Grubbenvorst

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
De O.L. Vrouw tenhemelopneming te Grubbenvorst.

Grubbenvorst is het op één na grootste kerkdorp van de gemeente Horst aan de Maas. Vanaf de Franse tijd tot 1 januari 2001 vormde Grubbenvorst met het dorp Lottum de gemeente Grubbenvorst. Op 1 januari 2004 telde het dorp 4806 inwoners.

Inhoud

Geschiedenis

Tenzij anders vermeld is de onderstaande tekst is in eerste versie overgenomen van [1]

Grubben, ook wel Gribben, was de naam van het kasteel waarvan nu de ruïne van het Gebroken Slot resteert. Grubben wijst meestal op een holle weg. Het tweede gedeelte van de naam "Vorst" was de naam van het dorp. Deze naam wijst op bos, in het bezit van de heer van het gebied. Aanvankelijk was hier veel bos, maar dat is grotendeels verdwenen door het ingrijpen van de mensen, die bossen gingen kappen uit behoefte aan weidegrond. Na het kappen ontstond heidevelden.

Grubbenvorst met kerk
Op de hoge Maasoever komen ook sporen voor van vroeg-Germaanse bewoning. Deze hoge Maasoever draagt de naam "Reuvelt", een benaming, die vermoedelijk uit de Karolingische tijd stamt. Aannemelijk is dat in de loop van de 8e eeuw het christendom ook in Noord-Limburg doordringt. Bij opgravingen na de verwoesting in november 1944 van de parochiekerk bleek, dat deze omstreeks 1415 gebouwde kerk zeker zes voorgangers moet hebben gehad. Bij de wederopbouw in 1952 heeft men de herinnering aan deze vroegere kerken willen bewaren in de tegenwoordige crypte. De huidige kerk (O.L. Vrouw Tenhemelopneming) werd ontworpen door Alphons Boosten.

De heerlijkheid Gribben

De tekst van deze inleidende alinea is overgenomen van Jan Titulaer [2]
Het kasteel Gribben behoorde oorspronkelijk toe aan de heren van Millen. Van 1237-1263 was ridder Goswinus van Millen heer van Gribben, zijn zoon Willem I volgde hem op van 1263-1299. Tussen 1299 en 1334 was weer diens zoon Willem II heer van Gribben.

Rond 1310 blijkt de kasteelheer Hendrik van Milne te zijn, die toen zijn kasteel als open huis aan de graaf van Gelre opdroeg. Dat betekende dat hij in moeilijke tijden de bescherming zou krijgen van deze machtige graaf. Als tegenprestatie zou hij dan voor de graaf van Gelre herendiensten moeten verrichten en de graaf zou altijd het recht hebben om zijn huis te betreden, vandaar de uitdrukking 'open huis'. In die tijd was de heerlijkheid Gribben in tweeën gedeeld:

  • het kasteel Gribben met de helft van de heerlijkheid Vorst
  • het kasteel Baersdonck met de andere helft van de heerlijkheid Vorst.

In 1311 droeg Willem II Gribben als leen op aan Reinoud I, graaf van Gelre. Sedertdien waren Gribben en Vorst lenen van Gelre. Willem II van Millen was getrouwd met Catharina van Boxtel, hun kinderen :

  1. Elisabeth van Millen, erfgename van Gribben, overleed in 1355. Zij was getrouwd met Frederik de Berg ('s-Heerenberg), die in 1331 stierf. Hun zoon Willem de Berg kreeg Gribben in leen van graaf Reinoud van Gelre in 1357 en stierf in 1387 als heer van Gribben.
  2. Alida van Millen, overleed in 1354; zij was getrouwd met Frederik, heer van Wevelinghoven. Hun zoon Frederik van Weveling¬hoven wordt in 1389 heer en krijgt in 1394 het kasteel Gribben in leen van Gelre plus de halve heerlijkheid Vorst.
========================

Grubben en Vorst verenigd
De heer van Grubben was eerst beleend met de gehele heerlijkheid Vorst. Vermoedelijk uit geldgebrek deed hij in de 14e eeuw de halve heerlijkheid over aan zijn buurman, de heer van Baersdonck. In 1755 kocht de toenmalige heer van Grubben de markies van Hoensbroeck, de ridderhofstede Baersdonck met de andere helft van Vorst, zodat de heerlijkheid weer in één hand was.

Bij het land van Gelder
Gribben met (half) Vorst was een zeer oude vrije heerlijkheid waartoe aanvankelijk ook Arcen, Lomm, Velden en het dorp Venlo behoorden. In 1311 koopt Reinoud van Gelder de heerlijkheid van de heer van Millen. Het gebied van Grubbenvorst is daarna Gelders gebleven tot de Franse tijd, al was sinds 1543 de Duitse keizer, van 1555 tot 1713 de koning van Spanje en daarna tot 1794 de koning van Pruisen hertog van Gelder. Bij het beleg om Venlo in 1511 wordt het slot Gribben voor de eerste keer verwoest.

