Frissen

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

GENEALOGIE FRISSEN

Inhoud

Generatie I


I.1 Joannes FRISSEN, gedoopt op 16 maart 1628 te Wijnandsrade, overleden op 5 juni 1711 te Nuth op 83-jarige leeftijd, vader heet Leonardus, afstamming op basis van naamgeving
RAL-AHW 168, 153: Op 13 mei 1673 verkocht Maria Finiers, ongehuwd, aan Jan Frisschen, gehuwd met Barbara Pleugmeckers, 187 1/2 kleine roeden akkerland te Hunnecum onder Wijnandsrade, grenzend aan Geurd Maes, erfgenamen Stas Tesschers, Joannes Vorst en de Ludderweg, voor twintig stuivers per kleine roede.
RAL-AHW 168, 148: Op 31 mei 1676 verkocht Johan Maes, gehuwd met Catrijn Heuts, aan Jan Frisschen, gehuwd met Barbara Pleuchmeeckers, 90 kleine roeden akkerland op "lenen Damen voetpadt" onder Wijnandsrade, grenzend aan Jacob Smitsmans, het voetpad en de Raderweg, voor een gulden per kleine roede.
RAL-LvO 1756, 88v: Op 29 oktober 1684 leende Jan Houben, gehuwd met Maria Habets, 200 gulden tegen 6 1/4% van Jan Frisschen, gehuwd met Barbara Pleugmeckers.
RAL-AHW 168, 150: Op 21 januari 1686 verkochten Dirck Engelen, gehuwd met Margrieta Aelmans, en de ongehuwde Catharina Aelmans, aan Jan Frisschen, gehuwd met Barbara Pleugmekers, 58 1/2 kleine roeden akkerland "aen de oppemer hage" onder Wijnandsrade, grenzend aan Palm Coex, de weg en Servaes Spijckers, voor 23 stuivers per kleine roede.
RAL-AHW 168, 203: Op 25 januari 1689 verkocht Maria Finiers, ongehuwd en burgeres van Maastricht, aan Jan Frisschen, gehuwd met Barbara Pleugmeckers, 76 kleine roeden akkerland op de Raderweg "bij die cappuijns kuijl", oostwaarts Mees Willems, westwaarts weduwe Frans Snackers, hoofdzijde Frans Rentiens; en voorts 96 1/2 kleine roeden akkerland "aen ouden bosch" onder Wijnandsrade, oostwaarts de pastorie van Wijnandsrade, westwaarts Servaes Spijckers. Iedere kleine roede kostte twintig stuivers.
RAL-LvO 1756, 73r: Op 4 mei 1696 leende Werner Vleugels, gehuwd met Elisabeth Roecx, 200 gulden tegen 6 1/4% van Jan Frisschen, gehuwd met Barbara Pleugmeckers.
RAL-LvO 1756, 104r: Op 6 juni 1699 verkochten de erfgenamen van Maria Finiers aan Jan Frisschen, gehuwd met Barbara Pleumaeckers, achttien grote roeden weiland "d'overweijde" te Hunnecum onder Nuth, grenzend aan de weduwe Hendrick Municx, Dirck Engelen, de erfgenamen Palm Coocx en Jan Habets, belast met een half vat rogge aan de kerk van Nuth. Iedere kleine roede kostte 36 stuivers.
RAL-LvO 1756, 161v: Op 27 juli 1701 beleende Giel Pitsweggen voor 57 1/2 pattacon Jan Frisschen, gehuwd met Barbara Pleugmaeckers, met 176 kleine roeden akkerland te Nuth, grenzend aan Caspar Brandts, Corstgen Diebets, en hof Dael voor een periode van twaalf jaar.
RAL-LvO 1756, 222r: Op 23 april 1708 verklaarde Joannes Frissen, gehuwd met Barbara Pluijmeckers, dat zijn dochter Judith uit haar huwelijhk met wijlen Paulus Meijs een zoon had, genaamd Jacobus. Indien Judith zou hertrouwen en uit dat huwelijk kinderen geboren zouden worden, mochten die kinderen gelijkelijk meedelen in de erfenis, alsof allen uit hetzelfde huwelijk zouden stammen.
RAL-LvO 1757, 29r: Joannes Frissen, gehuwd met Berbken Pluijmeeckers, leende op 27 april 1711 aan Mathijs van der Hagen, gehuwd met Gertruijdt Urlinghs, 400 gulden tegen 5%.
Zoon van Leonardus FRISSEN en Judith SMISMANS.
Gehuwd voor de kerk op 39-jarige leeftijd op 6 juli 1667 te Nuth met Barbara PLUCHMECKERS, 23 jaar oud, gedoopt op 12 februari 1644 te Nuth, overleden op 29 augustus 1712 te Nuth op 68-jarige leeftijd, dochter van Petrus PLUCHMECKERS en Maria RITSELVELT.
Uit dit huwelijk:

  • 1. Leonardus (zie II.1).
  • 2. Catharina, gedoopt op 25 november 1672 te Nuth (getuige(n): Joannes Pleuchmeckers, Sophia Quix).
  • 3. Judith, gedoopt op 7 oktober 1675 te Wijnandsrade, overleden op 7 maart 1743 te Nuth op 67-jarige leeftijd.

Gehuwd voor de kerk op 24-jarige leeftijd op 4 februari 1700 te Nuth (getuige(n): Hermanus Meijs, Petrus Frissen) met Paulus MEIJS, geboren ca. 1672, overleden op 9 mei 1701 te Nuth, broer Petrus, gehuwd met Maria Weusten, zoon van Jacobus MEIJS, schepen, en Catharina NUCHELMANS.

  • 4. Maria, gedoopt op 26 januari 1679 te Wijnandsrade.
  • 5. Petrus (zie II.7).
  • 6. Joannes (zie II.9).


Generatie II


II.1 Leonardus FRISSEN, gedoopt op 5 december 1668 te Nuth (getuige(n): Leonardus Frissen, grootvader), overleden nov. 1715 te Wijnandsrade (overlijden ook in Hulsberg vermeld: op 24 november 1715 gestorven in Aalbeek, belastinginner onder Wijnandsrade), zoon van Joannes FRISSEN (zie I.1) en Barbara PLUCHMECKERS.
Gehuwd voor de kerk op 28-jarige leeftijd op 16 juni 1697 te Nuth (getuige(n): Henricus Boots, Guilielmus Schpers, Maria Frisschen) met Anna SCHULS, overleden op 22 december 1734 te Wijnandsrade.
Uit dit huwelijk:

  • 1. Barbara, gedoopt op 7 juli 1698 te Wijnandsrade, overleden op 8 december 1754 te Hellebroek-Nuth op 56-jarige leeftijd.

