Gehucht

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Gehucht (Frans: hameau) is de benaming voor een kleine woonkern, vaak behorend tot een grotere gemeenschap zoals een stad of een dorp. Een gehucht bestaat gewoonlijk uit hooguit enkele tientallen huizen, boerderijen of molens.

Inhoud

Begripsbepaling

Onderscheid met buurtschap

Voor gehucht zowel als voor buurtschap kan als woordenboekdefinitie worden gegeven: 'bewoond gedeelte van een cultuurlandschap, dat door een naam gekarakteriseerd wordt'. [1]. Het verschil is niet altijd aan even goed te geven. Een gehucht is, globaal gesteld, te klein om dorp genoemd te worden maar groter en/of samenhangender dan een buurtschap. Een zeker onderscheid is ook de onderlinge plaats van de gebouwen: meer verspreid (buurtschap) of in een groepje (gehucht).
Een ander verschil tussen een buurtschap en gehucht is, dat buurtschappen meestal een afgeleide naam hebben, die ofwel aan de gebiedsnaam is ontleend, ofwel aan prominente gebouwen of dijken en wegen (waar men dan de kern naast of op heeft gebouwd), terwijl gehuchten veelal een eigen naam hadden. Gehuchten worden dan ook van oudsher vermeld in officiële lijsten en overzichten, terwijl dit met buurtschappen veelal minder het geval is.

Onderscheid met dorp

Het traditionele onderscheid tussen een buurtschap of gehucht enerzijds en een dorp anderzijds is dat de eerste geen kerk bezitten en het laatste wel.[2] Maar ook de grootte van de woonplaats wordt als onderscheid gebruikt. De term "buurt met dorpsrechten" houdt in dat er vroeger een kerk in de buurtschap heeft gestaan, maar dat die opgeheven is.

Etymologie

Gehucht, Mnl. gehochte, gehuchte, gehofte, is een kollektief van hof ‘hofstede’ en betekent letterlijk: 'verzameling (groep) hoven/hofsteden of een buurtschap'. Zie voor de overgang van /ft/ (gehoft) tot /cht/ (gehocht, gehucht): M. SCHOENFELD, Historische grammatica van het Nederlands (Zutphen, 1964), 83-84, en vergelijk in deze zin ook woorden als Ned. kracht, lucht met Hdt. Kraft, Luft.[3]

Het woord gehucht is dus afgeleid van het woord hof. Dezelfde bron[4] licht dit het toponymisch voorkomen van dit laatste woord toe als volgt:

Hof heeft in Zonhoven en andere Middenlimburgse gemeenten niet enkel de betekenis ‘huis, boerderij’, maar ook die van ‘land’. Welke betekenis hier geldt, is niet niet zonder meer duidelijk. Toch opteren we voor hof ‘woning’.
In Haspengouw en de Maasvallei komen, zoals bekend, talrijke hoven-namen voor, type Ophoven (Opglabbeek) en Veldhoven (Bocholt), afgeleid van hof ‘boerderij’, en in de meeste gevallen teruggaand tot de Frankische landnametijd. Dit type hoven-namen reflecteert de oudere toestand zonder umlaut. Het lokaliserend voorzetsel bij dit type nederzettingsnamen is in, terwijl het lidwoord achterwege blijft.
De Zonhovense gehuchtnaam Heuven - aanvankelijk steeds Hoven, in 1545 voor het eerst als Heuven vermeld - is wellicht ook de datief meervoud van hof ‘boerderij’, wel met de werking van een jongere umlaut, zoals in du. Hof, Höfe, dat. mv. Höfen. Dit laatste is een bewijs dat de nederzettingsnaam Heuven jonger is dan de hoven-namen in Haspengouw en het Maasland.

Opmerking
De benaming 'gehucht' werd nog tot in de 17e eeuw gebruikt in de oorspronkelijke betekenis van '(landelijke) bebouwing'. Waar in oude akten sprake is van land met de gehuchten daarop staand, moet dus niet worden gedacht aan woongemeenschappen, maar aan bouwsels.

Noten

  1. Gevonden op [1]
  2. Frank van den Hoven: De Topografische Gids van Nederland. Amersfoort.
  3. Jos Molemans, 'De nederzettingsnamen in het land van Vogelzang', [2].
  4. J. Molemans (red.), Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (Mededelingen van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, Nr. 23). Hasselt 1982.



Opmerking Sommige gehuchten lagen aan weerszijden van een weg en behoorden als gevolg daarvan tot verschillende gemeenten of parochies. Bij genealogisch onderzoek is het goed om te weten of dit bij de woonplaats van uw voorouders het geval was.

Literatuur

Persoonlijke instellingen