Genooi

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Naar Wikipedia

Genooi is de meest noordelijke wijk van Venlo. De wijk ligt op een door de natuur gevormde geringe verhoging en grenst in het westen aan het huidige Maasdal. In het noorden en oosten wordt de wijk begrensd door industrieterreinen. De openbare gebouwen, zoals de lagere school, tussen de Pastoor van Postelstraat en de Bisschop Hoensbroeckstraat sluiten de wijk af van de aangrenzende wijk de Meeuwbeemd.

Naam

Reeds in de veertiende eeuw wordt het gebied ten noorden van Venlo "Aan de ooi" of "In de Oede" genoemd. De naam zou zijn afgeleid van "gen", een Limburgs aanwijzend lidwoord, en "ooi" wat lager gelegen land aan een stuk rivier betekent. De naam wordt ook wel eens verklaard als een afgeleide van "In den Oede" wat "in het hoes" zou betekenen en via "ingenhoes", "ingenoode" en "in genoiei" tot Genue en Genooi werd.

Straten

Genooi bestaat uit de volgende straten:

Karbindersstraat, Schutroesstraat, Rummerkampstraat, Zoutmetersstraat, Schippersstraat, Pelsmakersstraat, Schrijnwerkersstraat, Snijdersstraat, Bakkersstraat, Adelborstenstraat, Klokkengietersstraat, Agnes Huijnstraat, Wolweversstraat, Bisschop Hoensbroekstraat, Linnenweversstraat, Van Postelstraat, Zand Arabieweg, Hein Roethofstraat, Pastoor Gadiotstraat en de Hogeweg.

De meeste straten in Genooi zijn vernoemd naar gilden zo ook de Zoutmetersstraat die zijn naam in 1953 kreeg. De "Saltmeters" waren speciaal belast met het wegen van het te Venlo geproduceerde en aangevoerde zout waarvan de geheven accijnzen een belangrijk deel uitmaakten van de stadsinkomsten. Reeds voor de stadsverheffing (1343) was er te Venlo een waag waarin de stapelgoederen werden gewogen en gemeten. Dat de zouthandel omvangrijk was, blijkt uit het feit dat veertien meetambtenaren nodig waren om het zout te meten.

Geschiedenis

Genooi bestond al voor de Tweede Wereldoorlog. Het was in de jaren twintig een afgelegen armoedige buurt die deel uitmaakte van de Heilig Hartparochie. In 1947 scheidde Genooi zich af van de H. Hartparochie, vanwege de groei van het aantal gelovigen. Er werd een nieuwe parochie gevormd: de St. Nicolaasparochie. Voor de oorlog waren de volgende straten er al:de Rummerstraat (1939), de Rummerkampstraat (1939), Agnes Huynstraat (1939), Genooierbergen (1939), Pastoor Gadiotstraat (1927), Pastoor van Postelstraat (1917) en Zand Arabiëweg (1912). De omvang van Genooi was in 1948 nog minimaal. Er stonden wat huizen langs de Veldenseweg met daarop aansluitend een paar straten. Genooi lag toen als een soort enclave in het noorden van Venlo. De uitbreiding van de wijk, bijna geheel gerealiseerd in de periode 1947- 1960, voltrok zich vooral in noordelijke en westelijke richting. Eerst wordt aansluiting gezocht bij de bestaande bebouwing, daarna breidde de wijk zich uit door middel van woonblokken die grenzen aan de Zoutmetersstraat. Een groot deel van de arbeiderswoningen uit de jaren 1947-1948 zijn ontworpen door de locale architect H. Rijven en gebouwd door de Venlose Bouwvereniging. De straten grenzend aan de Zoutmeterstraat zijn gerealiseerd door de bouwvereniging Ons Limburg.

De scholen en de kerken zijn ontworpen door J. Kayser en J. van der Grinten. Kayser kreeg in 1947 de opdracht om een multi- functioneel parochiehuis te ontwerpen. Er moest plaats zijn voor onderwijs, een noodkerk, toneel- en bioscoopzaal. Tot dan toe werd de mis gelezen in het restaurant van de speeltuin Ons Buiten. In 1949 was het parochiehuis, in de volksmond algauw de Witte Kerk, genoemd gereed. Pas in 1961 kwam de definitieve kerk, een rechthoekig modern gebouw getekend door J. van der Grinten, tot stand. Het voormalige parochiehuis werd verkocht aan de gemeente en ging dienst doen als sporthal.