Gehuwd voor de kerk op 23-jarige leeftijd op 17 januari 1722 te Maastricht (getuige(n): Jacobus Meijs, Matthias Frissen), met toestemming van de pastoor van Nuth en dispensatie in de roepen, de bruid afkomstig uit Wijnandsrade met Joannes NUCHELMANS, 31 jaar oud, schepen, gedoopt op 28 december 1690 te Nuth (getuige(n): Henricus Scheefelarts, Elisabeth Corten namens Catharina Smeets), overleden op 18 oktober 1774 te Hellebroek-Nuth op 83-jarige leeftijd, begraven op 20 oktober 1774 te Nuth.
Zoon van Christianus NUCHELMANS en Elisabeth HENNEN.
RAL-LvO 1757, 146v: Op 16 juli 1722 verklaarde Joannes Nuchelmans, gehuwd met Barbara Frissen, dat hij recentelijk tot collecteur van Nuth benoemd was. Hij stelde nu al zijn goederen tot onderpand.
RAL-LvO 1757, 162v: Op 1 februari 1723 verklaarde Joannes Nuchelmans, gehuwd met Barbara Frissen, dat hij 50 pattacons gleeend had van Wilhelmus Franssen, schout van Hoensbroek. Hij borgde daartoe met een lening staande op de erfgenamen Peter Cremers (hem via zijn grootvader Gerardus Hennen toegevallen) en al zijn overige goederen.
Deze lening werd op 24 oktober 1780 door Leonardus Nuchelmans afgelost.
RAL-LvO 1757, 237v: Op 15 maart 1725 verkocht Willem Onnouw, gehuwd met Catharina Oortmans, aan Joannes Nuchelmans, gehuwd met Barbara Frissen, 60 kleine roeden weiland te Hellebroek onder Nuth, grenzend aan Jan Nuchelmans, Nelis Oortmans en de straat. Elke roede kostte drie gulden en vijf stuivers.
RAL-LvO 1757, 172r: Op 10 december 1725 leende Jan Nuchelmans, gehuwd met Barbara Frissen, 1000 gulden tegen 5% van de weduwe Nicolaus Bemelmans uit Maastricht. Hij borgde daartoe met de volgende goederen:
a) ca, drie morgen huis met hof en weide te Hellebroek onder Nuth, grenzend aan Willem Onnouw, Wolter Limpens en de straat;
b) een halve bunder weide tegenover het huis gelegen, grenzend aan de kapellaniegoederen, Willem Onnouw, Nelis Ortmans, Jan Spechs en de straat;
c) een halve bunder weide te Hellebroek onder Nuth, grenzend aan Peter Nuchelmans, Johannes Pricken, Jan Bruls en Jan Corten;
d) een bunder akkerland in het Hellebroekerveld onder Nuth, grenzend aan Jan Eurlinx, Peter Nuchelmans, de weg, Nelis Ortmans en Peter Banens;
e) een halve bunder akkerland in het Hellebroekerveld onder Nuth "in den hoeck", grenzend aan Wolter Limpens, Peter Nuchelmans en Peter van Laer.
RAL-LvO 1757, 238r: Op 3 juni 1726 verkocht Nelis Oortmans, gehuwd met Maria van Dorpe, aan Jan Nuchelmans, gehuwd met Barbara Frissen, een weiland te Hellebroek onder Nuth, grenzend aan de erfgenamen Jan Coenen, Jan Nuchelmans zelf en de straat. Het geheel was belast met anderhalf malder haver aan de cijnskaart Nieuwenhof. Elke kleine roede kostte 45 stuivers. Verder kreeg de verkoper nog "een bagge van thiene een de beste".
RAL-LvO 1757, 192r: Op 17 maart 1727 verkocht Nicolaes Loijen, gehuwd met Elisabeth Corten, aan Joannes Nuchelmans, gehuwd met Barbara Frissen, 85 kleine roeden weiland te Hellebroek onder Nuth, grenzend aan Jan NUchelmans zelf en de kapellanieweide. De koopsom bedroeg 45 pattacons. Het geheel was belast met twee malder haver in de cijnskaart Berg.
RAL-LvO 1757, 238v: Op 5 december 1727 verkochten Reijner Gruijls, gehuwd met Anna Maria Trijbels, Peter Gruijls, Frans Schepers, gehuwd met Maria Gruijls, en Henderijck Weustenrae, gehuwd met Mechtild Gruijls, mede voor Barbara, Anna en Joannes Gruijls, aan Joannes Nuchelmans, gehuwd met Barbara Frissen, 175 kleine roeden weiland te Tervoorst onder Nuth, grenzend aan de weduwe Paulus Meijs, Hermen Jonghen en de weg. Iedere kleine roede kostte 19 stuivers en twee oort. Het geheel was belast met 100 gulden en enige cijns, te korten op de koopsom. Het restant zou aankomende St.-Bartholomeus betaald worden.
RAL-LvO 1758, 129v: Op 27 januari 1740 leende Joannes Nuchelmans, inwoner van Klimmen en gehuwd met Barbara Frissen, 1500 gulden tegen 4% van het OLV-kapittel te Maastricht. Hij borgde daartoe met de volgende, onder Wijnandsrade en Nuth gelegen, goederen:
a) 140 kleine roeden beemd "de gebrande weijde", grenzend aan Jan Corten en de straat;
b) 200 kleine roeden "onder in die groote weijde", grenzend aan Elisabeth Nuchelmans en Thomas Weustenraedt;
c) 52 3/4 kleine roeden land, zijnde het vierde deel, "in den hoeck", grenzend aan Wouter Limpens en Arnold van Geul, belast met een half vat rogge aan de kerk van Wijnandsrade;
d) nog een stuk land "in den hoeck", grenzend aan Wouter Limpens en Dries van Laer, belast met drie koppen rogge aan de kerk van Wijnandsrade;
e) 90 kleine roeden land, zijnde de helft, "aen 't Waelenhuijs", grenzend aan Jan Coenen en Elisabeth Nuchelmans, belast met een halve kan smout aan de kerk van Wijnandsrade;
f) 112 kleine roeden land, zijnde het derde en middelste deel, "gelegen aen Rae genaempt de drij morgen", grenzend aan Elisabeth Nuchelmans en de weg;
g) 130 kleine roeden land, zijnde de helft, aan de Boschweg, grenzend aan de heer van Wijnandsrade en Coen Ceulen, belast met een vat rogge aan de kerk van Wijnandsrade;
h) 41 1/2 kleine roeden moestuin "aen het alt huijs", grenzend aan de weg en het veld;
i) 85 kleine roeden weiland "aen het alt huijs", grenzend aan Vaes Corten en Willem Onnouw;
j) 384 kleine roeden "veltweijde neffens die steegh", grenzend aan Wouter Limpens en de steeg;
k) 124 kleine roeden beemd "in 't weerts naer 't stuffke warts", grenzend aan het "stuffke" en de beemden van de pastorie van Nuth;
l) 333 kleine roeden land "aen de vaert", grenzend aan Mathijs van der Haegen en Coen Ceulen;
m) de helft in 323 kleine roeden land op de Kruisweg, grenzend aan Woyter Limpens en Joannes Pricken;
n) 233 kleine roeden land, zijnde het vierde deel, "aen de vaert", grenzend aan de erfgenamen Reijner Crijns en Joannes Schiffelers;
o) 105 1/2 kleine roeden land, zijnde het derde deel, "aen 't Waelhuijs", grenzend aan Hendrick Munix en Joannes Schiffelers;
p) 53 kleine roeden land, zijnde de helft, "aen den uijtlegger", grenzend aan Vaes Canisius en Joannes Schiffelers;
q) een halve bunder huis met hof, weide en toebehoor, gelegen te Hellebroek onder Nuth, grenzend aan Wouter Limpens en de erfgenamen Ceulen;
r) zes morgen weiland te Hellebroek onder Nuth, grenzend aan Coen Ceulen en de weduwe Bruls.
Van deze lening werd de helft op 22 november 1783 afgelost en het restant op 14 augustus 1784.
RAL-LvO 1759, 63r: Op 23 maart 1751 verklaarde Johan Nuchelmans, inwoner van Nuth en gehuwd met Barbara Frissen, dat hij volgens handschriften van 18 maart 1730 en 15 februari 1731 resp. 250 en 150 gulden geleend had van wijlen Peter Heijnen. Hij liet nu vastleggen dat deze lening tegen 4% rente in handen was van Matthijs Heijnen en de weduwe van Jan Heijnen en stelde daartoe tot onderpand: een halve bunder akkerland in het Hellebroekerveld, grenzend aan de weduwe Arnold Oortmans, erfgenamen Wolter Limpens en heer Banens; en een beemd te Hellebroek "den peertsbempt", oostwaarts de weduwe Christiaen Crijns, westwaarts erfgenamen Jan Corten.
Deze lening werd op 12 november 1781 door Leonardus Nuchelmans afgelost.

  • 2. Matthias (zie III.3).
  • 3. Joannes, gedoopt op 8 november 1703 te Wijnandsrade.

RAL-LvO 1760, 203r: Op 9 juni 1751 verkocht Joannes Frissen, gehuwd met Elisabeth Slangen, aan zijn zwager Jacobus Raemeckers, gehuwd met Marie Catharina Frissen, 76 kleine roeden akkerland in het Achterveld onder Nuth, grenzend aan Goris Gorissen, de beek en de Kinkevoerdersweg, voor 29 stuivers per kleine roede. Verder had de koper nog 100 latten geleverd.
Gehuwd voor de kerk op 44-jarige leeftijd op 13 februari 1748 te Wijnandsrade met Elisabeth SLANGEN, 21 jaar oud, gedoopt op 18 maart 1726 te Nuth (getuige(n): Petrus Slangen (oom), Catharina van Esschen namens Anna Adrians (tante)), dochter van Joannes SLANGEN en Ida ADRIANS.

