Eenkindmaking

Uit Genealogie Limburg Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Een akte van eenkindmaking of akte van eenkindschap werd soms opgemaakt bij het aangaan van een tweede of later huwelijk, terwijl uit het eerdere huwelijk reeds kinderen (en dus erfgenamen) waren. Vaak wordt de akte gecombineerd met andere afspraken zoals deze worden geregeld in een akte van huwelijksvoorwaarden. Soms bevat een akte van eenkindmaking gegevens over jong overleden kinderen. De kindersterfte was vroeger hoog en het overlijden of begraven van kinderen jonger dan 12 jaar werd vaak niet genoteerd in de DTB-registers.

Voorbeeld van een akte van eenkindmaking, Swalmen 20 september 1775

Albertus van Dael, laatst weduwnaar van Cornelia Beurskens, en Hendrina van den Broeck, meerderjarige dochter bijgestaan door Gerardus Dercx als haar daartoe gekozen voogd, maken, met toestemming van het gerecht d.d. 20 september 1775, na voorgaand onderzoek van de goederen en na verhoor van de naaste bloedverwanten, voor het opmaken van een akte van 'kintschappe', alsmede met toestemming van Zijne Grafelijke Excellentie d.d. 20 september 1775 voor zover het de door de bruidegom ingebrachte laatgoederen betreft, een akte van huwelijksvoorwaarden op als volgt.

'In den eersten beloven de voornoemde bruydegom ende bruydt het geseyde houwelijck ter eerste bequaeme gelegentheyt te stellen, voltrocken ende volgens de geboden van onse moeder de H. Kercke te sullen solemniseeren, hun te lieven, te beminnen ende te houden als waere ehegenoten.'

Beide partijen brengen al hun goederen in het huwelijk die zij nu hebben of in de toekomst op enigerlei wijze mochten verkrijgen, in het bijzonder door de bruidegom het huis binnen het dorp Swalmen gelegen tussen Jacob Pijpers en de straat, door hem aangekocht gedurende zijn eerste huwelijk.

Het voorkind uit het eerdere huwelijk zal, met toestemming van het gerecht, gelijk delen met eventuele kinderen, waarbij de langstlevende van beide echtelieden echter het vruchtgebruik zal genieten.

Mocht het voorkind van de bruidegom verwekt in zijn huwelijk met Mechtildis Joosten overlijden zonder erfgenamen, dan zal het huis voor de helft toekomen aan de vrienden van zijn tegenwoordig levende zoon en de andere helft aan de kinderen van de aanstaande echtelieden, waarbij opnieuw de langstlevende het vruchtgebruik zal genieten.

Indien uit het aanstaande huwelijk geen kinderen zouden worden geboren ('waer Godt almachtigh voor wil behoeden'), of indien de bruid zou overlijden zonder wettige erfgenamen, dan zal de helft van de goederen van de aanstaande bruid toekomen aan haar naaste vrienden of bloedverwanten, waarbij opnieuw de langstlevende het vruchtgebruik zal genieten.

Alle roerende goederen zullen voor de langstlevende zijn, voor de opvoeding van de gezamenlijke kinderen.

Tot navolging van deze overeenkomst stellen aanstaande bruid en bruidegom al hun goederen als onderpand.

Voorbeeld van een akte van eenkindmaking, Beesel 16 maart 1789

'Contract van een kintschappe' tussen Conrardus Bongaarts en Catarina Driessen, weduwe van Joannes Leenen. Uit dit eerder huwelijk zijn nog twee kinderen in leven, te weten Wilhelmus Leenen, 'ouwdt in sijn twaalfde jaar', en Hendrina Leenen, oud 13 jaar. Uit het tweede huwelijk zijn nog twee kinderen geboren: Joes Peter Bongaarts, 'oudt in sijn sesde jaar', en Joanna Bongaarts, oud ongeveer 4 jaar.

Met toestemming van de naaste vrienden van zowel de voor‑ als nakinderen, zullen de voornoemde kinderen alsmede mogelijke verdere kinderen uit het huidige huwelijk hoofdgewijs delen in alle erfgoederen afkomstig van vaderlijke en moederlijke zijde van zowel het eerste als het tweede huwelijk, waarbij de langstlevende van beide echtelieden het vruchtgebruik behoudt, waarvan zo veel als mogelijk is de schulden, schattingen en andere gemeenschappelijke en dagelijkse lasten zullen worden voldaan.

Conform het Landrecht pagina 190 nrs. 1, 2 e.v. verklaren de naaste vrienden 'dat sij deze eenkintmaakinge al.. den kinderen nut en profijtelijk sijnde ingewilligt hebben ende niet anders weeten, geloven ofte verstaan dan dat alles den voorss. niet onverdienstelijk is', alles zoals nader vermeld in de Landrechten.

Naast Catarina Driessen en Conrardus Bongaarts ondertekend en gehandmerkt door Hendricus Bongaarts, Peter Peters, Arnoldus Niemans, alsmede door P. van den Broek bij afwezigheid van de landscholtis, de schepenenen L. ter Porten, F. Heldens, P. Meuter, H. Joosten en L. Janssen, en landschrijver J. van der Leeuw.

Persoonlijke instellingen