De kinderen van Genooi kregen in 1946 les op de zolder van Bakkerij Horstermans, gelegen op de hoek Straelseweg, Bisschop Schrijnenstraat. Daarna werd de school verplaatst naar de barak in de Rummerstraat waar les werd gegeven tot 1949 toen de door Kayser ontworpen lagere school naast de Witte kerk werd geopend. Al ras was de school te klein en werd de school gesplitst in de jongensschool St. Nicolaas die in het oude gebouw bleef en de meisjesschool Maria Goretti. Deze meisjesschool eveneens ontworpen door Kayser en gebouwd in 1952, kwam naast de jongenschool te liggen. Een aparte school voor het kleuteronderwijs getekend door J. van der Grinten kwam gereed in 1964.

Waarschijnlijk was Genooi voor de oorlog al een volkswijk waar de minder draagkrachtigen woonden. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het imago van Genooi niet, het bleef een arbeiderswijk waar mensen met de laagste lonen of personen zonder vast werk gehuisvest werden.Genooi bestaat voor het overgrote deel uit goedkope huurwoningen destijds gebouwd door de bouwverenigingen Ons Limburg en de Venlose Bouwvereniging en bedoeld om de minderdraagkrachtigen te huisvesten. De omvang van de wijk bedroeg circa 1600 voornamelijk huurwoningen, die momenteel in handen zijn van de woningcoöperatie Venlo-Blerick

Stedebouwkundige ontwikkeling

Reeds in 1942 ontwerpt J. Kayser een plan voor Venlo-Noord, waarin ook Genooi is opgenomen. Hij maakte een ontwerp waarbij een park een vloeiende verbinding vormt tussen het Wilhelminapark en het daarachter gelegen gebied en de kop van Noord-Venlo Genooi. In zijn ontwerp ligt de nieuwe kerk decentraal bij de Maas. Door gesloten bouwblokken te ontwerpen in het hart van de wijk creëert Kayser aansluiting met de bestaande bouw aan het Agnes Huynplein, Pastoor Gadiostraat en de Pastoor van Postelstraat. Op de tekening is ook meer open bebouwing te zien. In het noord-oosten van de wijk moesten twee onder-een-kap woningen komen gelegen op vrij ruime percelen.

In 1948 wordt een basisplan ontworpen voor Venlo-Noord. In dit plan wordt in grote lijnen aangegeven hoe de stadsuitbreiding zich in noordelijke richting moest voltrekken. De stadsuitbreiding in de kop van Venlo ging uit van drie parochies: de Heilig Hartparochie, de Heilige Nicolaasparochie en een nieuwe kerk direct achter de villa’s van het Wilhelminapark. Deze laatste parochie is nooit gerealiseerd. Stadsuitbreiding gebeurde destijds rondom bestaande of nieuw op te richten parochies.

Indeling

De ruimtelijke indeling van Genooi werd vooral bepaald door de loop van de Hogeweg en de Zoutmetersstraat. Aan deze route, die een boog vormt en de lijn volgt van een oude Maasbocht, liggen aan oost- en westzijde de woonblokken. De westelijk gelegen gesloten woonblokken vormden in het oorspronkelijke bestemmingsplan de afscheiding van de wijk met het daarachter gelegen groen. Door de bouw van de etagewoningen (vastgesteld in de eerste herziening van het bestemmingsplan) ontstond een meer open verbinding tussen de wijk en de groenzone. De wijk werd afgegrendeld door natuurverschijnselen. In het noorden liep langs de flats van de Klokkengieterstraat een steilrand, dit is een door de natuur gevormd hoogteverschil. In het westen is de natuurlijke begrenzing het Maasdal.

Drie hoofdwegen, de St. Urbanusweg, de Hoge-Weg en de Veldenseweg verbinden de wijk met het centrum van Venlo. De Karbinderstraat, die Genooi als het ware in twee stukken splitst, vormt de oost-westverbinding. De buurtstraten van de woonblokken komen vooral uit op de route Hogeweg Zoutmetersstraat of op de Karbinderstraat.

Gezichtsbepalend voor de wijk zijn de industrieterreinen, de kleinere gebieden voor bedrijven liggen midden tussen de huizen. In het noordoosten staan de complexen van Océ. Vanwege de expansie van het bedrijf is er gedurende de jaren 1963-1970 door de directie grond aangekocht om noord- oostelijk uit te kunnen breiden.

Bron

Gemeente-archief Venlo