  • 4. Maria Catharina, gedoopt op 4 december 1707 te Wijnandsrade, overleden op 20 april 1760 te Hunnecum-Nuth op 52-jarige leeftijd.

Gehuwd voor de kerk op 29-jarige leeftijd op 2 februari 1737 te Maastricht (getuige(n): voor pater Ant. Rutten van de Minderbroeders en getuigen), met toestemming van de pastoor van Nuth met Jacobus RAMECKERS, 30 jaar oud, gedoopt op 7 november 1706 te Nuth (getuige(n): Franciscus Crijns (grootvader), Anna Cremers, e.v. Joannes Boesten), overleden op 1 maart 1795 te Hunnecum-Nuth op 88-jarige leeftijd, zoon van Jacobus RAMECKERS en Maria CRIJNS.

II.7 Petrus FRISSEN, gedoopt op 8 juni 1682 te Nuth (getuige(n): Arnoldus Smismans, Margaretha Deuss), overleden op 29 december 1709 te Hulsberg op 27-jarige leeftijd.
RAL-LvO 1757, 151r: Op 25 januari 1723 verklaarden Johan Quix en Johan Nuchelmans, voogden van de weeskinderen van Peter Frissen en Elisabeth Quix, dat zij een akkoord waren aangegaan met Peter Meijs en Matthias Hautvast, voogden van Jacob Bavo Meijs, alsmed diens moeder Judith Frissen. Er werden nu borgstelingen aangegaan betreffende de erfenis van de weeskinderen Frissen en het weeskind Meijs. Daarna konden Quix en Nuchelmans een overeenkomst sluiten met het klooster Agnetenberg te Sittard, waar wees Joanna Barbara Frissen als novice zou intreden. Voor haar werd een bebeficie van 600 pattacons gesticht staande op huis en hof nabij de kerk van Nuth, ca. een bunder weiland, grenzend aan Johan Janssen en de straat, alsmede 3 1/2 bunder akkerland aan het voorstercleef, grenzend aan de Nieuwenhof en Lemmen Meulenbergh.
Zoon van Joannes FRISSEN (zie I.1) en Barbara PLUCHMECKERS.
Gehuwd voor de kerk op 19-jarige leeftijd op 26 februari 1702 te Nuth (getuige(n): Joannes Oortmans, Matheus Silverentans) met Elisabeth QUIX, overleden op 3 augustus 1719 te Hulsberg.
Uit dit huwelijk:

  • 1. Joanna Barbara, gedoopt op 4 augustus 1705 te Hulsberg.
  • 2. Maria, gedoopt op 17 april 1707 te Hulsberg.
  • 3. Joannes, gedoopt op 29 januari 1709 te Hulsberg.


II.9 Joannes FRISSEN, gedoopt op 19 augustus 1685 te Nuth (getuige(n): Servatius Roex, Maria e.v. Cornelius Lenssen), overleden op 28 juli 1763 te Driessen-Nuth op 77-jarige leeftijd, begraven op 30 juli 1763 te Nuth, in zijn familiegraf in de parochiekerk nabij de biechtstoel. De familierelatie is afgeleid op basis van doopgetuigen, het uitsluiten van naamgenoten in Nuth en directe omgeving en vooral het feit dat zoon Joannes Wilhelmus de neef van Bavo Jacob Meijs genoemd wordt.
RAL-LvO 1758, 98v: Op 12 februari 1738 verkocht Frans Willem van Bronsveldt, gehuwd met Odilia Goessens, aan Joannes Frissen, gehuwd met Elisabeth Crijns, 312 (bij meting 309) kleine roeden akkerland op de Achtbunder in het Grijzegrubberveld onder Nuth, oostwaarts Joannes Wolterus van Schaesbergh, westwaarts Arnold Bemelmans en Houb Biesjans, voor 16 stuivers per kleine roede; en voorts 170 kleine roeden akkerland in de Eertgrubbe, oostwaarts Merten a Campo, westwaarts Jan Herman, hoofdzijde erfgenamen Jan Cremers, voor 15 stuivers per kleine roede.
RAL-LvO 7100, 80: Op 16 januari 1747 verkocht Simon Habets aan Joannes Frisschen, inwoner van Nuth en gehuwd met Elisabeth Crijns, een huis met schuur, moestuin en huisweide, laatgoed, gelegen aan de Dorpstraat te Hulsberg, oostwaarts Reijner Gieskens, westwaarts Willem Scholtissen. Het geheel werd verkocht voor 1250 gulden en was belast met anderhalve kop rogge aan de weduwe Wouter Limpens.
RAL-LvO 1759, 78v: Op 25 februari 1752 verkochten de erfgenamen van Joannes Bocken en Heriberta Meijs aan Joannes Frissen, gehuwd met Elisabeth Crijns, de goederen die hun grootvader Machiel Meijs op 21 juni 1714 bij erfenis verkregen had. Het ging om huis, hof, moestuin, weiland en akkerland op de Drieschen onder Nuth, grenzend aan Reiner Crijns, de dorpstraat en peter Cremers; voorts de "Neijweijde", grenzend aan Reijner Crijns, de erfgenamen Matthijs Hautvast en de straat; verder 92 kleine roeden akkerland "achter den bergh", grenzend aan Reijner Crijns, Hermen Snackers en de Bergerhof; en tenslotte een stuk akkerland "op de Bastaert", grenzend aan de weduwe Nelis Cremers en belast met een kop rogge. De totale koopsom bedroeg 2000 gulden, tweehonderd schoven rogge met stro en een koe ter waarde van 50 gulden. Een deel werd betaald door het overnemen van een schuld van 400 gulden, welke schuld op 28 oktober 1754 werd afgelost.
Zoon van Joannes FRISSEN (zie I.1) en Barbara PLUCHMECKERS.
Gehuwd voor de kerk op 45-jarige leeftijd op 30 november 1730 te Maastricht (getuige(n): Joannes Cronen, Lambertus Brokels), gehuwd bij de Minderbroeders met toestemming van de pastoor van Nuth met Elisabeth CRIJNS, 18 jaar oud, gedoopt op 10 januari 1712 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Schepers namens Jacobus Meijs, Elisabetha Crijns, weduwe Wilhelmus Schuttjens), overleden op 19 juni 1790 te Driessen-Nuth op 78-jarige leeftijd, weduwe Petrus Frissen, dochter van Renerus CRIJNS, pachter van de Nieuwenhof, en Mechtildis MEIJS.
RAL-LvO 1760, 78v: Op 22 december 1764 verkocht Claes Coenen, gehuwd met Anna Mechtild Meijs, aan Elisabeth Crijns, weduwe Joannes Frissen, 108 kleine roeden akkerland voor 37 stuivers per kleine roede. [Er werd geen nadere beschrijving van het stuk land gegeven!]
RAL-LvO 1760, 224r: Op 19 maart 1772 verkocht Joannes Meijs, gehuwd met Joanna Limpens, aan Elisabeth Crijns, weduwe Joannes Frissen, een beemd die hij op 23 februari 1760 gekocht had van Christiaen Lahaije, gehuwd met Helena Eckermans. Het ging om een halve morgen beemd aan de Nierhovenerweg onder Nuth, grenzend aan Matthijs Schetters, Joannes Meijs zelf en de beemd van jonker Schaesbergh. De koopsom bedroeg twee gulden en acht stuivers per kleine roede.
RAL-LvO 1762, 82v: Op 18 maart 1772 ruilde Elisabeth Crijns, weduwe Joannes Frissen, bijgestaan door haar (schoon)kinderen Joannes Wilhelmus Canisius, gehuwd met Anna Mechtild Frissen, Leonardus Beckers, gehuwd met Maria Elisabeth Frissen, Franciscus en Reinerus Frissen, meerderjarig doch ongehuwd (allen mede voor de minderjarige Joannes Wilhelmus, Leonardus, Ludovicus en Joanna Maria Frissen), met Paulus Nicolai, gehuwd met Petronella Diederen. Zij gaven 151 3/4 kleine roeden weiland te Nierhoven onder Nuth, noordwaarts de gats, zuidwaarts het "broekxken", oostwaarts Leonard Onnou, westwaarts de Meulenweg, belast met een half vat rogge aan de jerk en een half vat rogge aan de Armen van Nuth. In ruil gaf Paulus Nicolai 100 kleine roeden weiland "boven de nieuwe weijde", oostwaarts de weduwe Caspar Brants, westwaarts hof Berg, hoofdzijde de weg naar de Drieschen;en voorts 80 kleine roeden akkerland op de Wijenweg, oostwaarts Jacobus Bemelmans, westwaarts Jacobus Souren. Omdat Paulus Nicolai meer land gaf werd de meermaat vergoed aan 45 stuivers per kleine roede, ofwel een bedrag van 63 gulden.
RAL-LvO 1762, 41r: Op 28 november 1782 verkochten Conraerdt Wijnckens, gehuwd met Anna Barbara Keuvers, en zijn broer Peter Wijnckens, gehuwd met Clara Aelfers, aan Elisabeth Crijns, weduwe Joannes Frissen, 135 kleine roeden beemd te Terstraten onder Nuth, grenzend aan Nicolaes Campo, Joannes Hermens, de straat en de gemeente, voor een gulden per kleine roede.
RAL-LvO 1762, 152v: Op 4 december 1782 verkocht Joanna Limpens, weduwe Joannes Meijs, aan Elisabeth Crijns, weduwe Joannes Frissen, 100 kleine roeden akkerland op het Bergerveld onder Nuth, oostwaarts en zuidwaarts de Bergerhof, westwaarts de weduwe Joannes Frissen en noordwaarts de weg, voor twee gulden per kleine roede.
RAL-LvO 1763, 119v: Op 19 februari 1787 verkochten Paulus Leunissen, gehuwd met Maria Elisabeth Lentzen, en Wilhelmus Helgers, gehuwd met Maria Helena Limpens, aan Joannes Diederen, gehuwd met Helena Meijs, en Elisabeth Crijns, weduwe Joannes Frissen, 33 3/4 kleine roeden akkerland "aen de vaert" achter Terstraten onder Nuth, waarvan 27 3/4 kleine roeden voor Joannes Diederen, grenzend aan de weduwe Frissen, Nicolaes Rousop, weduwe Joannes Leunissen en Joannes Diederen zelf, en zes kleine roeden voor de weduwe Frissen, grenzend aan haarzelf, Joannes Diederen en de weduwe Joannes Limpens, voor 45 stuivers per kleine roede.
RAL-LvO 1763, 141r: Op 24 februari 1787 verkocht Barbara Hennen, weduwe Nicolaas Snackers, samen met haar (schoon)kinderen, aan Elisabeth Crijns, weduwe Joannes Frissen, 93 kleine roeden akkerland "aen de vaert" in het Grijzegrubberveld onder Nuth, grenzend aan de weduwe Joannes Frissen zelf, Wilhelmus Biesjans en de Maastrichterweg, voor drie gulden en vijf stuivers per kleine roede.
RAL-LvO 1763, 217r: Op 31 juli 1788 verkocht Thomas Anthonius de Lahaije, gehuwd met Maria Helena Vreuls, aan Elisabeth Crijns, weduwe Joannes Frissen, 37 1/2 kleine roeden beemd "den haeversolder" te Grijzegrubben onder Nuth, grenzend aan Joannes Adamus de Lahaije, de weduwe Joannes Frissen zelf, de erfgenamen Jacobus Bemelmans en de weg, voor vier gulden per kleine roede.
Uit dit huwelijk:

