Geschiedenis van Limburg: Achttiende eeuw

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Politieke Geschiedenis van Limburg: Achttiende eeuw

  • Tekst opgedeeld uit en bewerkt naar een overzichtsartikel in de Nederlandse Wikipedia

Inhoud

Van 1702 tot 1792

1702-1713 – De Spaanse Successieoorlog

Door opvolgingsperikelen kwam dit gebied ongewild weer in een oorlogssituatie terecht. Franse troepen bezetten Roermond, Venlo en de stad Geldern. Eveneens in 1702 werd Filips V, de opvolger van de Spaanse koning en afkomstig uit het Franse koningshuis Valois, in Roermond als hertog van Gelre gehuldigd. Maar nog in hetzelfde jaar kwam er een tegenoffensief. Een Staats leger veroverde eerst het land van Kessel, en daarna de steden Weert, Venlo, Roermond en Stevensweert. De hervormden kregen onmiddellijk godsdienstvrijheid. Er waren bij dit conflict ook allerlei huurlingenlegers, uit o.a. Duitsland betrokken. In 1703 stonden tussen Tongeren en Maastricht weer legers tegenover elkaar. Pas in 1704 was de gehele streek van Franse en andere buitenlandse legers bevrijd. Midden-Limburg bleef officieel tot 1716, toen het barrièretractaat effectief werd in Staatse handen.

1713-1748 – Nieuwe indeling

Bij de vrede van Utrecht vond er een behoorlijk ingrijpende herindeling van de gebieden in Limburg plaats. In Zuid-Limburg bleef het bij het oude: een deel Staats, een deel Oostenrijks Gelre. Het Habsburgse deel was nu evenwel niet Spaans, maar Oostenrijks. Gelre werd verdeeld. Een deel, met Roermond, Swalmen en een heel gebied aansluitend over de huidige Duitse grens, kwam ook onder Oostenrijks bestuur, een ander deel van het tegenwoordige Duitsland, samen met een groot deel van Noord-Limburg kwam onder Pruisen (Pruisisch Opper-Gelre).

De Pruisische koning was ook hertog van Kleef. Ook een deel van het Loonse land viel nu niet meer onder Luik, maar kwam ook bij Oostenrijk. Venlo werd Staats. Er kwam wel een clausule dat de katholieken een belangrijke invloed in het stadsbestuur bleven hebben.

Het Hof van Gelder in Roermond behandelde nog slechts Oostenrijkse zaken, en in Venlo werd een Hof opgericht voor het Staatse gedeelte van het Overkwartier. Deze situatie bleef zo tot de Franse tijd.

Maastricht, Stevensweert en Venlo waren Staatse vestingen, die in de 18e eeuw allemaal aanzienlijk werden versterkt. Hierbij was Venlo met name ook een garnizoensplaats waar de Staten-Generaal een vaste kazerne met soldaten gereed hield in geval mogelijke conflicten.

1740-1748 – Oostenrijkse Successieoorlog

De Oostenrijkse Successieoorlog tussen Frankrijk en Pruisen met Oostenrijk heeft met name vanaf 1745 ook gevolgen voor het zuidoostelijke deel van het land van Loon en voor Zuid-Limburg. Het geweld (o.a. slag bij Lafelt) treft vooral de zuidelijke gebieden. Dit keer wordt de omgeving van Roermond en noordelijker gelegen gebieden gespaard. Er ontstond wel een grote munt-inflatie.

De Kleefse munt werd door de oorlogsinspanningen van de koning van Pruisen veel minder waard geworden. Mensen wilden dan ook niet meer in deze munt betaald worden. Aan het einde van de oorlog waren er geen territoriale wijzigingen, wel een toenadering van Frankrijk en Oostenrijk in de vorm van een alliantie. Het gevolg was, op een episode na, een einde van de oorlogshandelingen tot aan de Franse tijd.

1757 – Duitse inval tijdens de Zevenjarige Oorlog

Frankrijk trok tijdens de Zevenjarige Oorlog in 1757 vanuit Roermond naar het oosten ten einde een verbinding tot stand te brengen met een Frans leger aan de oostzijde van de rijn. Maar de hertog van Brunswijk nam Roermond in, stak de maas over en stond voor de poorten van Tienen en Leuven. Maar door oorlogsgebeurtenissen in Duitsland trok het leger zich gelukkig weer terug en daar bleef het ook bij. Het gevolg was alleen een nog sterkere devaluatie van de munt.

1781-1792 – Hervormingen Jozef II

De Oostenrijkse keizer Jozef II was een fervent voorstander van allerlei verlichte ideeën, zoals de afschaffing van het lijfeigenschap en het vergroten van de rechten van de kleine boeren. Op geestelijk gebied stond hij godsdienstvrijheid voor, maar bepaalde kloosterorden wilde hij sluiten. Zo werden onder zijn bewind in Roermond de kloosters van de Kartuizers, de Kruisheren, de Dominicanessen, de Clarissen, de Poenitenten en de Carmelitessen opgeheven.

De Ursulinen en Franciscanen, die ook bij de bevolking in hoog aanzien stonden, mochten blijven. Protesterende burgemeesters kregen te horen dat zij zich met burgerlijke zaken, niet met geestelijke dienden te bemoeien. In 1789, het jaar van de revolutie, kwam er voor het eerst openlijk opstand tegen met name de anticlericale maatregelen van Josef II.

Het hoofdkwartier van de beweging was in Hasselt gevestigd. Er werd een leger op de been gebracht en in korte tijd verspreidde de opstand zich. In januari 1790 kwamen afgevaardigden van alle provincies van de Zuidelijke Nederlanden (waaronder die van het Gelderse Overkwartier te Roermond) bij elkaar en ze gingen een alliantie aan, geïnspireerd op de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring van 1781. De provincies Brabant, Gelderland (overkwartier Roermond), Vlaanderen, West-Vlaanderen, Namen, Henegouwen, Doornik en het Doornikse en Mechelen sloten een federatie en verklaarden zich onafhankelijk. Voor een groot deel is dit overigens het gebied welk in 1839 het huidige België ging vormen.) Dit document van 12 artikelen begon met een uitvoerige inleiding, waarin de reden van de onafhankelijksverklaring werd gegeven. Ook in Weert was een opstand, en de Weertenaren trokken naar Roermond, waar ze onmiddellijk steun vonden. Hierop ontruimden de keizerlijke troepen van Joseph II, op Luxemburg na, de Oostenrijkse Nederlanden. In november 1790 was het Oostenrijkse gezag weer hersteld.

Persoonlijke instellingen