren door het Brabants (Landen van Overmaas), het Duits (Sittard en omgeving), het Gelders (rond Venlo) of het Frans in de zuidelijke randstrook.

En terwijl de nieuwe Limburgers zich begonnen te orienteren op hun nieuwe staatkundige eenheid, was het oorspronkelijke historische Limburg buiten de boot gevallen en tot restgebied gedegenereerd. Alleen de oude naam was in ere gehouden. Hiermee werd tevens het sein tot verdere verfransing van het oorspronkelijke Limburg gegeven, dat nu lag ingebed in de Frans sprekende omgeving van de (Zuid-)Nederlandse provincie Luik.

Curiositeit als gevolg van de taalstrijd

Opmerkelijk is de geschiedenis van het dorp Teuven en het daaraan onderhorige dorp Remersdaal met de buurtschap Opsinnich. Deze dorpen behoorden van oudsher tot de Dietstalige Limburgse schepenbank Montzen. Na 1815 werden ze onderdeel van de overwegend Franstalige provincie Luik. De Belgische taalpolitiek uit de jaren '60 van de twintigste eeuw leidde er uiteindelijk toe, dat Teuven op 1 september 1963 werd overgeheveld van de nu nog meer Franstalige provincie Luik naar de Nederlandstalige provincie Limburg. Teuven werd toegevoegd aan de van oorsprong Limburgsprekende Voerstreek, dat verder in hoofdzaak uit dorpen bestond van het oude Overmase Graafschap Dalhem. Daarmee vormt heden ten dage nu precies dit niet-Overmaasse Teuven (inclusief Remersdaal en Opsinnich) het enige officieel Limburgstalige overblijfsel van het oude hertogdom Limburg (althans voor zover dat in het huidige België lag): het is het enige thans ook 'Limburgs' geheten gebiedsdeel dat met historisch recht die naam mag dragen.

Auteur

Ad Welschen

Zie ook

in de Nederlandse Wikipedia:

Externe links

Persoonlijke instellingen