  • 1. Maria Elisabeth, gedoopt op 8 juni 1732 te Nuth (getuige(n): Reinerus Crins, Judith Frissen), overleden op 8 juni 1732 te Nuth.
  • 2. Anna Mechtildis, gedoopt op 1 juli 1733 te Nuth (getuige(n): Jacobus Ramaeckers, Mechtildis Crins).

Gehuwd voor de kerk op 19-jarige leeftijd op 20 november 1752 te Spaubeek met Joannes Wilhelmus CANISIUS, 22 jaar oud, gedoopt op 8 november 1730 te Spaubeek, zoon van Servatius CANISIUS en Helena JANSSEN.

  • 3. Joannes Petrus, gedoopt op 11 december 1735 te Nuth (getuige(n): Matthias Frissen, Mechtild Meijs), overleden op 11 december 1735 te Nuth, bij zijn op 27 november 1735 gedoopte naamgenoot staat ten onrechte "obijt", waarschijnlijk heeft de pastoor zich vergist en wordt deze Joannes Petrus Frissen bedoeld!
  • 4. Maria Elisabeth, gedoopt op 25 januari 1738 te Nuth (getuige(n): Hermannus Meijs, Elisabeth Crins), overleden op 5 oktober 1808 te Nuth op 70-jarige leeftijd.

Gehuwd voor de kerk op 26-jarige leeftijd op 19 januari 1765 te Nuth met Leonardus BECKERS, 29 jaar oud, gedoopt op 8 september 1735 te Jabeek, overleden op 10 maart 1819 te Nuth op 83-jarige leeftijd, zoon van Joannes BECKERS en Mechtildis LIMPENS.

  • 5. Joanna Barbara, gedoopt op 19 januari 1740 te Nuth (getuige(n): Joannes Pricken namens Martinus a Campo, Judith Frissen), overleden op 29 maart 1820 te Nierhoven-Nuth op 80-jarige leeftijd.

Gehuwd voor de kerk op 24-jarige leeftijd op 8 januari 1765 te Nuth met Servatius BRANTS, 23 jaar oud, gedoopt op 27 augustus 1741 te Nuth (getuige(n): Matthias Brandts, Anna Vroemen), overleden op 8 augustus 1780 te Echt op 38-jarige leeftijd.
Zoon van Casparus BRANTS en Maria Odilia VROEMEN.
RAL-LvO 1760, 265r (en 273v): Op 29 december 1773 werd vastgelegd dat Servaes Brants, die van plan was om als halfwin op de pachthof de Horsel onder Echt te gaan wonen, met dat doel 300 tot 400 gulden mocht lenen. Zijn moeder Maria Ida Vroemen, weduwe Caspar Brants, en de zwagers Peter Claessens en Joannes Bemelmans, gaven toestemming om daartoe zijn kindsdeel tot onderpand te stellen.
RAL-LvO 1760, 272v: Op 27 maart 1775 leende Servaes Brants, gehuwd met Johanna Barbara Frissen, van zijn zwager J.W. Frissen, secretaris van Nuth, 200 gulden tegen 5% en stelde daartoe tot onderpand 246 kleine roeden weiland te Grijzegrubben onder Nuth, grenzend aan Paulus Hautvast, Joannes Meijs, Christiaen Hautvast en de weg; verder nog 84 1/2 kleine roeden akkerland op de Geijsberg, grenzend aan Bartel Drummen, Willem Ackermans en de Domeingoederen.

  • 6. Franciscus, gedoopt op 8 juli 1741 te Nuth (getuige(n): Franciscus Crins, Anna Mechtildis Meijs).
  • 7. Bavo Jacobus, gedoopt op 20 juni 1743 te Nuth (getuige(n): Bavo Jacobus Meijs (secretaris), Helena Hautvast).
  • 8. Reinerus, gedoopt op 18 november 1744 te Nuth (getuige(n): Reinerus Crins (grootvader), Maria Catharina Frissen).
  • 9. Maria Josepha, geboren te Driessen-Nuth, gedoopt op 28 juli 1746 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Cobben, Barbara Frissen).
  • 10. Reinerus (zie III.23).
  • 11. Joannes Wilhelmus, schout (1775-1779) en secretaris schepenbank Nuth, geboren te Driessen-Nuth, gedoopt op 13 juli 1750 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Schutjens, Maria Anna Catharina Albrechts), overleden op 16 april 1811 te Nuth op 60-jarige leeftijd.