De tachtigjarige oorlog
Gedurende de tachtigjarige oorlog zijn de Noord-Limburgse Maasdorpen meestal Spaans gebleven. Wel is tussen 1572 en 1646 regelmatig en soms hevig in deze streken gevochten. Voor het herstelde slot Gribben kwam in 1586 de genadeslag, toen Spaanse troepen onder Parma het kasteel bestormenden en tot een "gebroken slot" verwoesten. Grubbenvorst was sinds de veldtocht van Frederik Hendrik in 1632 bezet door Hollandse troepen van de Republiek. Op 3 augustus 1635 werd Grubbenvorst overvallen door een keizerlijk regiment Kroaten. De inwoners waren naar de kerk gevlucht en hadden zich achter de kerkhofmuren verborgen. Voor de ligging hadden zij stro meegebracht. Dit staken de Kroaten in brand. Het aantal slachtoffers is onbekend. De kerk ging gedeeltelijk verloren. Kort daarna brak in de streek de pest uit, die al in Arcen 195 doden eiste.

De Pruisische tijd
Na de Spaanse Successieoorlog kwam Grubbenvorst in mei 1713 bij Pruisen als deel van Pruisisch Opper-Gelre. Deze Pruisische tijd duurde tot de inval van de Fransen in 1794, waarmee de feodale tijd een einde nam. De schepenbank onder leiding van de scholtis (schout) bleef nog tot begin 1798 in functie. De laatste secretaris was G. van Aerts die in 1793 het pand bouwde, nu bekend als café "De Zwaan" en destijds als "Secretairs". Kwam daar ook de schepenbank bijeen? Zijn zoon had er in 1808 in ieder geval een herberg.

De nieuwste tijd

Na de twintigjarige inlijving bij Frankrijk begint in 1815 de Nederlandse tijd, weliswaar in 1830 onderbroken door een Belgische periode toen Limburg de Belgische opstand volgde. Een belangrijke gebeurtenis in de 19e eeuw was de overname van het Maricollenklooster in 1860 door de zusters Ursulinen uit Venray. In Grubbenvorst werd overgegaan tot de oprichting van een meisjespensionaat, dat zich vooral in de zeventiger jaren door het uitbreken van de ‘Kulturkampf’ in Duitsland enorm ontwikkelde. In de tweede helft van de 19e eeuw begint in Grubbenvorst de ontginning van de heidevelden. Deze ontginning komt vooral in 1900 goed op gang als de kunstmest op de markt komt. In de 20e eeuw zijn voor Grubbenvorst twee agrarische aspecten van groot belang, namelijk de opkomst van aspergeteelt en de vestiging van de Coöperatieve Venlose Veiling aan de Horsterweg en voorts de ontwikkeling van Grubbenvorst als forensendorp na 1960.

Monumenten

Heierhoeve
Van 15e eeuwse ontginningsenclave naar kerkgemeenschap. In de 15e eeuw kwamen twee boerderijen bij de al bestaande twee in de heide. In de 19e en 20e eeuw groeide Heierhoeve verder uit. De kapel kwam na de laatste oorlog. Door de gemeentelijke herindeling van 1 januari 2004 werd buurtgemeenschap Heierhoeven bij de gemeente Venlo ingedeeld, welke langzamerhand alle bewoning van het gebied uitkocht om hier het toekomstige Floriadeterrein, Trade-port Noord en een Golfterrein aan te leggen. De kapel werd in 2008 overgeplaatst naar Museum 'de Locht' te Melderslo.

De Bisweide
Klooster, Ursulinenpensionaat in Grubbenvorst. De vanaf 1708 in de Bisweide wonende zusters van de Associatie van de Bisweide traden in 1860 bij de zusters Ursulinen in.

Huis De Steeg
Het oorspronkelijke huis dateert uit de 16e eeuw. Het huidige huis werd rond 1750 door een lid van de familie Rhoe van Obsinnich gebouwd op de plaats van het oudere huis. De bijgebouwen zijn rond 1800 opgetrokken.

Archeologisch monument Sint Jan
In een bos op de hoek van de St. Jansweg en de weg naar de Zaar ligt de devotiekapel van St. Jan uit 1959. Hier vlak achter is in 1989 de plek teruggevonden waar de St. Janskapel uit de 15e eeuw (75m² groot) lag. In de aangelegde bestrating is de omtrek van deze oude kapel aangegeven. Een groot kruis en het gemeentewapen voltooien het geheel.

Wapen

De oudste akte op naam van de schepenen uitgevaardigd, dateert van 7 september 1403, waarin zelfs al sprake is van "onsen gemeynen scependoms siegel". De oudst bekende afdruk van een zegel dateert echter van 16 augustus 1547. Het zegel zelf vertoont een gedeeld wapenschild (afgedrukt wordt het dan in spiegelbeeld): rechts een dwarsbalk gearceerd, in de bovenhoek een zespuntige ster, links onder een schuin geplaatste vis, in het schild-hoofd een verkort kruis gearceerd. Het betreft een gecombineerd wapen van respectievelijk de heren van Grubbenvorst uit het geslacht van Millen en het geslacht van Baersdonck. Omschrift: S(IGILLUM) SCABB(INORUM) DE GROBBENFORST

Archieven

De doop-, trouw- en begravenisregisters beginnen in 1639. Zie ook deze link DTB-registers en Burgerlijke Stand Grubbenvorst.

Literatuur

Externe links

Persoonlijke instellingen