RAL-LvO 1760, 273v: Op 27 maart 1775 leende J.W. Frissen, ongehuwd en secretaris van Nuth, 200 gulden tegen 5% aan Servaes Brants, gehuwd met Joanna Barbara Frissen.
RAL-LvO 1761, 78r: Op 8 januari 1778 leende J.W. Frissen, schout van Nuth, 100 gulden tegen 5% aan Anna Meex, ongehuwd en woonachtig te Nierhoven-Nuth.
Deze lening werd afgelost op 14 juni 1780.
RAL-LvO 1761, 230r: Op 30 december 1778 leende schout J.W. Frissen 100 gulden tegen 5% aan Gerard Goossens, koster te Nuth en gehuwd met Joanna Boesten.
Deze lening werd op 3 november 1781 afgelost.
RAL-LvO 1740, genachting 29 oktober 1779: (her)benoeming tot secretaris van de schepenbank Nuth.
RAL-LvO 1761, 157v: Op 10 november 1779 leende secretaris J.W. Frissen 200 gulden tegen 5% aan Hubertus Weustenraedt, gehuwd met Catharina Bemelmans.
RAL-LvO 1761, 166v: Op 10 januari 1780 schonk J.B. Meijs, gewezen secretaris van Nuth, aan zijn neef J.W. Frissen, secretaris te Nuth, zijn huis met schuur, stallen, moestuin en huisweide onder Nuth, grenzend aan de gats, Cornelia Janssen, Willem Biesjans en de Platsbeek. Hij wilde daarmee de trouwe diensten, reeds ongeveer tien jaar lang, belonen. Wel mocht de schenker gedurende zijn leven nog gebruik maken van de goederen.
RAL-LvO 1761, 171r: Op 1 maart 1780 leende secretaris J.W. Frissen 100 gulden tegen 5% aan Machiel Debets, gehuwd met Anna Schepers.
RAL-LvO 1761, 192r: Op 4 oktober 1780 verkocht Petrus Meijs, inwoner van Hulsberg en weduwnaar van Maria Weusten, aan secretaris J.W. Frissen, 100 kleine roeden akkerland in de Sijpen onder Nuth, grenzend aan hof Nieuwenhof, Joannes Gorissen, de vloedgraaf en het Voorstercleef, voor dri gulden per kleine roede.
RAL-LvO 1761, 215r: Op 7 februari 1781 leende secretaris J.W. Frissen, handelend namens de Armenkas van Nuth, 100 gulden tegen 5% aan Willem Biesjans, gehuwd met Maria Winthagen.
De lening werd op 8 oktober 1792 afgelost.
RAL-LvO 1762, 123v: Op 1 augustus 1782 leende secretaris J.W. Frissen 100 gulden tegen 5% aan Joannes Slangen, inwoner van Grijzegrubben-Nuth en gehuwd met Joanna Maria Bruls.
Deze lening werd op 28 mei 1794 afgelost.
RAL-LvO 1762, 246r: Op 13 mei 1784 leende secretaris J.W. Frissen 100 gulden tegen 5% aan Caspar Heuts, inwoner van Grijzegrubben-Nuth en gehuwd met Elisabet Willems.
Deze lening werd op 15 november 1787 afgelost.
RAL-LvO 1763, 51r: Op 2 januari 1786 leende secretaris J.W. Frissen 200 gulden tegen 5% aan Jacobus Curvers, inwoner van Tervoorst-Nuth en gehuwd met Joanna Tissen.
Deze lening werd op 22 januari 1788 afgelost.
RAL-LvO 1763, 92v: Op 24 juli 1786 nam secretaris J.W. Frissen een lening van 100 gulden over van Arnoldus Houben, gehuwd met Maria Catharina van Diest. Deze lening stond ten laste van Joannes Rietrae, gehuwd met Maria Houben.
RAL-LvO 1763, 100r: Op 2 oktober 1786 leende secretaris J.W. Frissen 200 gulden tegen 5% aan Joannes Petrus Mennens, gehuwd met Maria Catharina Ruijters.
Deze lening werd op 21 november 1803 afgelost.
RAL-LvO 1763, 101v: Op 6 oktober 1786 leende secretaris J.W. Frissen 200 gulden tegen 5% aan Joannes Petrus Bemelmans, ongehuwd en wonend te Tervoorst-Nuth.
Deze lening werd op 9 oktober 1797 afgelost.
RAL-LvO 1763, 264v: Op 15 mei 1789 verkocht Joannes Mannens, inwoner van Vaesrade en gehuwd met Joanna Catharina Claessen, aan J.W. Frissen, secretaris van Nuth en gehuwd met Anna Elisabeth Geilekercken, 120 kleine roeden beemd in de Vinkebeemden bij Kathagen onder Nuth, grenzend aan de kinderen van Matthijs Jongen, de weg en de beek, voor 171 gulden.
Deze beemd werd vervolgens op 7 juli 1789 voor hetzelfde bedrag genaast door Joannes Mannens, gehuwd met Maria Catharina Bemelmans.
RAL-LvO 1764, 217: Op 2 oktober 1790 verkocht Ferdinand de Raedt, burger van Antwerpen en gehuwd met Maria Ida Craen, aan J.W. Frissen, secretaris van Nuth en gehuwd met A.E. Geilekercken, 200 kleine roeden akkerland aan het Nuther Kruis in het Grijzegrubberveld onder Nuth, zoals hem toebedeeld uit de nalatenschap van Joannes Meijs, grenzend aan Jacobus Curvers, erfgenamen Maria Alofs, Bartel Bemelmans en de Wijenweg, voor 91 stuivers per kleine roede. Dit bedrag had de koper op de veiling van 9 juli 1790 geboden.
Op 28 december 1791 verkocht J.W. Frissen het land voor hetzelfde bedrag door aan zijn broer Reinerus Frissen, wonend te Hulsberg en gehuwd met Maria Agnes L'Ortije.
RAL-LvO 1764, 281: Op 11 november 1791 verkocht Joanna Barbara Frissen, weduwe Servaes Mathijs Brants, bijgestaan door broer Francis Frissen, aan secretaris J.W. Frissen, gehuwd met Anna Elisabeth Geilekercken, als meestbiedende 76 kleine roeden weiland boven de Nierhoverweide onder Nuth, grenzend aan Joannes Hautvast, de Holleweg en de Neijerweg, voor vier gulden en tien stuivers per kleine roede. De koopsom bedroeg 342 gulden. Echter was er nog een schuld van 350 gulden voor een lening en vervallen rente aan de koper J.W. Frissen, zodat 8 gulden overbleven.
Vervolgens verklaarde J.W. Frissen dat hij uit deze weide 50 1/4 kleine roeden voor hetzelfde bedrag verkocht aan Paulus Leunissen, gehuwd met Maria Elisabeth Lentzen.
RAL-LvO 1764, 325: Op 3 oktober 1793 verkocht Matthijs Slangen, gehuwd met Anna Catharina Houfsteeder, aan J.W. Frissen, gehuwd met Anna Elisabeth Geilekercken, 50 kleine roeden akkerland boven het Voorstercleef onder Nuth, grenzend aan Caspar Crijns, Peter Vernaus, de pastorie van Nuth en de weg, voor vijf gulden en tien stuivers per kleine roede, zoals de verkoper het zelf op 16 september 1793 van zijn schoonzus Maria Margaretha Housteder gekocht had.
RAL-LvO 1764, 133: Op 15 februari 1791 ruilde secretaris J.W. Frissen, gehuwd met Anna Elisabeth Geilekercken, goederen met Joannes Nuchelmans, ongehuwd. Frissen gaf 70 kleine roeden beemd "op den Pesch" onder Nuth, grenzend aan Christiaen Hautvast, Wilhelmus Kleintjens en Wilhelmus Hautvast, belast met twee malder haver in de cijnskaart Bergh; alsmede 48 kleine roeden beemd onder de Bergerbrug, grenzend aan Henric Bemelmans, de erfgenamen Maria Alofs, Jacobus Drummen en de Platsbeek. Nuchelmans gaf 100 kleine roeden beemd achter de Nuinhof "neffens het Stufken" onder Nuth, grenzend aan de hof Nuinhof, Jacobus Wolters, Jacobus Rameckers en de hof Bergh. Verder gaf Nuchelmans nog twee Franse kronen.
RAL-LvO 1764, 222: Op 6 maart 1792 verklaarde Paulus Nicolai, gehuwd met Petronella Diederen, dat hij op 22 maart 1790, samen met zijn aangetrouwde neef Henricus Moulin, gehuwd met Maria Catharina Dols, aan secretaris J.W. Frissen, gehuwd met Anna Elisabeth Geilekercken, een bouwplaats met moestuin en weiland te Nierhoven onder Nuth verkocht had, zoals vastgelegd voor de leenhof Merkelbeek. Er was toen afgesproken dat de verkoper het gedurende zijn leven mocht gebruiken. Maar nu was hij van plan de bouw te verplaatsen en op eigen grond te herbouwen. Hij had nu 50 gulden van Frissen ontvangen en beloofde binnen veertien dagen het pand te ruimen.
RAL-LvO 1764, 257: Op 26 oktober 1792 leende secretaris J.W. Frissen, gehuwd met Anne Elisabeth Geilekercken, 200 gulden tegen 5% aan Christiaen Frijns, weduwnaar Catharina Meijers, thans gehuwd met Anna Maria Janssen.
Deze lening werd op 1 februari 1796 afgelost.
Gehuwd voor de kerk op 38-jarige leeftijd op 18 januari 1789 te Nuth met Anna Elisabeth GELEKERCKEN, 21 jaar oud, gedoopt op 7 maart 1767 te Hulsberg, overleden op 11 juni 1837 te Nuth op 70-jarige leeftijd, dochter van Winandus GELEKERCKEN en Maria Catharina GEUSKENS.

  • 12. Joannes, geboren te Driessen-Nuth, gedoopt op 27 december 1752 te Nuth (getuige(n): Stephanus Eggen namens E.H. Joannes Willems (premissarius), Mechtildis Meijs), overleden op 27 december 1752 te Nuth.
  • 13. Nicolaus, geboren te Driessen-Nuth, gedoopt op 7 november 1753 te Nuth (getuige(n): Nicolaus Campo, Catharina Ramaeckers), overleden op 7 november 1753 te Nuth.
  • 14. Leonardus, geboren te Driessen-Nuth, gedoopt op 25 april 1755 te Nuth (getuige(n): Joannes Pricken namens Jacobus Ramaeckers jr., Anna Hermens), overleden op 16 juni 1836 te Driessen-Nuth op 81-jarige leeftijd.

Gehuwd op 51-jarige leeftijd op 13 oktober 1806 te Nuth met Maria Ida SLANGEN, 35 jaar oud, geboren te Nuth, gedoopt op 10 juli 1771 te Nuth (getuige(n): Gerardus Goossens namens Joannes Wilms, Elisabeth Slangen), dochter van (Joannes) Wilhelmus SLANGEN en Anna Maria HOUBEN.

  • 15. Joannes Ludovicus FRISSCHEN, geboren te Driessen-Nuth, gedoopt op 25 juni 1758 te Nuth (getuige(n): Thomas Slangen, Mechtild Meijs), overleden op 21 december 1805 te Nuth op 47-jarige leeftijd.
  • 16. Joanna Maria, geboren te Driessen-Nuth, gedoopt op 12 maart 1760 te Nuth (getuige(n): Nicolaus Campo, Joanna Maria Eijmael), overleden op 5 mei 1826 te Grijzegrubben-Nuth op 66-jarige leeftijd.

Gehuwd voor de kerk op 33-jarige leeftijd op 26 februari 1794 te Nuth met Petrus Matthias HAUTVAST, 33 jaar oud, geboren te Grijzegrubben-Nuth, gedoopt op 4 oktober 1760 te Nuth (getuige(n): Petrus Hautvast, Maria Magdalena Hutzen), overleden op 20 maart 1837 te Grijzegrubben-Nuth op 76-jarige leeftijd.
Zoon van Paulus HAUTVAST en Maria Catharina SIJSTERMANS.
RAL-LvO 1763, 223v: Op 27 oktober 1788 leenden Petrus Mathias Hautvast en zijn zuster Anna Mechtildis Hautvast, meerderjarige ongehuwde kinderen van wijlen Paulus Hautvast en Maria Catharina Sijstermans, wonend te Grijzegrubben-Nuth, 700 gulden tegen 5% van de priester Franciscus Nicolaus de Limpens. Tot onderpand diende 192 kleine roeden akkerland "op den Houwenas", grenzend aan heer a Blisia, de Houwenasterweg en Peter Mertens; en voorts 200 kleine roeden akkerland in de Withegge, grenzend aan de erfgenamen Wijnand Habets, Peter Moonen, Gabriel Beckers en Wilhelmus Coumans.
RAL-LvO 1764, 158: Op 7 mei 1791 verkocht Paulus Leunissen, gehuwd met Maria Elisabeth Linssen, aan Petrus Mathias en Anna Mechtildis Hautvast, meerderjarige kinderen van Paulus Hautvast en Maria CAtharina Sijstermans, 80 kleine roeden akkerland "aen den Houwenas", grenzend aan de kinderen van Paulus Hautvast, Joannes Hermens, Nicolaus a Campo en de weg, voor 76 stuivers per kleine roede (land beschreven in RAL-LvO 1764, 157), zoals hij het zelf op 8 april 1791 verworven had.

Generatie III


III.3 Matthias FRISSEN, gedoopt op 2 september 1700 te Wijnandsrade, overleden op 14 mei 1748 te Amby op 47-jarige leeftijd, kwartierstaat Wil Brassé, zoon van Leonardus FRISSEN (zie II.1) en Anna SCHULS.
Gehuwd voor de kerk op 31-jarige leeftijd op 16 februari 1732 te Wijnandsrade met Helena RAMECKERS, 22 jaar oud, gedoopt op 30 oktober 1709 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Schepers namens Michael Rameckers (oom), Elisabetha Crijns, weduwe Wilhelmus Scheuttgens), overleden op 14 januari 1771 te Hulsberg op 61-jarige leeftijd, dochter van Jacobus RAMECKERS en Maria CRIJNS.
Uit dit huwelijk:

  • 1. Anna Maria, gedoopt op 26 april 1733 te Nuth (getuige(n): Jacobus Ramaeckers (grootvader), Anna Schuls).
  • 2. Anna Maria, gedoopt op 26 december 1734 te Nuth (getuige(n): Reinerus Crins, Judith Frissen), overleden op 12 augustus 1798 te Hulsberg op 63-jarige leeftijd.

Gehuwd voor de kerk op 31-jarige leeftijd op 26 september 1766 te Klimmen met Joannes VONCKEN, geboren ca. 1727, overleden op 2 maart 1811 te Hulsberg.

  • 3. Maria Elisabeth, gedoopt op 24 november 1737 te Nuth (getuige(n): Regina Crins namens Joannes Frissen en Maria Crins), overleden op 14 oktober 1793 te Grijzegrubben-Nuth op 55-jarige leeftijd, begraven op 15 oktober 1793 te Nuth.

Gehuwd voor de kerk op 28-jarige leeftijd op 24 augustus 1766 te Nuth met Leonardus SMEETS, 35 jaar oud, gedoopt op 28 mei 1731 te Nuth (getuige(n): Elisabeth Maessen), overleden op 29 januari 1803 te Nuth op 71-jarige leeftijd, kwartierstaat Wil Brassé
Zoon van Leonardus SMEETS en Catharina BEMELMANS.
RAL-LvO 1760, 151v: Op 15 april 1769 leende Leonardus Wouters, gehuwd met Elisabeth Frissen, 200 pattacons tegen 5% van Wilhelm Franssen, schout van Hoensbroek. Met dit geld betaalde hij de aankoop van ca. een morgen huis, moestuin en weide, gelegen te Nuth, grenzend aan de gats, Joseph Helders, de dorpstraat en Hermen Meijs. Verkopers waren de erfgenamen en kinderen van Jan Gossens. De schulden die op deze goederen stonden, 150 gulden aan Dirck Drummen van Laar en 100 gulden aan Bartel Drummen en de zijnen, zouden nu voldaan worden. [De aantekening van de aflossing staat bij de akte RAL-LvO 1757, 251r, beschreven bij de eerste echtgenoot van zijn moeder] Tot onderpand dienden:
a) 60 kleine roeden akkerland "aen het witgen" in het Grijzegrubberveld, grenzend aan de erfgenamen Mevis Krans en de erfgenamen Ercken Drummen;
b) 16 kleine roeden en vier voet moestuin aan de gats te Grijzegrubben, grenzend aan Joannes Corfs, de gats, Joannes Slangen en Nol Bemelmans;
c) 82 kleine roeden akkerland "op de geijsbergh" in het Grijzegrubberveld, grenzend aan Nol Bemelmans, Willem Biesjans en Joannes Meijs;
d) 43 kleine roeden beemd "naest de Trip", grenzend aan Willem Crijns en Joannes Hermens;
e) ca. twee morgen land "in de Baesgrubben", grenzend aan Willem Biesjans en de vertegenwoordigers van Cornelis Cremers, Jacobus Drummen, de vertegenwoordigers van Geurt Houtbeckers, de weduwe Nicolaij, de erfgenamen Keuten en de vloedgraaf;
f) 138 kleine roeden land, aldaar gelegen, grenzend aan de erfgenamen Jan Boets, de weduwe Nicolaij, de erfgenamen Keuten en de weduwe Haenen;
g) 280 kleine roeden land "aen de peutskoul", grenzend aa de erfgenamen Coen Hautvast, de weduwe Caspar Hermens, Paulus Hautvast, heer W. Habets, de vertegenwoordigers van wijlen Cornelis Cremers en de erfgenamen Keuten;
h) 50 kleine roeden akkerland "omtrent de witgen", grenzend aan Nicolaes a Campo, Simon Herts (nu Christiaen Jaeqs), W. Habets en Paulus Hautvast.
De lening werd op 9 maart 1783 afgelost.
RAL-LvO 1760, 155r: Op 27 juni 1769 werd vastgelegd dat Leonardus Smeets, gehuwd met Elisabeth Frissen, tijdens een publieke verkoop op 16 juni 1769 van de kinderen van Cornelia Gossens en wijlen Andries du Mollin (in deze vertegenwoordigd door de voogden Joannes Bruls en Hermanus Mennens) 138 kleine roeden weiland te Grijzegrubben, grenzend aan Lucia Helders, Maria Bouts en Joannes Slangen, gekocht had. Hij betaalde ter plekke 155 gulden en zes stuivers. De resterende 100 gulden bleven als lening tegen 5% staan.
Deze lening werd op 4 mei 1775 afgelost.
RAL-LvO 1761, 133r: Op 24 juni 1779 verkochten de ongehuwde broer en zus Geurt en Joanna Hautvast aan Leonardus Smeets, gehuwd met Elisabeth Frissen, 52 kleine roeden akkerland in de Eertgrubbe onder Nuth, grenzend aan Joannes Houben, de weduwe Joannes Curfs, de vloedgraaf en de weduwe Joannes Leunissen, voor twee gulden per kleine roede. Het land was bezaaid met koren, waarvan "den halven knop" voor de verkoper was. Tevens zou de koper nog 100 schoven leveren.
RAL-1763, 50r: Op 30 december 1785 verkocht Leonardus Smeets, inwoner van Grijzegrubben en gehuwd met Elisabeth Frissen, aan Gerardus Eijmael, gehuwd met Maria Barbara Spijckers, twee stukken akkerland, onder Nuth gelegen. Het eerste stuk was 108 kleine roeden "op den knippert", grenzend aan Reiner Cobben, Joannes Petrus Frissen, de hof Bergh en Joannes Schepers. Het tweede stuk, 65 kleine roeden, lag aan de Ludderweg en grensde aan Willem Coumans, de erfgenamen Christiaen Lajaije, de erfgenamen Servaes Spijckers en de Ludderweg. Iedere kleine roede kostte vier gulden.
RAL-LvO 1761, 53v: Op 7 januari 1786 liet Joannes Baptista Dispa, ongehuwd en inwoner van Roermond, de verkoop vastleggen aan Leonardus Smiets, gehuwd met Elisabeth Frissen, van een stuk akkerland (waarvan de maten nog vastgesteld moesten worden) nabij de Baarsgrubbe in het Grijzegrubberveld onder Nuth, grenzend aan Petrus Curfs, Leonardus Smeets en Jacobus Drummen. Iedere kleine roede kostte twee gulden en twaalf stuivers. Het land was verpacht aan Paulus Hautvast. Dit land was op 7 november 1785 bij opbod verkocht.
RAL-LvO 1764, 154: Op 2 oktober 1790 werd de verkoop vastgelegd door Anna Boesten, inwoonster van Antwerpen en weduwe van Franciscus Petin, aan Leonardus Smeets, gehuwd met Elisabeth Frissen, van 152 kleine roeden akkerland aan de vaart in het Grijzegrubberveld, grenzend aan Hermen Meijs en de vloedgraaf. Hetland, door haar verworven als erfgenaam van Joannes Meijs, en bij publieke verkoop op 9 juli 1790 aan Leonardus Smeets verbleven, werd verkocht voor 66 stuivers per kleine roede. Het land was belast met 2 1/2 kop rogge aan J.W. Welters.

  • 4. Maria Barbara, gedoopt op 8 december 1740 te Wijnandsrade, overleden op 7 januari 1810 te Nuth op 69-jarige leeftijd.

Gehuwd voor de kerk op 23-jarige leeftijd op 7 oktober 1764 te Nuth met Paulus HORSTMANS, 39 jaar oud, timmerman, gedoopt op 11 maart 1725 te Nuth (getuige(n): Wilhelmus Ackermans (oom), Lucia Horstmans (tante)), zoon van Joannes HORSMANS en Maria ACKERMANS.

  • 5. Anna Catharina, gedoopt op 5 juni 1744 te Amby, overleden op 28 februari 1816 te Hulsberg op 71-jarige leeftijd.

Gehuwd voor de kerk op 21-jarige leeftijd op 16 juni 1765 te Hulsberg met Wilhelmus HABETS, overleden op 28 maart 1773 te Hulsberg.

  • 6.Leonardus, gedoopt op 28 mei 1747 te Amby.


III.23 Reinerus FRISSEN, geboren te Driessen-Nuth, gedoopt op 10 januari 1748 te Nuth (getuige(n): Reinerus Crins (grootvader), Helena Meijs namens Anna Crins), overleden op 9 mei 1832 te Driessen-Nuth op 84-jarige leeftijd. Op 26 april 1785 ruilde Reinerus Frissen, gehuwd met Maria Agnes Lortije, goederen met Joannes Henricus Ackermans, gehuwd met Maria Margaretha Loijens. Reinerus Frissen gaf:
a) 107 1/2 kleine roeden weiland, met bijbehorende stallen, poort en panhuis, gelegen op de Kamp te Nuth, zoals dit op 4 september 1741 aan Joannes Adolphus Hessingh verbleven was, vallend onder de Leenhof Merkelbeek en grenzend aan Joannes Henricus Ackermans zelf, Wilhelmus Frijns en de Wijenweg;
b) 33 7/8 kleine roeden akkerland "de Roscamp" in het Nierhovenerveld onder Nuth, grenzend aan Joannes Henricus Acker,ans zelf, Koningsgoederen en Bartholomeus Drummen, vallend onder de de leenhof Merkelbeek en belast met anderhalve kop rogge aan het huis Wijnandsrade;
c) 20 kleine roeden akkerland "in de clapersdael" onder Nuth, grenzend aan Joannes Henricus Ackermans zelf, Wilhelmus Cobben en Gerardus Eijmael, vallend onder de leenhof Merkelbeek en belast net vijftig gulden voor een jaargetijde in de kerk van Nuth;
d) 46 1/8 kleine roeden akkerland, af te meten uit een groter stuk "in de clapersdael" onder Nuth, grenzend aan Reinerus Frissen zelf, Joannes Henricus Ackermans zelf en de hof Leeuw, vallend onder de Leenhof Merkelbeek.
In ruil gaf Joannes Henricus Ackermans:
a) 52 1/2 kleine roeden akkerland op de Sittarderweg onder Nuth, vallend onder de leenhof Merkelbeek, grenzend aan de weduwe Caspar Brants, Reinerus Frissen zelf en het Sittarder voetpad;
b) 85 kleine roeden akkerland "op de Geijsbergh" onder Nuth, grenzend aan Bartholomeus Drummen, Joannes Hautvast, Renerus Frissen zelf en het voetpad;
c) 47 1/2 kleine roeden akkerland "op den grootenbosch" onder Nuth, grenzend aan Reinerus Frissen zelf, de weduwe Henric van Looen Paulus Horstmans.
Verder kreeg Reinerus Frissen ter plekke nog 305 gulden uitbetaald.
RAL-LvO 1763, 123r: Op 5 maart 1787 verkocht Nicolaes Nicolai, burger van Maastricht en gehuwd met Maria Agnes Lenarts drie percelen akkerland, gelegen onder Nuth, aan Renerus Frissen, gehuwd met Maria Agnes L'Ortije. Het betrof:
a) 100 kleine roeden akkerland "op den grootenbosch", grenzend aan Matthijs Frijns, Paulus Nicolai en de Wijenweg;
b) 84 kleine roeden akkerland in de Narregats, grenzend aan Willem Biesjans, Peter Houben, Nicolaus Cordeweners en de Narregats;
c) 50 1/2 kleine roeden akkerland in de Baersgrubbe, grenzend aan Leonardus Smeets, Paulus Nicolai, Hermanus Meijs en Mevis Geurts.
Iedere kleine roede kostte drie gulden en tien stuivers.
RAL-LvO 1763, 210v: Op 14 april 1788 verkocht Reinerus Frissen, inwoner van Hulsberg en gehuwd met Maria Agnes Lortije, aan Paulus Nicolai de 100 kleine roeden en 84 kleine roeden akkerland die hij op 5 maart 1787 gekocht had, voor drie gulden en tien stuivers per kleine roede.
Zoon van Joannes FRISSEN (zie II.9) en Elisabeth CRIJNS.
Gehuwd voor de kerk op 34-jarige leeftijd op 26 november 1782 te Wijnandsrade met Maria Agnes L'ORTYE, 24 jaar oud, gedoopt op 18 september 1758 te Wijnandsrade, dochter van Udalricus L'ORTYE en Catharina HABETS.
Uit dit huwelijk:

  • 1. Maria Elisabeth, geboren op 18 november 1784 te Driessen-Nuth, gedoopt op 18 november 1784 te Nuth (getuige(n): Joannes Wilhelmus Lortije (Wijnandsrade), Maria Elisabetha Frissen (Nuth) namens Elisabetha Crijns (Nuth)), overleden op 9 december 1835 te Kamp-Nuth op 51-jarige leeftijd.

Gehuwd op 35-jarige leeftijd op 21 april 1820 te Nuth met Petrus Leonardus FRIJNS, 36 jaar oud, geboren op 7 februari 1784 te Leeuw-Nuth, gedoopt op 7 februari 1784 te Nuth (getuige(n): Joannes Petrus Houben (Nuth), Anna Maria Rameckers (Nuth)), overleden op 10 februari 1856 te Kamp-Nuth op 72-jarige leeftijd, zoon van Wilhelmus FRIJNS, pachter hoeve Leeuw-Nuth, en Maria Josepha NUCHELMANS.

  • 2. Maria Joanna, gedoopt op 26 september 1786 te Hulsberg, overleden op 30 juli 1817 te Nuth op 30-jarige leeftijd.
  • 3. Anna Mechtildis, gedoopt op 30 mei 1788 te Hulsberg.
  • 4. Maria Helena, gedoopt op 26 februari 1790 te Hulsberg.
  • 5. Maria Catharina (Barbara), gedoopt op 21 februari 1792 te Hulsberg, overleden op 11 april 1818 te Nuth op 26-jarige leeftijd.

Gehuwd met Joannes Franciscus FRIJNS, geboren te Leeuw-Nuth, gedoopt op 9 juli 1768 te Nuth (getuige(n): Joannes Nuchelmans (oom), Anna Frins namens Maria Frins), zoon van Wilhelmus FRIJNS, pachter hoeve Leeuw-Nuth, en Maria Josepha NUCHELMANS.

  • 6. Joannes, gedoopt op 4 mei 1794 te Hulsberg, overleden op 3 december 1837 te Driessen-Nuth op 43-jarige leeftijd.
  • 7. Maria Helena, gedoopt op 22 oktober 1797 te Hulsberg, overleden op 19 augustus 1841 te Nuth op 43-jarige leeftijd.

Gehuwd op 28-jarige leeftijd op 17 juni 1826 te Nuth met Joannes Wilhelmus SPIJCKERS, 34 jaar oud, geboren op 18 juli 1791 te Hunnecum-Nuth, gedoopt op 18 juli 1791 te Nuth (getuige(n): Joannes Wilhelmus Slangen (Nuth), Anna Catharina Hermens (Nuth)), overleden op 24 april 1835 te Driessen-Nuth op 43-jarige leeftijd, zoon van Joannes Godefridus SPIJCKERS en Maria Helena SLANGEN.

  • 8. Anna Catharina, gedoopt op 24 mei 1800 te Hulsberg, overleden op 7 mei 1883 te Nuth op 82-jarige leeftijd.

Gehuwd op 39-jarige leeftijd op 11 juli 1839 te Nuth met Mathias Josephus SPIJCKERS, 38 jaar oud, gedoopt op 14 juli 1800 te Nuth, overleden op 2 juli 1871 te Nuth op 70-jarige leeftijd, zoon van Joannes Godefridus SPIJCKERS en Maria Helena SLANGEN.

Losse eindjes

I Johan Jacob Frissen aus Wikipedia, der freien Enzyklopädie

Johann Jacob Frissen OT (* 1. Mai 1645; † 8. Juni 1702 in Lüttich) war Priester des Deutschen Orden

Nachdem Frissen in die Ballei Alden Biesen eingetreten war und in der Kommende Neuenbiesen zu Maastricht sein Noviziat absolviert hatte, legte er am 16. Oktober 1672 seine Profess ab. Wohl auch weiterhin in Maastricht lebend, wurde er 1675 Küchenmeister und Ökonom der Landkommende Alden Biesen, was er bis 1677 blieb. Gleichzeitig besaß er eine Altarpfründe in Saint-Andre, wo ihn der Landkomtur am 17. Oktober 1677 zum Pfarrer nominierte. Durch den Papst zum Apostolischen Protonotaren ernannt, wurde Frissen 1684 auch noch Kanoniker an der Stiftskirche Sint-Jan-Evangelist.


II Joannes Leonardus FRISSEN, gemeenteveldwachter, geboren op 01-09-1852 te Ulestraten, overleden op 05-05-1930 te Ulestraten op 77-jarige leeftijd, zoon van (Jan) Mathijs FRISSEN, Landbouwer (en wethouder in de periodes 1830 - 1843 en 1851 - 1861 ?), geboren op 06-04-1788 te Schimmert (?), en Maria Elisabeth MARTENS. Gehuwd op 28-jarige leeftijd op 18-11-1880 te Ulestraten met Maria Josephina JACOBS, geboren op 26-02-1853 te Ulestraten, overleden op 24-03-1934 te Ulestraten op 81-jarige leeftijd, dochter van Cornelis JACOBS en Johanna Gertrudis SCHOENMAKERS.

Uit dit huwelijk:

  • 1. Maria Hubertina, geboren op 30-08-1882 te Ulestraten.
  • 2. Cornelis Hubertus Joseph, geboren op 10-09-1883 te Ulestraten.
  • 3. Johannes Nicolaas, geboren op 23-11-1885 te Ulestraten en overleden op 04-01-1949.
  • 4. Maria Anna, geboren op 19-01-1888 te Ulestraten en aldaar op 23-11-1911 gehuwd met Jacobus Stultiens.
  • 5. Hubertus Johannes Matthijs, geboren op 08-03-1890 te Ulestraten en overleden op 01-06-1961.
  • 6. Cornelis Hubertus, leidinggevende op de Staatsmijn Maurits, geboren op 22-08-1891 te Ulestraten en aldaar overleden op 19-05-1959, weduwnaar van Petronella Stultiens, zonder beroep, geboren op 12-04-1892 en overleden te Ulestraten op 26-12-1950.

Uit dit huwelijk werden tussen 1917 en 1939 tien kinderen geboren, vier dochters en zes zonen. Per stand 01-01-2007 zijn hiervan nog twee dochters en vier zonen in leven. Twee zonen en twee dochters bleven kinderloos. In totaal wamen achttien kleinkinderen ter wereld, welke per 01-01-2007 alle nog in leven zijn. De eerste kinderloze dochter heeft twee stiefkinderen uit een tweede huwelijk na het overlijden van haar eerste echtgenoot bij een bedrijfsongeval. Ook deze kinderen zijn nog in leven.

  • 7. Johanna Josephina, geboren op 14-10-1892 te Ulestraten.
  • 8. Gerardus Wilhelmus, geboren op 15-02-1899 te Ulestraten.

Medewerkers

Harry Luijten, eerste versie op 26 december 2006
J.H.Th. Frissen, los eindje

Persoonlijke instellingen